zondag 9 november 2014

Hier werd in Den Haag de contrarevolutie voorbereid en uitgevoerd


Hallo bloglezers,

Afgelopen zomer ben ik in juli 2014 vanuit Rotterdam een dagje uit naar Den Haag geweest. Daar blogde ik al eerder over op 5 oktober 2014 onder de titel Zomervakantie in Rotterdam. Daar in Den Haag maakte ik de 3 hier onder staande foto's: op foto 1 de Koninklijke Stallen gelegen achter het paleis Noordeinde (let op de vergulde paardekop in die halfronde timpaan), op foto 2 het Malieveld gelegen recht tegenover het NS-station Den Haag Centraal, en op foto 3 het paleis Noordeinde. Wilt u de foto's vergroot bekijken, klik er dan op om ze beter te bestuderen.




In november 1918 heerste er een nerveuze spanning in Rotterdam en Den Haag. De Grote Wereldoorlog voorbij de Nederlandse grenzen begon een opvallende wending te nemen: de Geallieerden - die overigens bij wijze van spreken op hun laatste tandvlees liepen - wisten eindelijk de eeuwige patstelling in de modderige loopgraven te doorbreken en de Duitsers terug te drijven. De 4 jaar durende slijtageslag begon zijn einde te naderen. De Duitsers besloten daarom, voordat de definitieve ondergang werkelijkheid werd, zich over te geven. Dat leidde tot de capitulatie in de bekende spoorwegwagon bij Compiegne op 11 november 1918. Daarover heb ik geblogd op 7 november 2012 onder de titel Dodenherdenking in november. Onderwijl vluchtte de Duitse Keizer ineens naar Nederland. Dat was een verrassende gebeurtenis, vergelijkbaar met een donderslag bij heldere hemel. Maar in werkelijkheid was dat vertrek al lang in het geheim voorbereid door generaal van Heutz. Jazeker, dat was inderdaad de voormalige gouverneur-generaal in Nederlandsch Indie die in Coevorden was geboren. Over hem had ik ook eerder geblogd, namelijk op 14 juni 2014 onder de titel Enkele maanden geleden: dag naar Coevorden.

Als indirect gevolg van de Grote Wereldoorlog was ook in het neutrale Nederland de situatie onaangenaam geworden. De economie had een paar flinke deuken opgelopen, de werkloosheid was gestegen, de armoede toegenomen, en er was een krakkemikkig distributiesysteem ingevoerd. Werkloze arbeiders en gemobiliseerde soldaten roerden zich. Er leek een revolutionair tij over Europa te spoelen - dat in de woorden van de leider van de SDAP Pieter Jelles Troelstra - geen halt leek te houden bij Zevenaar aan de Duitse grens. Het was duidelijk een rode week in Nederland. Pieter Jelles Troelstra hield revolutionaire toespraken in de Tweede Kamer. Dat zorgde voor grote schrik onder de politici van de confessionele partijen (de ARP, de CHU, en de KVP, die in 1980 zijn opgegaan in het CDA). Zij lieten antirevolutionaire pamfletten drukken en verspreiden. Daarnaast preekten en waarschuwden dominees en pastoors tegen de gevaren van uit de hand lopende revoluties en tegen het goddeloze communisme onder verwijzing naar de totaal uit de hand gelopen revolutie gevolgd door de bloedige burgeroorlog in Rusland onder Lenin en Trotski. Daar schreef ik al eerder iets over op mijn blog op 5 januari 2014 met als titel Bekende Russische stad in het nieuws.
Er waren ook conservatieve krachten binnen het Nederlandse leger. Zij besloten om tot actie over te gaan. Daarvoor werden soldaten ingezet, die - heel opvallend - over het algemeen afkomstig waren van het platteland; zij waren over het algemeen veel gezagsgetrouwer dan stedelijke dienstplichtige militairen, en ze waren trouw aan volk en vaderland en aan de koninklijke Oranje-familie. Dit in tegenstelling tot de soldaten die afkomstig waren uit de steden; die waren over het algemeen bevattelijk voor de socialistische of zelfs communistische ideologie. Daarnaast hadden de soldaten van het platteland ook ervaring in de omgang met paarden! Dat was een cruciaal aspect bij dit contrarevolutionaire complot! Zij werden in het geheim getraind en ge-oefend in het uitspannen van de paarden voor de koets en het trekken van diezelfde koets. Dat gebeurde in de Koninklijke Stallen die u op foto 1 ziet. Op 18 november 1918 hield Wilhelmina samen met haar dochter Juliana een rijtoer door de stad Den Haag. Bij het Malieveld (te zien op foto 2) aangekomen drong (zogenaamd) het volk (?) op, spande spontaan (?) de paarden uit en trok de koets verder, helemaal naar paleis Noordeinde (te zien op foto 3). Kortom: een grote Oranje-demonstratie. Maar - zoals u wel zult hebben begrepen - was het helemaal niet spontaan, maar zorgvuldig geregisseerd en was het uitspannen van de paarden al van te voren ge-oefend door de militaire vrijwilligers in de Koninklijke Stallen, gelegen achter Paleis Noordeinde! Zo werd de contrarevolutie voorbereid en uitgevoerd in die rode week gedurende november 1918.
Daarna verliep de revolutie en vertrok Troelstra volledig overspannen naar huis.

