Posts tonen met het label Rotterdam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rotterdam. Alle posts tonen

maandag 25 mei 2015

vervolg op de recensie Het Bombardement, met leestip

Achteraf schoot me nog iets te binnen.

In de film Het Bombardement zag je een kwartier lang bommen vallen op de stad en zijn bewoners. Het is weer het typische Nederlandse beeld waarin burgers worden belaagd door vijandige militairen en worden bestookt met bommen, afgeworpen door vijandelijke militaire bommenwerpers. En het klopte inderdaad volledig met de werkelijkheid. Er was geen luchtbescherming, er was geen luchtdoelgeschut, en er was geen luchtbeschermingsdienst. Gek, want in werkelijkheid bestond die juist wel. Er waren op verscheidene plekken langs de rand van de stad Rotterdam wel degelijk posten met luchtdoelgeschut opgesteld geweest. Waarom deden die niets?

Ze waren er na 5 dagen niet meer. Bijna onbegrijpelijk. Maar zoals ik in mijn vorige blogstukje vertelde, heerste er een enorme 5-de kolonne-hysterie. Daardoor werd iedereen bij voorbaat gewantrouwd. De centrale communicatiepost voor de luchtbeschermingsdienst zetelde in het grote Postkantoor aan de Coolsingel. De leidinggevende commandant was een bureauridder zonder oorlogservaring die alles en iedereen wantrouwde en dat ook rondbazuinde. Niet bevorderlijk voor de soldaten die er werkten. Die werden er zenuwachtig van en vreesden dat ze al midden in het centrum van alle gevechten zaten en dat de Duitsers al over de Coolsingel marcheerden. Gedurende alle 5 oorlogsdagen zijn de Duitsers daar juist nooit geweest. Ze zaten vastgepind op de zuidoever en ze hebben dus nooit via de Maasbruggen over de rivier kunnen komen. Maar dat wisten de Nederlandse soldaten in het postkantoor niet. Hen werd niets verteld; ze hadden alleen maar bevelen te gehoorzamen. De commandant deed wel het denkwerk. Zo was nu eenmaal de commandostructuur in de toenmalige legers van Frankrijk en Groot-Brittanie, en ook in dat van Nederland. Dat werkte dus niet goed. Dat wisten de Duitsers al lang. Die hadden daarom al sinds circa 1860 een andere commando-structuur, waarbij vooral juist wel veel informatie aan de soldaten werd verstrekt, waardoor ze juist heel goed wisten wat het doel was.
Maar dat terzijde. Nadat hun commandant plotseling was verdwenen (gevlucht voor de volstrekt fictieve Duitsers op de Coolsingel, dus), vreesden de achtergebleven soldaten in het Postkantoor voor hun leven, vernielden alle communicatie-apparatuur en wilden eveneens het gebouw verlaten. Daarna dook er een nieuwe commandant op die de soldaten gerust wist te stellen en hen terugstuurde en hen daarnaast de kans gaf om de Coolsingel even op te lopen om zich te overtuigen van de afwezigheid van de Duitsers. Maar ja, er viel toen niet meer te communiceren met andere afdelingen elders in stad en land, omdat de apparatuur was vernield.
Ondertussen werd een luchtwachtpost per commando overgeplaatst naar Hoek van Holland, ver van de plek waar het onheil zich zou gaan voltrekken. En een andere luchtwachtpost - die op de toren van het Sint Jobsleen (een pakhuis aan de Sint Jobshaven, gelegen tussen Schiehaven en Parkhaven) was gesitueerd - kreeg telkens tegenstrijdige bevelen van verschillende commandanten elders. De ene commandant beval hen om vooral te schieten op doelen in de lucht, terwijl een andere commandant hen telkens beval om vooral niet op doelen in de lucht te schieten maar op doelen op de grond. Onwerkbaar natuurlijk. En niet te geloven.
Andere luchtwachtposten trokken zich op eigen initiatief terug, omdat ze niks hoorden over waar eventuele Duitsers zaten of rondvlogen of hoe de gevechten zich precies ontwikkelden. Dat kwam natuurlijk door de vernielde communicatiecentrale in het postkantoor aan de Coolsingel.


Dit alles kunt u nalezen in dit boek waarvan u op de bijgevoegde foto de voorplaat ziet, geschreven door de schrijver-historicus K. Mallan: Als de dag van gisteren, Rotterdam 10-14 mei 1940, uit 1985. Het beslaat 253 pagina's en is rijk ge-illustreerd met veel foto's uit die tijd. Het is een nauwkeurige beschrijving van alle gevechtshandelingen van Nederlandse en Duitse kant gedurende die 5 dagen in mei 1940. Ik kan het iedereen aanbevelen. Vooral omdat hierin uitgebreid de verdediging door het Nederlandse leger wordt beschreven. Iets wat heel vaak ontbreekt in veel documentaires en boeken over de Tweede Wereldoorlog.

zondag 17 mei 2015

Het Bombardement, de film

Hallo kritische bloglezers,

Het is 14 mei geweest en natuurlijk besteed ik op (of in dit geval na) deze datum  - net zoals ieder jaar - aandacht aan het bombardement op Rotterdam. Bovendien was kort geleden op 9 mei 2015 de film over dat bombardement op TV te zien geweest. Reden genoeg om die film eens kritisch te bespreken.


De film zelf is al in 2012 in de bioscopen te zien geweest. Zelf heb ik hem toen niet bekeken. Maar ik heb wel veel recensies uit dat jaar gelezen en die waren zeer kritisch. En terecht. Al waren er meer en vooral andere redenen voor kritiek dan je in de recensies las. Daarom heb ik de hele film uitgekeken, zodat ik een goed gefundeerd kritisch oordeel kon vellen.
De film werd heel erg bekritiseerd, omdat er slecht in werd geacteerd. Dat viel mij niet zo op. Hoogstens maakten sommige acteurs van hun personen karikaturen. Verder was er kritiek omdat de hoofdrol werd vervuld door Jan Smit als bakkersknecht uit Utrecht, de bekende zanger uit Volendam. Gek genoeg vond ik dat juist geen punt van kritiek. Dank zij hem werd de film juist aardig gedragen door hem in zijn rol als verliefde puberjongen. Neen, mijn punten van kritiek richtten zich vooral op details in en rond Rotterdam in de film. Daar klopte vaak weinig van.

De hoofdpersoon vertelt met een eenvoudig verhaal de scenes aan elkaar in irritant versimpelde taal. Hij vertelt over wat hij zelf in die mei-dagen had beleefd en meegemaakt en daarnaast vertelt hij ook over de militaire situatie en ontwikkelingen, gedurende de hele film. Maar dat laatste deed hij zo summier en in zulke versimpelde Jip-en-Janneke-taal dat ik me daaraan begon te ergeren. Daardoor werd het juist meer een film over een bijna puberale liefdesgeschiedenis in mei 1940 met als decor de oorlog, dan een oorlogsfilm over de strijd in mei 1940 in Rotterdam. Dat vond ik zeer onplezierig. Want over die strijd zelf viel juist veel meer te vertellen dan je in de film te horen en te zien kreeg. Bovendien komt daarin weer een typisch trekje terug van veel Nederlandse oorlogsfilms: je ziet veel meer burgers dan militairen. Bijna alsof Nederlanders geen militair kunnen of mogen zijn, en alsof oorlog evenmin in beeld mag komen. Heel anders bij buitenlandse, vooral Britse en Amerikaanse oorlogsfilms. Daardoor leek de oorlog eigenlijk van weinig belang voor het verhaal, behalve als decor. Dat beeld zal wel zijn ontstaan doordat de strijd in mei 1940 maar 5 dagen heeft geduurd en de bezetting door de Duitse militairen over Nederlandse burgers wel 5 jaar.

Er was een hele reeks ergerlijke fouten in de film te zien. Aan het begin van de film ontmoet Jan Smit als bakkersknecht Roos van Erkel (de vrouwelijke hoofdpersoon) in de Passage. Dat was een winkelgalerij die in oostelijke richting liep van de Coolsingel naar de Korte Hoogstraat. In de film had die een nogal donker interieur. In het echt was dat interieur zo goed als wit. Vergelijkbaar met de Passage in Den Haag. Verder bestond die Passage in het echt uit 1 gang, zonder een centraal punt met erboven een ronde glaskoepel, zoals in de film wel te zien is. Vervolgens zie je vliegtuigen overvliegen. Maar die vliegtuigen hebben een wel heel vreemd silhouet: ze lijken wel op de Fokker F27 Friendship, een toestel dat pas in 1958 voor het eerst vloog. Allemaal heel eigenaardig.

Even later zie je het duo samen op de brug bij de Wijnhaven aan de voet van het Witte Huis. Wat Jan Smit over dat pand zei, klopt: het was inderdaad de eerste wolkenkrabber op het Europese continent in 1898. Maar dan ziet hij ineens beneden in de Wijnhaven Duitse soldaten in rubberboten rondvaren. Vervolgens duiken de Nederlandse Mariniers op en beschieten de Duitsers gelijk.
Hier kloppen verscheidene dingen beslist niet: de Duitsers hebben nooit in de Wijnhaven rondgevaren. Ze landden vroeg in de ochtend met watervliegtuigen op de Nieuwe Maas en roeiden met rubberboten naar de walkant, waarna ze de bruggen (de spoorbrug en verkeersbrug) over de Nieuwe Maas bezetten. Pas een uur later werden de Mariniers in de kazerne aan het Oostplein wakker van al het geschiet en gebombardeer op het vliegveld Waalhaven (op Rotterdam-Zuid) en in de binnenstad. Ze wisten totaal niet wat er aan de hand was en het duurde dus erg lang voor ze daar achter waren gekomen en ze eindelijk echt in actie kwamen. Maar toen trokken ze ook gelijk fel ten strijde. Ze hebben wel gevochten bij en vanuit (!) het Witte Huis, en daarbij schoten ze gedurende een urenlange schotenwisseling de Duitsers van het Luchtspoor en van de Maasbruggen af. Kortom: in de film wordt het weergegeven als een korte en heldhaftige actie die beslist niet op de werkelijkheid is gebaseerd.

