Hallo ge-interesseerde bloglezers,
Een week geleden fietste ik over het Vliet in Leeuwarden, toen ik aan de overkant het geboortehuis van Troelstra zag staan. Althans; op die plek had het oorspronkelijke geboortehuis van Pieter Jelles Troelstra (1860-1930) gestaan, maar dat is tientallen jaren geleden afgebroken en vervangen door het huidige saaie pand. Dat pand ziet u op foto 1. Gelukkig hangt er een plaquette aan de voorgevel waar het feit van Troelstra's geboorte op die plek op vermeld staat. In de kleine, lichter gemaakte cirkel op foto 1, direct links van de boom, ziet u die plaquette met daarop de tekst: Op dit plak is op 20 april 1860 berne de dichter steatsman Piter Jelles Troelstra. Voor de niet-Friestaligen: Op deze plek is op 20 april 1860 geboren de dichter en staatsman Piter Jelles Troelstra. Anders zou je het pand zo passeren zonder het te weten. Persoonlijk vind ik dat dit pand wel wat meer aandacht mag krijgen als geboorteplek van de beroemde Fries/Nederlandse socialist.
In 1894 heeft hij samen met elf andere socialisten - onder wie Ferdinand Domela Nieuwenhuis, Henri Polak, Hendrik Spiekman en Willem vliegen - de SDAP opgericht in Cafe de Atlas in Zwolle. Op foto 2 ziet u het pand met de gele gevel; dat is Cafe de Atlas. Links op foto 2 ziet u nog net een stukje van de Rooms-Katholieke Onze Lieve Vrouwekerk, vooral bekend om de Peperbus-toren. Omdat de oprichters van de SDAP met hun twaalven waren, staan ze ook wel bekend als de 12 apostelen van de SDAP. In later jaren stapte de voormalige Lutherse dominee Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919) uit de partij en radicaliseerde steeds verder in linkse en vooral anarchistische richting. Radicalisering is dus niet een specifiek verschijnsel van onze tijd in 2014.
In november 1918 dacht Troelstra dat er een revolutionair tij over Europa spoelde. In 1917 was de Russische revolutie uitgebroken, en in november 1918 braken er revoluties uit in Duitsland, Oostenrijk en Hongarije; er leek geen einde te komen aan het revolutionaire tij. Daarom hield Troelstra een toespraak in de Tweede Kamer in Den Haag waarin hij zei dat de revolutie geen halt zou houden bij Zevenaar aan de grens. De arbeiders en soldaten wachtten vol verwachting af, maar er gebeurde niets. Troelstra was na afloop van zijn toespraak naar huis gegaan. Wel hield koningin Wilhelmina een paar dagen later een rijtoer in Den Haag, waarbij op het Malieveld ineens het volk zogenaamd spontaan de paarden uitspanden en de koets door het volk verder werd getrokken. In werkelijkheid was het de Vrijwillige Landstorm die vooraf grondig had geoefend in de Koninklijke Stallen met het uitspannen van de paarden. Daarna verliep het revolutionaire tij in Nederland; de revolutie hield wel degelijk halt bij Zevenaar aan de grens. Troelstra had de revolutionaire krachten verkeerd ingeschat en stortte in.
Ik heb al eens eerder geblogd over deze Vergissing van Troelstra, met vermelding van twee leestips, namelijk op 13 januari 2011, onder de titel: Leestip over revolutie die niet doorging.
Desondanks behield Troelstra toch de sympathie van veel arbeiders. En de partijleiding liet hem daarom zitten in de functie van partijleider. Maar in het parlement waren de rechtse en confessionele partijen zich rotgeschrokken. Vandaar dat de SDAP gedurende de hele jaren 20 en 30 buiten elk kabinet werd gehouden. En vandaar dat elke dominee en pastoor gedurende het interbellum vanaf de kansel donderpreken hield en de brave gelovigen schrik en angst aanjoeg voor alles wat links, socialistisch en vooral communistisch was, onder verwijzing naar de afgrijselijk bloederige burgeroorlog die in 1918 tot 1920 in Rusland woedde, natuurlijk gevolgd door de dictatuur van het proletariaat. In werkelijkheid was het eigenlijk een gevecht om de macht tussen de Rode Bolsjewisten onder leiding van Lenin en Trotski enerzijds en de Witte Russische generaals Koltsjak, Denikin en Wrangel anderzijds, die gesteund werden door de Britten, Fransen en Amerikanen (die allen Rusland waren binnengevallen om de Witten te helpen in hun strijd tegen de Roden). In de jaren 30 kwam daar voor de dominees en pastoors een verwijzing bij naar de dictatoriale Stalinistische terreur met haar intimiderende showprocessen en dwangarbeiderskampen, bekend als de Goelag.
Op 12 mei 1930 overleed Pieter Jelles Troelstra in Den Haag en werd onder grote belangstelling van vooral veel socialisten begraven. Tegenwoordig staat in Leeuwarden naast de Oldehove het standbeeld van Troelstra. Dat ziet u op foto 3.
Posts tonen met het label Zwolle. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zwolle. Alle posts tonen
donderdag 5 juni 2014
zondag 27 oktober 2013
Gerard ter Borgh, schilder uit Zwolle
Hallo ge-interesseerde blogvolgers,
Begin september ben ik samen met mijn vriend uit Groningen op de Open Monumenten Dag in Zwolle geweest. Daar heb ik op 4 oktober 2013 over geblogd. Daarin vertelde ik al dat ik in de Grote of Sint Michaelskerk de grafsteen van de bekende 17-e eeuwse schilder Gerard ter Borgh had gezien en gefotografeerd. Als u zijn grafsteen ook wilt zien, moet u na binnenkomst in de Grote Kerk via het portaal, direct naar links gaan. Daar ziet u het rechtopstaand in de muur ingemetseld. Dat kunt u zien op foto 1 en 2 in dit blogbericht. Gerard ter Borgh was een van de zeer vele schilders uit de Gouden Eeuw van de toenmalige Republiek der 7 Provincien. Hij stamde uit een Zwolse schildersfamilie en leefde van december 1617 tot december 1681.
Het gezin Ter Borgh woonde in een fraai pand in de Sassenstraat, gelegen achter het koor van de Grote of Sint Michaelskerk. Dat pand kunt u zien op foto 3. Op het linker raam in de gevel van het pand is een tekst te lezen over de familie Ter Borgh die er gewoond heeft. Hij leerde het schildersvak van zijn vader (een hoge ambtenaar in het toenmalige stadsbestuur), evenals zijn broers Moses en Herman en zijn zus Gesina. Met zijn broer Moses ter Borgh is het niet goed afgelopen. Hij trad in dienst bij de Hollandse marine en kwam in 1667 om, gedurende de Tweede Engelse oorlog, tijdens de beroemde en succesvolle Tocht naar Chatham.
