zaterdag 23 juli 2011

Langs de Leeuwarder Ringweg



Hallo bloglezers,


Het is een plek waar ik dagelijks langs fiets op werg naar mijn werk. Zo is het een idyllisch verstild plaatje met die boom weerspiegelend in het stille water van de Wirdumer Trekvaart. Achter al dat groen van struiken en bomen zie je nog net een rijtjeshuis in de woonwijk Aldlan. Achter mij (als fotograaf) ligt de Aldlansdyk (onderdeel van de Leeuwarder Ringweg) waar het verkeer met veel herrie overheen raast. Het is een opvallende en mooie plek. Jaren geleden heb ik er ook al eens een foto van gemaakt, in de lente met narcissen op de voorgrond. En nu dus in de zomer met veel groen. Hoeveel mensen zouden dit ook hebben gezien? Waarschijnlijk vooral wandelaars en fietsers.

Zo zie je maar weer dat je helemaal niet naar verre vreemde landen hoeft af te reizen om mooie foto's te maken. Even opzij kijken als je onderweg bent naar je werk, is al een goed idee. Gert Jan Hermus gaf daar tijdens de afgelopen wintermaanden ook een keer een voorbeeld van met een foto van de Waterpoort in Sneek gedurende een sneeuwbui.

zaterdag 16 juli 2011

over stoomtreinen, Hildebrand en stamboomonderzoek



Hallo bloglezers,


Laatst plaatste Gert Jan Hermus een fraaie foto van een stoomlocomotief die in Sneek bij het station stond. Gelijk moest ik denken aan een foto die ik zelf enkele jaren geleden heb gemaakt van een stoomlocomotief op de Maasvlakte. Ieder jaar in september worden in Rotterdam de Havendagen ge-organiseerd. Dan liggen er aan de Wilhelminakade, de Willemskade en de Parkkade verscheidene schepen waar je op kunt en die je uitgebreid kunt bekijken. Verder staan er op de kades vele kraampjes van de verschillende maatschappijen en rederijen die folders en brochures over hun bedrijf uitdelen. Eigenlijk is het ook een soort banenmarkt, want veel jongelui kunnen dan ook zien hoeveel werkgelegenheid er in de havens en de scheepvaartsector is en alvast een mondelinge sollicitatie doen. Daarnaast worden er ook excursies ge-organiseerd naar allerlei bedrijven op de vele haventerreinen die zich uitstrekken vanaf het centrum van Rotterdam tot op de Maasvlakte. In 2006 ben ik met mijn ouders naar de Havendagen geweest. Op zaterdag wandelden we over de kades langs schepen en kramen en standjes. Op zondag maakten we vanaf het NS-station Rotterdam CS een rit van circa een uur met een stoomtrein naar de Maasvlakte. Daar stapten we uit en liepen even rond op die uitgestrekte vlakte. Daar maakte ik de hier bijgevoegde foto van de stoomlocomotief. Even door de knie-en gaan en knippen maar. Zo oogt het als een indrukwekkend gevaarte, het toonbeeld van getemde stoomkracht, symbool van de Industriele Revolutie en in het bijzonder van de Transportrevolutie.

Hildebrand - de bekende schrijver van de verhalenbundel Camera Obscura - schreef in het korte verhaal "Varen en rijden", over de nadelen van de postkoets (het ding schommelt en ratelt verschrikkelijk en je zit als passagier opgepropt met medereizigers), de nadelen van de trekschuit (je bent uren lang onderweg en je zit opgescheept met dom volk), de nadelen van zoiets moderns als de stoomboot (ook hier ben je heel lang onderweg, en je verveelt je te pletter), maar juist de voordelen van de stoomtrein ( je komt razendsnel aan op je eindbestemming). Overigens schreef hij dit verhaal al in november 1837. Toen moest de eerste spoorweg tussen Amsterdam en Haarlem nog worden aangelegd. Hij moest eens weten hoe de Spoorwegen in Nederland zich tot nu toe hebben ontwikkeld! De overige verhalen in de Camera Obscura zijn trouwens ook zeer lezenswaardig, zoals het verhaal over de familie Stastok (die met de rug naar de moderne tijd stonden), het verhaal van de familie Kegge (een nogal omhooggevallen nouveau riche-familie die sterk doet denken aan de Bourgoisie van rond 1840), en het verhaal over het onaangename mens in de Haarlemmerhout (die nu niet meer zo onaangenaam overkomt, want tijden en moraal zijn nogal veranderd). De tijden zijn inderdaad veranderd; de verhalen in de Camera Obscura geven nu hoogstens een aardig beeld van het Nederland van rond 1840-1870. Mocht iemand zijn stamboom al hebben uitgezocht, maar nog geen duidelijk beeld hebben hoe de mensen toen leefden, dan kan hij dit in het boek van Hildebrand nalezen. Al is dat voornamelijk een beeld van de rijken en de middenstanders. De arbeiders komen daarin nauwelijks aan bod, behalve het diakenmannetje.