Ondertussen slaan Jan Smit met Roos van Erkel op de vlucht voor de gevechten rond het Witte Huis en komen ineens, zonder ooit een ingangshek te passeren in de Diergaarde terecht en schuilen samen in het olifantenverblijf. Vreemd, hoe je zomaar ineens vanuit de stad plotseling in de Diergaarde terecht kan komen zonder een kassa te passeren. Bovendien was de Diergaarde een flink eind van het Witte Huis vandaan, namelijk vrijwel naast het spoorwegstation Rotterdam Delftse Poort (nu Rotterdam CS).

Een volgende zeer vreemde merkwaardigheid is de reis die Jan Smit moet maken om de ouders van de aanstaande bruid (nog steeds Roos van Erkel) uit Doesburg op te halen. Doesburg ligt namelijk noordoostelijk van Arnhem, volledig oostelijk van de Grebbelinie. Hoe kun je nou probleemloos vanuit Rotterdam dwars door de Grebbelinie rijden naar Doesburg, zonder ook maar iets van die hele verdedigingslinie te zien, terwijl de hele zone westelijk van de Grebbelinie voor alle burgers was afgesloten? De hele zone vanaf de rivier de Nederrijn direct oostelijk van Rhenen tot aan Spakenburg aan de IJsselmeerkust was een groot gebied vol loopgraven en stellingen en mitrailleurposten. Hoe kun je daar nou doorheen rijden zonder ooit een loopgraaf of mitrailleurstelling te zien?
Tijdens die rit worden Jan Smit en Roos van Erkel plotseling beschoten door een Duits jachtvliegtuig waarna ze samen vanuit de auto in een sloot springen. En na afloop duiken ze alleen maar kletsnat op, zonder dat ze onder het eendenkroos zitten. Dit was in veel recensies in 2012 een zeer veel gemelde fout. Ik beschouw dat nog als de minste van alle fouten.
Nadat hij de ouders uit Doesburg heeft opgehaald, is er een overnachting in de stad Utrecht in een hotel vlak bij het Paushuis. Dat vond ik wel curieus, want daar heb ik een paar jaar geleden rondgewandeld.


Dan vindt het bombardement plaats, waarbij de hoofdpersoon heel summier (mij veel te summier) vertelt wat daar aan militaire ontwikkelingen vooraf is gegaan. Dan zie je hem door de stad tussen de neerkomende bommen rondrennen en Roos van Erkel van een ongelukkig huwelijk redden, waarna ze verder door de stad rennen en uiteindelijk in een cafe neerstrijken. Een cafegaste neemt foto's van hen, denkend dat ze met elkaar getrouwd zijn, Maar dan zie je dat er bij het fotograferen geflitst wordt, wat helemaal niet kon. Of er moest nadrukkelijk een aparte flitser op de camera geplaatst zijn, die in de film niet te zien was. De huidige moderne camera's zijn tegenwoordig niet alleen digitaal geworden, maar ook verder gecompleteerd met een automatische flitser die automatisch uitklapt en flitst als er te weinig licht is. Mooi bedacht en gefilmd, maar in die tijd kon dat gewoon niet.

Tot slot gaat de film-broer van Jan Smit direct na het bombardement aan boord van een zeilschip, op weg naar Londen, om vandaar uit verder door te reizen naar Amerika. Dat schip lag aan de kade bij het pakhuis de 5 Werelddelen. Maar dat was op Zuid, dat al door de Duitsers was veroverd. Daar konden ze in werkelijkheid dus helemaal niet eens komen. Bovendien klopte de omgeving zelf ook totaal niet. Dat pakhuis met die kade lag helemaal niet direct aan zee, maar werd in werkelijkheid omringd door nog meer pakhuizen, kades, loodsen, havenbekkens en havenkranen. Nu wordt dat pakhuis omringd door grote en hoge woonflats rond een havenbekken dat niet meer als zodanig in gebruik is. En verder was het water in werkelijkheid beslist geen blauw zwembadwater, maar zwart rivierwater.

Wat wel een aardige vondst was, was dat er in de film zwart-wit-beelden uit mei 1940 waren gemonteerd, waarna er een scene volgde die van zwart-wit in kleur overging waarna het verhaal van de hoofdpersonen verder ging.
Wat wel klopte in de film, was de paranoia onder Nederlandse burgers en militairen. Al kwam dat niet erg uit de verf. Maar wat ontbrak was de bekende sjibbolet tachtig schele schoonmoeders in Scheveningen, die iedereen moest opzeggen die ervan verdacht werd een Duitse spion te zijn. Zoals bekend, hebben Duitsers moeite met het uitspreken van de s-c-h.
Wat ook klopte - al kwam dat ook niet erg uit de verf - was dat de bevolking verward en onzeker reageerde op het plotselinge uitbreken van de oorlog. In werkelijkheid was dat nog veel absurder dan je in de film ziet. En verder was er in werkelijkheid juist veel publiek dat vanuit ramen en deuren en stegen toekeek en de Nederlandse soldaten en mariniers aanmoedigde bij het bevechten van de Duitse invallers, terwijl die Nederlandse militairen juist de instructies van hun commandanten hadden gekregen om burgers zeer wantrouwig te beschouwen als de vijfde kolonne, als spionnen en saboteurs in dienst van de Duitsers. Dit naar aanleiding van ervaringen in de Spaanse burgeroorlog van 1936-1939.

Terwijl de oorlog en het bombardement als decor voor het hele filmverhaal dienen, wordt het bombardement zelf aan het eind eventjes een deus ex machina. Daarmee worden in een klap op een harde manier een aantal problemen in het filmverhaal rond de hoofdpersonen opgelost.

Neen, ik vond het niet bepaald een film over het bombardement zelf, ik vond het meer een liefdesfilm met als decor de mei-oorlog van 1940. Want over de strijd zelf kom je niet veel te weten. Dat was heel anders met een film als A Bridge too Far uit 1977, of The Longest Day uit 1962. Zulke films zouden veel meer mijn smaak geweest. Dat waren echt oorlogsfilms, die daadwerkelijk over soldaten en officieren van de tegenpartijen gingen, die tegen elkaar vochten. Daarin kwam je echt meer te weten over de strijd zelf. Vooral omdat ze gemaakt zijn als een soort docudrama. En niet als een liefdesgeschiedenis.
Curieus: de strijd om de Maasbruggen in Rotterdam was voor de Duitsers bijna een brug te ver geweest. Ze konden hun doel alleen nog realiseren met het bombardement op de binnenstad van Rotterdam. Dat is het enige verschil met de strijd om de brug bij Arnhem. Daar verloor de aanvaller (de geallieerden) uiteindelijk en trok zich terug. Daarmee was de brug bij Arnhem wel een brug te ver geweest.

zondag 21 december 2014

Meer over de Blaak en de Gedempte Binnenrotte in Rotterdam

Hallo Blogvolgers,

Er valt veel meer te vertellen over de diverse panden die langs de Gedempte Binnenrotte en de Blaak staan. Niet alleen over de Markthal, waar ik in mijn vorige blogstukje van 14 december 2014 (hier direct onder) over vertelde.

Hieronder ziet u foto 1, die ik gemaakt heb in de zomer van 1993 (!), vanaf de bovenste etage van de Centrale Bibliotheek op de hoek van de Hoogstraat met de Gedempte Binnenrotte. Daarop ziet u langs de zuidkant van de Hoogstraat nog een rij panden staan. In de verte ziet u de Groene Theedoek, de grote kantoortoren met de groene glazen gevel. Officieel is dat het WTC, dat naast de beurs (herkenbaar aan het smalle torentje er naast) aan de Coolsingel staat. Op de voorgrond ziet u de Gedempte Binnenrotte, die zich uitstrekt tot aan de Blaak (links niet zichtbaar op de foto). Op het Luchtspoor (uit 1877) ziet u juist een trein voorbij denderen. Dat ging altijd gepaard met zeer veel geluidsoverlast. Ik ben blij dat ik toen in de zomer van 1993 deze foto heb gemaakt, want in september 1993 werd de Willemspoortunnel in gebruik genomen en werd daarna het bovengrondse spoorwegviaduct (in Rotterdam Luchtspoor genoemd) gesloopt. Ik heb al eerder over dit Luchtspoor geblogd, namelijk op 17 mei 2014, onder de titel: Het Nieuwe Rotterdam Centraal Station. De hier onder staande foto is dus een historische foto.


Op foto 2 hier onder ziet u dezelfde Gedempte Binnenrotte weer, maar dan 16 jaar later, in 2009. Nu was er wel ruimte voor de dagelijkse markt op de Gedempte Binnenrotte. Alleen ontbreekt nu het Luchtspoor. Het zorgt duidelijk voor meer ruimte op het plein. De spoorlijn loopt nu door de Willemspoortunnel, 10 meter diep onder de grond. Ook daar heb ik al eerder iets verteld, compleet met een foto van het NS-station Blaak, in een eerder blogstukje, namelijk dat van 5 oktober 2014 getiteld: Zomervakantie in Rotterdam. Verder ziet u dat de panden aan de zuidkant van de Hoogstraat zijn gesloopt. Dat was in verband met de aanstaande bouw van de Markthal. En opnieuw ziet u duidelijk in de verte weer de Groene Theedoek. En rechts daarvan ziet u de Sint Laurens Kerk met de toren in de steigers, bekleed met doeken waar de toren ook weer op staat afgebeeld. Rotterdam houdt zijn naam duidelijk hoog als werkstad.