Gerard ter Borgh heeft vele schilderijen gemaakt. Maar wat mij betreft is er in ieder geval 1 schilderij van hem van zeer groot nationaal belang: de vredesconferentie tussen Holland en Spanje te Munster in 1648. Dat ziet u hier onder op afbeelding 4. Die heb ik overgenomen uit de Wikipedia; daarin vindt u meer informatie over de Vrede van Munster. Op het schilderij zelf staan alle onderhandelaars uit Spanje en Nederland bij elkaar rond een tafel gedekt met een donkergroen tafellaken met daarop twee kistjes waarin de documenten van het Vredesverdrag tussen Holland (eigenlijk: de Republiek) en Spanje worden bewaard. Met dat vredesverdrag kwam er een eind aan de 80-jarige oorlog tussen de opstandige Nederlandse gewesten en provincies enerzijds en Spanje anderzijds. Daarmee werd tevens Nederland erkend als zelfstandig en soeverein land, dat hiermee onafhankelijk werd van Spanje, en tevens afgescheiden werd van het Duitse Reich. Met dit schilderij fungeerde Gerard ter Borgh meer als een 17-e eeuws soort fotojournalist dan als een kunstschilder. Dat is een tegenwoordig volstrekt vergeten maar belangrijk detail dat toen voor vrijwel alle schilders gold. Ze waren toen niet zozeer kunstzinnige schilders, als wel ambachtelijk zeer doorkneed in het zo levensecht afbeelden van personen, gebeurtenissen, landschappen en dergelijke. De fotografie werd pas rond 1840 uitgevonden. Pas daarna konden schilders zich heel creatief kunstzinnig op het witte doek uitleven en uitgroeien tot kunstschilders volgens de definitie zoals die tegenwoordig wordt gehanteerd.
Overigens: Hitler en de zijnen vonden dat vredesverdrag van Munster uit 1648 een historische fout en wilden dat in mei 1940 terugdraaien door Nederland onder het motto "Heim ins Reich" weer aan het Duitse Reich toe te voegen. Ze zagen ons Nederlanders zelfs als een Germaans broedervolk. Vandaar dat Nederland een zeer licht bezettingsregiem kreeg opgelegd. Pas in later jaren werd dat steeds drukkender met als dieptepunt de Hongerwinter. De Nazi's hebben indertijd niet willen begrijpen dat die koppige Nederlanders dat vredesverdrag uit 1648 helemaal niet als een fout zagen en volstrekt niet gediend waren van de Duitse aanwezigheid gedurende de periode 1940-1945.
Dat de Nederlandse opstanden in 1566 (beter bekend als de Beeldenstorm) en in 1572 (toen de Watergeuzen Den Briel veroverden, waarna de ene stad na de andere stad overging van Spaans naar Staats) uiteindelijk zou uitlopen op een 80 jaar lang durende oorlog, had niemand toendertijd voorzien. Wel sloten de opstandige gewesten in 1579 een verdrag in Utrecht waarin ze onderling gezamenlijk afspraken maakten over verdediging, bestuur, financien en geloof. Dat is bekend geworden als de Unie van Utrecht. In 1979 is dat feit op de toenmalige rijksdaalders herdacht. In 1979 waren het reguliere betalingsmiddelen, maar nu - na de invoering van de Euro-munt in 2002 - vind je dergelijke munten alleen nog in muntenverzamelingen. In 1581 vond de daadwerkelijke onafhankelijkheidsverklaring van de opstandige Nederlandse gewesten plaats met het Placcaet van Verlatinghe. Pas met de Vrede van Munster in 1648 erkende Spanje eindelijk die onafhankelijkheid. Deze 3 documenten tesamen zou je kunnen zien als de geboorteakte van het huidige Nederland.
Ik vind het zeer merkwaardig dat dit alles zo ontzettend weinig aandacht krijgt in Nederland. Alleen in 1998 werd er landelijk enige aandacht aan geschonken omdat het toen precies 350 jaar geleden was. In Duitsland ook, maar dat had te maken met het feit dat in 1648 in Osnabruck een vredesverdrag werd getekend waarbij de 30-jarige oorlog die van 1618 tot 1648 in Duitsland woedde, werd be-eindigd. Beide vredesverdragen (Osnabruck en Munster) staan in Duitsland bekend als de Westfaalse vredesverdragen.
En er was ook een verschil tussen de partners die de beide vredesverdragen tekenden. In het geval van de Vrede van Munster was er duidelijk sprake van een winnaar (Holland, eigenlijk: de Republiek) en een verliezer (Spanje), terwijl er in het geval van de Vrede van Osnabruck er alleen maar verliezers waren (de honderden Duitse ministaatjes, maar vooral de Duitse Keizer) en nauwelijks winnaars. Maar tientallen jaren later bleek wie de echte winnaar was: koning Lodewijk XIV van Frankrijk. Hij zag zijn kans schoon om te intrigeren in het Duitse Reich en al die Duitse ministaatjes tegen elkaar uit te spelen en zo zijn Franse grondgebied stukje bij beetje uit te breiden (Elzass-Lotharingen!), tot dat er diverse oorlogen van kwamen, zoals onder andere in 1672 (ons rampjaar) en uiteindelijk de Spaanse successie-oorlog (1701-1713). Daarover heb ik al eerder geblogd, namelijk op 4 september 2013 onder de titel: Opnieuw Utrecht, tentoonstelling over de Vrede van Utrecht 1713.
Begin september ben ik samen met mijn vriend uit Groningen op de Open Monumenten Dag in Zwolle geweest. Daar heb ik op 4 oktober 2013 over geblogd. Daarin vertelde ik al dat ik in de Grote of Sint Michaelskerk de grafsteen van de bekende 17-e eeuwse schilder Gerard ter Borgh had gezien en gefotografeerd. Als u zijn grafsteen ook wilt zien, moet u na binnenkomst in de Grote Kerk via het portaal, direct naar links gaan. Daar ziet u het rechtopstaand in de muur ingemetseld. Dat kunt u zien op foto 1 en 2 in dit blogbericht. Gerard ter Borgh was een van de zeer vele schilders uit de Gouden Eeuw van de toenmalige Republiek der 7 Provincien. Hij stamde uit een Zwolse schildersfamilie en leefde van december 1617 tot december 1681.
Het gezin Ter Borgh woonde in een fraai pand in de Sassenstraat, gelegen achter het koor van de Grote of Sint Michaelskerk. Dat pand kunt u zien op foto 3. Op het linker raam in de gevel van het pand is een tekst te lezen over de familie Ter Borgh die er gewoond heeft. Hij leerde het schildersvak van zijn vader (een hoge ambtenaar in het toenmalige stadsbestuur), evenals zijn broers Moses en Herman en zijn zus Gesina. Met zijn broer Moses ter Borgh is het niet goed afgelopen. Hij trad in dienst bij de Hollandse marine en kwam in 1667 om, gedurende de Tweede Engelse oorlog, tijdens de beroemde en succesvolle Tocht naar Chatham.