De veranderingen in Nederland begonnen al zichtbaar te worden vanaf 1870. Na de Frans-Duitse oorlog van 1870 werd het duidelijk: vestingwerken waren nutteloos. Als gevolg daarvan werd in 1873 de Vestingwet ingevoerd en werden rond vrijwel alle steden de vestingwallen en poorten gesloopt. Met de komst van de spoorwegen kwam ook de transportrevolutie op gang. Men kon nu nog sneller naar zijn einddoel reizen zonder last te krijgen aan gebrek aan paarden of invloeden van weer en wind. Die transportrevolutie tekende niet alleen op het spoor af, maar ook te water, met zijn stoomboten. Maar hij werd vooral zeer zichtbaar in de Rotterdamse havens. Daar werd bijvoorbeeld niet meer in de havenbekkens aan de kades de vrachten van schepen uitgeladen of ingeladen. Neen, dat gebeurde "op de stroom". Zeg maar gewoon midden op de rivier. Vrachten werden zo van het zeeschip (dat was vastgelegd aan een boei) in de rijnaken overgeladen en naar Duitsland en verder vervoerd. De ouderwetse pakhuizen kwamen niet aan bod en waren dus nauwelijks meer nodig.

Daarom bezie ik zo'n stoomlocomotief niet als iets nostalgisch uit de goeie ouwe tijd, maar als een representant uit het begin van het nieuwe Industriele Tijdperk. Maar inderdaad, sinds de jaren 1950 zijn de stoomlocomotieven afgedankt en in het museum weggezet en vervangen door electro-locs en diesel-locs. Hoe krachtig die nieuwe locomotieven ook zijn, ze zien er toch minder spectaculair uit dan de stoomlocomotief op de hierboven bijgevoegde foto.

vrijdag 15 juli 2011

dag in Zwolle



Hallo ge-interesseerde bloglezers,


Afgelopen zondag 10 juli heb ik een dagtocht naar Zwolle gemaakt. Tientallen jaren lang reisde ik per trein langs Zwolle naar mijn familie in Rotterdam. Maar deze keer besloot ik in Zwolle eens uit te stappen. Overigens was dit de tweede keer. De eerste keer dat ik een dag naar Zwolle ging, was op 27 juni 1987. Dat is dus 24 jaar geleden. Ik had toen een fiets op het station van Zwolle gehuurd en had in de stad rondgefietst. Ik herinnerde het me nog mede omdat ik er toen ansichtkaarten had gekocht die ik samen met het treinkaartje in mijn plakboek over 1987 had geplakt. Handig, zo'n plakboek als persoonlijk naslagwerk.