Waar is de precieze plek van waar ik deze foto's heb gemaakt? Dat ziet u op foto 3 hieronder, ook uit 2009. Daar ziet u de Centrale Bibliotheek (uit 1983), ontworpen door het bekende Rotterdamse architectenbureau Van den Broek en Bakema. Dat bibliotheekgebouw ziet er aan de buitenkant uit als een waterval (het blauwe glas waaronder de roltrappen zijn geplaatst), over witte rotsen (het gebouw zelf, dus), met die gele buizen aan de buitenkant. Vandaar de bijnaam van dit pand: de Glazen Waterval. Overigens heeft het gebouw meer bijnamen: De IJstaart, de Gasfabriek, de Stofzuiger, de Centrale Verwarmingsketel, de Sneeuwberg, en de Buisbaby. Ik stond op de zesde etage helemaal bovenaan onder die Glazen Waterval. Van daaraf maakte ik mijn foto's (in 1993 en in 2009) van dit spectaculaire uitzicht over de Blaak en de Gedempte Binnenrotte. Daar staat op het raam een tekst die iedereen ter harte zou moeten nemen: Als dit Narvik was, zou ik beter kijken. Anders gezegd: pas als je in een andere stad in een ander land bent, ga je pas beter kijken; doe dat a.u.b. ook als je weer thuis bent in je eigen stad; ook daar valt meer te zien dan je aanvankelijk dacht.


Verder ziet u op de foto rechts naast de Centrale Bibliotheek de Blaaktoren (ook wel bekend als het Potlood) staan, met daarnaast in de verte de rode boog van de Willemsbrug en het Witte Huis. Naast de gebruikelijke collectie boeken voor de lezers, heeft de Centrale Bibliotheek natuurlijk een aparte collectie boeken en video's en DVD's specifiek over Rotterdam. Verder heeft de Centrale  Bibliotheek ook een aparte ruimte met daarin de Erasmuscollectie. Dat is de grootste collectie boeken ter wereld van en over de bekende Rotterdamse filosoof, theoloog en humanist Desiderius Erasmus (circa 1466 - 1536). Daarom staat op de voorgevel boven de ingang van de Centrale Bibliotheek een tekst van Erasmus: Heel de Wereld is mijn Vaderland.

zondag 14 december 2014

Nieuw: de Martkhal in Rotterdam

Hallo Bloglezers,

Eind oktober was ik voor de zoveelste keer weer een kort weekje in Rotterdam. Daar is op 1 oktober 2014 de nieuwe Markthal geopend. Die is ge-inspireerd op de markthallen zoals die in de Middeleeuwen in vele steden stonden en waar je in vroeger tijden dagelijks je verse voedsel kon kopen. Vanaf de opening van de Markthal in Rotterdam op 1 oktober 2014, werd de Markthal gelijk zeer druk bezocht door vele nieuwsgierigen. Niet alleen door Rotterdammers, maar ook door mensen van elders. Het is een enorm gebouw van 40 meter hoogte met in de overkoepelende zijwanden bijna 230 dure koopwoningen. Het enorme bouwwerk staat aan de Blaak, vrijwel recht tegenover de Centrale Bibliotheek (met zijn gele pijpen langs de buitenkant) op de hoek Hoogstraat-Blaak, en de flat bekend als het Potlood, en de bekende kubuswoningen. Die Centrale Bibliotheek kunt u goed weerspiegeld zien op foto 1. Op foto 2 ziet u een fraaie doorkijk door de hele Markthal vanaf het terras waar ik koffie heb gedronken, met buiten van links naar rechts een klein stukje van de Centrale Bibliotheek met zijn gele pijpen, het Potlood, en de kubuswoningen.
Onder de Markthal is een enorme parkeerkelder van 4 etages diep, bereikbaar per roltrap, die als bijnaam de Tijdtrap heeft gekregen. Die ziet u op foto 4. Op de zijkant van de roltrap ziet u een aantal jaartallen staan waarmee belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis van Rotterdam werden gememoreerd. Voordat de bouw begon in oktober 2009, is er archeologisch onderzoek verricht en zijn er vele vondsten gedaan uit de Middeleeuwen. Om enigszins precies te zijn: uit de 14-e eeuw en - nog dieper - uit de 10-e eeuw. Een aantal van die vondsten zijn tentoongesteld in vitrines in de parkeerkelder, geplaatst rond de trappenhal.
En dan dat plafond! Spectaculair! Enkele delen ervan ziet u op de foto's 3 en 4 en 5. Op die laatste foto nummer 5 ziet u een scheefstaande toren. Dat is niet de Oldehove te Leeuwarden, maar de toren van de Sint Laurenskerk. Dat kunt u zien aan het wapen van Rotterdam boven de klok. En die koe op de voorgrond? Dat zal wel een echte Friese koe zijn. Overigens, op foto 1 ziet u links de Markthal met rechts ervan de Middeleeuwse Sint Laurenskerk met diezelfde toren.
Eind oktober waren er al circa een miljoen bezoekers binnen geweest. En het was er nog steeds zeer druk met kopers en bezoekers. Ik zag ook veel mensen met een fototoestel rondlopen en foto's maken. Ik heb er rondgewandeld, foto's gemaakt (ik was dus niet de enige), en gesmuld van een kop koffie met een chocoladetaartpunt. Hieronder staan een vijftal foto's die ik toen gemaakt heb.








Overigens heeft de markthal 1 nadeel: de klimaatbeheersing. In oktober 2014 was het nog warm in de Markthal; sommigen vonden het zelfs om te smoren. In november 2014 werd het koud en moesten er kachels op de terrassen worden geplaatst en in december 2014 was er sprake van dat er schuttingen moesten worden geplaatst in de markthal voor tegen de tocht. 

zondag 5 oktober 2014

Zomervakantie in Rotterdam

De vakantieperiode is ondertussen al lang voorbij. Toch wil ik er iets over vertellen. Deze zomer ben ik eind juli 2014 een week op vakantie geweest in Rotterdam. En net zoals in 2013 overnachtte ik in het tweede huisje van mijn ouders in Rotterdam-zuid. Vandaar uit heb ik diverse dagtochten gemaakt naar steden in de omgeving van Rotterdam.

De eerste stad waar ik naar toe ben geweest, was Delft. Dat stadje is natuurlijk bekend vanwege de Nieuwe Kerk met zijn koninklijke grafkelder, die u ziet op foto 1. Op de voorgrond ziet u de afgesloten toegang tot de koninklijke grafkelder en op de achtergrond het praalgraf van Willem van Oranje. Verder is ook de Oude Kerk met zijn 5 torentjes boven op de grote scheefstaande toren heel bekend. Die ziet u heel fotogeniek in beeld gebracht op foto 2. En natuurlijk is daar ook het Prinsenhof, waar Willem van Oranje in 1584 is vermoord door Balthasar Gerards. Op foto 3 ziet u de moordplek, waar - begeleid met een kort klank-en-lichtspel - werd weergegeven hoe de moord plaatsvond. Rechts op de muur ziet u nog altijd de kogelgaten, afgedekt met het glasplaatje, net als in de jaren 70. Toen ben ik daar ook al diverse keren geweest met mijn grootouders. Dat was natuurlijk makkelijk te bereizen vanuit Rotterdam. Tevens was dat was voor mij toen aanschouwelijk onderwijs ter plekke; een leuke aanvulling op de geschiedenisles zoals ik die kreeg op de lagere school in het verre Leeuwarden. Ondanks dat ik geen Oranje-fan ben, beschouw ik het museum de Prinsenhof als een belangrijke historische plek waar niet alleen alle Nederlanders eens naar toe moeten, maar ook alle allochtonen die willen inburgeren. Dan kunnen ze eens goed kennismaken met een belangrijk stukje Nederlandse geschiedenis. De tentoonstelling in het Prinsenhof laat zien hoe de 80-jarige oorlog begon met een opstand en vervolgens uit de hand liep tot een oorlog tussen 2 staten (Spanje tegen de noordelijke Nederlanden). Het was duidelijk een belangrijke gebeurtenis in de Nederlandse geschiedenis want daarmee ontstond het huidige Nederland.




De tweede stad waar ik naar toe ben geweest, was Den Haag. Deze keer had ik niet - zoals vroeger, toen ik nog jaarlijks bij mijn grootouders logeerde - de trein genomen, maar de metro. Beter te zeggen: de Randstadrail. Ik kon in Rotterdam zo per tram naar het metrostation Maashaven rijden en daar overstappen op de Randstadrail / metro. Die reed in een keer dwars door heel Rotterdam heen en sloot direct noordelijk van Rotterdam aan op het vroegere traject van de oude Hofpleinlijn. Zo arriveerde ik heel vlot op het NS-kopstation Den Haag Centraal. Van daaraf maakte ik een grote wandeling door Den Haag, bezocht tussendoor het Haags Gemeentemuseum (gesitueerd aan de oostkant van de Hofvijver), wandelde over het Binnenhof langs de parlementsgebouwen en de Ridderzaal, en liep daarna langs de westkant van de Hofvijver (waar ik foto 4 maakte) verder de binnenstad van Den Haag in. Zo passeerde ik het in een hoek van de Kneuterdijk weggepropte paleisje Kneuterdijk. Dat ziet u op foto 5. Als u dat ziet, snapt u waar de term kneuterig vandaan komt. Op een gevelsteen aan de zijkant las ik dat in 1848 in dit paleis Thorbecke en koning Willem II hun overleg hadden over de nieuwe grondwet. Met het uitkomen van de dikke biografie over koning Willem II eerder dit jaar, weten we nu ongeveer hoe dat overleg waarschijnlijk is verlopen. Vermoedelijk had Thorbecke zoiets als dit gezegd: Sire, hier tekenen. Anders maken we bekend dat u biseksueel bent. Tsjaa, zoiets lag in die tijd nog uiterst gevoelig.
Daarna ben ik doorgelopen naar paleis Noordeinde. Met Prinsjesdag op de derde dinsdag in september was dat paleis weer op tv te zien. Nu kijk ik daar dus anders tegenaan omdat ik er dit jaar voor gestaan heb. Vervolgens ben ik doorgelopen naar het museum Panorama Mesdag en heb ik het grote schilderij van de bekende schilder H.W. Mesdag en zijn collega's weer eens bekeken. In de jaren 70 ben ik daar ook al diverse keren geweest, toen ik jaarlijks bij mijn grootouders in Rotterdam logeerde. Tot slot wandelde ik door naar het Plein 1813 waar ik foto's maakte van het monument dat daar midden op de rotonde staat. Dat monument herinnert aan de belangrijkste gebeurtenis van dat jaar: de terugkeer van prins Willem van Oranje, de latere koning Willem I. Hij kreeg in later jaren de bijnaam Koning Koopman of de Kanalenkoning. Dit omdat hij op diverse manieren de economie van Nederland na de Franse tijd weer op gang probeerde te krijgen en te stimuleren. Daarna nam ik de bus terug naar het station gevolgd door de metro terug naar Rotterdam.