Gerard ter Borgh heeft vele schilderijen gemaakt. Maar wat mij betreft is er in ieder geval 1 schilderij van hem van zeer groot nationaal belang: de vredesconferentie tussen Holland en Spanje te Munster in 1648. Dat ziet u hier onder op afbeelding 4. Die heb ik overgenomen uit de Wikipedia; daarin vindt u meer informatie over de Vrede van Munster. Op het schilderij zelf staan alle onderhandelaars uit Spanje en Nederland bij elkaar rond een tafel gedekt met een donkergroen tafellaken met daarop twee kistjes waarin de documenten van het Vredesverdrag tussen Holland (eigenlijk: de Republiek) en Spanje worden bewaard. Met dat vredesverdrag kwam er een eind aan de 80-jarige oorlog tussen de opstandige Nederlandse gewesten en provincies enerzijds en Spanje anderzijds. Daarmee werd tevens Nederland erkend als zelfstandig en soeverein land, dat hiermee onafhankelijk werd van Spanje, en tevens afgescheiden werd van het Duitse Reich. Met dit schilderij fungeerde Gerard ter Borgh meer als een 17-e eeuws soort fotojournalist dan als een kunstschilder. Dat is een tegenwoordig volstrekt vergeten maar belangrijk detail dat toen voor vrijwel alle schilders gold. Ze waren toen niet zozeer kunstzinnige schilders, als wel ambachtelijk zeer doorkneed in het zo levensecht afbeelden van personen, gebeurtenissen, landschappen en dergelijke. De fotografie werd pas rond 1840 uitgevonden. Pas daarna konden schilders zich heel creatief kunstzinnig op het witte doek uitleven en uitgroeien tot kunstschilders volgens de definitie zoals die tegenwoordig wordt gehanteerd.
Overigens: Hitler en de zijnen vonden dat vredesverdrag van Munster uit 1648 een historische fout en wilden dat in mei 1940 terugdraaien door Nederland onder het motto "Heim ins Reich" weer aan het Duitse Reich toe te voegen. Ze zagen ons Nederlanders zelfs als een Germaans broedervolk. Vandaar dat Nederland een zeer licht bezettingsregiem kreeg opgelegd. Pas in later jaren werd dat steeds drukkender met als dieptepunt de Hongerwinter. De Nazi's hebben indertijd niet willen begrijpen dat die koppige Nederlanders dat vredesverdrag uit 1648 helemaal niet als een fout zagen en volstrekt niet gediend waren van de Duitse aanwezigheid gedurende de periode 1940-1945.
Dat de Nederlandse opstanden in 1566 (beter bekend als de Beeldenstorm) en in 1572 (toen de Watergeuzen Den Briel veroverden, waarna de ene stad na de andere stad overging van Spaans naar Staats) uiteindelijk zou uitlopen op een 80 jaar lang durende oorlog, had niemand toendertijd voorzien. Wel sloten de opstandige gewesten in 1579 een verdrag in Utrecht waarin ze onderling gezamenlijk afspraken maakten over verdediging, bestuur, financien en geloof. Dat is bekend geworden als de Unie van Utrecht. In 1979 is dat feit op de toenmalige rijksdaalders herdacht. In 1979 waren het reguliere betalingsmiddelen, maar nu - na de invoering van de Euro-munt in 2002 - vind je dergelijke munten alleen nog in muntenverzamelingen. In 1581 vond de daadwerkelijke onafhankelijkheidsverklaring van de opstandige Nederlandse gewesten plaats met het Placcaet van Verlatinghe. Pas met de Vrede van Munster in 1648 erkende Spanje eindelijk die onafhankelijkheid. Deze 3 documenten tesamen zou je kunnen zien als de geboorteakte van het huidige Nederland.
Ik vind het zeer merkwaardig dat dit alles zo ontzettend weinig aandacht krijgt in Nederland. Alleen in 1998 werd er landelijk enige aandacht aan geschonken omdat het toen precies 350 jaar geleden was. In Duitsland ook, maar dat had te maken met het feit dat in 1648 in Osnabruck een vredesverdrag werd getekend waarbij de 30-jarige oorlog die van 1618 tot 1648 in Duitsland woedde, werd be-eindigd. Beide vredesverdragen (Osnabruck en Munster) staan in Duitsland bekend als de Westfaalse vredesverdragen.
En er was ook een verschil tussen de partners die de beide vredesverdragen tekenden. In het geval van de Vrede van Munster was er duidelijk sprake van een winnaar (Holland, eigenlijk: de Republiek) en een verliezer (Spanje), terwijl er in het geval van de Vrede van Osnabruck er alleen maar verliezers waren (de honderden Duitse ministaatjes, maar vooral de Duitse Keizer) en nauwelijks winnaars. Maar tientallen jaren later bleek wie de echte winnaar was: koning Lodewijk XIV van Frankrijk. Hij zag zijn kans schoon om te intrigeren in het Duitse Reich en al die Duitse ministaatjes tegen elkaar uit te spelen en zo zijn Franse grondgebied stukje bij beetje uit te breiden (Elzass-Lotharingen!), tot dat er diverse oorlogen van kwamen, zoals onder andere in 1672 (ons rampjaar) en uiteindelijk de Spaanse successie-oorlog (1701-1713). Daarover heb ik al eerder geblogd, namelijk op 4 september 2013 onder de titel: Opnieuw Utrecht, tentoonstelling over de Vrede van Utrecht 1713.
Labels:
80-jarige oorlog,
Gerard ter Borgh,
Vrede van Munster,
Zwolle
vrijdag 4 oktober 2013
Opnieuw naar Zwolle: Open Monumenten Dag 2013
Hallo ge-interesseerde bloglezers,
Op de Open Monumenten Dag van dit jaar ben ik in Zwolle geweest. Deze keer ben ik weer samen met een vriend uit Groningen langs monumenten en gebouwen gewandeld. Twee jaar geleden was ik ook op de Open Monumenten Dag in Zwolle geweest, maar toen was ik alleen. Daarover heb ik geblogd op 23 september 2011 onder de titel: Open Monumenten Dag in Zwolle. Vorig jaar ben ik samen met deze zelfde vriend op de Open Monumenten Dag in Harlingen geweest. Daarover heb ik geblogd op 23 september 2012 onder de titel: Open Monumentendag 2012 in Harlingen.
Mijn vriend vond het leuk om dit jaar weer samen met mij er op uit te gaan. Alleen was het wel jammer dat het weer zeer slecht meewerkte: het regende bijna aanhoudend. Gelukkig waren we vaak binnen. In Zwolle was mijn vriend al enigszins bekend. Net als ik. We wandelden door de Sassenpoort de binnenstad in en wandelden vervolgens langs een kronkelroute door de binnenstad langs allerlei monumentale panden met een oude tot zeer oude geschiedenis. Hij vond het net als vorige keren samen met mij, zeer interessant en informatief.
