woensdag 9 september 2015

Dag naar Heerlen

Inderdaad, blogvolgers.

Heerlen ligt niet bepaald vlak bij Leeuwarden. Daarom was het een uitkomst dat ik in de maand juli in Valkenburg in een hotelletje verbleef. Daar vertelde ik al kort over in mijn vorige blogbericht. Vanuit Valkenburg kon ik makkelijk per trein dagtochten maken in de omgeving. Naar Heerlen bijvoorbeeld. Nadat ik daar per trein was aangekomen, wandelde ik naar het Mijnmuseum. Dat is ondergebracht in het schachtgebouw van de Oranje-Nassaumijn, ooit een van de grote steenkolenmijnen van DSM (= Dutch State Mines), gesitueerd geweest vlak naast het station van Heerlen. DSM kennen we tegenwoordig als een chemisch concern, maar het is vanaf circa 1900 begonnen als een staatsbedrijf met Steenkolenmijnen. Omdat er tijdens die periode dat de mijn nog functioneerde, er al fabricageprocessen waren ontwikkeld om via chemische processen uit steenkolen andere producten te maken, was het voor DSM na 1974 niet moeilijk om als chemisch concern verder te gaan.
Het mijnmuseum was wel even lastig te vinden. Het staat namelijk niet alleen op het terrein van de voormalige Oranje Nassaumijn, maar ook op het huidige terrein van de Belastingdienst. Nadat de mijnen in december 1974 waren gesloten, ontstond er een grote werkloosheid in Zuid-Limburg. Om daar iets tegen te doen was de Belastingdienst overgeplaatst naar Heerlen. Vandaar. Maar waarom werden de steenkolenmijnen gesloten? In 1959 was de grote gasbel bij Slochteren gevonden. Dat werd al snel gezien als alternatief voor de steenkolen uit Zuid-Limburg. De steenkolenmijnen waren een nogal gevaarlijke werkplek, en ze waren erg duur. Ergens wel ironisch: Voordat steenkolen de gebruikelijke brandstof was, en vanaf 1959 opgevolgd werd door aardgas uit Groningen, was dat turf. Inderdaad, turf uit (onder andere) de Gronings-Drentse of Friese veengebieden.
In dat mijnmuseum in Heerlen werd ik met een groep ge-interesseerden rondgeleid door een oud-mijnwerker, die er enthousiast over vertelde. Overigens, hij vertelde wel dat de schacht tegenwoordig dichtgegooid is en dat je niet meer in de mijn kunt afdalen. En als je dat toch zou willen, is er een ander probleem: de mijn staat tegenwoordig vol water. Om die reden was de stilgelegde Oranje-Nassaumijn in de jaren na 1974 een tijdje in gebruik geweest als trainingscentrum voor duikers.

Dan presenteer ik nu 5 van de 47 foto's die ik daar heb gemaakt. Foto 1 is het schachtgebouw zelf waarin het mijnmuseum is gevestigd. Boven op de ijzeren toren in de foto ziet u de O van Oranje-Nassau. Op foto 2 ziet u het uitzicht vanuit het schachtgebouw op het NS-rangeerterrein dat ernaast ligt. Op de voorgrond stond materieel uitgestald van gereedschappen en treintjes zoals die ondergronds rondreden in de mijngangen. Op foto 3 ziet u een locomotief van de mijnspoorwegen  zelf. De Oranje-Nassaumijn beschikte namelijk over eigen spoorwegmaterieel. Op de achtergrond ziet u het schachtgebouw boven de bomen uitsteken. Op foto 4 ziet u de kooischacht in het schachtgebouw. En op foto 5 ziet u een kolenzaag, een loodzwaar apparaat waarmee de steenkolen uit de aardlaag werd losgezaagd.






Na mijn bezoek aan het Mijnmuseum wandelde ik naar het Thermenmuseum, elders in Heerlen. Die thermen waren van oorsprong koudwaterbaden en warmwaterbaden van een Romeins badhuis. Dat badhuis was rond 120 AD gebouwd door de Romeinen. De ruine werd in 1940 bij toeval teruggevonden. Tijdens de bezetting werden de fundamenten al nader onderzocht door archeologen. Pas na 1945 werden de ruines opnieuw opgegraven en sindsdien grondig onderzocht. Vervolgens werd er in 1975 een enorme hal over de ruinefundamenten heen gebouwd en werd het hele complex in 1977 als museum opengesteld. Eveneens hoogst interessant. Tevens beslist een aanrader voor ge-interesseerden in de Romeinse geschiedenis. Je hoeft dus helemaal niet naar Rome af te reizen om restanten van 2000 jaar geleden te bekijken: reis af naar Coriovallum (= de Latijnse naam voor Heerlen). Daar krijg je genoeg interessants te zien.
En ook van mijn bezoek daar presenteer ik hier 4 van de bijna 30 foto's die ik daar heb gemaakt. Op foto 6 ziet u een overzicht van de ruinefundamenten van het Romeinse badhuis. Op foto 7 ziet u een maquette van het oorspronkelijke gebouw uit de Romeinse tijd. Op foto 8 ziet u nogmaals een overzicht van de ruinefundamenten. Daarop ziet u ook extra goed de stapels stenen waar de Romeinen de grote tegels op hadden neergelegd, zodat ze fijn konden genieten van vloerverwarming. En op foto 9 ziet u nog beter hoe dat precies zat met die vloerverwarming. Daar ziet u ook dat het Romeinse badhuis zelfs ook beschikte over muurverwarming. Maar of dergelijke luxe nou echt voor de ondergang van het Romeinse Rijk heeft gezorgd, zoals volgens de mythe vaak is verteld? Ik denk het niet. Ik denk eerder dat het een mythe is van zure Christenen uit de Romeinse tijd; waren ze diep in hun hart misschien toch jaloers op die decadente Romeinen?