Op de derde dag ging ik Rotterdam in. Daar nam ik de tram naar de noordoever en maakte een grote wandeling door het centrum langs de bekende Rotterdamse boekhandel Donner (tegenwoordig gevestigd in het voormalige bankgebouw van de ABN-Amro aan de Coolsingel), over de Coolsingel, door de Meent, helemaal naar de Blaak. Daar maakte ik foto 6. Het is het circa 10 meter diep onder de grond gelegen NS-station Rotterdam-Blaak. Een gek idee: vanaf 1877 tot 1993 liep hier de spoorweg bovengronds over een viaduct dwars door de binnenstad, nu ligt die spoorlijn plus NS-station ondergronds. Daar heb ik eerder al een en ander over verteld in mijn blog van 17 mei 2014 onder de titel: Het nieuwe Rotterdamse Centraal Station. Op foto 6 ziet u trouwens meer: helemaal onder, tussen de trap en de roltrap door  ziet u de rails van de spoorlijn liggen. Maar boven die rails ziet u die wand met daarop in rood rond de deuren en in blauw rond de ramen een metrotrein geschilderd. Dat is de metrotunnel van de oost-westlijn. En bovengronds rijdt de tram voorbij (alleen niet op het moment dat ik deze foto nam).


Op de vierde dag maakte ik een treinreis naar Gorinchem. Voor iedere andere toerist een aardig Hollands stadje, gelegen aan de rivier de Merwede, waar veel oude panden met fraaie gevels te bewonderen zijn. De bekendste gevel is het pand "Dit is in Betlehem", dat u ziet op foto 7. Maar voor mij persoonlijk is Gorinchem de stad waar de voorouders van mijn moederskant vandaan zijn gekomen. Ik heb er het Gorcums Museum bezocht. Dat is gevestigd in het vroegere stadhuis. Er was een zeer interessante tentoonstelling te zien over de Heilige Martelaren van Gorcum; dat waren Rooms-Katholieke geestelijken en monniken die in 1572 door de Watergeuzen uit Gorcum waren ontvoerd naar Den Briel en daar werden getreiterd en gemarteld en uiteindelijk opgehangen in een schuur net buiten de stadswallen van Den Briel. Eerlijk beschouwd was dat geen fraai gebeuren: de Watergeuzen die ons aan het begin van de 80-jarige oorlog bevrijdden van het Spaanse juk, bleken wreedaards en beulen te zijn. Verder was er een zeer interessante tijdelijke tentoonstelling te zien over de belegering van Gorinchem in de winter van 1813-1814. Toen werd het stadje door het Pruisische leger omsingeld en vanaf de overkant van de Merwede met kanonnen beschoten en daarbij werd circa driekwart van alle huizen en panden in Gorinchem verwoest. Ik heb binnen mijn familie van mijn moederskant nooit iets hierover gehoord. Blijkbaar is dat binnen mijn familie in de vergetelheid verdwenen. Onderwijl maakte ik foto 8 vanuit het raam op de tweede etage van het museum. Daarop ziet u de Grote Markt voor het stadhuis met de Wilhelminafontein. Daarna maakte ik een grote wandeling door de binnenstad en keerde aan het eind van de dag per trein terug naar Rotterdam.



Op de vijfde dag nam ik de trein naar Breda. Daar wilde ik al jaren lang naar toe. Maar vanuit Leeuwarden is dat natuurlijk moeilijk te doen vanwege de zeer grote afstand. Maar vanuit Rotterdam-Lombardijen is het een klein wippie langs Dordrecht en over het circa 1,5 kilometer brede Hollands Diep.
In Breda het ik het Breda's Museum bezocht. Dat is een interessant museum over de geschiedenis van de stad Breda met natuurlijk extra veel aandacht voor de Nassau's, de list met het Turfschip van Breda in 1590, en overige gebeurtenissen tijdens de 80-jarige oorlog. Maar het meest interessante aspect voor mij echter was het gebouw zelf waarin dat museum is gevestigd: dat is de vroegere Chasse-kazerne, gebouwd in 1896. Daar is mijn opa van mijn moederskant gelegerd geweest in de periode 1916-1920. Die voormalige kazerne ziet u op foto 9.
Daarna wandelde ik door het centrum van Breda en bezocht ik de Grote of Onze Lieve VrouweKerk. Dat is een prachtig Middeleeuws gotisch kerkgebouw, gebouwd tussen 1410 en 1547 als Rooms-Katholieke kerk en die sinds 1637 Protestants is gemaakt. Vanaf de Grote Markt maakte ik foto 10 van de fraaie gotische kerk. In de kerk zelf zijn diverse praalgraven te bewonderen, waaronder de graven van de Nassau's. Vervolgens wandelde ik langs het kasteel van Breda - dat voor de 80-jarige oorlog het paleis van Willem van Oranje was, en waar sinds 1828 de KMA (= Koninklijke Militaire Academie) in is gevestigd - terug naar het station voor de terugreis.



Ik had nog veel meer kunnen vertellen over wat ik allemaal in deze vakantieweek heb gezien, maar dat doe ik later maar, in volgende blogstukjes. Anders wordt dit blogstuk veel te lang.

zondag 25 mei 2014

Moord te Rotterdam in 1938

Hallo Bloglezers,

Ik heb er zelf niets over in de pers gelezen. Jullie waarschijnlijk ook niet. Maar de afgelopen 23 mei 2014 was een historische dag voor Rotterdam. Op die dag was 76 jaar geleden een Oekraiener op de Coolsingel opgeblazen.
Toch is er wel enige informatie over te vinden. Ik heb er enkele maanden geleden iets over gelezen op de site van het Gemeente-archief Rotterdam, omdat het politierapport van het hele onderzoek werd vrijgegeven en gepubliceerd. En er valt ook een en ander over te lezen in de Wikipedia, maar verder moet je naar informatie over deze gebeurtenis zoeken.



Op 23 mei 1938 bevond zich een Oekraiense balling in het Atlanta-hotel, gesitueerd op de hoek van de Coolsingel met de Aert van Nesstraat in Rotterdam. Dat pand ziet u op de 2 foto's hierboven; de eerste genomen vanaf de overkant van de Coolsingel, de tweede vanaf de overkant van de Aert van Nesstraat, waarop de hoofdingang te zien is. Daar ontmoette de Oekraiener in de foyer van het hotel heel toevallig (?) iemand die zich aan hem voorstelde als een oude kennis. Het leidde tot een geanimeerd gesprek, waarna beiden weer uiteen gingen. Maar niet nadat de kennis een doos chocoladebonbons cadeau had gedaan aan de Oekraiense balling. Die was namelijk dol op chocolade.
Na deze ontmoeting ging de Oekraiener uit wandelen op de Coolsingel, waar het druk was vanwege het winkelende publiek. Ongeveer zo'n 100 a 200 meter van het hotel klonk er ineens een luide explosie, waarna de Oekraiener volledig in twee-en uiteengereten werd. Dat waren dus explosieve chocoladebonbons.

Op de toenmalige plek van de moord is tegenwoordig niets te zien dat aan de bomaanslag herinnert. Geen tegel met tekst dat er naar refereert, of  wat dan ook. De panden zelf langs de Coolsingel zijn ondertussen door het bombardement van 14 mei 1940 weggevaagd. De plek zelf is ongeveer schuin tegenover het stadhuis van Rotterdam. Die plek is te zien op de 2 foto's hieronder. Op foto 3 is het plein te zien met op de achtergrond het nieuwe pand dat na de oorlog is verrezen met duidelijk zichtbaar de hoofdingang voor personeel voor de kantoren op de bovenste etages, met erboven het opschrift Coolsingel 75. Op foto 4 is hetzelfde plein weer te zien, maar dan met links het fietspad met ernaast de Coolsingel en met rechts op de begane grond een winkel van Zorgwerk. Als ik het goed heb, zat daar tot enkele jaren geleden de tweedehands boekenwinkel De Slegte. Anders zat die tweedehands boekenwinkel aan de andere kant van de personeelsingang. En in de verte tussen de boom en het witte pand is een klein stukje bruin van het bakstenen gebouw van Hotel Atlanta te zien.