Nadat we via de Sassenpoort de oude stad waren in gelopen, begonnen we in de Waalse kerk. Op foto 1 hierboven ziet u de Waalse kerk van buiten. Van oorsprong was dat de Sint Geertruidenkapel, die deel uitmaakte van het rond 1390 gestichte Begijnenconvent. Dat was een gemeenschap van lekenvrouwen die samen woonden en leefden en samenwerkten volgens de leefregels van de congregatie van Windesheim en zo in hun eigen onderhoud konden voorzien. De Congregatie van Windesheim was in de Middeleeuwen bekend vanwege de Moderne Devotie, dat in die tijd een belangrijke beweging onder de toen al kritische gelovigen was. Over deze Moderne Devotie in Zwolle heb ik ook eerder geblogd, namelijk op 27 november 2011. Met de reformatie rond 1580 kwam de kapel leeg te staan. Vanaf 1685 kwamen veel Hugenootse vluchtelingen vanuit Frankrijk naar Nederland. Zo streken een aantal neer in Zwolle. Zij kregen de oude Sint Geertruidenkapel toegewezen als kerk. Maar ik vind het toch een merkwaardigheid: dergelijke Franstalige kerken kennen we juist als Waalse kerk, niet als Hugenootse kerk. Hoe dat zo gekomen is? In 1578 vond de tweede Dordtse synode plaats. De eerste Dordtse synode was in 1574, de tweede in 1578 en de derde in 1618. Die derde is voor Nederland indertijd de meest bekende en belangrijkste geweest. Maar op die tweede Dordtse synode van 1578 waren toen al veel Franstalige Calvinistische gelovigen aanwezig. Zij waren vanaf 1567 als gevolg van de dreigende komst van Alva met zijn Bloedraad en de Spaanse Inquisitie uit Walloniƫ weggevlucht naar Holland. Inderdaad, Walloniƫ is het Franstalige (!) gebied in Belgie dat wij nu nog steeds onder die naam kennen. Op die tweede synode werd beslist dat er vanaf 1578 twee verschillende synodes naar taal zouden worden georganiseerd; een Nederlandstalige en een Franstalige. Dat is sindsdien zo gebleven. Ondertussen vaardigde koning Hendrik IV van Frankrijk in 1598 het Edict van Nantes uit. Dat garandeerde de vrijheid van geloof voor de Hugenoten, naast de Katholieken. Maar in 1685 hief de oorlogszuchtige en zich Katholiek noemende koning Lodewijk XIV het Edict van Nantes op. Daarmee kwam er een eind aan de tolerantie van Hugenootse Protestanten naast de Katholieke kerk in Frankrijk. Als gevolg daarvan kwam er een enorme vluchtelingenstroom op gang naar de omringende landen, onder andere ook naar Holland. Omdat die Hugenoten Franstalig waren, konden ze zich direct aansluiten bij de reeds bestaande Franstalige Waalse kerk.
Op foto 2 ziet u mijn vriend in zijn blauwe jack staan praten met een vrouw. Van haar kocht hij twee Zwolsche Geertruidenkoeken. De opbrengst wordt gebruikt voor restauratie en onderhoud van de Waalse kerk in Zwolle. Toen het nog het eerder genoemde Middeleeuwse Begijnenconvent was, bakten de begijnen daar dit soort koeken. Nu is dat dus weer in ere hersteld.
Daarna wandelden we via een kronkelige route door de binnenstad van monument naar monument en van historisch woonhuis naar historisch woonhuis en van kerk naar kerk. Ik vermeld ze niet allemaal; anders wordt dit blogstukje veel te lang. Zo bezochten we bijvoorbeeld eventjes de Lutherse kerk (herkenbaar aan de gevelsteen met de zwaan boven de ingang) vlak bij de Blijmarkt. Daarna wandelden we langs de Sint Michaelskerk de Sassenstraat in naar het Karel de Vijfde-huis. Dat pand met zijn fraai versierde gevel uit 1571 ziet u op foto 3 hierboven. Toen ik daar twee jaar geleden was, werd dat pand nog uitgebreid gerestaureerd en opgeknapt en keek je tegen de kale gemetselde muren aan, waar plastic buizen uit de muren staken. Nu waren de kamers opgeknapt en ingericht en waren de muren behangen en was de restauratie voltooid. In de 16-e eeuw werd het pand bewoond door de familie Van Ittersum. Blijkbaar was burgemeester Van Ittersum uit zijn graf opgestaan, want er liep een man in 16-e eeuwse kleding rond. Op foto 4 ziet u zijn portret ten voeten uit, alsof het een fotografisch schilderij is. Zijn dochter liep er ook rond. Zij was eveneens gekleed in 16-e eeuwse kleding. Of was het zijn vrouw?
Nadat we uitgekeken waren in dit pand, wandelden we door de Sassenstraat terug en liepen we de Sint Michaelskerk in. Dat is een indrukwekkend groot en hoog kerkgebouw met pilaren en kerkbanken en indrukwekkend fraaie consistoriekamer op de fundamenten waar tot 1682 de toren had gestaan, zoals u kunt zien op foto 5 hieronder. In deze kerk vond ik ook het graf van de bekende 17-e eeuwse schilder Gerard Terborgh (1617-1681). Ondertussen zag mijn vriend dat er ook een boekenmarkt in deze kerk werd gehouden. Hij kon het niet laten en liep alle kramen en stellingen en dozen langs om te zien of er iets van zijn gading tussen zat.
Nadat we in de Protestantse Sint Michaelskerk waren uitgekeken, wandelden we door naar de Rooms-Katholieke O.L.Vrouwenkerk, die vooral bekend is om zijn toren, in de volksmond ook wel bekend als de Peperbus. Daar wees ik mijn vriend op de schrijn ter ere van de bekende geestelijke Thomas a Kempis (1380-1471), die eveneens een belangrijk woordvoerder was van de Moderne Devotie. Hij is bekend van zijn boek: De navolging van Christus. Onder Christenen is dat op de Bijbel na het meest gelezen boek. Op foto 6 ziet u het portaal en - tussen de zuilen door links - de schrijn met het zeegroene kistje met goudkleurige versiering met daarin de botten van Thomas a Kempis. Mijn vriend vond deze kerk meer een santekraam. Maar ik vond het wel een mooie santekraam. Zo'n Katholieke kerk is niet te vergelijken met die kale kerken van de Protestanten en Calvinisten.
Hierna wandelden we dwars door de binnenstad heen, naar de Diezerstraat. Dat is de bekendste winkelstraat van Zwolle. Daar bezochten we de voormalige Statenzaal. Daar was zeer veel publiek dat kwam luisteren naar een koortje op het podium, zoals u kunt zien op foto 7 hier boven. Maar ik was meer in de oogverblindend fraaie neogotische zaal zelf ge-interesseerd. Op de achterwand zijn 5 belangrijke taferelen uit de geschiedenis van Overijssel geschilderd. Mijn vriend vond het wel aardig maar was er snel op uitgekeken. Daarna wandelden we naar het pand naast de voormalige Statenzaal: de Openbare Bibliotheek van Zwolle. Daar genoten we van een kop koffie in het bibliotheekrestaurant. Tot slot liepen we naar het eind van de Diezerstraat. Daar wees ik mijn vriend op het stuk Middeleeuwse stadsmuur. Helaas regende het teveel om even bij de stadsmuur te kijken.
Daarna sloegen we de hoek om en liepen naar de Plantagekerk. Dat was sinds de 19-e eeuw een Gereformeerde kerk geweest en vanaf circa 1945 een Gereferomeerd-Vrijgemaakte (art-31) kerk, en nu is het dus een kerk van de PKN (= Protestantse Kerk Nederland). Dat sobere kerkgebouw ziet u op foto 8 hierboven. Nogmaals: de O.L. Vrouwenkerk is toch echt een mooiere kerk dan dit sobere kale kerkgebouw.
Hierna wandelden we terug naar het NS-station en namen de trein naar Meppel. Daar werden we door de ouders van mijn vriend van het station opgehaald waarna we bij hen thuis genoten van een lekkere warme maaltijd. Halverwege de avond brachten ze mij terug naar het NS-station van Meppel. Daar nam ik afscheid en stapte op de trein terug naar huis, naar Leeuwarden.