Ik heb hierover al 3 jaar geleden geblogd, namelijk op 13 januari 2011, onder de titel: Leestip over de revolutie die niet doorging. Daar vermeldde ik ook de volgende zeer informatieve boeken over die mislukte revolutiepoging in Nederland.  Dit zijn de titelgegevens:

Scheffer, H.J.
November 1918 : journaal van een revolutie die niet doorging / H.J. Scheffer . - Amsterdam : De Arbeiderspers , 1968 . - 312 p.

Wijne, J.S.
De Vergissing van Troelstra / Johan S. Wijne . - Hilversum : Verloren , 1999 . - 88 p. : ill. ; 17 x 20 cm. - (Verloren Verleden ; dl. 8) . - ISBN 90-6550-449-4

maandag 27 oktober 2014

Fossielen onder je voeten

Hallo bloglezers,

Ik denk dat het niemand opvalt. Het is inderdaad een detail waar niemand zomaar op zal letten. In veel oude binnensteden vind je veel grote grijsblauwe stenen die in gebruik zijn als stoep of stoeprand. Niet alleen in Amsterdam of andere oude Hollandse steden, maar ook in Leeuwarden. Drie jaar geleden las ik ergens op internet een artikel over dergelijke stoepstenen in Amsterdam. Daarin werd verteld dat je daarin heel veel fossielen in kunt zien zitten. Voor het overgrote deel zijn dat schelpen, in een kleiner aantal gevallen sponzen (zie foto 6 hieronder), of honingraat-koraal (zie foto's 2 en 4 hieronder) of andere zeedieren van honderden miljoenen jaren geleden. In de 17-e eeuw vonden de Amsterdamse kooplieden dergelijke Belgische blauwe hardsteen heel mooi en kochten ze dat om de toegang (de enkele of dubbele trappen, of de stoepen ter weerszijden van diezelfde trappen of voor hun voordeuren) van hun grachtenpand mee op te sieren. Als iemand die Amsterdammers toen zou hebben verteld dat die fraaie witte versieringen in die arduinsteen fossielen van circa 400 miljoen jaar oude zeedieren zijn, zouden ze dat niet geloven en verwijzen naar bisschop James Ussher (1581-1656) in Ierland. Die had na zorgvuldige bestudering van de Bijbel in 1650 nauwkeurig uitgerekend dat de Aarde in het jaar 4004 voor de geboorte van Jezus Christus was geschapen, en dat de Aarde dus bijna 5700 jaar oud was.
 Afgelopen zomer 2014 begon ik er zeer scherp op te letten op dergelijke blauwgrijze stenen in Leeuwarden. Want hier is die arduinsteen of Belgische blauwe hardsteen ook geliefd als bouwmateriaal. Tot op de dag van vandaag. Want als je over de Nieuwstad, de Voorstreek, de Eewal of de Over de Kelders of de Wirdumerdijk wandelt (allemaal opgeknapt in de jaren 90), zie je overal die langwerpige arduinstenen tussen straat en wandelgedeelte, met daarin herkenbaar zichtbaar de fossiele schelpen, sponzen en andere zeedieren. Die fossielen zijn ontstaan aan het eind van het Devoon en het begin van het Carboon. Het Laat-Devoon was een geologische periode die rond 416 miljoen jaar geleden begon en rond 359 miljoen jaar geleden eindigde. Gedurende dat tijdperk kropen de eerste planten vanuit de zee-en het land op. De wereldzee-en wemelden in dat geologische tijdperk van de schelpdieren en weekdieren. Nadat die dieren doodgingen, zakten de restanten naar de bodem, waar ze fossiliseerden. En waar vervolgens in de