zaterdag 14 juni 2014

Enkele maanden geleden: dag naar Coevorden

Hallo ge-interesseerde bloglezers,

Het is alweer enkele maanden geleden dat ik een dag naar Coevorden ben geweest. Ondanks dat het zo lang is geleden, wil ik jullie mijn verhaal niet onthouden. Er valt veel te vertellen over dit historische stadje. Het is beslist een bezoek waard.
Op 16 maart 2014 arriveerde ik op het stationnetje van Coevorden en wandelde via de Friesestraat naar het stadscentrum. Halverwege die straat zag ik een zeer fraaie gevel met veel versieringen en teksten uit de 16-e eeuw. Dat pand ziet u op foto 1. Maar in de top van die gevel stond een opvallend modern ogend beeld: het was de dochter van de huidige eigenaar van het pand. Hij had dat beeld van zijn dochter in de jaren 90 laten maken en daar in de geveltop in die nis laten plaatsen. Mocht u het niet helemaal goed kunnen zien, klik dan op de foto voor een uitvergroting. De naam van dat restaurant vond ik ook opmerkelijk: Stadscafe Vancouver. Het is genoemd naar die bekende stad aan de westkust van Canada. Dat Canadese kustgebied was in de 18-e eeuw ontdekt en verkend door de Britse schipper George Vancouver (1757-1798). Zijn achternaam was een verbastering van de oorspronkelijk Nederlandse familienaam van zijn voorouders die - inderdaad - afkomstig waren uit Coevorden en ook Van Coeverden heetten.



Verder ben ik in het Stedelijk Museum van Coevorden geweest. Dat is gevestigd in een rijtje voormalige pakhuizen, die u op foto 2 ziet. Het is een zeer interessant museum over de geschiedenis van Coevorden. De historische tentoonstelling begon natuurlijk in de prehistorie bij de oversteekplaats (een voorde) in een plaatselijke beek, waar boeren hun koeien doorheen dreven. Zo is de uiteindelijke naam van de plaats ontstaan: de Koe-voorde.
In de Middeleeuwen kwam de plaats in handen van de bisschop van Utrecht die daar gelijk een prefect installeerde die daar tol mocht heffen. Dat leidde in de daar op volgende eeuwen tot veel gedonder met prefecten die de tolgelden liever in eigen zak staken. Vervolgens moest de bisschop van Utrecht - aan het hoofd van een leger van ridders - die stelende en frauderende prefect tot de orde roepen. Maar de bisschop moest ook regelmatig optreden tegen andere edelen die met minder edele bedoelingen ook op die tolgelden aasden en maar wat graag die bisschoppelijke schatkist leegroofden en plunderden. Daarom werd Coevorden vaak belegerd en platgebrand in de Middeleeuwen.
Ook de Slag bij Ane uit 1227 kwam aan de orde. Toen versloeg een plaatselijk boerenleger onder leiding van de kasteelheer Rudolf II van Coevorden (de voorvader van de hierboven reeds genoemde ontdekkingsreiziger George Vancouver) het ridderleger van bisschop Otto II van Utrecht. Dat was in die tijd een meer dan een schandalige schoffering. Het volk hoorde helemaal niet in opstand te komen tegen zijn heren en meesters; het volk hoorde gehoorzaam te zijn aan de boven hen gestelde edelen en geestelijken. Dat het volk van tijd tot tijd zat was van de grillen, uitbuiterijen en roverijen van de boven hen aangestelde heren, drong niet door tot al die hoge heren. In 1302 werd met dezelfde tactieken weer een ridderleger verslagen door een volksleger; dat betrof de Guldensporenslag in 1302 in de omgeving van Kortrijk. Opnieuw vond de toenmalige paus dat een verregaande schoffering.
Aan het eind van de Middeleeuwen werd het eindelijk rustig in en rond Coevorden. Maar met de 80-jarige oorlog begon het gedonder opnieuw. Zo veroverde prins Maurits in 1592 Coevorden op de Spanjaarden.
Nadien is Coevorden alleen nog in 1672 belaagd en ingenomen door de bisschop van Munster, in Groningen-stad zeer bekend geworden als Bommen-Berend. Nadat de bisschop van Munster door de uit Bohemen afkomstige commandant Carl von Rabenhaupt (1602-1675) was verslagen, Coevorden was terugveroverd, en Bommen-Berend het land was uitgejaagd, kreeg Rabenhaupt de functie van Drost van Coevorden aangeboden. Die accepteerde hij. Daarom hangt ook het harnas van Rabenhaupt in dit museum. Dat harnas met bijbehorende helm ziet u op foto 3. Nadien ontwierp de bekende Nederlandse vestingbouwer Menno van Coehoorn (1641-1704) een ring van zeer sterke bastions voor Coevorden. In de 19-e eeuw werden veel van die vestingwerken weer afgebroken. Zo werd het stadje toegankelijk voor het toenemend drukke verkeer. Jammer. Maar gelukkig is een deel gered en is daar tegenwoordig het Van Heutz-park van gemaakt. Al met al was het een zeer interessante en zeer informatieve tentoonstelling.