Na afloop zocht ik een restaurant in Heerlen op om lekker te eten. Onderweg zag ik in een winkelstraat in Heerlen een opvallend kunstwerk: een bronzen beeld van een liggende zegelboom. Diep in de grond onder Heerlen, in de steenkolenlagen zijn in de 20-ste eeuw veel fossielen van zegelbomen gevonden. Vandaar. Het is wel leuk gevonden. Ter afsluiting volgen nu nog mijn laatste foto's van Heerlen: op foto 10 het beeld van de bewuste zegelboom. En op foto 11 hebt u vanaf de loopbrug over de sporen en perrons uitzicht op het belastingkantoor en het gebouw van het CBS (= Centraal Bureau voor de Statistiek) in de verte. Dat waren twee overheidsdiensten die na 1975 vanuit Den Haag naar Heerlen waren overgeplaatst voor de bestrijding van de werkloosheid, na de sluiting van de steenkolenmijnen. Onder de dikke zwarte streep ziet u weer de O en N boven op het schachtgebouw (het mijnmuseum) van de Oranje-Nassaumijn. Als u het beter wilt bekijken, linksklik dan op de foto voor een vergroting.



Kortom: dit was een educatief zeer verantwoorde dag.

zondag 2 augustus 2015

Voor en na de vakantie

Hallo ge-interesseerde bloglezers,

Ik ben sinds een week weer terug van mijn vakantie in Zuid-Limburg. Op de dag van mijn vertrek had ik prachtig weer, zoals te zien is op foto 1. Een prachtige staalblauwe lucht zonder een wolkje aan de hemel. Maar zoals te zien is op foto 2 was het weer bij terugkeer minder mooi. Het was fris, het woei regelmatig harde windvlagen, en de regen kletterde van tijd tot tijd tegen mijn ramen. En dus niet alleen in de verte zoals op foto 2 is te zien, waar je inderdaad een gordijn van regen onder die ene wolk ziet. Tsjaa, mooi weer is toch wat anders. Vandaar het rijke contrast tussen deze twee foto's.



Op de zaterdag voor mijn terugreis (de volgende dag) raasde er trouwens een zomerstorm over Nederland. Al vond ik dat er landelijk wel erg dramatisch werd gezeurd dat dit een teken van klimaatverandering zou zijn. Volgens mij dus helemaal niet. Over al die klimaatkolder heb ik de afgelopen jaren al vaker geblogd. Het was die zaterdag in Valkenburg - net als op de dag van mijn terugreis - fris, regenachtig en winderig. Niet iets wat als vakantieweer kan worden betiteld. Maar ik vermaakte me die zaterdag vooral in het Natuurhistorisch Museum in Maastricht. Heel interessant, vanwege de fossielen die daar zijn tentoongesteld. Daar zal ik later nog over bloggen.