Op de Open Monumenten Dag van dit jaar ben ik in Zwolle geweest. Deze keer ben ik weer samen met een vriend uit Groningen langs monumenten en gebouwen gewandeld. Twee jaar geleden was ik ook op de Open Monumenten Dag in Zwolle geweest, maar toen was ik alleen. Daarover heb ik geblogd op 23 september 2011 onder de titel: Open Monumenten Dag in Zwolle. Vorig jaar ben ik samen met deze zelfde vriend op de Open Monumenten Dag in Harlingen geweest. Daarover heb ik geblogd op 23 september 2012 onder de titel: Open Monumentendag 2012 in Harlingen.
Mijn vriend vond het leuk om dit jaar weer samen met mij er op uit te gaan. Alleen was het wel jammer dat het weer zeer slecht meewerkte: het regende bijna aanhoudend. Gelukkig waren we vaak binnen. In Zwolle was mijn vriend al enigszins bekend. Net als ik. We wandelden door de Sassenpoort de binnenstad in en wandelden vervolgens langs een kronkelroute door de binnenstad langs allerlei monumentale panden met een oude tot zeer oude geschiedenis. Hij vond het net als vorige keren samen met mij, zeer interessant en informatief.
Nadat we via de Sassenpoort de oude stad waren in gelopen, begonnen we in de Waalse kerk. Op foto 1 hierboven ziet u de Waalse kerk van buiten. Van oorsprong was dat de Sint Geertruidenkapel, die deel uitmaakte van het rond 1390 gestichte Begijnenconvent. Dat was een gemeenschap van lekenvrouwen die samen woonden en leefden en samenwerkten volgens de leefregels van de congregatie van Windesheim en zo in hun eigen onderhoud konden voorzien. De Congregatie van Windesheim was in de Middeleeuwen bekend vanwege de Moderne Devotie, dat in die tijd een belangrijke beweging onder de toen al kritische gelovigen was. Over deze Moderne Devotie in Zwolle heb ik ook eerder geblogd, namelijk op 27 november 2011. Met de reformatie rond 1580 kwam de kapel leeg te staan. Vanaf 1685 kwamen veel Hugenootse vluchtelingen vanuit Frankrijk naar Nederland. Zo streken een aantal neer in Zwolle. Zij kregen de oude Sint Geertruidenkapel toegewezen als kerk. Maar ik vind het toch een merkwaardigheid: dergelijke Franstalige kerken kennen we juist als Waalse kerk, niet als Hugenootse kerk. Hoe dat zo gekomen is? In 1578 vond de tweede Dordtse synode plaats. De eerste Dordtse synode was in 1574, de tweede in 1578 en de derde in 1618. Die derde is voor Nederland indertijd de meest bekende en belangrijkste geweest. Maar op die tweede Dordtse synode van 1578 waren toen al veel Franstalige Calvinistische gelovigen aanwezig. Zij waren vanaf 1567 als gevolg van de dreigende komst van Alva met zijn Bloedraad en de Spaanse Inquisitie uit Walloniƫ weggevlucht naar Holland. Inderdaad, Walloniƫ is het Franstalige (!) gebied in Belgie dat wij nu nog steeds onder die naam kennen. Op die tweede synode werd beslist dat er vanaf 1578 twee verschillende synodes naar taal zouden worden georganiseerd; een Nederlandstalige en een Franstalige. Dat is sindsdien zo gebleven. Ondertussen vaardigde koning Hendrik IV van Frankrijk in 1598 het Edict van Nantes uit. Dat garandeerde de vrijheid van geloof voor de Hugenoten, naast de Katholieken. Maar in 1685 hief de oorlogszuchtige en zich Katholiek noemende koning Lodewijk XIV het Edict van Nantes op. Daarmee kwam er een eind aan de tolerantie van Hugenootse Protestanten naast de Katholieke kerk in Frankrijk. Als gevolg daarvan kwam er een enorme vluchtelingenstroom op gang naar de omringende landen, onder andere ook naar Holland. Omdat die Hugenoten Franstalig waren, konden ze zich direct aansluiten bij de reeds bestaande Franstalige Waalse kerk.
Op foto 2 ziet u mijn vriend in zijn blauwe jack staan praten met een vrouw. Van haar kocht hij twee Zwolsche Geertruidenkoeken. De opbrengst wordt gebruikt voor restauratie en onderhoud van de Waalse kerk in Zwolle. Toen het nog het eerder genoemde Middeleeuwse Begijnenconvent was, bakten de begijnen daar dit soort koeken. Nu is dat dus weer in ere hersteld.
Daarna wandelden we via een kronkelige route door de binnenstad van monument naar monument en van historisch woonhuis naar historisch woonhuis en van kerk naar kerk. Ik vermeld ze niet allemaal; anders wordt dit blogstukje veel te lang. Zo bezochten we bijvoorbeeld eventjes de Lutherse kerk (herkenbaar aan de gevelsteen met de zwaan boven de ingang) vlak bij de Blijmarkt. Daarna wandelden we langs de Sint Michaelskerk de Sassenstraat in naar het Karel de Vijfde-huis. Dat pand met zijn fraai versierde gevel uit 1571 ziet u op foto 3 hierboven. Toen ik daar twee jaar geleden was, werd dat pand nog uitgebreid gerestaureerd en opgeknapt en keek je tegen de kale gemetselde muren aan, waar plastic buizen uit de muren staken. Nu waren de kamers opgeknapt en ingericht en waren de muren behangen en was de restauratie voltooid. In de 16-e eeuw werd het pand bewoond door de familie Van Ittersum. Blijkbaar was burgemeester Van Ittersum uit zijn graf opgestaan, want er liep een man in 16-e eeuwse kleding rond. Op foto 4 ziet u zijn portret ten voeten uit, alsof het een fotografisch schilderij is. Zijn dochter liep er ook rond. Zij was eveneens gekleed in 16-e eeuwse kleding. Of was het zijn vrouw?
Nadat we uitgekeken waren in dit pand, wandelden we door de Sassenstraat terug en liepen we de Sint Michaelskerk in. Dat is een indrukwekkend groot en hoog kerkgebouw met pilaren en kerkbanken en indrukwekkend fraaie consistoriekamer op de fundamenten waar tot 1682 de toren had gestaan, zoals u kunt zien op foto 5 hieronder. In deze kerk vond ik ook het graf van de bekende 17-e eeuwse schilder Gerard Terborgh (1617-1681). Ondertussen zag mijn vriend dat er ook een boekenmarkt in deze kerk werd gehouden. Hij kon het niet laten en liep alle kramen en stellingen en dozen langs om te zien of er iets van zijn gading tussen zat.
Nadat we in de Protestantse Sint Michaelskerk waren uitgekeken, wandelden we door naar de Rooms-Katholieke O.L.Vrouwenkerk, die vooral bekend is om zijn toren, in de volksmond ook wel bekend als de Peperbus. Daar wees ik mijn vriend op de schrijn ter ere van de bekende geestelijke Thomas a Kempis (1380-1471), die eveneens een belangrijk woordvoerder was van de Moderne Devotie. Hij is bekend van zijn boek: De navolging van Christus. Onder Christenen is dat op de Bijbel na het meest gelezen boek. Op foto 6 ziet u het portaal en - tussen de zuilen door links - de schrijn met het zeegroene kistje met goudkleurige versiering met daarin de botten van Thomas a Kempis. Mijn vriend vond deze kerk meer een santekraam. Maar ik vond het wel een mooie santekraam. Zo'n Katholieke kerk is niet te vergelijken met die kale kerken van de Protestanten en Calvinisten.