loop van miljoenen jaren nieuwe aardlagen op werden afgezet en samengeperst. Zo ontstond in de loop der miljoenen jaren de huidige bekende arduinsteen als afzettingsgesteente. Veel arduinsteen is afkomstig uit de Belgische Ardennen. Kortom: de Ardennen was in de verre prehistorie een zee geweest. Miljoenen jaren later, gedurende het dino-tijdperk zwommen daar de mosasaurussen rond, waarvan in de Sint Pietersberg bij Maastricht nog steeds fossielen worden gevonden. Maar die leefden dus veel later, tussen circa 200 miljoen en 65 miljoen jaar geleden. Naast de vele schelpdieren wemelden de wereldzee-en ook van de vissen en de eerste amfibie-en. En ook de eerste haaien. Toen zwommen de verre voorouders van Jaws ook al rond in de toenmalige wereldzee-en. Het tijdperk dat daarna kwam was het Carboon; dat begon 359 miljoen jaar geleden en duurde tot 299 miljoen jaar geleden. Gedurende die periode ontstonden er uitgestrekte bossen bestaande uit varens, paardestaarten en andere planten van reuzenformaat. Geen wonder dat in de loop der miljoenen jaren hieruit de steenkolenlagen zijn ontstaan die vooral in de eerste helft van de 20-ste eeuw grootschalig in Zuid-Limburg werden gedolven. Gedurende het Carboon kropen toen de eerste amfibie-en en reptielen aan land en ontstonden de eerste insecten, zoals o.a. de libellen. Alleen kon je die beter maar niet tegenkomen; ze hadden nog een reuzenformaat. Die libellen konden een vleugelspanwijdte halen van circa 70 centimeter. Hoe groot andere insecten uit die tijd konden worden is mij niet bekend. Maar het lijkt mij niet plezierig om muggen of wespen van een dergelijk reuzenformaat tegen te komen. Kortom: een geschikt idee voor een smakelijke horrorfilm. Om een indruk te krijgen van de grootte van zo'n beest, kunt u het beste rondkijken op de binnenplaats van het Leeuwarder Natuurmuseum; daar hangen een paar modellen van libellen van een formaat zoals ze waarschijnlijk in werkelijkheid tijdens het Carboon hebben rondgevlogen. En bekijk anders de hier onderstaande foto 1. Kunt u het zich al voorstellen dat u op een dag libellen van zo'n groot formaat langs uw raam ziet vliegen?






Het Carboon was ook het tijdperk waarin de eerste coelacanthen in de zee-en rondzwommen. Ze werden door geleerden in de 19-e en 20-ste eeuw als uitgestorven beschouwd, totdat er in 1938 en later in de jaren 50 ineens levende exemplaren in de Indische oceaan werden gevangen. In het Rijksmuseum voor Geologie en Mineralogie in Leiden (nu Naturalis) in Leiden heb ik in de jaren 80 een opgezet (!) exemplaar gezien.


Mochten mensen mij de afgelopen maanden met gebogen hoofd in de Leeuwarder binnenstad hebben zien rondlopen, dan kan ik ze geruststellen: ik was niet depressief, maar ik bestudeerde en fotografeerde die arduinstenen langs de trottoirs. Hieronder volgen een aantal foto's die ik de afgelopen zomer heb gemaakt van de arduinstenen in Leeuwarden. De fossiele schelpen herken je duidelijk op de hieronder staande 7 foto's (nrs 2 t/m 8), evenals het honingraat-koraal (foto 2 en 4) en de fossiele spons (foto 6).