zondag 12 juli 2015

Een volgend Verdiepding: de 3D-printer

Hallo ge-interesseerde bloglezers,

Enkele weken geleden ( = op 18 juni) ben ik met mijn collega's bij een lezing van Jeroen de Boer in het BSF-pand te Leeuwarden geweest. Die lezing ging over de Frysklab-bus. Die bus rijdt van tijd tot tijd rond in en buiten Friesland, en staat dan bij veel scholen en allerlei instanties geparkeerd. Dan kunnen ge-interesseerde bezoekers in de bus komen en vertellen de op de Frysklab-bus aanwezige medewerkers aan ge-interesseerde leerlingen uitgebreid over de nieuwste moderne technische mogelijkheden van bijvoorbeeld de 3D-printer, of de lasercutter, en geven ze demonstraties daarvan, om te laten zien wat je er allemaal mee kunt. De Frysklab-bus wordt over het algemeen ingezet om jonge scholieren de mogelijkheden van allerlei moderne (al dan niet) computergestuurde productietechnieken te laten zien. Tevens krijgen de jongelui ook de mogelijkheid om zelf te experimenteren met dergelijke  apparatuur.
Vorig jaar speelde al een discussie met de (provinciale) overheid, omdat die het geen bibliotheektaak vond. Ergens hebben de politici wel gelijk. Maar ik verbaasde me erover dat er - volgens diezelfde Frysklab-medewerkers - op de scholen zelf ook helemaal niets mee werd gedaan. En daarom is de BSF terecht in dat gat gesprongen en doen de medewerkers op de Frysklab-bus juist dat wat de leraren op de middelbare scholen nalaten.
De lezing ging in het bijzonder over 3D-printen. Na afloop van de lezing konden we zelf iets bedenken om te doen. Helaas was het verhaal over de 3D-printer zo ontzettend abstract, dat het voor mij vaag werd, en ik me er niets meer bij kon voorstellen. Daarna werden we naar de Frysklab-bus gebracht. Grappig is, dat die bewuste bus vroeger een bibliobus (voor 2004) van ons is geweest. Hoe recycle je een afgedankte bibliobus? Je hergebruikt hem voor tentoonstellingen en demonstraties. In die omgebouwde bibliobus kregen we juist heel concreet uitgelegd hoe het 3D-printproces wordt uitgevoerd en kregen we enkele voorwerpen te zien die met zo'n 3D-printer waren gemaakt. Heel concreet, heel verhelderend en heel interessant.

De afgelopen 2 jaar heb ik in mijn computerblad (uitgegeven door de HCC = Hobby Computer Club, waar ik al tientallen jaren lid van ben) al regelmatig artikelen gelezen over 3D-printen en de mogelijkheden daar van. Sommige mogelijkheden vond ik wel erg vergezocht of onzinnig (zoals voedsel printen), maar andere mogelijkheden zijn zeer praktisch en nuttig (bijvoorbeeld onderdelen printen in bijvoorbeeld het ISS-ruimtestation). Wat dat laatste betreft, denk ik dat er inderdaad een 3D-printrevolutie voor de deur staat. Het lijkt wel science-fiction! Maar 3D-printen heeft ook voordelen voor dicht bij huis: als je een bepaald onderdeel of voorwerp nodig hebt, print je dat uit. Je hoeft geen magazijnen vol met losse onderdelen meer aan te houden. En wie weet, zijn er nog meer praktische voordelen. Al was er vorig jaar al iemand in de USA die een minder jubelend voordeel van 3D-printen liet zien: die produceerde op die manier een pistool waar hij ook daadwerkelijk mee kon schieten.

Wilt u meer over de Frysklab-bus lezen? Mijn collega Jeroen de Boer schrijft van tijd tot tijd stukjes op zijn eigen blog over de Frysklab-bus, over de nieuwe makersbeweging en de mogelijkheden van 3D-printen. Verder vertelt hij regelmatig waar hij telkens met de Frysklab-bus staat (in binnen- of buitenland) en wat hij daar zoal meemaakt en hoeveel belangstelling er mee trekt. Dit is het adres van zijn blog: http://jeroendeboer.net/. Daar kunt u meer hierover lezen.

maandag 8 juni 2015

Ironie van de geschiedenis

Hallo nieuwsgierige blogvolgers,

Afgelopen week las ik in de wekelijkse Leeuwarder stadskrant Huis aan Huis van 3 juni 2015 over een nieuwe gemeentelijke herindeling in Friesland. De gemeente Leeuwarden zal in 2018 ook het noordelijke deel van de gemeente Leeuwarderadeel bij de gemeente Leeuwarden voegen. Ik heb er tot nu niets naders over gelezen, maar ik vind dit een komisch voorbeeld van de ironie van de geschiedenis.


Hoe dat zit? Ooit was Leeuwarden een groepje van 3 dorpen (Oldehove, Nijehove, en Hoek), te midden van de vele andere dorpen binnen de grietenij Leeuwarderadeel. Op foto 1 is een kaart van de langwerpig uitgestrekte grietenij Leeuwarderadeel te zien. Dat is de kaart van Schotanus a Sterringa uit 1695. Ernaast ligt een kaartje uit de hierboven genoemde recente krant, met daarop in kaart aangegeven de toekomstige gemeentelijke indeling van 2018.
In 1425 vroeg de stad Leeuwarden op de toenmalige vergadering van de Friese Staten om erkenning als stad met stadsrechten. Daar waren de vertegenwoordigers van Leeuwarderadeel natuurlijk niet blij mee. Zij hebben een beslissing hierover dan ook zo lang mogelijk tegengehouden. Pas in 1435 gaven ze toe en kreeg Leeuwarden zijn zeer gewenste stadsrechten. Daarbij werd het grondgebied van Leeuwarden afgezonderd van Leeuwarderadeel. Daarmee viel de grietenij Leeuwarderadeel uiteen in 2 delen, een noordelijk en een zuidelijk deel, met het onafhankelijk geworden deel van Leeuwarden er tussen in. Dat is op de kaart van Schotanus duidelijk te zien.