Daarna maakte ik een wandeling door het stadje. Niet ver van het Stedelijk Museum zag ik het borstbeeld staan van Joannes Benedictus Van Heutz (1851-1924). Dat ziet u op foto 4. Inderdaad, dat was de roemruchte gouverneur-generaal van Nederlandsch Indie die Atjeh had veroverd en onderworpen. Hij was in Coevorden geboren. Zijn borstbeeld stond enkele jaren geleden bij het kasteel van Coevorden en is kort geleden verplaatst naar deze plek, waar hij nu uitkijkt naar de plek waar zijn geboortehuis heeft gestaan. Op foto 2 ziet u het hoekpand links van dat rijtje voormalige pakhuizen waar tegenwoordig het museum in zit; op de plek van dat moderne hoekpand heeft het geboortehuis van Van Heutz gestaan.
Die Atjeh-oorlog die in 1873 was uitgebroken, was een niet erg fraaie geschiedenis. De Atjeh-oorlog ligt in Nederland nog steeds erg gevoelig vanwege de vele wreedheden waarmee de Atjehers werden onderworpen. En ook de aanwezigheid van dit borstbeeld in Coevorden ligt nog altijd erg gevoelig. Net als het Van Heutz-monument uit 1935 dat in Amsterdam staat. Om die reden is het Van Heutz-monument in Amsterdam in 1967 met een bom opgeblazen. In later jaren is de naam van dat monument veranderd in Monument Indie-Nederland. Waarschijnlijk ligt de kwestie rond de Atjeh-oorlog in Indonesia tegenwoordig helemaal niet meer zo gevoelig omdat er tegenwoordig andere en vooral gevoeliger kwesties in Indonesia spelen. Zoals de wreedheden waarmee de staatsgreep van Soeharto in 1967 gepaard ging, waarbij hij vooral veel jacht liet maken op alles en iedereen die verdacht werd van communisme. Hoeveel doden daarbij zijn gevallen, is nu nog steeds niet duidelijk, maar volgens schattingen zouden er waarschijnlijk een miljoen mensen zijn vermoord vanwege hun communistische mening. Hoezo recht op een vrije mening?

Ik wandelde verder naar het Van Heutz-park. Zoals ik al had verteld, is dit een tot park omgevormd restant van de vroegere vestingwallen. Dat is in de 19-e eeuw wel vaker gedaan. In Leeuwarden zijn de vestingwallen ook gedeeltelijk geslecht en gedeeltelijk omgevormd tot park: dat is de huidige Prinsentuin. En ook in Groningen is dat gebeurd; daar heet het restant van de vestingwallen tegenwoordig het Noorderplantsoen.
Aan het oostelijke eind van dit park kwam ik uit bij een kanaal. Dat kanaal ziet u op foto 5. De naam verraste me: het Stieltjeskanaal. Die naam ken ik van het Stieltjesplein in Rotterdam-Zuid. Het bleek inderdaad om een en dezelfde ingenieur Thomas Johannes Stieltjes (1819-1878) te gaan. Hij was na een conflict met koning Willem III oneervol ontslagen en weggepromoveerd naar de Overijsselse Kanalenmaatschappij waar hij diverse kanalen ontwierp en liet graven. Dit ene kanaal was naar hem vernoemd. In later jaren werd hij naar Rotterdam gehaald om daar de nieuwe havens op de zuidoever van de Nieuwe Maas te ontwerpen voor de roemruchte investeerder Lodewijk Pincoffs. Over Lodewijk Pincoffs heb ik eerder iets verteld in mijn blogbericht van 20 oktober 2013, getiteld: Kort weekje Rotterdam in september 2013. Het gedeelte over Pincoffs staat vrijwel aan het eind ervan. Om ingenieur Stieltjes te eren, is het Stieltjesplein in Rotterdam-zuid naar hem vernoemd; het ligt op de zuidoever van de Koningshaven, tegenover de Koningshavenburg. De kerk die ook aan dat plein heeft gestaan, is ondertussen al lang geleden (in de jaren 60) gesloopt wegens gebrek aan gelovigen. Dat was een Rooms-Katholieke kerk, gewijd aan de heilige martelaren van Gorkum. Maar dat is een verhaal apart.