O ja. Mocht je denken, waar blijven de dino's nou? Die bespreek ik hier niet, want die stammen uit een veel later geologisch tijdperk, namelijk het Trias, de Jura en het Krijt. Die prehistorische dieren ontstonden circa 230 miljoen jaar geleden aan het begin van het Trias. Circa 20 miljoen jaar eerder, dus ongeveer 250 miljoen jaar geleden, eindigde het Perm met een ramp. Welke? Een gigantische vulkaanuitbarsting in Siberie of Indie? Of een inslag van een komeet of planetoide? Dat weten we nog steeds niet precies. Maar wel dat daarna het Trias begon met het ontstaan van de eerder genoemde dino's. Momenteel loopt er een tentoonstelling in het Leeuwarder Natuurmuseum getiteld: Jurassic Leeuwarden 3, it's T-rex time! Op foto 9 ziet u de hoofdingang van het Leeuwarder Natuurmuseum. Tevens ziet u dat ze de waak-dino buitenhebben gezet, gelukkig wel aan de ketting. Hij staat links op de foto naast de trap (die ook weer van arduinsteen (!) is gemaakt). Deze tentoonstelling duurt tot en met 16 november 2014. In die tentoonstelling is - naast replica-skeletten van de Tyrannosauris Rex (tegenwoordig beter bekend als T-rex) - ook een skeletfragment van een Torvosaurus te bekijken. Die Torvosaurus is het acherneefje van de veel bekendere Tyrannosaurus Rex. Zoals bekend stierven de dinosauriers vervolgens uit als gevolg van weer een ramp, namelijk de inslag van een planetoide, ergens op het Mexicaanse schiereiland Yucatan 65 miljoen jaar geleden. Daarna kwamen de zoogdieren op, waaronder uiteindelijk de mens..


O ja. Dat internetartikel wat ik hierboven al memoreerde, is te vinden op dit adres: www.kennislink.nl . Het is te vinden door in het zoekscherm rechts bovenaan op die site in te tikken: fossielen tussen de hondenpoep. Of je typt de titel van dit artikel in in de Google zoekmachine, geplaatst tussen dubbele aanhalingstekens. Dan vind je het ook snel.

zaterdag 18 oktober 2014

Voor de zonsondergang

Hallo bloglezers,

Deze foto heb ik gemaakt op 13 oktober 2014 vanuit mijn flat. Het lijkt net alsof het daar in de verte regent, maar als u goed kijkt, ziet u dat het de stralen van de zon zijn die vanachter dat wolkendek komen en breed uitwaaieren. De foto was oorspronkelijk wat donkerder, waardoor het bijna een zeldzaam kleurloze zonsondergang in zwart-wit zou worden. Daarom heb ik hem digitaal wat bijgewerkt waardoor er iets meer kleur te zien is. Daardoor komen de lichtstralen beter uit. kleuren de weilanden wat meer groen, en zijn er in het wolkendek meer kleuraccenten tussen grijs en wit te zien. Zo ziet u maar weer: dicht bij huis is ook veel moois te zien en te fotograferen.



zondag 5 oktober 2014

Zomervakantie in Rotterdam

De vakantieperiode is ondertussen al lang voorbij. Toch wil ik er iets over vertellen. Deze zomer ben ik eind juli 2014 een week op vakantie geweest in Rotterdam. En net zoals in 2013 overnachtte ik in het tweede huisje van mijn ouders in Rotterdam-zuid. Vandaar uit heb ik diverse dagtochten gemaakt naar steden in de omgeving van Rotterdam.