De Rotterdamse politie was er op 23 mei 1938 snel bij, want het politiebureau stond er niet ver vandaan. Dat staat nog steeds schuin aan de overkant, een beetje achteraf naast het stadhuis aan de Coolsingel. Na een grondig en gedegen onderzoek werd vastgesteld dat de man Jewhen Konovalets heette, en dat hij in 1891 geboren was te Lviv (die stad heette vroeger Lvov of Lemberg), gelegen in westelijk Oekraine, en dat hij op de vlucht was voor spionnen van de NKVD (de voorganger van de later meer bekende KGB). Maar wie precies de moord had gepleegd, bleef tientallen jaren lang onbekend. Pas in 1994 (na de val van de Sovjet-Unie) deed een voormalige spion van de KGB een boekje open. Hij heette Pavel Soedoplatov (1907-1996) en had de opdracht om Konovalets te vermoorden van Stalin persoonlijk gekregen. Omdat hij die opdracht met zijn team succesvol had uitgevoerd, kreeg hij van Stalin een nieuwe moordopdracht: de moord op Trotsky. Die werd in 1940 vermoord in Mexico, door een Belg met een pikhouweel. Kortom: From Russia with Love. Het had de inspiratie kunnen zijn voor Ian Fleming, de schrijver van de James Bond-romans.

Wat was hier nu echt aan de hand? Stalin had met zijn landbouwbeleid begin jaren 30 in Oekraine een ramp gecre-eerd. De boeren werden gedwongen om toe te treden in de kolchoz-boerderijen, in de hoop op efficientere en grotere oogsten. Het pakte in de praktijk totaal verkeerd uit: de oogsten mislukten, waarna Stalin besloot om in ieder geval de oogsten in beslag te laten nemen voor de arbeiders in de steden en de boeren op het Oekraiense platteland te laten verrekken van de honger. Er zijn circa 5 miljoen Oekrainers door omgekomen. Die hongersnood wordt in Oekraine tegenwoordig de Holodomor genoemd en wordt sinds de jaren 90 ieder jaar herdacht. Die Holodomor is de reden voor heel veel woede onder Oekrainers tegen Stalin. Daar had ik vorig jaar op 1 juni 2013 al over geblogd in mijn blogstukje getiteld: Tentoonstelling de Sovjet-mythe in het Drents Museum te Assen, inclusief leestips. Daarin beschreef ik een schilderij met daarop weergegeven het oogstfeest op de kolchoz. Ik schreef daar toen al over dat dit schilderij een grote leugen was. Zo rijk waren de oogsten niet, en zo feestelijk ging het er dus helemaal niet aan toe.

Vanwege deze door Stalin veroorzaakte rampen, ontstond er een organisatie in Oekraine genaamd OUN, die zich al snel naar het buitenland verplaatste, en die ijverde voor afscheiding van Oekraiene uit het Sovjet-staatsverband. Dat kon Stalin natuurlijk niet tolereren. En dat was de reden voor de NKVD om Jewhen Konovalets op te sporen en te liquideren.
Na de moord op Konovalets zocht de OUN steeds meer naar steun in West-Europa. Die kreeg ze van Nazi-Duitsland. Op 22 juni 1941 ging Operatie Barbarossa van start en viel Nazi-Duitsland de Sovjet-Unie binnen en veroverde met succes grote delen van de Sovjet-Unie, waaronder ook vrijwel de hele Oekraiene. De Duitse troepen rukten op tot aan de oevers van de Wolga waar ze vastliepen in de ruines van het kapotgeschoten Stalingrad. Daarover blogde ik op 5 januari 2014 onder de titel: Bekende Russische stad in het nieuws. Onderwijl, overal waar de Duitse troepen oprukten in West-Oekraiene, werden ze ingehaald als bevrijders. Begrijpelijk, gezien de Stalinterreur, waaronder die mensen hebben geleden. Maar dat was geen reden voor veel Oekraieners om vervolgens in dienst van de Nazi's zo veel mogelijk Russen, Joden en Polen uit te moorden. Die Oekraieners van de OUN schijnen in totaal circa 100.000 Polen, Russen en Joden te hebben uitgemoord. Het is een kwalijk stuk geschiedenis dat tot op de dag van vandaag nooit verwerkt is geweest, na afloop van de Tweede Wereldoorlog.
Dit is de reden waarom Oekraine op dit moment een gespleten land is geworden. In West-Oekraine leven nog steeds veel Oekrainers (vooral de leden van het Rechts Blok en Svoboda) die de massamoordenaars van toen als helden vereren, waaronder een zekere Stepan Bandera (1909-1959, en afkomstig uit een dorp in de omgeving van Lemberg, en de beruchtste OUN-moordenaar). Een zeer kwalijke geschiedenis waarover wij in het Westen zo goed als niets in de kranten lezen of op tv in journaals zien. Het lijkt haast op censuur.  In Oost-Oekraine leven vooral veel Russen die juist zwaar hebben geleden onder de terreur van de Nazi's en de Oekrainse OUN-moordenaars. Zij willen om voor de hand liggende redenen natuurlijk niks te maken hebben met de Westelijke Oekrainers, die ze aanzien voor Neo-Nazi's. Vandaar dat ze zich willen afscheiden uit Oekraine en zich bij Rusland willen voegen.
Ik schreef al eerder iets over deze kwestie op mijn blog, op 20 april 2014 onder de titel: Russische Sint Joris orde ineens opvallend actueel.

Het is duidelijk een stuk geschiedenis dat in het Westen nauwelijks bekend is. Heel jammer, want door dat gebrek aan feitenkennis wordt het gedrag van de Russen in Oostelijk Oekraine makkelijk verkeerd begrepen en verkeerd uitgelegd. Kortom: het is belangrijk om de historische feiten te kennen! Wie ze niet kent, is makkelijk te misleiden en voor te liegen! Dat wist de minister van propaganda van het Duitse Reich dr. Joseph Goebbels al.

zaterdag 17 mei 2014

Het nieuwe Rotterdam Centraal Station

Hallo bloglezers,

Begin mei 2014 ben ik weer in Rotterdam geweest. Natuurlijk reisde ik per trein en arriveerde ik dus op het Centraal Station van Rotterdam. Dat is juist volledig vernieuwd en in maart 2014 heropend door onze nieuwe koning Willem Alexander. Foto 1 heb ik vanuit de rijdende trein genomen richting station. Een spectaculair uitzicht, al is er van het nieuwe station zelf niks te zien op deze foto. Wel van diverse treinen op het rangeerterrein op de voorgrond, met op de achtergrond de bekende kantoortoren Delftse Poort van verzekeraar Nationale Nederlanden.


Maar op (ongeveer) diezelfde plek hebben 3 eerdere stations gestaan. In 1839 werd - zoals iedereen met geschiedenis leert - de allereerste spoorweg van Nederland geopend; die liep van Amsterdam naar Haarlem. In 1847 werd deze spoorweg doorgetrokken naar Leiden, Den Haag, Delft, Schiedam en Rotterdam. Die verlengde spoorlijn kwam in 1847 uit in een kopstation met de naam Rotterdam Delftsche Poort. Dat station was indertijd gesitueerd vlak bij het toen nog bestaande poortgebouw Delftsche Poort in het centrum van Rotterdam. Dat is nu een eindje oostelijk van het huidige Rotterdam Centraal Station. In 1868 werden plannen bekend gemaakt om de spoorlijn van Rotterdam verder door te trekken naar Dordrecht en vervolgens verder over het Hollandsch Diep naar Breda. Daarvoor bleek het (toen nog) bestaande kopstation Rotterdam DP (= Delftsche Poort) niet goed geplaatst te zijn. Daarom werd er vlak bij een volledig nieuw station gebouwd en in 1877 geopend. Dit was geen kopstation, maar een doorgaand station. Hier arriveerden vanuit het westen de treinen vanuit Den Haag en reden na een stop op het nieuwe Rotterdam DP door over het luchtspoor (zeg maar: spoorwegviaduct) dat in diezelfde periode 1870-1877 dwars door de stad was gebouwd, waarna de trein zijn reis vervolgde over de spoorbruggen over de Nieuwe Maas en de Koningshaven naar Dordrecht en verder. Dat nieuwe station Rotterdam DP heeft het bombardement ondanks enige schade overleefd. Toch werd het na de Tweede Wereldoorlog duidelijk dat er een nieuw station moest komen om de groeiende verkeersproblemen de baas te kunnen blijven.
Daarom werd in de loop van de jaren 50 direct westelijk van het oude Rotterdam DP een nieuw station gebouwd en werden de loop van verschillende andere spoorlijnen aangepast, zodat ze alsnog op het nieuwe Rotterdam Centraal Station aansloten, en niet langer op verschillende kleinere stations, verspreid over de stad (zoals Rotterdam Hofplein voor de trein naar Den Haag, of het Maasstation voor de trein naar Utrecht). Op 21 mei 1957 werd dit nieuwe station geopend als Rotterdam Centraal Station. Boven op de dakrand van dit toenmalig moderne stationsgebouw stond in grote letters de naam: Centraal Station.

Maar 10 jaar geleden werd duidelijk dat het personenvervoer per trein nog verder zal groeien en dat het bestaande station te klein werd. Daarom werden er plannen gemaakt voor een grote verbouwing van het station Rotterdam CS. In september 2007 werd het oude Rotterdam Centraal Station uit 1957 gesloten en werden de letters van de dakrand van het stationsgebouw verwijderd. Wel werd er nog enkele weken lang enkele letters in een andere combinatie teruggeplaatst als afscheidsgroet; ze vormden de woorden: TRAAN LATEN.
Maar denk maar niet dat het hele station op slot ging. Er werden op andere plekken naast de bouwplaats tijdelijke ingangen tot het station gerealiseerd met een grote nieuwe loopbrug naar de perrons, zodat de treinen gewoon konden blijven doorrijden. Je kon zelfs zien hoe het bouwproject vorderde in de loop der jaren. Op foto 2 is te zien hoe het station met de perrons en de overkapping met ondersteunende palen er tegenwoordig uit ziet.
In 2014 was het nieuwe Rotterdam Centraal Station voltooid en werd het op 13 maart 2014 feestelijk geopend door koning Willem Alexander. Op de zuidgevel staat weer de naam van het station (zoals op foto 3 is te zien), in dezelfde letters afkomstig van het oude station. En ook de klok is weer terug. Ook die is overgenomen van het vorige station.