Hierna wandelde ik weer terug naar het centrum van Coevorden en vervolgens richting Hervormde Kerk, gebouwd in 1645. Het is duidelijk een protestantse kerk uit de 17-e eeuw, zoals u kunt zien op foto 6. Hij is 8-hoekig, net als de Nieuwe kerk in Groningen uit 1660, de Noorderkerk in Amsterdam uit 1623, en vergelijkbaar met de ronde Marekerk te Leiden uit 1649, en de eveneens ronde Oostkerk in Middelburg uit 1667, en nog veel meer van dit soort 8-hoekige of ronde kerken elders in Nederland. Die werden na 1600 veel gebouwd in Nederland. Het waren typisch protestantse kerken, bedoeld als tegenwicht tegen de Rooms-Katholieke kerken. Deze kerk in Coevorden is ongetwijfeld gevuld met kerkbanken die zorgvuldig rond de preekstoel geplaatst om te zorgen dat de gelovigen goed naar de predikant konden kijken en goed naar zijn preken konden luisteren, net als in al die andere ronde of 8-hoekige protestantse kerken elders in het protestants-christelijke Nederland. Prediking was voor de Protestanten veel belangrijker dan voor de Rooms-Katholieken.
Hier in deze kerk in Coevorden heeft in de 17-e eeuw de protestantse dominee Johannes Piccart (1600-1670) op de preekstoel gestaan. Zijn portret is te zien op foto 3, direct links van de vitrinekast met het harnas van Rabenhaupt. Hij is vooral bekend door zijn boek over de geschiedenis van Drenthe. Daarin beschrijft hij ook de prehistorie, voor zover daar toen al iets over bekend was. Hij vermeldt onder andere in zijn boek dat die bekende grote steenhopen - die verspreid door heel Drenthe te zien zijn - waren gebouwd door afgrijselijke wezens, de hunen, oftewel de reuzen. Zo zijn die steenhopen aan hun naam gekomen: hunebedden. Daarnaast geloofde hij ook serieus in spoken, geesten, duivels en andere sprookjesfiguren. Dat was een heel verschil met de in Metslawier geboren dominee Balthasar Bekker (1634-1698). Hij schreef in 1691 een dik boek getiteld De Betoverde Wereld, waarin hij korte metten maakte met al dat soort bijgeloof, sprookjes en aanverwanten. Dominee Bekker haalde zich daarmee ernstige problemen op de hals, want dat vond men in het Hollandse domineesland neigen naar athe-isme. Als de duivel niet bestaat, bestaat God dan ook niet? Heel gevaarlijk.


Terug in het centrum, wandelde ik nog rond het kasteel van Coevorden, dat u op foto 7 ziet. Het is het enige kasteel van Drenthe. En het is na 1672 de ambtswoning geweest van Rabenhaupt.
Op het marktplein in het centrum staat een beeld met een fontein: het is de ganzenhoedster Ganzen Geesje, omringd door 10 ganzen. Dat beeldje ziet u op foto 8. In de verte ziet u tussen twee gebouwen en bomen door nog net een stukje van het eerder genoemde kasteel van Coevorden. In vroeger tijden werden in november de vetgemeste ganzen vanaf de verschillende omringende boerderijen op het platteland naar de markt in Coevorden gedreven. Tegenwoordig is het een folkloristisch gebeuren.


Nadat ik van een lekkere maaltijd in restaurant Candia (op foto 8 direct achter het beeld van Ganzen Geesje te zien) aan het marktplein had genoten, wandelde ik terug naar het station en nam de trein terug naar Leeuwarden.

donderdag 5 juni 2014

Geboortehuis van Troelstra, of niet?

Hallo ge-interesseerde bloglezers,

Een week geleden fietste ik over het Vliet in Leeuwarden, toen ik aan de overkant het geboortehuis van Troelstra zag staan. Althans; op die plek had het oorspronkelijke geboortehuis van Pieter Jelles Troelstra (1860-1930) gestaan, maar dat is tientallen jaren geleden afgebroken en vervangen door het huidige saaie pand. Dat pand ziet u op foto 1. Gelukkig hangt er een plaquette aan de voorgevel waar het feit van Troelstra's geboorte op die plek op vermeld staat. In de kleine, lichter gemaakte cirkel op foto 1, direct links van de boom, ziet u die plaquette met daarop de tekst: Op dit plak is op 20 april 1860 berne de dichter steatsman Piter Jelles Troelstra. Voor de niet-Friestaligen: Op deze plek is op 20 april 1860 geboren de dichter en staatsman Piter Jelles Troelstra. Anders zou je het pand zo passeren zonder het te weten. Persoonlijk vind ik dat dit pand wel wat meer aandacht mag krijgen als geboorteplek van de beroemde Fries/Nederlandse socialist.


In 1894 heeft hij samen met elf andere socialisten - onder wie Ferdinand Domela Nieuwenhuis, Henri Polak, Hendrik Spiekman en Willem vliegen -  de SDAP opgericht in Cafe de Atlas in Zwolle. Op foto 2 ziet u het pand met de gele gevel; dat is Cafe de Atlas. Links op foto 2 ziet u nog net een stukje van de Rooms-Katholieke Onze Lieve Vrouwekerk, vooral bekend om de Peperbus-toren. Omdat de oprichters van de SDAP met hun twaalven waren, staan ze ook wel bekend als de 12 apostelen van de SDAP. In later jaren stapte de voormalige Lutherse dominee Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919) uit de partij en radicaliseerde steeds verder in linkse en vooral anarchistische richting. Radicalisering is dus niet een specifiek verschijnsel van onze tijd in 2014.


In november 1918 dacht Troelstra dat er een revolutionair tij over Europa spoelde. In 1917 was de Russische revolutie uitgebroken, en in november 1918 braken er revoluties uit in Duitsland, Oostenrijk en Hongarije; er leek geen einde te komen aan het revolutionaire tij. Daarom hield Troelstra een toespraak in de Tweede Kamer in Den Haag waarin hij zei dat de revolutie geen halt zou houden bij Zevenaar aan de grens. De arbeiders en soldaten wachtten vol verwachting af, maar er gebeurde niets. Troelstra was na afloop van zijn toespraak naar huis gegaan. Wel hield koningin Wilhelmina een paar dagen later een rijtoer in Den Haag, waarbij op het Malieveld ineens het volk zogenaamd spontaan de paarden uitspanden en de koets door het volk verder werd getrokken. In werkelijkheid was het de Vrijwillige Landstorm die vooraf grondig had geoefend in de Koninklijke Stallen met het uitspannen van de paarden. Daarna verliep het revolutionaire tij in Nederland; de revolutie hield wel degelijk halt bij Zevenaar aan de grens. Troelstra had de revolutionaire krachten verkeerd ingeschat en stortte in.
Ik heb al eens eerder geblogd over deze Vergissing van Troelstra, met vermelding van twee leestips, namelijk op 13 januari 2011, onder de titel: Leestip over revolutie die niet doorging.