De eerste stad waar ik naar toe ben geweest, was Delft. Dat stadje is natuurlijk bekend vanwege de Nieuwe Kerk met zijn koninklijke grafkelder, die u ziet op foto 1. Op de voorgrond ziet u de afgesloten toegang tot de koninklijke grafkelder en op de achtergrond het praalgraf van Willem van Oranje. Verder is ook de Oude Kerk met zijn 5 torentjes boven op de grote scheefstaande toren heel bekend. Die ziet u heel fotogeniek in beeld gebracht op foto 2. En natuurlijk is daar ook het Prinsenhof, waar Willem van Oranje in 1584 is vermoord door Balthasar Gerards. Op foto 3 ziet u de moordplek, waar - begeleid met een kort klank-en-lichtspel - werd weergegeven hoe de moord plaatsvond. Rechts op de muur ziet u nog altijd de kogelgaten, afgedekt met het glasplaatje, net als in de jaren 70. Toen ben ik daar ook al diverse keren geweest met mijn grootouders. Dat was natuurlijk makkelijk te bereizen vanuit Rotterdam. Tevens was dat was voor mij toen aanschouwelijk onderwijs ter plekke; een leuke aanvulling op de geschiedenisles zoals ik die kreeg op de lagere school in het verre Leeuwarden. Ondanks dat ik geen Oranje-fan ben, beschouw ik het museum de Prinsenhof als een belangrijke historische plek waar niet alleen alle Nederlanders eens naar toe moeten, maar ook alle allochtonen die willen inburgeren. Dan kunnen ze eens goed kennismaken met een belangrijk stukje Nederlandse geschiedenis. De tentoonstelling in het Prinsenhof laat zien hoe de 80-jarige oorlog begon met een opstand en vervolgens uit de hand liep tot een oorlog tussen 2 staten (Spanje tegen de noordelijke Nederlanden). Het was duidelijk een belangrijke gebeurtenis in de Nederlandse geschiedenis want daarmee ontstond het huidige Nederland.




De tweede stad waar ik naar toe ben geweest, was Den Haag. Deze keer had ik niet - zoals vroeger, toen ik nog jaarlijks bij mijn grootouders logeerde - de trein genomen, maar de metro. Beter te zeggen: de Randstadrail. Ik kon in Rotterdam zo per tram naar het metrostation Maashaven rijden en daar overstappen op de Randstadrail / metro. Die reed in een keer dwars door heel Rotterdam heen en sloot direct noordelijk van Rotterdam aan op het vroegere traject van de oude Hofpleinlijn. Zo arriveerde ik heel vlot op het NS-kopstation Den Haag Centraal. Van daaraf maakte ik een grote wandeling door Den Haag, bezocht tussendoor het Haags Gemeentemuseum (gesitueerd aan de oostkant van de Hofvijver), wandelde over het Binnenhof langs de parlementsgebouwen en de Ridderzaal, en liep daarna langs de westkant van de Hofvijver (waar ik foto 4 maakte) verder de binnenstad van Den Haag in. Zo passeerde ik het in een hoek van de Kneuterdijk weggepropte paleisje Kneuterdijk. Dat ziet u op foto 5. Als u dat ziet, snapt u waar de term kneuterig vandaan komt. Op een gevelsteen aan de zijkant las ik dat in 1848 in dit paleis Thorbecke en koning Willem II hun overleg hadden over de nieuwe grondwet. Met het uitkomen van de dikke biografie over koning Willem II eerder dit jaar, weten we nu ongeveer hoe dat overleg waarschijnlijk is verlopen. Vermoedelijk had Thorbecke zoiets als dit gezegd: Sire, hier tekenen. Anders maken we bekend dat u biseksueel bent. Tsjaa, zoiets lag in die tijd nog uiterst gevoelig.
Daarna ben ik doorgelopen naar paleis Noordeinde. Met Prinsjesdag op de derde dinsdag in september was dat paleis weer op tv te zien. Nu kijk ik daar dus anders tegenaan omdat ik er dit jaar voor gestaan heb. Vervolgens ben ik doorgelopen naar het museum Panorama Mesdag en heb ik het grote schilderij van de bekende schilder H.W. Mesdag en zijn collega's weer eens bekeken. In de jaren 70 ben ik daar ook al diverse keren geweest, toen ik jaarlijks bij mijn grootouders in Rotterdam logeerde. Tot slot wandelde ik door naar het Plein 1813 waar ik foto's maakte van het monument dat daar midden op de rotonde staat. Dat monument herinnert aan de belangrijkste gebeurtenis van dat jaar: de terugkeer van prins Willem van Oranje, de latere koning Willem I. Hij kreeg in later jaren de bijnaam Koning Koopman of de Kanalenkoning. Dit omdat hij op diverse manieren de economie van Nederland na de Franse tijd weer op gang probeerde te krijgen en te stimuleren. Daarna nam ik de bus terug naar het station gevolgd door de metro terug naar Rotterdam.