Hierna wandelden we dwars door de binnenstad heen, naar de Diezerstraat. Dat is de bekendste winkelstraat van Zwolle. Daar bezochten we de voormalige Statenzaal. Daar was zeer veel publiek dat kwam luisteren naar een koortje op het podium, zoals u kunt zien op foto 7 hier boven. Maar ik was meer in de oogverblindend fraaie neogotische zaal zelf ge-interesseerd. Op de achterwand zijn 5 belangrijke taferelen uit de geschiedenis van Overijssel geschilderd. Mijn vriend vond het wel aardig maar was er snel op uitgekeken. Daarna wandelden we naar het pand naast de voormalige Statenzaal: de Openbare Bibliotheek van Zwolle. Daar genoten we van een kop koffie in het bibliotheekrestaurant. Tot slot liepen we naar het eind van de Diezerstraat. Daar wees ik mijn vriend op het stuk Middeleeuwse stadsmuur. Helaas regende het teveel om even bij de stadsmuur te kijken.
Daarna sloegen we de hoek om en liepen naar de Plantagekerk. Dat was sinds de 19-e eeuw een Gereformeerde kerk geweest en vanaf circa 1945 een Gereferomeerd-Vrijgemaakte (art-31) kerk, en nu is het dus een kerk van de PKN (= Protestantse Kerk Nederland). Dat sobere kerkgebouw ziet u op foto 8 hierboven. Nogmaals: de O.L. Vrouwenkerk is toch echt een mooiere kerk dan dit sobere kale kerkgebouw.
Hierna wandelden we terug naar het NS-station en namen de trein naar Meppel. Daar werden we door de ouders van mijn vriend van het station opgehaald waarna we bij hen thuis genoten van een lekkere warme maaltijd. Halverwege de avond brachten ze mij terug naar het NS-station van Meppel. Daar nam ik afscheid en stapte op de trein terug naar huis, naar Leeuwarden.
vrijdag 23 september 2011
Open Monumenten Dag in Zwolle
Hallo ge-interesseerde bloglezers,
Voor de derde keer dit jaar ben ik naar Zwolle geweest. Het is nu eenmaal een interessante historische stad waar veel te bekijken valt. Zoals mijn blogvolgers ongetwijfeld weten, heb ik al eerder geblogd over Zwolle, namelijk op 26 aug 2011 en 15 juli 2011. Ik ben op zaterdag 3 september 2011 naar Zwolle gegaan. Op die datum viel dit jaar de jaarlijkse landelijke manifestatie Open Monumenten Dag. Dan zijn er in het hele land allerlei historische panden, kerken kantoren, woningen en andere gebouwen opengesteld voor het ge-interesseerde publiek.
Jaren geleden ben ik in Leeuwarden al diverse keren langs de verschillende monumenten geweest. Dat was heel interessant. Ik ben toen in verscheidene panden geweest die normaliter gesloten zijn voor het publiek. Twee jaar geleden ben ik met een vriend in Groningen-stad langs de monumenten daar geweest. Ook dat was zeer interessant en zeer de moeite waard. Vorig jaar ben ik met diezelfde vriend vanuit Groningen naar Bedum gefietst. Dat is een dorp circa 10 kilometer noordelijk van de Stad. Daar staat de Walfriduskerk. Eveneens zeer interessant. En niet alleen vanwege de zeer scheef staande tufstenen toren. Ook vanwege de heilige Walfridus die daar rond 900 AD leefde en daar tot 1594 werd aanbeden. En dit jaar besloot ik om eens in weer een andere stad rond te kijken: Zwolle.
Hierboven staan enkele foto's die ik die dag heb gemaakt.
De bovenste foto heb ik gemaakt in de Provinciezaal van het voormalige Overijsselse Provinciehuis in de Diezerstraat. Curieus: deze zaal hoort tegenwoordig bij de Openbare Bibliotheek van Zwolle en wordt gebruikt voor lezingen. En inderdaad, het interieur is door en door neogotisch. Ook curieus: de inrichting van deze provinciezaal is ge-inspireerd op de provinciezaal van Friesland in Leeuwarden in het Provinsjehus (Fries voor: Provinciehuis) aldaar aan de Tweebaksmarkt. De tweede foto is het Hopmanshuis, helemaal aan de noordwestkant van het oude stadscentrum. In de 17-e en 18-e eeuw stond dit pand trouwens buiten de stadsmuur van Zwolle, op de kade waar de handelsschepen aanlegden. Aan de achterkant kon de vracht zo vanuit het schip in het pakhuis aan de achterkant worden overgeladen. De derde foto is het spectaculaire neogotische interieur van de Onze Lieve Vrouwekerk; overduidelijk een Rooms-Katholieke kerk die in 1809 al aan de Rooms-Katholieken was teruggegeven. Deze kerk heeft een toren die zeer bekend is om zijn aparte vorm: de Peperbus. Die kun je zien op de vierde foto. Daarop zie je heel mooi de Peperbus-toren met de vlag van de Open Monumenten-dag wapperend in de wind. Op de voorgrond zie je het portaal van de Sint-Michaelskerk, met boven op dat portaal de engel Sint-Michael (de beschermheilige van Zwolle!) die de draak verslaat. Direct naast dit portaal is de Hoofdwacht met de rode luiken en de renaissancegevel te zien. Tegenwoordig zit daar de VVV in. Over hergebruik van historische ruimtes gesproken; het was het thema van deze Open Monumenten Dag! Op de vijfde foto is het vrij sobere interieur van de Sint-Michaelkerk te zien, met de fraaie donkerhouten preekstoel, de kerkbanken, de kroonluchters, en helemaal achter in het koor het enige gebrandschilderde raam van deze kerk met Sint-Michael. De zesde en laatste foto is het uitzicht vanuit de Sassenpoort over de stad, met in de verte de driebeukige Sint-Michaelskerk en verderop de Peperbus-toren van de Onze Lieve Vrouwekerk. Als je de foto's beter wilt bekijken, klik dan 1 x op de foto. Al met al was het een zeer geslaagde dag. Waar zal ik volgend jaar naar toe gaan om nog meer monumenten te bekijken?