Desondanks behield Troelstra toch de sympathie van veel arbeiders. En de partijleiding liet hem daarom zitten in de functie van partijleider. Maar in het parlement waren de rechtse en confessionele partijen zich rotgeschrokken. Vandaar dat de SDAP gedurende de hele jaren 20 en 30 buiten elk kabinet werd gehouden. En vandaar dat elke dominee en pastoor gedurende het interbellum vanaf de kansel donderpreken hield en de brave gelovigen schrik en angst aanjoeg voor alles wat links, socialistisch en vooral communistisch was, onder verwijzing naar de afgrijselijk bloederige burgeroorlog die in 1918 tot 1920 in Rusland woedde, natuurlijk gevolgd door de dictatuur van het proletariaat. In werkelijkheid was het eigenlijk een gevecht om de macht tussen de Rode Bolsjewisten onder leiding van Lenin en Trotski enerzijds en de Witte Russische generaals Koltsjak, Denikin en Wrangel anderzijds, die gesteund werden door de Britten, Fransen en Amerikanen (die allen Rusland waren binnengevallen om de Witten te helpen in hun strijd tegen de Roden). In de jaren 30 kwam daar voor de dominees en pastoors een verwijzing bij naar de dictatoriale Stalinistische terreur met haar intimiderende showprocessen en dwangarbeiderskampen, bekend als de Goelag.


Op 12 mei 1930 overleed Pieter Jelles Troelstra in Den Haag en werd onder grote belangstelling van vooral veel socialisten begraven. Tegenwoordig staat in Leeuwarden naast de Oldehove het standbeeld van Troelstra. Dat ziet u op foto 3.

zondag 25 mei 2014

Moord te Rotterdam in 1938

Hallo Bloglezers,

Ik heb er zelf niets over in de pers gelezen. Jullie waarschijnlijk ook niet. Maar de afgelopen 23 mei 2014 was een historische dag voor Rotterdam. Op die dag was 76 jaar geleden een Oekraiener op de Coolsingel opgeblazen.
Toch is er wel enige informatie over te vinden. Ik heb er enkele maanden geleden iets over gelezen op de site van het Gemeente-archief Rotterdam, omdat het politierapport van het hele onderzoek werd vrijgegeven en gepubliceerd. En er valt ook een en ander over te lezen in de Wikipedia, maar verder moet je naar informatie over deze gebeurtenis zoeken.



Op 23 mei 1938 bevond zich een Oekraiense balling in het Atlanta-hotel, gesitueerd op de hoek van de Coolsingel met de Aert van Nesstraat in Rotterdam. Dat pand ziet u op de 2 foto's hierboven; de eerste genomen vanaf de overkant van de Coolsingel, de tweede vanaf de overkant van de Aert van Nesstraat, waarop de hoofdingang te zien is. Daar ontmoette de Oekraiener in de foyer van het hotel heel toevallig (?) iemand die zich aan hem voorstelde als een oude kennis. Het leidde tot een geanimeerd gesprek, waarna beiden weer uiteen gingen. Maar niet nadat de kennis een doos chocoladebonbons cadeau had gedaan aan de Oekraiense balling. Die was namelijk dol op chocolade.
Na deze ontmoeting ging de Oekraiener uit wandelen op de Coolsingel, waar het druk was vanwege het winkelende publiek. Ongeveer zo'n 100 a 200 meter van het hotel klonk er ineens een luide explosie, waarna de Oekraiener volledig in twee-en uiteengereten werd. Dat waren dus explosieve chocoladebonbons.

Op de toenmalige plek van de moord is tegenwoordig niets te zien dat aan de bomaanslag herinnert. Geen tegel met tekst dat er naar refereert, of  wat dan ook. De panden zelf langs de Coolsingel zijn ondertussen door het bombardement van 14 mei 1940 weggevaagd. De plek zelf is ongeveer schuin tegenover het stadhuis van Rotterdam. Die plek is te zien op de 2 foto's hieronder. Op foto 3 is het plein te zien met op de achtergrond het nieuwe pand dat na de oorlog is verrezen met duidelijk zichtbaar de hoofdingang voor personeel voor de kantoren op de bovenste etages, met erboven het opschrift Coolsingel 75. Op foto 4 is hetzelfde plein weer te zien, maar dan met links het fietspad met ernaast de Coolsingel en met rechts op de begane grond een winkel van Zorgwerk. Als ik het goed heb, zat daar tot enkele jaren geleden de tweedehands boekenwinkel De Slegte. Anders zat die tweedehands boekenwinkel aan de andere kant van de personeelsingang. En in de verte tussen de boom en het witte pand is een klein stukje bruin van het bakstenen gebouw van Hotel Atlanta te zien.