Op de derde dag ging ik Rotterdam in. Daar nam ik de tram naar de noordoever en maakte een grote wandeling door het centrum langs de bekende Rotterdamse boekhandel Donner (tegenwoordig gevestigd in het voormalige bankgebouw van de ABN-Amro aan de Coolsingel), over de Coolsingel, door de Meent, helemaal naar de Blaak. Daar maakte ik foto 6. Het is het circa 10 meter diep onder de grond gelegen NS-station Rotterdam-Blaak. Een gek idee: vanaf 1877 tot 1993 liep hier de spoorweg bovengronds over een viaduct dwars door de binnenstad, nu ligt die spoorlijn plus NS-station ondergronds. Daar heb ik eerder al een en ander over verteld in mijn blog van 17 mei 2014 onder de titel: Het nieuwe Rotterdamse Centraal Station. Op foto 6 ziet u trouwens meer: helemaal onder, tussen de trap en de roltrap door  ziet u de rails van de spoorlijn liggen. Maar boven die rails ziet u die wand met daarop in rood rond de deuren en in blauw rond de ramen een metrotrein geschilderd. Dat is de metrotunnel van de oost-westlijn. En bovengronds rijdt de tram voorbij (alleen niet op het moment dat ik deze foto nam).


Op de vierde dag maakte ik een treinreis naar Gorinchem. Voor iedere andere toerist een aardig Hollands stadje, gelegen aan de rivier de Merwede, waar veel oude panden met fraaie gevels te bewonderen zijn. De bekendste gevel is het pand "Dit is in Betlehem", dat u ziet op foto 7. Maar voor mij persoonlijk is Gorinchem de stad waar de voorouders van mijn moederskant vandaan zijn gekomen. Ik heb er het Gorcums Museum bezocht. Dat is gevestigd in het vroegere stadhuis. Er was een zeer interessante tentoonstelling te zien over de Heilige Martelaren van Gorcum; dat waren Rooms-Katholieke geestelijken en monniken die in 1572 door de Watergeuzen uit Gorcum waren ontvoerd naar Den Briel en daar werden getreiterd en gemarteld en uiteindelijk opgehangen in een schuur net buiten de stadswallen van Den Briel. Eerlijk beschouwd was dat geen fraai gebeuren: de Watergeuzen die ons aan het begin van de 80-jarige oorlog bevrijdden van het Spaanse juk, bleken wreedaards en beulen te zijn. Verder was er een zeer interessante tijdelijke tentoonstelling te zien over de belegering van Gorinchem in de winter van 1813-1814. Toen werd het stadje door het Pruisische leger omsingeld en vanaf de overkant van de Merwede met kanonnen beschoten en daarbij werd circa driekwart van alle huizen en panden in Gorinchem verwoest. Ik heb binnen mijn familie van mijn moederskant nooit iets hierover gehoord. Blijkbaar is dat binnen mijn familie in de vergetelheid verdwenen. Onderwijl maakte ik foto 8 vanuit het raam op de tweede etage van het museum. Daarop ziet u de Grote Markt voor het stadhuis met de Wilhelminafontein. Daarna maakte ik een grote wandeling door de binnenstad en keerde aan het eind van de dag per trein terug naar Rotterdam.



Op de vijfde dag nam ik de trein naar Breda. Daar wilde ik al jaren lang naar toe. Maar vanuit Leeuwarden is dat natuurlijk moeilijk te doen vanwege de zeer grote afstand. Maar vanuit Rotterdam-Lombardijen is het een klein wippie langs Dordrecht en over het circa 1,5 kilometer brede Hollands Diep.
In Breda het ik het Breda's Museum bezocht. Dat is een interessant museum over de geschiedenis van de stad Breda met natuurlijk extra veel aandacht voor de Nassau's, de list met het Turfschip van Breda in 1590, en overige gebeurtenissen tijdens de 80-jarige oorlog. Maar het meest interessante aspect voor mij echter was het gebouw zelf waarin dat museum is gevestigd: dat is de vroegere Chasse-kazerne, gebouwd in 1896. Daar is mijn opa van mijn moederskant gelegerd geweest in de periode 1916-1920. Die voormalige kazerne ziet u op foto 9.
Daarna wandelde ik door het centrum van Breda en bezocht ik de Grote of Onze Lieve VrouweKerk. Dat is een prachtig Middeleeuws gotisch kerkgebouw, gebouwd tussen 1410 en 1547 als Rooms-Katholieke kerk en die sinds 1637 Protestants is gemaakt. Vanaf de Grote Markt maakte ik foto 10 van de fraaie gotische kerk. In de kerk zelf zijn diverse praalgraven te bewonderen, waaronder de graven van de Nassau's. Vervolgens wandelde ik langs het kasteel van Breda - dat voor de 80-jarige oorlog het paleis van Willem van Oranje was, en waar sinds 1828 de KMA (= Koninklijke Militaire Academie) in is gevestigd - terug naar het station voor de terugreis.