Maar op 10 juli 2011 ging ik niet in Zwolle rondfietsen maar rondwandelen. Er viel veel te bekijken. Direct voor het NS-station staat op de rotonde het standbeeld van een landelijk en historisch bekend politicus die in 1798 in Zwolle was geboren. Het was het standbeeld van Thorbecke. Hij is bekend geworden door de grondwet van 1848. Daarna wandelde ik de stad in via de Sassenpoort. Dat is een fraaie Middeleeuwse stadspoort. Op de bijgevoegde foto in ovaalvorm kun je hem bewonderen. Daarna wandelde ik door het centrum langs het stadhuis en de Michaelskerk naar het Drostenhuis. Dat is een historisch pand uit de 16-e eeuw met een rococo-gevel uit circa 1750. In vroeger tijden zetelde hier de drost van het Oversticht (wat toen Drenthe, Overijssel en de stad Groningen omvatte), en vanaf 1528 Overijssel. Tegenwoordig zetelt daar het Stedelijk Museum. Dat is een zeer interessant museum over de geschiedenis van Zwolle en omgeving vanaf de Middeleeuwen tot nu. Er waren enkele stijlkamers (vaak onvermijdelijk in zulke historische musea) en verscheidene zalen met vitrines over verschillende thema's en deel-onderwerpen uit de Zwolse geschiedenis. Zo was er een vitrine over het bestuur van de stad vanaf de Middeleeuwen tot aan 1795. Verder was er een Patriotse stijlkamer uit circa 1780; zeg maar: de tijd van regenten en patriotten (o.a. de heer Van der Capellen tot den Pol) en oranjegezinden. Een andere vitrine ging over het geld wat in die tijden werd gebruikt. Zo las ik op een informatiebord dat de provincie Overijssel voor 1795 geen echte hoofdstad had. Dat wisselde regelmatig tussen Zwolle, Kampen en Deventer. Daarom werd vaak op Overijsselse munten niet 1 wapen (dat van Zwolle) geslagen, maar drie naast elkaar of in een cirkel (die van Kampen, Zwolle en Deventer). En dat was ook te zien op een zo'n munt. Verder was er een vitrine over de Moderne Devotie. Dat was in de Middeleeuwen op godsdienstig gebied een zeer belangrijke kritische geloofsrichting binnen de Rooms-Katholieke kerk. Het werd door de bisschop van Utrecht maar ternauwernood getolereerd. Het belangrijkste klooster van de Moderne Devotie stond in Windesheim, een dorp enkele kilometers zuidelijk van Zwolle. En er was natuurlijk ook een vitrine over de Hanze, want Zwolle werd in 1407 lid van de Duitse Hanze. Verder was er een vitrine over de opkomst van de industrie in Zwolle gedurende de 19-e eeuw. En natuurlijk was er ook een vitrine over de aanleg van de spoorlijn en de bouw van het spoorwegstation, even buiten de stadswallen van Zwolle. En dan was er nog de kelder met vitrines vol archeologische vondsten in Zwolle en directe omgeving. Zoals de vondsten van de plek waar tot circa 1360 het Kasteel Voorst heeft gestaan. Daar leefde toen een roofridder die de handel van Zwolle veel schade toebracht door zijn roofpraktijken. Uiteindelijk belegerden de Zwollenaren onder leiding van de bisschop van Utrecht het kasteel tot de roofridder zich overgaf, en braken de Zwollenaren het kasteel tot de grond toe af. Tegenwoordig staat op precies die plek een houten speelkasteel voor kinderen in een park met eromheen een moderne woonwijk. Trouwens, Zwolle had al in 1230 stadsrechten gekregen van de bisschop van Utrecht. Dat was als dank voor het feit dat de Zwollenaren hadden meegedaan aan een strafexpeditie tegen de opstandige Drenthen die in 1227 de vorige bisschop in de slag bij Ane (even zuidelijk van Coevorden) hadden verslagen en gedood. Dat was voor die tijd buitengewoon schokkend. Vreemd dat wij daar vroeger op school met geschiedenis nooit over hebben geleerd.

Al met al is dit een mooi en informatief museum over Zwolle en directe omgeving. Een goed voorbeeld voor hoe andere historische museums in andere steden zouden moeten zijn ingericht.