De Rotterdamse politie was er op 23 mei 1938 snel bij, want het politiebureau stond er niet ver vandaan. Dat staat nog steeds schuin aan de overkant, een beetje achteraf naast het stadhuis aan de Coolsingel. Na een grondig en gedegen onderzoek werd vastgesteld dat de man Jewhen Konovalets heette, en dat hij in 1891 geboren was te Lviv (die stad heette vroeger Lvov of Lemberg), gelegen in westelijk Oekraine, en dat hij op de vlucht was voor spionnen van de NKVD (de voorganger van de later meer bekende KGB). Maar wie precies de moord had gepleegd, bleef tientallen jaren lang onbekend. Pas in 1994 (na de val van de Sovjet-Unie) deed een voormalige spion van de KGB een boekje open. Hij heette Pavel Soedoplatov (1907-1996) en had de opdracht om Konovalets te vermoorden van Stalin persoonlijk gekregen. Omdat hij die opdracht met zijn team succesvol had uitgevoerd, kreeg hij van Stalin een nieuwe moordopdracht: de moord op Trotsky. Die werd in 1940 vermoord in Mexico, door een Belg met een pikhouweel. Kortom: From Russia with Love. Het had de inspiratie kunnen zijn voor Ian Fleming, de schrijver van de James Bond-romans.

Wat was hier nu echt aan de hand? Stalin had met zijn landbouwbeleid begin jaren 30 in Oekraine een ramp gecre-eerd. De boeren werden gedwongen om toe te treden in de kolchoz-boerderijen, in de hoop op efficientere en grotere oogsten. Het pakte in de praktijk totaal verkeerd uit: de oogsten mislukten, waarna Stalin besloot om in ieder geval de oogsten in beslag te laten nemen voor de arbeiders in de steden en de boeren op het Oekraiense platteland te laten verrekken van de honger. Er zijn circa 5 miljoen Oekrainers door omgekomen. Die hongersnood wordt in Oekraine tegenwoordig de Holodomor genoemd en wordt sinds de jaren 90 ieder jaar herdacht. Die Holodomor is de reden voor heel veel woede onder Oekrainers tegen Stalin. Daar had ik vorig jaar op 1 juni 2013 al over geblogd in mijn blogstukje getiteld: Tentoonstelling de Sovjet-mythe in het Drents Museum te Assen, inclusief leestips. Daarin beschreef ik een schilderij met daarop weergegeven het oogstfeest op de kolchoz. Ik schreef daar toen al over dat dit schilderij een grote leugen was. Zo rijk waren de oogsten niet, en zo feestelijk ging het er dus helemaal niet aan toe.

Vanwege deze door Stalin veroorzaakte rampen, ontstond er een organisatie in Oekraine genaamd OUN, die zich al snel naar het buitenland verplaatste, en die ijverde voor afscheiding van Oekraiene uit het Sovjet-staatsverband. Dat kon Stalin natuurlijk niet tolereren. En dat was de reden voor de NKVD om Jewhen Konovalets op te sporen en te liquideren.
Na de moord op Konovalets zocht de OUN steeds meer naar steun in West-Europa. Die kreeg ze van Nazi-Duitsland. Op 22 juni 1941 ging Operatie Barbarossa van start en viel Nazi-Duitsland de Sovjet-Unie binnen en veroverde met succes grote delen van de Sovjet-Unie, waaronder ook vrijwel de hele Oekraiene. De Duitse troepen rukten op tot aan de oevers van de Wolga waar ze vastliepen in de ruines van het kapotgeschoten Stalingrad. Daarover blogde ik op 5 januari 2014 onder de titel: Bekende Russische stad in het nieuws. Onderwijl, overal waar de Duitse troepen oprukten in West-Oekraiene, werden ze ingehaald als bevrijders. Begrijpelijk, gezien de Stalinterreur, waaronder die mensen hebben geleden. Maar dat was geen reden voor veel Oekraieners om vervolgens in dienst van de Nazi's zo veel mogelijk Russen, Joden en Polen uit te moorden. Die Oekraieners van de OUN schijnen in totaal circa 100.000 Polen, Russen en Joden te hebben uitgemoord. Het is een kwalijk stuk geschiedenis dat tot op de dag van vandaag nooit verwerkt is geweest, na afloop van de Tweede Wereldoorlog.
Dit is de reden waarom Oekraine op dit moment een gespleten land is geworden. In West-Oekraine leven nog steeds veel Oekrainers (vooral de leden van het Rechts Blok en Svoboda) die de massamoordenaars van toen als helden vereren, waaronder een zekere Stepan Bandera (1909-1959, en afkomstig uit een dorp in de omgeving van Lemberg, en de beruchtste OUN-moordenaar). Een zeer kwalijke geschiedenis waarover wij in het Westen zo goed als niets in de kranten lezen of op tv in journaals zien. Het lijkt haast op censuur.  In Oost-Oekraine leven vooral veel Russen die juist zwaar hebben geleden onder de terreur van de Nazi's en de Oekrainse OUN-moordenaars. Zij willen om voor de hand liggende redenen natuurlijk niks te maken hebben met de Westelijke Oekrainers, die ze aanzien voor Neo-Nazi's. Vandaar dat ze zich willen afscheiden uit Oekraine en zich bij Rusland willen voegen.
Ik schreef al eerder iets over deze kwestie op mijn blog, op 20 april 2014 onder de titel: Russische Sint Joris orde ineens opvallend actueel.