Terwijl ik rondliep op het grote plein voor het station, maakte ik foto's van het plein en van het nieuwe stationsgebouw en van  het er naast staande circa 151 meter hoge kantoorpand van de Friese architect uit Hardegarijp Abe Bonnema (1926-2001). Over hem heb ik eerder geblogd, namelijk op 13 februari 2014, over het Nieuwe Fries Museum. Terug naar Rotterdam. Dat kantoorpand van Abe Bonnema ziet u op foto 4. Dat is het kantoorpand van Nationale Nederlanden genaamd Delftse Poort. Curieus: de naam is nu overgegaan van het station naar dit kantoorpand. Het bestaat uit twee kantoortorens, de ene 151 meter hoog en de andere 93 meter hoog. Toen deze kantoortoren in 1991 in gebruik werd genomen was het het hoogste kantoorpand van Nederland. Nadien heeft Amsterdam geprobeerd Rotterdam te overtroeven met een hogere kantoortoren, maar daarna heeft Rotterdam de hoofdstad van Nederland alweer overtroefd met opnieuw het hoogste pand van Nederland, deze keer gebouwd op de zuidoever, vlak bij de Erasmusbrug en het nieuwe gerechtsgebouw. Het is de Maastoren. Deze kantoortoren is sinds zijn voltooiing in 2009 met 165 meter het hoogste gebouw van Nederland. Maar dat verder terzijde.
Het viel me ineens op dat er meer mensen op het stationsplein rondliepen en foto's maakten van het nieuwe stationsgebouw. Het wordt duidelijk gezien als een zeer fotogeniek gebouw.




Het nieuwe station heeft ondertussen al een bijnaam gekregen van de Rotterdammers: de haaiebek. Een andere bijnaam is: de patatzak.

P.s.: mochten jullie nu denken dat het bekende beeld van Zadkine (bijnaam: Jan gat) naar dit stationsplein zal worden verplaatst? Daar was laatst in Rotterdam ineens een discussie over ontstaan. Wel, die verplaatsing gaat niet door. Dat beeld staat al sinds jaar en dag aan het noordelijke eind van de Leuvehaven op het Plein 1940. En daar blijft het staan. Dat was in 1951 al de afspraak met de directie van de Bijenkorf. En daar zijn de Rotterdammers van nu het helemaal mee eens.

woensdag 7 mei 2014

Weer herdenking van het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940

Hallo Blogvolgers,

Zoals gebruikelijk hebben we in Nederland op 4 en 5 mei de traditionele nationale herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog gehad. Ook in Rotterdam. Maar op 14 mei heeft Rotterdam zijn eigen stedelijke herdenking. Zoals bekend heeft dat alles te maken met het Duitse bombardement op 14 mei 1940, waarbij circa 850 doden vielen en rond 90.000 Rotterdammers dakloos werden. Dat is bijna net zoveel als de stad Leeuwarden aan inwoners heeft. Dat is op dit moment in 2014 rond 95.000 inwoners. Laat dat dus goed tot u doordringen.



Op de twee hierboven staande foto's ziet u de brandende stad Rotterdam. De eerste vanaf het Noordereiland waar u op de andere oever van de Nieuwe Maas de stad rond het Witte Huis (herkenbaar aan het grote reclamebord boven op het dak) ziet branden. En op de tweede foto vanaf een andere plek elders in Rotterdam, waar burgers machteloos vanaf het dak van hun woning toezien hoe het stadscentrum in vlammen opgaat. Die zullen niet bepaald vriendelijke gevoelens naar de Duitse militairen toe hebben gehad.
En die had de toenmalige burgemeester van Rotterdam P.J. Oud ook niet. Hij moest van de Duitsers direct na de overgave een proclamatie in de stad verspreiden waarin hij de burgers van Rotterdam moest vermelden dat de Duitsers als vrienden waren gekomen. Tegen die zin heeft burgemeester Oud nadrukkelijk geprotesteerd en daarom weggelaten. De Duitsers hebben dat maar zo gelaten, want ze begrepen ook wel dat een bombardement niet erg vriendschappelijk overkwam. Terwijl zij vonden dat die Hollanders toch echt een Germaans broedervolk waren. Maar ook dan maakte zo'n bombardement geen overtuigend vriendschappelijke, laat staan een broederlijke indruk.


Dat was blijkbaar heel anders in Amsterdam, waar gedurende die 5 dagen  in mei 1940 vrijwel niet is gevochten en waar vrijwel geen enkele bom is gevallen. Daar werden de Duitse militairen bij hun intocht via de Berlagebrug op 15 mei 1940 (terwijl Rotterdam nog brandde!) blijkbaar enthousiast verwelkomd door de Amsterdamse bevolking, zoals te zien is op deze foto. Achteraf bleek dat het om Duitse staatsburgers waren die hun landgenoten enthousiast begroetten, of NSB-ers die hun ideologische meesters enthousiast binnenhaalden. Geen fraai gezicht dus. Maar door het niet vermelden van dergelijke feiten werden er door de Duitse censuur een wel zeer verkeerd beeld gecre-eerd. Een foto zoals deze zal in Rotterdam dan ook zeer onaangenaam zijn gevallen, vooral omdat men daar de achtergrond niet van kende.

maandag 17 maart 2014

Bevrijdingsoffensief over Rotterdam op 31 maart 1943

Inderdaad blogvolgers, het is een wel zeer cynische titel van dit blogstukje, maar komende 31 maart zal er in Rotterdam aandacht worden geschonken aan de dramatische gebeurtenis die op 31 maart 1943 plaatsvond. Dat betrof een Amerikaans bombardement op de woonwijken van het Oude Westen van Rotterdam, tegenwoordig bekend als het Vergeten Bombardement. Daarbij vielen circa 400 doden en waren er rond 16.500 daklozen. Op de zwartwit-foto ziet u het resultaat van dit "bevrijdings"-offensief. Dat dit Geallieerde bombardement op zo'n drama was uitgelopen was te wijten aan verschillende factoren en omstandigheden. De belangrijkste was het weer. Er stond een stevige wind die de vallende bommen in de verkeerde richting dreef. Ze hadden op de meer westelijk gelegen scheepswerf van Wilton-Feyenoord (bij Schiedam) en op de oostelijk daarvan gelegen Merwedehaven moeten vallen. Over dit bombardement had ik al eerder iets verteld in mijn blogstukje van 20 oktober 2013 onder de titel Kort weekje in Rotterdam in september 2013.



De Duitse propaganda maakte van deze geallieerde misser natuurlijk enthousiast gebruik door de Geallieerden weg te zetten als oorlogsmisdadigers die geen enkel ontzag hadden voor onschuldige burgers en daarom woonwijken bombardeerden. Daarom verschenen overal in de stad en de rest van het land posters zoals de hieronder afgebeelde, zeer "sentimentele" poster van dat jochie en zijn moeder die geen antwoord kan geven omdat ze ligt dood te bloeden onder het puin. Veel Rotterdammers zullen dat Duitse propaganda-offensief in april 1943 ongetwijfeld zeer hypocriet hebben gevonden want zij herinnerden zich nog heel goed het Duitse bombardement van 3 jaar eerder, dat van 14 mei 1940. Dat was zeker bedoeld om de niet-aanwezige Engelse militairen uit Nederland te verjagen. Jaja.