Op 1 januari 1944 vond er weer een verandering van gemeentegrenzen plaats: toen werd Huizum en het hele zuidelijke deel van de gemeente Leeuwarderadeel bij Leeuwarden gevoegd. Het gemeentebestuur van Leeuwarderadeel, dat voor 1944 in het dorp Huizum in het gemeentehuis aan de Schrans zetelde (zie foto 2), verhuisde toen naar Stiens. Daarmee werd Stiens de hoofdplaats van het overgebleven noordelijke restant van Leeuwarderadeel.
En nu zal in 2018 het noordelijke deel ook bij de gemeente Leeuwarden worden gevoegd. Daarmee is het bestuurscentrum van Leeuwarderadeel verschoven via Huizum naar Stiens, en vandaar naar Leeuwarden. En zo zal Leeuwarden uiteindelijk in 2018 de grietenij Leeuwarderadeel waar het in 1435 onafhankelijk van werd, in zijn geheel opslokken. Hoe ironisch.

Verder: In 2014 werd de gemeente Leeuwarden al uitgebreid met delen van de gemeente Boarnsterhim. In 2018 zal Leeuwarden (naast het noordelijke deel van Leeuwarderadeel) verder worden uitgebreid met delen van Littenseradeel. Dat geeft de stad Leeuwarden ineens min of meer imperialistische trekken. Want die delen van Boarnsterhim en Littenseradeel hebben nooit bij de grietenij oftewel gemeente Leeuwarderadeel behoord. Daarnaast: Of het wel zo verstandig is om een stedelijke gemeente als Leeuwarden met zoveel platteland uit te breiden, moet nog maar worden afgewacht.

zondag 31 mei 2015

Het zevende ding: infographics

Hallo ge-interesseerde bloglezers,

Les 7 van de Verdiepdingen heb ik een maand geleden helaas gemist. Daarom heb ik die achteraf op eigen gelegenheid ingehaald.
Deze les ging over infographics. Mijn oordeel achteraf: ik heb er zelf niets mee en ik heb het persoonlijk ook nooit nodig gehad en ook in de toekomst zal ik het waarschijnlijk niet nodig hebben. Maar ongetwijfeld heeft mijn bedrijf (de BSF, voor 2004 de CBD) er wel baat bij om informatie kort en bondig in beeld te brengen. Een voorbeeld: Ik vond het opvallend dat er kort geleden een enquete werd gehouden onder het personeel, maar tot nu toe had lang niet iedereen gereageerd. Daarom werd er een nieuwe oproep per e-mail rondgestuurd. En daarin werd een eenvoudige infographic getoond waarin in beeld werd gebracht hoeveel van alle personeelsleden al hadden gereageerd. De kennis die tijdens die les was opgedaan, werd door die collega dus direct toegepast.

Curieus: Begin dit jaar was er een tentoonstelling over infographics in het Grafisch Museum in Groningen-stad, gevestigd in een voormalig schoolgebouw aan de Rabenhauptstraat. Dat pand is direct te herkennen, want het is gebouwd in de typische jaren-20-stijl van de Amsterdamsche School. Helaas heb ik die tentoonstelling gemist, want hij duurde van 24 januari tot en met 12 april 2015. Toen ik er over las, was ie al afgelopen.