Het is duidelijk een stuk geschiedenis dat in het Westen nauwelijks bekend is. Heel jammer, want door dat gebrek aan feitenkennis wordt het gedrag van de Russen in Oostelijk Oekraine makkelijk verkeerd begrepen en verkeerd uitgelegd. Kortom: het is belangrijk om de historische feiten te kennen! Wie ze niet kent, is makkelijk te misleiden en voor te liegen! Dat wist de minister van propaganda van het Duitse Reich dr. Joseph Goebbels al.

zaterdag 17 mei 2014

Het nieuwe Rotterdam Centraal Station

Hallo bloglezers,

Begin mei 2014 ben ik weer in Rotterdam geweest. Natuurlijk reisde ik per trein en arriveerde ik dus op het Centraal Station van Rotterdam. Dat is juist volledig vernieuwd en in maart 2014 heropend door onze nieuwe koning Willem Alexander. Foto 1 heb ik vanuit de rijdende trein genomen richting station. Een spectaculair uitzicht, al is er van het nieuwe station zelf niks te zien op deze foto. Wel van diverse treinen op het rangeerterrein op de voorgrond, met op de achtergrond de bekende kantoortoren Delftse Poort van verzekeraar Nationale Nederlanden.


Maar op (ongeveer) diezelfde plek hebben 3 eerdere stations gestaan. In 1839 werd - zoals iedereen met geschiedenis leert - de allereerste spoorweg van Nederland geopend; die liep van Amsterdam naar Haarlem. In 1847 werd deze spoorweg doorgetrokken naar Leiden, Den Haag, Delft, Schiedam en Rotterdam. Die verlengde spoorlijn kwam in 1847 uit in een kopstation met de naam Rotterdam Delftsche Poort. Dat station was indertijd gesitueerd vlak bij het toen nog bestaande poortgebouw Delftsche Poort in het centrum van Rotterdam. Dat is nu een eindje oostelijk van het huidige Rotterdam Centraal Station. In 1868 werden plannen bekend gemaakt om de spoorlijn van Rotterdam verder door te trekken naar Dordrecht en vervolgens verder over het Hollandsch Diep naar Breda. Daarvoor bleek het (toen nog) bestaande kopstation Rotterdam DP (= Delftsche Poort) niet goed geplaatst te zijn. Daarom werd er vlak bij een volledig nieuw station gebouwd en in 1877 geopend. Dit was geen kopstation, maar een doorgaand station. Hier arriveerden vanuit het westen de treinen vanuit Den Haag en reden na een stop op het nieuwe Rotterdam DP door over het luchtspoor (zeg maar: spoorwegviaduct) dat in diezelfde periode 1870-1877 dwars door de stad was gebouwd, waarna de trein zijn reis vervolgde over de spoorbruggen over de Nieuwe Maas en de Koningshaven naar Dordrecht en verder. Dat nieuwe station Rotterdam DP heeft het bombardement ondanks enige schade overleefd. Toch werd het na de Tweede Wereldoorlog duidelijk dat er een nieuw station moest komen om de groeiende verkeersproblemen de baas te kunnen blijven.
Daarom werd in de loop van de jaren 50 direct westelijk van het oude Rotterdam DP een nieuw station gebouwd en werden de loop van verschillende andere spoorlijnen aangepast, zodat ze alsnog op het nieuwe Rotterdam Centraal Station aansloten, en niet langer op verschillende kleinere stations, verspreid over de stad (zoals Rotterdam Hofplein voor de trein naar Den Haag, of het Maasstation voor de trein naar Utrecht). Op 21 mei 1957 werd dit nieuwe station geopend als Rotterdam Centraal Station. Boven op de dakrand van dit toenmalig moderne stationsgebouw stond in grote letters de naam: Centraal Station.

Maar 10 jaar geleden werd duidelijk dat het personenvervoer per trein nog verder zal groeien en dat het bestaande station te klein werd. Daarom werden er plannen gemaakt voor een grote verbouwing van het station Rotterdam CS. In september 2007 werd het oude Rotterdam Centraal Station uit 1957 gesloten en werden de letters van de dakrand van het stationsgebouw verwijderd. Wel werd er nog enkele weken lang enkele letters in een andere combinatie teruggeplaatst als afscheidsgroet; ze vormden de woorden: TRAAN LATEN.
Maar denk maar niet dat het hele station op slot ging. Er werden op andere plekken naast de bouwplaats tijdelijke ingangen tot het station gerealiseerd met een grote nieuwe loopbrug naar de perrons, zodat de treinen gewoon konden blijven doorrijden. Je kon zelfs zien hoe het bouwproject vorderde in de loop der jaren. Op foto 2 is te zien hoe het station met de perrons en de overkapping met ondersteunende palen er tegenwoordig uit ziet.
In 2014 was het nieuwe Rotterdam Centraal Station voltooid en werd het op 13 maart 2014 feestelijk geopend door koning Willem Alexander. Op de zuidgevel staat weer de naam van het station (zoals op foto 3 is te zien), in dezelfde letters afkomstig van het oude station. En ook de klok is weer terug. Ook die is overgenomen van het vorige station.