vrijdag 26 augustus 2011
Museum de Fundatie in Zwolle
Hallo Beste bloglezers,
Het heeft even geduurd, maar hier is weer een stukje op mijn blog. Twee weken geleden (op 14 augustus 2011) ben ik weer in Zwolle geweest. Deze keer ging ik naar het Museum de Fundatie (te zien op de foto hiernaast). Dat is een museum vol schilderijen vanaf de late Middeleeuwen tot de 20-ste eeuw. Niet helemaal mijn grote interesse, maar het was toch de moeite waard. Het eerste schilderij waar ik tegenaan keek, was een stilleven met enkele grote schelpen , een paar koraaltakken en nog enkele attributen, van de schilder Willem Kalf. Die schilder was geboren in Rotterdam. Dat doet het wel goed bij een Rotterdammer als ik. In de zalen op de begane grond hingen de schilderijen van de vaste collectie. Op de eerste etage was een tijdelijke tentoonstelling van schilderijen van Evert Thielen. Niet direct een bekende naam, maar wel een opvallend schilder. Hij is in 1954 geboren te Venlo. Op jonge leeftijd zag hij in Gent het veelluik-schilderij het Lam Gods van de Gebroeders van Eyck. Dat inspireerde hem om zich op de schilderkunst te storten. In de jaren 70 bezocht hij de Kunstacademie te Den Haag. Maar daar ergerde hij zich aan het slordige gedrag en onprofessionele geschilder van zijn collega's. Als reactie daarop kleedde hij zich juist zeer netjes. Dat doet hij nu nog steeds. Je zou hem zo verwarren voor de een of andere verdwaalde ambtenaar. Na Den Haag bezocht hij de Kunstacademie te Antwerpen. Daar kon hij wel zijn hart ophalen aan ambachtelijke schilderkunst en het evenzeer ambachtelijk maken van zijn verf. Als je zijn schilderijen bekijkt, dan zie je dat hij ze zeer vakkundig heeft gemaakt, net als de beroemde schilders uit de Late Middeleeuwen en de Hollandse Gouden Eeuw. Ze zijn het bekijken meer dan waard.
Het gebouw van Museum de Fundatie is ook opmerkelijk. Het museum zit daar in sinds 2005. Maar het gebouw zelf staat al sinds 1840 aan de Blijmarkt in Zwolle. Overigens was dat geen markt waar men met blij gemoed kwam, maar had het die naam gekregen in 1362. Toen stalde de stad Zwolle op dat plein zijn blijden, de reusachtige katapulten waarmee ze in dat jaar het kasteel Voorst bestookten. Daarover vertelde ik al in mijn vorige blog over Zwolle op 15 juli 2011, en in mijn blog over Kampen op 10 augustus 2011. Vanaf 1840 was het pand aan de Blijmarkt een gerechtshof. Na de Tweede Wereldoorlog verhuisde het Gerechtshof naar een ander pand, en trok er een archiefdienst in het leegstaande gebouw. Nadat die vertrok, kwam er een museum van figuratieve kunst in. In 2005 werd het pand grondig onder handen genomen en gerenoveerd. Daarna trok het Museum de Fundatie erin.
Dat wil niet zeggen dat het Museum de Fundatie nog maar zo kort bestaat. Het is ouder. Sterker: er zit een hele voorgeschiedenis aan vast. Het museum in Zwolle is een filiaal van het oorspronkelijke museum de Fundatie in Heino, dat in 1958 is opgericht door Dirk Hannema.
Dirk Hannema werd in 1896 geboren in Nederlandsch Indie. Toen hij 5 jaar oud was, reisde hij met zijn ouders terug naar Nederland. Daar raakte hij in zijn tienerjaren al zeer ge-interesseerd in kunst. Geen wonder dat hij een studie kunstgeschiedenis volgde. Rond 1920 werd hij medewerker bij het Museum Boymans van Beuningen te Rotterdam. Dat was toen nog gevestigd in het Schielandhuis (dat het bombardement van 14 mei 1940 heeft overleefd). In 1922 werd hij er directeur. Omdat het Schielandhuis te klein werd, verhuisde het museum Boymans van Beuningen in 1935 naar een nieuw en veel groter pand elders in Rotterdam. Daar zit het museum nu nog steeds. In 1937 beleefde Dirk Hannema zijn finest hour: hij kocht voor 1,25 miljoen gulden een schilderij dat in Parijs was opgedoken en aan Johannes Vermeer werd toegeschreven. Het had als titel: de Emmausgangers. Het werd een van de topstukken van het museum.
Op 10 mei 1940 begon ook voor Nederland de Tweede Wereldoorlog. Na 5 dagen oorlog gaf het Nederlandse leger zich over en begon de bezetting. In 1942 vroeg NSB-leider Mussert aan Dirk Hannema of hij Gevolmachtigde voor het Museumwezen in Nederland wilde worden. Daar ging Dirk Hannema op in. Na de bevrijding in 1945 kreeg hij daarom ineens de beschuldiging van verraad voor de voeten geworpen. Hij werd opgepakt en voor een aantal maanden opgesloten. Uiteindelijk kreeg hij geen straf. Misschien had hij toch gelijk met zijn verdediging dat zijn functie als Gevolmachtigde voor het Museumwezen ongeveer te vergelijken was met het bekende dilemma van de burgemeester in oorlogstijd. Hij had proberen te redden wat er te redden viel aan museum- en kunstcollecties in Nederland.
Helaas kon hij niet meer terugkeren als directeur van het Museum Boymans van Beuningen. Daarom moest hij ontslag nemen. Maar er kwam een nog groter probleem op hem af. Tijdens de bezetting had Goering (ja, die dikzak van de Luftwaffe) in heel Europa zeer vele kunstwerken bijeen geroofd. Ook schilderijen uit Nederland, waaronder de Emmausgangers van Johannes Vermeer. Daar was op de een of andere manier ook een mislukte kunstenaar Han Vermeegeren mee annex. Hij zou de een of andere vorm van landverraad hebben gepleegd. Maar Han Vermeegeren ontkende dat en zei - om zijn huid te redden - dat het schilderij van de Emmausgangers een vervalsing was. Aanvankelijk werd Han Vermeegeren niet geloofd. Vervolgens maakte hij onder toezicht een nieuwe vervalsing van een niet bestaand schilderij van Johannes Vermeer. Kunstkenners moesten erkennen dat Han Vermeegeren een meestervervalser was. De reputatie van Dirk Hannema was definitief kapot. Nog erger: 4 schilderijen in de collectie van museum Boymans van Beuningen die aan Vincent van Gogh waren toegeschreven, bleken ook vals te zijn. Curieus is daarom dat recentelijk het schilderij "de molen le Blute-fin" uit 1886 na grondig onderzoek toch van Vincent van Gogh bleek te zijn, terwijl kunstkenners tientallen jaren dachten dat dat niet zo was, gezien de slechte reputatie van Dirk Hannema. Dat schilderij hangt daarom weer in een van de zalen van Museum de Fundatie te Zwolle.
Terug naar Dirk Hannema. In 1958 trok hij zich terug in het dorp Heino, oostelijk van Zwolle. Daar betrok hij het kasteel Nijenhuis, even buiten het dorp. Hij richtte het kasteel in met kunstwerken en schilderijen naar zijn smaak (hij was overduidelijk een kunstminnaar) en stelde het open voor publiek. Dat was het begin van het huidige Museum de Fundatie. Vanaf 1958 tot aan zijn dood in 1984 woonde hij op het kasteel en leidde hij daar museumbezoekers persoonlijk rond langs al zijn kunstwerken en gaf er uitgebreid tekst en uitleg over. In 2005 werd - zoals ik hierboven al vertelde - het museum uitgebreid met het filiaal in Zwolle. Het is een bezoek waard! Meer informatie is te vinden op de site van het museum: www.museumdefundatie.nl .
vrijdag 15 juli 2011
dag in Zwolle

Hallo ge-interesseerde bloglezers,
Afgelopen zondag 10 juli heb ik een dagtocht naar Zwolle gemaakt. Tientallen jaren lang reisde ik per trein langs Zwolle naar mijn familie in Rotterdam. Maar deze keer besloot ik in Zwolle eens uit te stappen. Overigens was dit de tweede keer. De eerste keer dat ik een dag naar Zwolle ging, was op 27 juni 1987. Dat is dus 24 jaar geleden. Ik had toen een fiets op het station van Zwolle gehuurd en had in de stad rondgefietst. Ik herinnerde het me nog mede omdat ik er toen ansichtkaarten had gekocht die ik samen met het treinkaartje in mijn plakboek over 1987 had geplakt. Handig, zo'n plakboek als persoonlijk naslagwerk.