In de tekst over de infographics, op de site over de Verdiepdingen stond vermeld dat de eerste infographics al in de 19-e eeuw voor het eerst werden gebruikt. Dat klopt, want de allereerste infographic was een pooldiagram, gemaakt door Florence Nightingale in 1856. U ziet het bewuste diagram hierboven afgebeeld. Als u hem nauwkeuriger wilt bekijken, klik er op voor een vergroting. Dit diagram toonde Florence Nightingale aan de minister van Oorlog in Londen. Daarmee wilde ze de man duidelijk maken hoe slordig het Britse leger met haar soldaten omsprong en hen verspilde als kanonnenvoer tijdens de Krimoorlog. Veel soldaten werd al ziek en overleden reeds voor ze op het slagveld waren aangekomen. En als ze een veldslag overleefden en gewond in het lazaret terecht kwamen, dan liepen ze alsnog gevaar te sterven aan allerlei ziekten, veroorzaakt door slechte hygiene rond hun verwondingen. Om u wat cijfermateriaal te verstrekken: van de 250.000 Britse soldaten overleden er 16.323 door ziekten, terwijl er maar 2755 sneuvelden op het slagveld en 2019 achteraf aan hun verwondingen.
Er stierven duidelijk veel te veel soldaten door ziekten. Maar er sneuvelden ook veel soldaten door stomme beslissingen van hun commandanten. De Krimoorlog van 1853-1856 is onder andere bekend van de Charge van de Lichte Brigade. Die vond plaats op 25 oktober 1854. Toen was er een commandant die een bevel verkeerd begreep, zag dat het eigenlijk onmogelijk was, maar voerde die toch uit omdat het een bevel was, en omdat het zijn eer te na was om dat bevel te weigeren: een regelrechte aanval van de Britse cavalerie recht op de Russische kanonnen af. De Franse maarschalk Pierre Bosquet die het zag gebeuren, zei achteraf: cést magnifique, mais ce n'est pas la guerre. Cést la folie. In het Nederlands vertaald: Het is magnifiek, maar dit is geen oorlog. Het is dwaasheid. En weliswaar waren het 2 Duitse officieren aan het Westfront in de Eerste Wereldoorlog die het tegen elkaar zeiden, maar het was tijdens de Krimoorlog ook zeer duidelijk van toepassing: De Britse soldaten vochten als leeuwen, maar ze werden geleid door commandanten als ezels. Er was dus geen verschil tussen 1854 (de charge van de Lichte Brigade) en 1916 (de slag aan de Somme).
Meer over de Krimoorlog en over Florence Nightingale vindt u in de wikipedia. Daar vond ik ook de infographic van haar, die ik hier bijgevoegd heb. Het is duidelijk een zeer rijke bron van informatie, beschikbaar voor iedereen.
Ik had al eerder iets verteld over de Krimoorlog. Dat was in mijn blogbericht van 20 augustus 2013, getiteld: Naar het Spoorwegmuseum in Utrecht. Daar was toen een tentoonstelling getiteld: Sporen naar het front, en ging over de invloed van de spoorwegen op de oorlogvoering vanaf de Krimoorlog, via de Eerste en Tweede Wereldoorlog tot nu.

Terug naar onze infographics: Tegenwoordig biedt het werken met de computer eindeloze mogelijkheden om infographics in elkaar te zetten. Dat bewees de illustratie in de rondgestuurde mail op mijn werk wel. En dat betrof nog een eenvoudige infographic. Dank zij de mogelijkheden van de computer kunnen er ook (zeer) ingewikkelde infographics worden gemaakt om nog veel ingewikkelder kwesties overzichtelijk in beeld te brengen.

maandag 25 mei 2015

vervolg op de recensie Het Bombardement, met leestip

Achteraf schoot me nog iets te binnen.

In de film Het Bombardement zag je een kwartier lang bommen vallen op de stad en zijn bewoners. Het is weer het typische Nederlandse beeld waarin burgers worden belaagd door vijandige militairen en worden bestookt met bommen, afgeworpen door vijandelijke militaire bommenwerpers. En het klopte inderdaad volledig met de werkelijkheid. Er was geen luchtbescherming, er was geen luchtdoelgeschut, en er was geen luchtbeschermingsdienst. Gek, want in werkelijkheid bestond die juist wel. Er waren op verscheidene plekken langs de rand van de stad Rotterdam wel degelijk posten met luchtdoelgeschut opgesteld geweest. Waarom deden die niets?

Ze waren er na 5 dagen niet meer. Bijna onbegrijpelijk. Maar zoals ik in mijn vorige blogstukje vertelde, heerste er een enorme 5-de kolonne-hysterie. Daardoor werd iedereen bij voorbaat gewantrouwd. De centrale communicatiepost voor de luchtbeschermingsdienst zetelde in het grote Postkantoor aan de Coolsingel. De leidinggevende commandant was een bureauridder zonder oorlogservaring die alles en iedereen wantrouwde en dat ook rondbazuinde. Niet bevorderlijk voor de soldaten die er werkten. Die werden er zenuwachtig van en vreesden dat ze al midden in het centrum van alle gevechten zaten en dat de Duitsers al over de Coolsingel marcheerden. Gedurende alle 5 oorlogsdagen zijn de Duitsers daar juist nooit geweest. Ze zaten vastgepind op de zuidoever en ze hebben dus nooit via de Maasbruggen over de rivier kunnen komen. Maar dat wisten de Nederlandse soldaten in het postkantoor niet. Hen werd niets verteld; ze hadden alleen maar bevelen te gehoorzamen. De commandant deed wel het denkwerk. Zo was nu eenmaal de commandostructuur in de toenmalige legers van Frankrijk en Groot-Brittanie, en ook in dat van Nederland. Dat werkte dus niet goed. Dat wisten de Duitsers al lang. Die hadden daarom al sinds circa 1860 een andere commando-structuur, waarbij vooral juist wel veel informatie aan de soldaten werd verstrekt, waardoor ze juist heel goed wisten wat het doel was.
Maar dat terzijde. Nadat hun commandant plotseling was verdwenen (gevlucht voor de volstrekt fictieve Duitsers op de Coolsingel, dus), vreesden de achtergebleven soldaten in het Postkantoor voor hun leven, vernielden alle communicatie-apparatuur en wilden eveneens het gebouw verlaten. Daarna dook er een nieuwe commandant op die de soldaten gerust wist te stellen en hen terugstuurde en hen daarnaast de kans gaf om de Coolsingel even op te lopen om zich te overtuigen van de afwezigheid van de Duitsers. Maar ja, er viel toen niet meer te communiceren met andere afdelingen elders in stad en land, omdat de apparatuur was vernield.
Ondertussen werd een luchtwachtpost per commando overgeplaatst naar Hoek van Holland, ver van de plek waar het onheil zich zou gaan voltrekken. En een andere luchtwachtpost - die op de toren van het Sint Jobsleen (een pakhuis aan de Sint Jobshaven, gelegen tussen Schiehaven en Parkhaven) was gesitueerd - kreeg telkens tegenstrijdige bevelen van verschillende commandanten elders. De ene commandant beval hen om vooral te schieten op doelen in de lucht, terwijl een andere commandant hen telkens beval om vooral niet op doelen in de lucht te schieten maar op doelen op de grond. Onwerkbaar natuurlijk. En niet te geloven.
Andere luchtwachtposten trokken zich op eigen initiatief terug, omdat ze niks hoorden over waar eventuele Duitsers zaten of rondvlogen of hoe de gevechten zich precies ontwikkelden. Dat kwam natuurlijk door de vernielde communicatiecentrale in het postkantoor aan de Coolsingel.