Terwijl ik rondliep op het grote plein voor het station, maakte ik foto's van het plein en van het nieuwe stationsgebouw en van  het er naast staande circa 151 meter hoge kantoorpand van de Friese architect uit Hardegarijp Abe Bonnema (1926-2001). Over hem heb ik eerder geblogd, namelijk op 13 februari 2014, over het Nieuwe Fries Museum. Terug naar Rotterdam. Dat kantoorpand van Abe Bonnema ziet u op foto 4. Dat is het kantoorpand van Nationale Nederlanden genaamd Delftse Poort. Curieus: de naam is nu overgegaan van het station naar dit kantoorpand. Het bestaat uit twee kantoortorens, de ene 151 meter hoog en de andere 93 meter hoog. Toen deze kantoortoren in 1991 in gebruik werd genomen was het het hoogste kantoorpand van Nederland. Nadien heeft Amsterdam geprobeerd Rotterdam te overtroeven met een hogere kantoortoren, maar daarna heeft Rotterdam de hoofdstad van Nederland alweer overtroefd met opnieuw het hoogste pand van Nederland, deze keer gebouwd op de zuidoever, vlak bij de Erasmusbrug en het nieuwe gerechtsgebouw. Het is de Maastoren. Deze kantoortoren is sinds zijn voltooiing in 2009 met 165 meter het hoogste gebouw van Nederland. Maar dat verder terzijde.
Het viel me ineens op dat er meer mensen op het stationsplein rondliepen en foto's maakten van het nieuwe stationsgebouw. Het wordt duidelijk gezien als een zeer fotogeniek gebouw.




Het nieuwe station heeft ondertussen al een bijnaam gekregen van de Rotterdammers: de haaiebek. Een andere bijnaam is: de patatzak.

P.s.: mochten jullie nu denken dat het bekende beeld van Zadkine (bijnaam: Jan gat) naar dit stationsplein zal worden verplaatst? Daar was laatst in Rotterdam ineens een discussie over ontstaan. Wel, die verplaatsing gaat niet door. Dat beeld staat al sinds jaar en dag aan het noordelijke eind van de Leuvehaven op het Plein 1940. En daar blijft het staan. Dat was in 1951 al de afspraak met de directie van de Bijenkorf. En daar zijn de Rotterdammers van nu het helemaal mee eens.

woensdag 7 mei 2014

Weer herdenking van het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940

Hallo Blogvolgers,

Zoals gebruikelijk hebben we in Nederland op 4 en 5 mei de traditionele nationale herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog gehad. Ook in Rotterdam. Maar op 14 mei heeft Rotterdam zijn eigen stedelijke herdenking. Zoals bekend heeft dat alles te maken met het Duitse bombardement op 14 mei 1940, waarbij circa 850 doden vielen en rond 90.000 Rotterdammers dakloos werden. Dat is bijna net zoveel als de stad Leeuwarden aan inwoners heeft. Dat is op dit moment in 2014 rond 95.000 inwoners. Laat dat dus goed tot u doordringen.



Op de twee hierboven staande foto's ziet u de brandende stad Rotterdam. De eerste vanaf het Noordereiland waar u op de andere oever van de Nieuwe Maas de stad rond het Witte Huis (herkenbaar aan het grote reclamebord boven op het dak) ziet branden. En op de tweede foto vanaf een andere plek elders in Rotterdam, waar burgers machteloos vanaf het dak van hun woning toezien hoe het stadscentrum in vlammen opgaat. Die zullen niet bepaald vriendelijke gevoelens naar de Duitse militairen toe hebben gehad.
En die had de toenmalige burgemeester van Rotterdam P.J. Oud ook niet. Hij moest van de Duitsers direct na de overgave een proclamatie in de stad verspreiden waarin hij de burgers van Rotterdam moest vermelden dat de Duitsers als vrienden waren gekomen. Tegen die zin heeft burgemeester Oud nadrukkelijk geprotesteerd en daarom weggelaten. De Duitsers hebben dat maar zo gelaten, want ze begrepen ook wel dat een bombardement niet erg vriendschappelijk overkwam. Terwijl zij vonden dat die Hollanders toch echt een Germaans broedervolk waren. Maar ook dan maakte zo'n bombardement geen overtuigend vriendschappelijke, laat staan een broederlijke indruk.