Ik had nog veel meer kunnen vertellen over wat ik allemaal in deze vakantieweek heb gezien, maar dat doe ik later maar, in volgende blogstukjes. Anders wordt dit blogstuk veel te lang.

zondag 3 augustus 2014

Tentoonstelling over de Zijderoute in Amsterdam

Hallo bloglezers,

Het is al weer meer dan een maand geleden dat ik een dag in Amsterdam ben geweest. Daar wordt in het Museum de Hermitage aan de Amstel (zie foto 1 hieronder) een buitengewoon interessante tentoonstelling gehouden over de Zijderoute. Er werden allerlei archeologische vondsten tentoongesteld, die eind 19-e eeuw en begin 20-ste eeuw waren opgegraven door Russische archeologen op diverse plekken, steden en kloosters langs de Zijderoute. Op deze tentoonstelling werden vooral veel vondsten getoond die langs het oostelijke deel van de route (oases rond de Taklamakan-woestijn) en in Centraal-Azie (handelssteden in het huidige Oezbekistan, Turkmenistan, Kirgizistan) waren gevonden. De Zijderoute begon aanvankelijk rond 100 voor Christus als een handelsroute naar de (volgens de Chinezen) barbaarse stammen op de steppen noordelijk van de Chinese Muur. Later werd de route verder uitgebreid in westelijke richting, uiteindelijk helemaal tot in Byzantium, toen nog een stad in het Romeinse Rijk en na 476 AD de hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk. Overigens werd er niet alleen zijde langs die handelsroute vervoerd, maar ook kruiden en specerijen en allerlei andere interessante artikelen. En via diezelfde Zijderoute kreeg het Boeddhisme (ontstaan in India) ook bekendheid in oost en west. Daar is het Chinese verhaal van Koning Aap met zijn vrienden aan verbonden. Verder is de bekende Venetiaanse handelsreiziger Marco Polo (rond 1254 - 1324) in 1271 uit Venetia vertrokken en via de Zijderoute naar China gereisd en keerde hij in 1295 weer terug in zijn geboorteland. De Zijderoute heeft bestaan tot aan 1453, het jaar waarin Byzantium (ook wel Constantinopel genoemd) werd veroverd door de Turken die vervolgens de stad van naam veranderden in Istanboel. De Turken sloten de Zijderoute, waarna men in West-Europa gedwongen was om de wereld te gaan verkennen en de specerij-eilanden op te zoeken om de kruiden en specerijen zelf te gaan halen. Daarmee begon het tijdperk van de overzeese ontdekkingsreizen vanuit West-Europa.

Terwijl ik op de tentoonstelling de ene vitrine na de andere bekeek en het ene voorwerp na het andere voorwerp bestudeerde, kreeg ik het gevoel dat hier genoeg inspiratie lag tentoongesteld voor spectaculaire fantasyromans. Weidse grasvlaktes, hoge bergruggen, moordende woestijnen, gevaarlijke rovers, onneembare vestingen, exotische beschavingen, wrede heersers, onbekende steden, machtswellustige koningen, wonderbaarlijke religies. Kortom: indrukwekkend. Beslist een aanrader. De tentoonstelling in de Hermitage aan de Amstel duurt nog tot 5 september 2014.

Op foto 1 hieronder ziet u het weidse uitzicht over de Amstel, met rechts op de oostoever het grote bakstenen gebouw van de Hermitage aan de Amstel. Daar wappert de witte vlag vanuit de timpaan. Mocht u dat niet goed zien, klik dan op de foto voor een vergroting. Links op de foto ziet u het witte gebouw met rode bakstenen opbouw van de Stopera uit 1986, waarin het stadhuis van Amsterdam tezamen met het operagebouw in is ondergebracht.