Dit alles kunt u nalezen in dit boek waarvan u op de bijgevoegde foto de voorplaat ziet, geschreven door de schrijver-historicus K. Mallan: Als de dag van gisteren, Rotterdam 10-14 mei 1940, uit 1985. Het beslaat 253 pagina's en is rijk ge-illustreerd met veel foto's uit die tijd. Het is een nauwkeurige beschrijving van alle gevechtshandelingen van Nederlandse en Duitse kant gedurende die 5 dagen in mei 1940. Ik kan het iedereen aanbevelen. Vooral omdat hierin uitgebreid de verdediging door het Nederlandse leger wordt beschreven. Iets wat heel vaak ontbreekt in veel documentaires en boeken over de Tweede Wereldoorlog.

zondag 17 mei 2015

Het Bombardement, de film

Hallo kritische bloglezers,

Het is 14 mei geweest en natuurlijk besteed ik op (of in dit geval na) deze datum  - net zoals ieder jaar - aandacht aan het bombardement op Rotterdam. Bovendien was kort geleden op 9 mei 2015 de film over dat bombardement op TV te zien geweest. Reden genoeg om die film eens kritisch te bespreken.


De film zelf is al in 2012 in de bioscopen te zien geweest. Zelf heb ik hem toen niet bekeken. Maar ik heb wel veel recensies uit dat jaar gelezen en die waren zeer kritisch. En terecht. Al waren er meer en vooral andere redenen voor kritiek dan je in de recensies las. Daarom heb ik de hele film uitgekeken, zodat ik een goed gefundeerd kritisch oordeel kon vellen.
De film werd heel erg bekritiseerd, omdat er slecht in werd geacteerd. Dat viel mij niet zo op. Hoogstens maakten sommige acteurs van hun personen karikaturen. Verder was er kritiek omdat de hoofdrol werd vervuld door Jan Smit als bakkersknecht uit Utrecht, de bekende zanger uit Volendam. Gek genoeg vond ik dat juist geen punt van kritiek. Dank zij hem werd de film juist aardig gedragen door hem in zijn rol als verliefde puberjongen. Neen, mijn punten van kritiek richtten zich vooral op details in en rond Rotterdam in de film. Daar klopte vaak weinig van.

De hoofdpersoon vertelt met een eenvoudig verhaal de scenes aan elkaar in irritant versimpelde taal. Hij vertelt over wat hij zelf in die mei-dagen had beleefd en meegemaakt en daarnaast vertelt hij ook over de militaire situatie en ontwikkelingen, gedurende de hele film. Maar dat laatste deed hij zo summier en in zulke versimpelde Jip-en-Janneke-taal dat ik me daaraan begon te ergeren. Daardoor werd het juist meer een film over een bijna puberale liefdesgeschiedenis in mei 1940 met als decor de oorlog, dan een oorlogsfilm over de strijd in mei 1940 in Rotterdam. Dat vond ik zeer onplezierig. Want over die strijd zelf viel juist veel meer te vertellen dan je in de film te horen en te zien kreeg. Bovendien komt daarin weer een typisch trekje terug van veel Nederlandse oorlogsfilms: je ziet veel meer burgers dan militairen. Bijna alsof Nederlanders geen militair kunnen of mogen zijn, en alsof oorlog evenmin in beeld mag komen. Heel anders bij buitenlandse, vooral Britse en Amerikaanse oorlogsfilms. Daardoor leek de oorlog eigenlijk van weinig belang voor het verhaal, behalve als decor. Dat beeld zal wel zijn ontstaan doordat de strijd in mei 1940 maar 5 dagen heeft geduurd en de bezetting door de Duitse militairen over Nederlandse burgers wel 5 jaar.