Dat was blijkbaar heel anders in Amsterdam, waar gedurende die 5 dagen  in mei 1940 vrijwel niet is gevochten en waar vrijwel geen enkele bom is gevallen. Daar werden de Duitse militairen bij hun intocht via de Berlagebrug op 15 mei 1940 (terwijl Rotterdam nog brandde!) blijkbaar enthousiast verwelkomd door de Amsterdamse bevolking, zoals te zien is op deze foto. Achteraf bleek dat het om Duitse staatsburgers waren die hun landgenoten enthousiast begroetten, of NSB-ers die hun ideologische meesters enthousiast binnenhaalden. Geen fraai gezicht dus. Maar door het niet vermelden van dergelijke feiten werden er door de Duitse censuur een wel zeer verkeerd beeld gecre-eerd. Een foto zoals deze zal in Rotterdam dan ook zeer onaangenaam zijn gevallen, vooral omdat men daar de achtergrond niet van kende.

zondag 20 april 2014

Russische Sint Joris orde ineens opvallend actueel

Hallo ge-interesseerde bloglezers,

Op de foto hieronder ziet u een zilverkleurige medaille met oranje-zwart draaglint. Het is een goedkope en eenvoudig uitgevoerde copie van de Sint George orde, zoals die in de tsarentijd werd uitgereikt en gedragen. Deze copie had ik in 1992 gekocht als souvenir tijdens mijn vakantie in Rusland in dat jaar. In december 1991 was de Sovjet-Unie opgeheven en uiteengevallen en blijkbaar was er daarna een enorme interesse ontstaan in allerlei zaken en spullen en wetenswaardigheden van en over Rusland van voor de Russische Revolutie van 1917. In 1992 ging ik voor de tweede keer op vakantie naar Rusland. In 1987 was ik er ook al geweest, maar toen heette het nog Sovjet-Unie. Na de omwentelingen van 1989-1991 is er veel veranderd in oostelijk Europa. Het Oostblok is verdwenen, het Warschaupact is opgeheven, de Sovjet-Unie is uiteengevallen, en de Koude Oorlog is be-eindigd. Hoewel?

De orde van Sint George (of Sint Joris) is in 1769 ingesteld door tsarina Catharina II. Na de Russische Revolutie van oktober 1917 van Lenin en consorten (die altijd in november werd herdacht met parades op het Rode Plein), werden al die pre-revolutionaire ordes opgeheven. In 1943 - midden in de Tweede Wereldoorlog - vond Stalin het toch nodig om het moreel van zijn troepen wat op te vijzelen en onderscheidingen uit te reiken aan soldaten van het Rode Leger die zich heldhaftig hadden verweerd in de strijd tegen de Nazi-troepen van Hitler. Daarom stelde hij de orde van de Glorie in, bestaande uit een vijfpuntige ster met in het midden de Spasski-toren (de klokketoren in de Kremlinmuur in Moskou), hangend aan precies het zelfde draaglint als de medaille van de pre-revolutionaire orde van Sint George.


Op de foto ziet u het metalen kruis met in het midden in het cirkeltje Sint George (of Sint Joris) te paard die de draak verslaat. Zoals ik hierboven al zei, is dit een goedkope en simpele copie. Het origineel is inderdaad veel mooier en kleuriger. Dat kunt u goed zien in de wikipedia; daarvoor moet u zoeken op: orde van Sint George (Rusland). Sint George komt ook voor in het wapen van Moskou. Kortom, het is voor Rusland en de Russen een belangrijk symbool om te laten zien dat je Russisch bent. En anti-Nazi. Dat is nu ook te zien in de actuele ontwikkelingen in Oekraine. In het westen van Oekraine zijn de meeste bewoners niet zo pro-Russisch. Of ze wel zo blij zijn met dit nieuwe bewind, weet ik niet precies. In het oosten van Oekraine wonen veel Russen die juist absoluut niets van het nieuwe (in hun ogen volstrekt illegale en fascistische, lees Nazi-)bewind moeten hebben. En terecht, naar mijn mening. Daarom onderscheiden die Russen zich met Sint Joris linten. Dat zijn die linten met die 3 zwarte en 2 oranje strepen die je ook in het draaglint van de medaille op de foto ziet. De Russen in oostelijk Oekraine bevestigen ze aan hun kleding, in knoopsgaten of anderszins. Let er maar eens op. Het is voor de Russen in Oostelijk Oekraine niet alleen een pro-Russisch onderscheidingsteken maar ook een anti-Nazi-teken. Dit omdat het draaglint in de Tweede Wereldoorlog ook gebruikt werd voor de hierboven genoemde orde van de Glorie, waarover u ook informatie kunt vinden in de wikipedia; dan moet u zoeken op: orde van de Glorie (Sovjet-Unie). Zo ziet u maar weer: hier spelen er allerlei historische kwesties mee in actuele ontwikkelingen. En het helpt als je die kent en begrijpt. Anders snap je niks van al die reacties van plaatselijke bevolkingen en regeringen op de huidige actuele gebeurtenissen. En dan ben je - vanwege gebrek aan regionale kennis van zaken - makkelijk te misleiden met allerlei leugens en propaganda.

donderdag 17 april 2014

Lente met oranje populieren

Hallo bloglezers,

De lente is weer begonnen. Het weer wordt warm en aan de bomen lopen de knoppen weer uit. Zo ook bij de populieren langs de Planetenlaan in Leeuwarden. Ieder jaar vind ik het weer opmerkelijk: dan zien de bomen er een poosje oranje uit, inplaats van groen. Op de foto hieronder is dat heel goed te zien. Links is de rij oranje gekleurde populieren langs de Planetenlaan te zien en rechts enkele groene bomen en struiken op het terrein van Omrop Fryslan. Pas na een paar weken worden de jonge blaadjes aan de populieren alsnog groen.