Aan dit bombardement zat een voorgeschiedenis vast die niet erg bekend is. Op 14 en 15 januari 1943 vond een conferentie plaats in Casablanca. Daar waren prime minister Churchill en president Roosevelt bijeen gekomen met hun generaals om de militaire acties voor de rest van 1943 te bespreken en beslissingen daarover te nemen. Stalin kon niet komen omdat de slag om Stalingrad nog gaande was. Daarover heb ik kort geleden nog geblogd op 5 januari 2014 onder de titel: Bekende Russische stad in het nieuws. Die slag was begonnen op 23 augustus 1942 en duurde uiteindelijk tot 2 februari 1943, toen de conferentie van Casablanca al lang was afgelopen. Onderwijl verzocht Stalin de Westelijke Geallieerden dringend om het Tweede Front in het westen te openen. Hij hoopte dat dit verlichting zou geven voor zijn Sovjet-troepen aan het Oostfront, vooral die in de kapotgeschoten stad Stalingrad, waar ze een grimmig dodelijke strijd hadden geleverd met de Duitsers. Maar de Westelijke Geallieerden konden alleen maar vage beloften doen. Ze konden nog niets concreets realiseren. Uiteindelijk namen ze 6 besluiten. De belangrijkste was de voorbereiding voor een invasie op het Europese vasteland, meer dan een jaar later. Daarvoor moesten er enorme hoeveelheden wapens, tanks, kanonnen, munitie en vliegtuigen worden geproduceerd. Een groot deel daarvan moest in de USA worden gefabriceerd en met vrachtschepen in konvooien over de Atlantische Oceaan naar Groot-Brittannie worden vervoerd. Daarvoor was het belangrijk om de Duitse U-boten te vernietigen. Maar Stalin bleef zeuren om opening van een Tweede Front in het westen. Dat leidde tot een volgende belangrijke beslissing: een bombardementsoffensief tegen de Duitse industrie. De generaals dachten dat dat goedkoper was dan een daadwerkelijke aanval met soldaten. De herinnering aan de moordende gevechten in de modderige loopgraven gedurende de Eerste Wereldoorlog lag na 25 jaar nog steeds vers in het geheugen. Maar ze vonden wel dat het aanstaande bombardementsoffensief goed moest worden voorbereid en uitgevoerd.
Februari ging voorbij en er gebeurde nog steeds niet veel in het westen, op een bombardement reeds op 27 januari 1943 na, op de marinebasis in het aan de Noordzeekust gelegen Wilhelmshafen. Ondertussen waren de Duitsers in Stalingrad verslagen en had General-Feldmarschall Friedrich Paulus zich met de restanten van het 6-e Duitse leger overgegeven aan de Russen. Daardoor kregen de Russen het onaangename gevoel dat zij het leeuwedeel in de strijd tegen Nazi-Duitsland moesten leveren.
Na het zoveelste verzoek van Stalin om actie aan het Westfront, besloten de Westelijke Geallieerden tot een aanval met bommenwerpers op de haventerreinen tussen Rotterdam en Schiedam. Dat werd gedurende de maand maart diverse keren uitgevoerd. Maar na elke missie bleek er nauwelijks schade te zijn, zodat de bombardementsmissie nog diverse keren moest worden overgedaan. Ook op 31 maart 1943. De bombardementsmissie werd uitgevoerd door de Amerikanen. Het was toen al gebruikelijk dat bij aanvallen met bommenwerpers dat de Engelsen altijd 's nachts vlogen, terwijl de Amerikanen altijd overdag vlogen. Dus vloog op die 31-e maart 1943 de Amerikaanse 303-rd Bombardment group met B-17 bommenwerpers naar Rotterdam, maakten een paar bochten om recht voor hun doel - de fabriek van Wilton-Feyenoord bij Schiedam, waar torpedobuizen voor de Duitse marine werden geproduceerd - te komen en lieten de bommen los. Ze vergisten zich, want ze vlogen juist recht op de meer oostelijk gelegen Merwedehaven af. bovendien stond er een wind die de vallende bommen uit hun koers dreef, waardoor ze op de erachter liggende woonwijken van het Oude Westen van Rotterdam vielen, met de bekende, hierboven reeds beschreven gevolgen.
Omdat het een bombardement door de Geallieerden was uitgevoerd, werd het na de Tweede Wereldoorlog snel vergeten  door de Rotterdammers. Men vond het toch wel genant ten opzichte van de Geallieerde bevrijders in mei 1945. Pas op 31 maart 1993 werd er een monument in het Park 1943 onthuld door de toenmalige premier Ruud Lubbers, dat aan dit vergeten bombardement herinnert.





Na de oorlog is de wijk gedeeltelijk herbouwd met typerende jaren-50  flats, rondom een marktplein. Die ziet u op foto 3. Als u zich voor een derde naar rechts draait, hebt u uitzicht op Park 1943. Daar stond in september 2013 het bord dat u op foto 4 ziet. Met zo'n tekst moet het voor iedereen duidelijk zijn dat daar tijdens de Tweede Wereldoorlog iets gebeurd is. Anders krijgt zo'n park en het podium niet zo'n naam. Op foto 5 ziet u de oostkant van het Park 1943 met rechts het bewuste podium 1943 en rechts de roestige ijzeren cijfers verspreid over het gras die gezamenlijk de datum vormen waarop het bewuste bombardement had plaatsgevonden. In mijn blogstukje van 20 oktober 2013 - wat ik hierbovenaan al aanhaalde - had ik al een foto van alleen dat monument geplaatst. Op foto 6 ziet u het uitzicht vanaf Podium 1943 in westelijke richting. In de verte ziet een een grote kinderspeelplaats waar veel kinderen onder toezicht van hun (vaak allochtone) moeders aan het spelen waren.

Overigens is Rotterdam gedurende de hele oorlog meer dan 100 keer gebombardeerd geweest, zo'n 10 keer door de Duitse Luftwaffe en voor de rest afwisselend door de RAF (=Royal Air Force) en de USAF (= United States Air Force). Maar geen van die andere bombardementen was zo omvangrijk en dramatisch als die twee bombardementen van 14 mei 1940 en 31 maart 1943. Daarmee is Rotterdam -samen met Den Helder - de meest gebombardeerde stad in Nederland geweest gedurende de hele Tweede Wereldoorlog.

Pas vanaf mei 1943 kwam het bombardementsoffensief echt goed op gang. Tevens waren de Geallieerden vanaf dan beter voorbereid. In de nacht van 16 op 17 mei 1943 voerde het 617-th squadron (nadien bekend geworden als The Dam Busters) onder bevel van Guy Gibson (1918-1944) een aanval uit op drie grote stuwdammen (de Mohnedam, de Eiderdam en de Sorpedam) in Duitsland met behulp van dansende bommen. Die waren ontwikkeld door ingenieur Barnes Wallis. Door die aanvallen liepen de stuwmeren leeg en werden vele dorpen en stadjes en meer dan 120 fabrieken weggespoeld, kwam een vliegveld volledig onder water te staan en stroomden een aantal steenkolenmijnen vol water. Er vielen rond 1300 doden, waarvan - wrang genoeg - bijna 800 dwangarbeiders. Nadien werd de ene Duitse stad na de andere systematisch gebombardeerd. Vaak werden er woonwijken geraakt. Dat werd heel neutraal klinkend aangeduid als collateral damage, in het Nederlands: bijkomende schade. Alleen was daar wel erg vaak sprake van. Geen wonder dat het aantal gedode burgers al snel in de duizenden liep. Als er fabrieken (vaak juist het hoofddoel) werden geraakt, werd dat als een meevaller beschouwd. Zo werd Hamburg van 24 juli 1943 tot en met 3 augustus 1943 aan een stuk door gebombardeerd. Daarbij ontstond er een vuurstorm, wat de verwoesting van Hamburg nog erger maakte. Het totaal aantal doden wordt op circa 42.000 geschat. Het bracht de bevelhebber van Bomber Command Arthur Harris (1892-1984) op een idee: vuurstormen over de Duitse steden cre-eeren om ze te verwoesten en het Duitse moreel te breken. Zo werden nog meer Duitse steden totaal verwoest en in de as gelegd met duizenden doden tot gevolg. Het dieptepunt werd bereikt met het beruchte bombardement op Dresden op 13 februari 1945 met circa 25.000 doden. Het moreel van de Duitse bevolking werd helemaal niet gebroken; alleen werd de woede met elk bombardement nog erger aangewakkerd.
Spreek maar rustig over Geallieerde oorlogsmisdaden. Geen wonder dat de Duitse Luftwaffe nooit is veroordeeld voor haar bombardementen op de Britse steden in 1940 en later, want dan hadden de RAF (= Royal Air Force) en de USAF (= United States Air Force) zich ook moeten verantwoorden. Anders werd er in 1946 te Neurenberg tijdens dat proces tegen de Nazi's veel te opzichtig met 2 maten gemeten.
Ondertussen was op 6 juni 1944 de langverwachte invasie op het Europese vasteland begonnen, waartoe op de conferentie in Casablanca was besloten. Daarmee begon het daadwerkelijke bevrijdingsoffensief op de grond, naast het reeds in maart 1943 gestarte bevrijdingsoffensief vanuit de lucht (wat meer op massavernietiging leek), waar eveneens op de conferentie in Casablanca toe was besloten.
En de Russen? Die bleven erbij dat de Westelijke Geallieerden zich er toch vrij goedkoop van afmaakten.
Desondanks bleek achteraf het bombardementsoffensief minder goedkoop te zijn dan de generaals vooraf hadden gedacht. Jachtvliegtuigen van de Duitse Luftwaffe en het Duitse Flak-geschut (Flak = FLieger Abwehr Kanone) wisten vele Geallieerde bommenwerpers naar beneden te schieten. Als gevolg daarvan was de sneuvelratio onder het Britse en Amerikaanse luchtmachtpersoneel nog hoger dan dat van de soldaten in de loopgraven aan het Westfront in de Eerste Wereldoorlog.

donderdag 26 december 2013

De laatste 2 dagen in Rotterdam

Hallo bloglezers,

Ik had nog meer te vertellen over mijn korte weekje in Rotterdam eind november 2013. Op de een a laatste dag heb ik een hele zwerftocht door de stad gemaakt. Eerst reed ik met de tram naar het metrostation Maashaven en vervolgens reed ik verder met de metro naar de noordoever. Alleen stapte ik voor het eerst niet uit op het metrostation Rotterdam CS maar bleef zitten tot aan het nieuwe en 18 meter diep liggende metrostation Blijdorp. Daarmee is dit het metrostation dat het diepst ligt van alle metrostations in Rotterdam. Dit station ligt aan een nieuwe metrolijn die in 2010 werd geopend en sindsdien helemaal doorloopt tot aan Den Haag CS en daarom Randstadrail heet. Op dat metrostation Blijdorp (dat nog een flink end lopen is naar de diergaarde met dezelfde naam) heb ik vanaf het perron de eerste foto gemaakt. Aan het eind ziet u de geboorde tunnel die nog dieper gaat dan dit station onder de grond ligt. Om naar boven te gaan, moet je - vanwege de grote diepte -  3 trappen naar boven nemen, in plaats van 2 trappen zoals op het oudste traject van de Rotterdamse metro (dat loopt van Rotterdam CS naar Zuidplein).



Ik stapte uit en liep eerst in noordelijke richting langs de Statenweg. De zeer brede middenberm is een groot plantsoen met halverwege een kinderspeelplaats op een verhoging. Daar maakte ik foto 2. Op de voorgrond ziet u het informatiebord over het Keezending uit 1787. Die eerder genoemde (kleine) verhoging is daar expres zo aangebracht, want daar op die plek heeft in 1787 het Keezending gestaan. Dat was een stoomgemaal (de eerste in Nederland!) bedoeld om de laaggelegen polder Blijdorp droog te malen. Omdat de stoommachine (gekocht bij de machinefabriek van James Watt in Engeland) en het gebouw gefinancierd was door patriotten (die als bijnaam Kezen - naar de keeshonden - hadden) uit Rotterdam, heette het gemaal in de volksmond ook Keezending. Het stoomgemaal heeft maar een paar jaar gefunctioneerd. In 1791 werd het al ontmanteld en in 1800 werd het afgebroken. In 2004 werden de fundamenten teruggevonden en onderzocht door archeologen. Daarna werden ze verwijderd in verband met de aanleg van de nieuwe metrolijn.