Er was een hele reeks ergerlijke fouten in de film te zien. Aan het begin van de film ontmoet Jan Smit als bakkersknecht Roos van Erkel (de vrouwelijke hoofdpersoon) in de Passage. Dat was een winkelgalerij die in oostelijke richting liep van de Coolsingel naar de Korte Hoogstraat. In de film had die een nogal donker interieur. In het echt was dat interieur zo goed als wit. Vergelijkbaar met de Passage in Den Haag. Verder bestond die Passage in het echt uit 1 gang, zonder een centraal punt met erboven een ronde glaskoepel, zoals in de film wel te zien is. Vervolgens zie je vliegtuigen overvliegen. Maar die vliegtuigen hebben een wel heel vreemd silhouet: ze lijken wel op de Fokker F27 Friendship, een toestel dat pas in 1958 voor het eerst vloog. Allemaal heel eigenaardig.

Even later zie je het duo samen op de brug bij de Wijnhaven aan de voet van het Witte Huis. Wat Jan Smit over dat pand zei, klopt: het was inderdaad de eerste wolkenkrabber op het Europese continent in 1898. Maar dan ziet hij ineens beneden in de Wijnhaven Duitse soldaten in rubberboten rondvaren. Vervolgens duiken de Nederlandse Mariniers op en beschieten de Duitsers gelijk.
Hier kloppen verscheidene dingen beslist niet: de Duitsers hebben nooit in de Wijnhaven rondgevaren. Ze landden vroeg in de ochtend met watervliegtuigen op de Nieuwe Maas en roeiden met rubberboten naar de walkant, waarna ze de bruggen (de spoorbrug en verkeersbrug) over de Nieuwe Maas bezetten. Pas een uur later werden de Mariniers in de kazerne aan het Oostplein wakker van al het geschiet en gebombardeer op het vliegveld Waalhaven (op Rotterdam-Zuid) en in de binnenstad. Ze wisten totaal niet wat er aan de hand was en het duurde dus erg lang voor ze daar achter waren gekomen en ze eindelijk echt in actie kwamen. Maar toen trokken ze ook gelijk fel ten strijde. Ze hebben wel gevochten bij en vanuit (!) het Witte Huis, en daarbij schoten ze gedurende een urenlange schotenwisseling de Duitsers van het Luchtspoor en van de Maasbruggen af. Kortom: in de film wordt het weergegeven als een korte en heldhaftige actie die beslist niet op de werkelijkheid is gebaseerd.

Ondertussen slaan Jan Smit met Roos van Erkel op de vlucht voor de gevechten rond het Witte Huis en komen ineens, zonder ooit een ingangshek te passeren in de Diergaarde terecht en schuilen samen in het olifantenverblijf. Vreemd, hoe je zomaar ineens vanuit de stad plotseling in de Diergaarde terecht kan komen zonder een kassa te passeren. Bovendien was de Diergaarde een flink eind van het Witte Huis vandaan, namelijk vrijwel naast het spoorwegstation Rotterdam Delftse Poort (nu Rotterdam CS).

Een volgende zeer vreemde merkwaardigheid is de reis die Jan Smit moet maken om de ouders van de aanstaande bruid (nog steeds Roos van Erkel) uit Doesburg op te halen. Doesburg ligt namelijk noordoostelijk van Arnhem, volledig oostelijk van de Grebbelinie. Hoe kun je nou probleemloos vanuit Rotterdam dwars door de Grebbelinie rijden naar Doesburg, zonder ook maar iets van die hele verdedigingslinie te zien, terwijl de hele zone westelijk van de Grebbelinie voor alle burgers was afgesloten? De hele zone vanaf de rivier de Nederrijn direct oostelijk van Rhenen tot aan Spakenburg aan de IJsselmeerkust was een groot gebied vol loopgraven en stellingen en mitrailleurposten. Hoe kun je daar nou doorheen rijden zonder ooit een loopgraaf of mitrailleurstelling te zien?
Tijdens die rit worden Jan Smit en Roos van Erkel plotseling beschoten door een Duits jachtvliegtuig waarna ze samen vanuit de auto in een sloot springen. En na afloop duiken ze alleen maar kletsnat op, zonder dat ze onder het eendenkroos zitten. Dit was in veel recensies in 2012 een zeer veel gemelde fout. Ik beschouw dat nog als de minste van alle fouten.
Nadat hij de ouders uit Doesburg heeft opgehaald, is er een overnachting in de stad Utrecht in een hotel vlak bij het Paushuis. Dat vond ik wel curieus, want daar heb ik een paar jaar geleden rondgewandeld.