Maar op 10 juli 2011 ging ik niet in Zwolle rondfietsen maar rondwandelen. Er viel veel te bekijken. Direct voor het NS-station staat op de rotonde het standbeeld van een landelijk en historisch bekend politicus die in 1798 in Zwolle was geboren. Het was het standbeeld van Thorbecke. Hij is bekend geworden door de grondwet van 1848. Daarna wandelde ik de stad in via de Sassenpoort. Dat is een fraaie Middeleeuwse stadspoort. Op de bijgevoegde foto in ovaalvorm kun je hem bewonderen. Daarna wandelde ik door het centrum langs het stadhuis en de Michaelskerk naar het Drostenhuis. Dat is een historisch pand uit de 16-e eeuw met een rococo-gevel uit circa 1750. In vroeger tijden zetelde hier de drost van het Oversticht (wat toen Drenthe, Overijssel en de stad Groningen omvatte), en vanaf 1528 Overijssel. Tegenwoordig zetelt daar het Stedelijk Museum. Dat is een zeer interessant museum over de geschiedenis van Zwolle en omgeving vanaf de Middeleeuwen tot nu. Er waren enkele stijlkamers (vaak onvermijdelijk in zulke historische musea) en verscheidene zalen met vitrines over verschillende thema's en deel-onderwerpen uit de Zwolse geschiedenis. Zo was er een vitrine over het bestuur van de stad vanaf de Middeleeuwen tot aan 1795. Verder was er een Patriotse stijlkamer uit circa 1780; zeg maar: de tijd van regenten en patriotten (o.a. de heer Van der Capellen tot den Pol) en oranjegezinden. Een andere vitrine ging over het geld wat in die tijden werd gebruikt. Zo las ik op een informatiebord dat de provincie Overijssel voor 1795 geen echte hoofdstad had. Dat wisselde regelmatig tussen Zwolle, Kampen en Deventer. Daarom werd vaak op Overijsselse munten niet 1 wapen (dat van Zwolle) geslagen, maar drie naast elkaar of in een cirkel (die van Kampen, Zwolle en Deventer). En dat was ook te zien op een zo'n munt. Verder was er een vitrine over de Moderne Devotie. Dat was in de Middeleeuwen op godsdienstig gebied een zeer belangrijke kritische geloofsrichting binnen de Rooms-Katholieke kerk. Het werd door de bisschop van Utrecht maar ternauwernood getolereerd. Het belangrijkste klooster van de Moderne Devotie stond in Windesheim, een dorp enkele kilometers zuidelijk van Zwolle. En er was natuurlijk ook een vitrine over de Hanze, want Zwolle werd in 1407 lid van de Duitse Hanze. Verder was er een vitrine over de opkomst van de industrie in Zwolle gedurende de 19-e eeuw. En natuurlijk was er ook een vitrine over de aanleg van de spoorlijn en de bouw van het spoorwegstation, even buiten de stadswallen van Zwolle. En dan was er nog de kelder met vitrines vol archeologische vondsten in Zwolle en directe omgeving. Zoals de vondsten van de plek waar tot circa 1360 het Kasteel Voorst heeft gestaan. Daar leefde toen een roofridder die de handel van Zwolle veel schade toebracht door zijn roofpraktijken. Uiteindelijk belegerden de Zwollenaren onder leiding van de bisschop van Utrecht het kasteel tot de roofridder zich overgaf, en braken de Zwollenaren het kasteel tot de grond toe af. Tegenwoordig staat op precies die plek een houten speelkasteel voor kinderen in een park met eromheen een moderne woonwijk. Trouwens, Zwolle had al in 1230 stadsrechten gekregen van de bisschop van Utrecht. Dat was als dank voor het feit dat de Zwollenaren hadden meegedaan aan een strafexpeditie tegen de opstandige Drenthen die in 1227 de vorige bisschop in de slag bij Ane (even zuidelijk van Coevorden) hadden verslagen en gedood. Dat was voor die tijd buitengewoon schokkend. Vreemd dat wij daar vroeger op school met geschiedenis nooit over hebben geleerd.
Al met al is dit een mooi en informatief museum over Zwolle en directe omgeving. Een goed voorbeeld voor hoe andere historische museums in andere steden zouden moeten zijn ingericht.
Na dit museumbezoek begon ik aan een grote rondwandeling door het centrum van Zwolle. Zo zag ik langs de noordkant en de oostkant langs de voormalige stadsgracht verscheidene stukken van Middeleeuwse stadsmuren en stadstorens staan. Zo kon je een aardige indruk krijgen van de dikte en de hoogte van dergelijke stadsmuren. Verder heb ik het geboortehuis van Thorbecke nog gevonden. Daarna wandelde ik de Diezerstraat door. Dat is de winkelstraat bij uitstek van Zwolle. Ergens in deze straat is in 1580 een fel gevecht geweest tussen Calvinisten en Spaanse soldaten van de graaf van Rennenberg. De Calvinisten wonnen, waardoor het verraad van Rennenberg niet alleen in Leeuwarden, maar ook in Zwolle mislukte. Daarmee kwam Rennenberg erg ge-isoleerd in Groningen te zitten. Trouwens, Rennenberg was ik op 8 mei 2011 ook al in Steenwijk tegengekomen. Kijk maar op die datum in mijn blog. Halverwege de Diezerstraat zag ik een kolossaal pand staan waar de Openbare Bibliotheek van Zwolle in zat. Wauw. Weet ik die tenminste ook te vinden. Hoeveel boeken over de geschiedenis van Zwolle zouden ze daar in hun collectie hebben? Daarna wandelde ik weer over de Grote Markt langs de Michaelskerk met de ertegenaan gebouwde Hoofdwacht. Recht daartegenover stond tussen de rijen panden een gebouw met hoog op de gevel de naam Waanders, uitgevers, drukkers en boekverkopers. Hier is die bekende Zwolse uitgeverij dus begonnen. Die bestaat trouwens nog steeds. Recht tegenover de toren van de Michaelskerk vond ik min of meer bij toeval het geboortehuis van E.H. Potgieter (1808-1875). Dat was een belangrijke dichter/schrijver en literator. Hij schreef het verhaal over Jan, Jannetje en hun jongste kind, waarin hij de Jan Salie-geest van rond 1840 hekelde. Onderwijl liep ik door naar de O.L. Vrouwekerk met de bekende Peperbus-toren en passeerde ik het cafe De Atlas. Da's curieus: daar is de SDAP (voorloper van de huidige PvdA) in 1894 opgericht. Tot slot maakte ik een afsluitende wandeling over de stadswallen die na 1870 in een park zijn veranderd en liep terug naar het NS-station om de trein terug naar huis te nemen. Al met al een zeer geslaagde dag met prachtig weer.
Abonneren op:
Posts (Atom)
kl.jpg)