Daarna liep ik de Statenweg af in zuidelijk richting. Na enig zoeken vond ik de flatwoning op de eerste verdieping (te zien op foto 3) waar het Nederlandse leger van de sector Rotterdam zijn hoofdkwartier had en waar op 14 mei 1940 het Duitse ultimatum door 3 Duitse officieren aan de stadscommandant kolonel P.W. Scharroo (1883-1963) werd overhandigd. Die wees het af omdat het niet correct was ondertekend door de Duitse generaal, die zich met zijn manschappen had verschanst op de zuidoever en op het Noordereiland. Scharroo vond het maar een vaag vodje dat zomaar van iedereen afkomstig kon zijn. Daarom stuurde hij  zijn ondergeschikte kapitein Backer met een witte vlag als parlementair naar het Duitse hoofdkwartier op het Noordereiland, met het verzoek om een nieuw en correct uitgeschreven en ondertekend ultimatum. Toen kapitein Backer aankwam bij de Duitsers op het Noordereiland, reageerde general Schmidt ge-ergerd vanwege de paragrafenruiterij van die Hollandse commandanten, maar schreef toch maar een nieuw en correct uitgeschreven en ondertekend ultimatum en gaf dat mee terug aan kapitein Backer. Die keerde met zijn witte vlag via de Maasbrug terug naar de noordoever, maar halverwege zag hij tot zijn groeiende verbijstering een geschwader Heinkel-111-bommenwerpers komen aanvliegen die bommen uitstrooide over de stad. Vervolgens deed hij er uren over om weer bij het Nederlandse hoofdkwartier aan de Statenweg te komen omdat hij zich dwars door de ruines van de brandende stad moest heen werken. Daar aangekomen, overhandigde hij het nieuwe ultimatum dat deze keer direct door Scharroo werd aangenomen. Scharroo droop daarna af omdat hij de spanningen niet langer meer aankon. Vervolgens moest kapitein Backer met het antwoord van Scharroo weer terug naar de Duitsers. En ook dat duurde uren. Onderwijl steeg in Duitsland het geschwader bommenwerpers opnieuw op voor een tweede bombardement op Rotterdam, want Goering maakte zich kwaad omdat die Hollandse kaaskoppen maar niet opschoten met zich over te geven. Hij wist niet dat het Nederlandse leger helemaal niet beschikte over moderne communicatie-apparatuur. Binnen het Duitse leger was dat allang ingevoerd. Kapitein Backer overhandigde net op tijd het antwoord op het Duitse ultimatum aan generaal Schmidt. Onderwijl naderde het geschwader voor de tweede keer Rotterdam. General Schmidt hoorde het sinistere gebrom van de motoren van de naderende bommenwerpers. Daarop gaf hij snel de opdracht om per radio het bombardement af te gelasten vanwege de overgave van het Nederlandse leger, en omdat de noordoever al bezet was. En dat terwijl de Duitse soldaten nog de Maasbrug over moesten om het brandende centrum van Rotterdam nog te gaan bezetten. Daarmee werd een tweede bombardement op Rotterdam op het nippertje voorkomen. Tegenover de ingang van de portiekflat met nummer 147 staat een monumentje, bestaande uit een steenplaat met tekst, omringd door een lage heg en wat struiken. Dat ziet u op foto 4. Op de achterrond ziet u de auto's over de Statenweg voorbijrijden. Zo ziet u maar weer: de oorlog is in Rotterdam nooit ver weg.
Trouwe volgers van mijn blog weten dat ik al vaker heb geblogd over de mei-oorlog in 1940, onder andere op 13 mei 2013 onder de titel: Herdenking bombardement op Rotterdam, met internettip. En ook op 13 mei 2012 onder de titel: Gedenk de strijd om de Maasbruggen in Rotterdam in mei 1940.
Nadat ik foto's van de flat en het monument had gemaakt, liep ik terug naar het metrostation Blijdorp en reed terug naar het stadscentrum.



Op het metrostation Beurs stapte ik uit en maakte van daar een wandeling langs de Coolsingel, de Lijnbaan en de Oude Binnenweg. Daarna stak ik het Eendrachtsplein over en wandelde langs het Museum Boymans van Beuningen het Museumpark in. Daar heb ik foto 5 gemaakt. Daarop ziet u het fraaie gebouw van Museum Boymans van Beuningen uit 1935 vanuit de rozentuin. Het gebouw is de schepping van de toenmalige museumdirecteur Dirk Hannema, over wie ik eerder heb geblogd op 26 augustus 2011 onder de titel: Museum de Fundatie in Zwolle, en opnieuw op 18 mei 2012 onder de titel: Kasteel Nijenhuis bij Heino. Daarna liep ik het Museumpark door naar de Westzeedijk. Daar staat het Natuurhistorisch Museum, naast de Kunsthal (waar je maar beter geen kunstwerken kunt tentoonstellen omdat ze anders zo makkelijk kunnen worden gestolen, zoals in 2013 is gebleken). Die panden kunt u zien op foto 6.
Het Natuurhistorisch Museum is een interessant museum met een expositie over biologie en geologie, met veel opgezette dieren en een grote verzameling skeletten van allerlei dieren uit de gehele wereld, waaronder dat van een olifant, een giraffe en een struisvogel. Dat kan makkelijk in Rotterdam, met een dierentuin vlakbij in de wijk Blijdorp. Curieus is de vitrine met opgezette dieren waar een zeer apart verhaal aan vast zit. Hier staat bijvoorbeeld de in Leeuwarden bekende dominomus. In november 2005 wilde men in Leeuwarden een record vestigen door zoveel mogelijk dominosteentjes om te laten vallen. Helaas vloog er voortijdig een mus de Friesland Hal (tegenwoordig Friesland Expo Center geheten) binnen en liet een aantal dominosteentjes voortijdig omvallen. Om te voorkomen dat die mus nog meer dominosteentjes zou laten omvallen is er een jager ingeschakeld die het musje heeft doodgeschoten. Nadien werd de schutter door natuurfanaten bedreigd en werd de conservator van het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam, de heer Cees Moeliker, blij gemaakt met deze dooie mus. Hij heeft het beestje laten opzetten en nu staat het in een vitrine te pronk, tesamen met andere dieren met een apart verhaal, waaronder de dode eend die zich op 5 juni 1995 doodvloog tegen een enorm groot raam aan de achterkant van het museum en vervolgens door een andere eend meer dan een uur lang werd verkracht. Moeliker had alle tijd om er foto's van te maken. Het was het eerste en tot nu toe enige geval van necrofiele homosex onder eenden. Nadien schreef Moeliker er een verslag over dat aanvankelijk de lachers op de hand kreeg en waarvoor hij de lg-nobelprijs heeft gekregen voor het meest belachelijke wetenschappelijke verslag. Hoewel?




Op de laatste dag ging ik naar de Railz Miniworld. Dat is gevestigd op de begane grond in een flatgebouw aan het Weena, op loopafstand van het Centraal Station van Rotterdam. Het werd geopend op 30 maart 2007. Daar is een enorme maquette gemaakt met allerlei bekende gebouwen in Rotterdam, havens met schepen en kranen, industrieterreinen, waar wegen en spoorlijnen door heen lopen en waar dus veel treintjes overheen rijden. Niet alleen treintjes maar ook trams en metro's, en zelfs een TGV. Zeg maar: een Rotterdams soort Madurodam, maar dan overdekt. Kortom hartstikke leuk voor kinderen en voor mannen die nog steeds graag met treintjes willen spelen, en natuurlijk ook voor Rotterdammers. Want er staan veel gebouwen en bruggen uit de Rotterdamse binnenstad. Zo ziet u op foto 7 op de voorgrond de bruggen over de Koningshaven met rechts het Noordereiland en links Rotterdam-zuid en in de verte de bekende nieuwe Erasmusbrug en daarachter het bekende HAL-schip de Nieuw-Amsterdam aan de Wilhelminakade. En op foto 8 ziet u het Rotterdamse gemeentehuis aan de Coolsingel, vlak bij de rotonde rond het Hofplein, met daarachter het oudste spoorwegstation van Rotterdam uit 1847. Daar weer achter ziet u verscheidene gebouwen bij elkaar staan die door het bombardement van mei 1940 verloren zijn gegaan, zoals de Delftse Poort, cafe Loos (het halfronde gebouw met de roze ronde luifels), het oude Hofpleinstation en het grand cafe de Kroon. Zelfs hier in de Miniworld is de oorlog niet ver weg.
Daarnaast wordt het om de 24 minuten donker en zie je in alle woningen en kantoren de lichtjes aangaan, zoals u kunt zien op foto 9. Zelfs dag en nacht wisselen zich hier af, wat de Miniworld helemaal tot een spektakel maakt. Op deze foto ziet u het nieuwste spoorwegstation van Rotterdam met links ernaast het Groothandelsgebouw uit 1952. Dat was het eerste pand dat na de oorlog in Rotterdam werd gebouwd. Het was tevens het grootste bouwwerk in Nederland, waar alle bedrijven terecht konden die in mei 1940 hun kantoorruimte waren kwijtgeraakt als gevolg van het bombardement.
Na afloop maakte ik een wandeling dwars door de binnenstad, het schouwburgplein en de Lijnbaan naar de Coolsingel. Daar stapte ik op de tram terug naar huis.
De dag daarna keerde ik per trein terug naar Leeuwarden.