Na dit museumbezoek begon ik aan een grote rondwandeling door het centrum van Zwolle. Zo zag ik langs de noordkant en de oostkant langs de voormalige stadsgracht verscheidene stukken van Middeleeuwse stadsmuren en stadstorens staan. Zo kon je een aardige indruk krijgen van de dikte en de hoogte van dergelijke stadsmuren. Verder heb ik het geboortehuis van Thorbecke nog gevonden. Daarna wandelde ik de Diezerstraat door. Dat is de winkelstraat bij uitstek van Zwolle. Ergens in deze straat is in 1580 een fel gevecht geweest tussen Calvinisten en Spaanse soldaten van de graaf van Rennenberg. De Calvinisten wonnen, waardoor het verraad van Rennenberg niet alleen in Leeuwarden, maar ook in Zwolle mislukte. Daarmee kwam Rennenberg erg ge-isoleerd in Groningen te zitten. Trouwens, Rennenberg was ik op 8 mei 2011 ook al in Steenwijk tegengekomen. Kijk maar op die datum in mijn blog. Halverwege de Diezerstraat zag ik een kolossaal pand staan waar de Openbare Bibliotheek van Zwolle in zat. Wauw. Weet ik die tenminste ook te vinden. Hoeveel boeken over de geschiedenis van Zwolle zouden ze daar in hun collectie hebben? Daarna wandelde ik weer over de Grote Markt langs de Michaelskerk met de ertegenaan gebouwde Hoofdwacht. Recht daartegenover stond tussen de rijen panden een gebouw met hoog op de gevel de naam Waanders, uitgevers, drukkers en boekverkopers. Hier is die bekende Zwolse uitgeverij dus begonnen. Die bestaat trouwens nog steeds. Recht tegenover de toren van de Michaelskerk vond ik min of meer bij toeval het geboortehuis van E.H. Potgieter (1808-1875). Dat was een belangrijke dichter/schrijver en literator. Hij schreef het verhaal over Jan, Jannetje en hun jongste kind, waarin hij de Jan Salie-geest van rond 1840 hekelde. Onderwijl liep ik door naar de O.L. Vrouwekerk met de bekende Peperbus-toren en passeerde ik het cafe De Atlas. Da's curieus: daar is de SDAP (voorloper van de huidige PvdA) in 1894 opgericht. Tot slot maakte ik een afsluitende wandeling over de stadswallen die na 1870 in een park zijn veranderd en liep terug naar het NS-station om de trein terug naar huis te nemen. Al met al een zeer geslaagde dag met prachtig weer.

woensdag 6 juli 2011

Zondagmiddag in Bolsward



Hallo Bloglezers,


Anderhalve week geleden (25 juni) heb ik voor de aardigheid de bus naar Bolsward genomen. Ik heb daar in de historisch interessante binnenstad rondgewandeld en de verschillende oude gebouwen bekeken en gefotografeerd, zoals de Broerekerk met het glazen dak, het bekende fraaie 17-e eeuwse stadhuis, de Sint Franciscuskerk uit 1934 met ernaast het Titus Brandsma-museum, de Sint Martinuskerk met ernaast op het grasveld het standbeeld van Gysbert Japicx, het Sint Anthony Gasthuis uit de 18-e eeuw, de Doopsgezinde kerk, en de Openbare Bibliotheek. Over het geheel genomen vond ik Bolsward een aardig en oud stadje, best wel een bezoek waard. Er zijn 3 museums in Bolsward: de oudheidkamer in het stadhuis, het Titus Brandsma-museum en het Gysbert Japicx-museum gevestigd in diens geboortehuis. Hij begon in de 17-e eeuw weer in het Fries te schrijven en te dichten en gaf daarmee een stoot aan een vernieuwd gebruik van de Friese taal sinds circa 1500. Van dat laatste museum heb ik de foto hier bijgeplaatst. Op de voorgrond zie je het bakstenen huis met de trapgevel. Dat was het geboortehuis van Gysbert Japicx (1603-1666). Op de achtergrond is de toren van het Bolswarder stadhuis te zien. Er was alleen 1 probleem: alle 3 museums waren op zondag gesloten. Dat is niet zo handig naar de toeristen toe. Uiteindelijk heb ik een kop koffie gedronken op het terras van restaurant de Wijnberg. Daarna wandelde ik nog wat rond in het stadje en keerde tot slot per bus terug naar Leeuwarden. Buiten de stadswallen maar nog binnen de stedelijke bebouwing van Bolsward zag ik een bejaardentehuis (ja, officieel heet dat tegenwoordig anders) met de naam Huylckenstein. Die naam kende ik ergens van. Komen er niet van tijd tot tijd vrijwilligers bij ons op de CBD (ehh, BSF) een huurcollectie groot-letter-boeken bij ons uitzoeken?