Dan vindt het bombardement plaats, waarbij de hoofdpersoon heel summier (mij veel te summier) vertelt wat daar aan militaire ontwikkelingen vooraf is gegaan. Dan zie je hem door de stad tussen de neerkomende bommen rondrennen en Roos van Erkel van een ongelukkig huwelijk redden, waarna ze verder door de stad rennen en uiteindelijk in een cafe neerstrijken. Een cafegaste neemt foto's van hen, denkend dat ze met elkaar getrouwd zijn, Maar dan zie je dat er bij het fotograferen geflitst wordt, wat helemaal niet kon. Of er moest nadrukkelijk een aparte flitser op de camera geplaatst zijn, die in de film niet te zien was. De huidige moderne camera's zijn tegenwoordig niet alleen digitaal geworden, maar ook verder gecompleteerd met een automatische flitser die automatisch uitklapt en flitst als er te weinig licht is. Mooi bedacht en gefilmd, maar in die tijd kon dat gewoon niet.

Tot slot gaat de film-broer van Jan Smit direct na het bombardement aan boord van een zeilschip, op weg naar Londen, om vandaar uit verder door te reizen naar Amerika. Dat schip lag aan de kade bij het pakhuis de 5 Werelddelen. Maar dat was op Zuid, dat al door de Duitsers was veroverd. Daar konden ze in werkelijkheid dus helemaal niet eens komen. Bovendien klopte de omgeving zelf ook totaal niet. Dat pakhuis met die kade lag helemaal niet direct aan zee, maar werd in werkelijkheid omringd door nog meer pakhuizen, kades, loodsen, havenbekkens en havenkranen. Nu wordt dat pakhuis omringd door grote en hoge woonflats rond een havenbekken dat niet meer als zodanig in gebruik is. En verder was het water in werkelijkheid beslist geen blauw zwembadwater, maar zwart rivierwater.

Wat wel een aardige vondst was, was dat er in de film zwart-wit-beelden uit mei 1940 waren gemonteerd, waarna er een scene volgde die van zwart-wit in kleur overging waarna het verhaal van de hoofdpersonen verder ging.
Wat wel klopte in de film, was de paranoia onder Nederlandse burgers en militairen. Al kwam dat niet erg uit de verf. Maar wat ontbrak was de bekende sjibbolet tachtig schele schoonmoeders in Scheveningen, die iedereen moest opzeggen die ervan verdacht werd een Duitse spion te zijn. Zoals bekend, hebben Duitsers moeite met het uitspreken van de s-c-h.
Wat ook klopte - al kwam dat ook niet erg uit de verf - was dat de bevolking verward en onzeker reageerde op het plotselinge uitbreken van de oorlog. In werkelijkheid was dat nog veel absurder dan je in de film ziet. En verder was er in werkelijkheid juist veel publiek dat vanuit ramen en deuren en stegen toekeek en de Nederlandse soldaten en mariniers aanmoedigde bij het bevechten van de Duitse invallers, terwijl die Nederlandse militairen juist de instructies van hun commandanten hadden gekregen om burgers zeer wantrouwig te beschouwen als de vijfde kolonne, als spionnen en saboteurs in dienst van de Duitsers. Dit naar aanleiding van ervaringen in de Spaanse burgeroorlog van 1936-1939.

Terwijl de oorlog en het bombardement als decor voor het hele filmverhaal dienen, wordt het bombardement zelf aan het eind eventjes een deus ex machina. Daarmee worden in een klap op een harde manier een aantal problemen in het filmverhaal rond de hoofdpersonen opgelost.

Neen, ik vond het niet bepaald een film over het bombardement zelf, ik vond het meer een liefdesfilm met als decor de mei-oorlog van 1940. Want over de strijd zelf kom je niet veel te weten. Dat was heel anders met een film als A Bridge too Far uit 1977, of The Longest Day uit 1962. Zulke films zouden veel meer mijn smaak geweest. Dat waren echt oorlogsfilms, die daadwerkelijk over soldaten en officieren van de tegenpartijen gingen, die tegen elkaar vochten. Daarin kwam je echt meer te weten over de strijd zelf. Vooral omdat ze gemaakt zijn als een soort docudrama. En niet als een liefdesgeschiedenis.
Curieus: de strijd om de Maasbruggen in Rotterdam was voor de Duitsers bijna een brug te ver geweest. Ze konden hun doel alleen nog realiseren met het bombardement op de binnenstad van Rotterdam. Dat is het enige verschil met de strijd om de brug bij Arnhem. Daar verloor de aanvaller (de geallieerden) uiteindelijk en trok zich terug. Daarmee was de brug bij Arnhem wel een brug te ver geweest.