Na afloop maakte ik een wandeling langs de Herengracht en fotografeerde ik diverse gevels van Amsterdamse grachtenpanden. Enkele van die 17-e en 18-e eeuwse panden aan de Herengracht ziet u op foto 2 en 3. Onderwijl bedacht ik dat dank zij het onderzoekswerk van Jan Huygen van Linschoten (1563-1611) die er gedurende de jaren 1590 in Portugese dienst achter was gekomen hoe men in Indie en vervolgens op de specerij-eilanden moest komen. Daarover schreef hij uitgebreid in zijn boek getiteld Itinerario, uitgegeven in 1596. Dank zij zijn onderzoek ontsloten de Hollandse handelslui en zeelui voor zichzelf de overzeese Zijderoute, al zullen de Hollanders zelf eerder hebben gesproken over de overzeese specerijenroute. En ook bij die overzeese specerijenroute gold: er werden meer goederen vervoerd: niet alleen kruiden en specerijen, maar onder andere ook porselein, Bengaals textiel, oftewel sits (wat sinds de 18-e eeuw vaak werd verwerkt in de Hindelooper (!) klederdracht), en inderdaad ook zijde.

donderdag 17 juli 2014

Waarom Nederland buiten de Grote Wereldoorlog bleef

Hallo ge-interesseerde bloglezers,

In de Eerste Wereldoorlog bleef Nederland neutraal. Dat had echter niets te maken met het feit dat wij in augustus 1914 zo snel ons leger hadden gemobiliseerd en gevechtsklaar langs onze grenzen hadden staan. Hoe de Fransen en Britten de kracht van ons leger be-oordeelden, weet ik niet precies, maar een hoge pet hadden ze niet op van onze gevechtskracht. En ook het Duitse leger schatte onze gevechtskracht bepaald niet hoog in. Zij beschouwden ons leger eerder als een clubje slecht getrainde en ge-oefende padvinders, gecommandeerd en geleid door een stelletje wereldvreemd theoretische bureauridders. Waarom liet het Duitse leger - ondanks het Von Schlieffen-plan - ons land dan toch links liggen in augustus 1914? Dat had alles te maken met de Nieuwe Hollandse Waterlinie.





Om een indruk van de forten van de Waterlinie te krijgen, heb ik hier een paar foto's geplaatst. Op foto 1 ziet u het Fort aan de Nieuwe Steeg, zuidelijk van het stadje Asperen. Nu is het rijkelijk begroeid met bomen, maar in de 19-e eeuw waren die bulten kaal en al van verre als fort te herkennen. Hoogstens waren ze begroeid met ondoordringbare doornstruiken. Voor een eventuele vijand waren ze erg lastig te benaderen, omdat niet alleen het omringende land kaal was gemaakt zodat de bemanning van het fort een vrij schootsveld had, maar ook omdat het voorliggende land tot kilometers ver in de omtrek onder water was gezet. Op foto 2 ziet u het fort Vuren, oostelijk van Gorinchem. Dat fort bestaat uit een toren met daarin geschutspoorten voor de kanonnen, omringd door vestingwallen en bastions. Wat de hele situatie bij dit fort echter belachelijk maakt, is de contrescarp om de toren heen. U kunt duidelijk de gang zien tussen torenfort en contrescarp. Die contrescarp was in later jaren om de toren heen aangelegd en bedoeld om bij een artilleriebeschieting granaten en kogels op te vangen. Eventuele kanonnen moesten dus elders op het terrein van het fort worden opgesteld. In de toren zelf konden ze niet meer staan omdat de contrescarp in de weg stond. Tegenwoordig zit er in de toren zelf een restaurant met een terras er voor. Beide foto's heb ik gemaakt in juni 2004, toen ik samen met mijn vriend Hugo uit Groningen op vakantie in Rotterdam was en vandaar uit diverse dagtochten in en rond Rotterdam maakten.


Die Waterlinie beschouwde de Duitse legertop als een formidabele, niet te nemen hindernis. Bovenal: bij een aanval op Nederland naast Belgie en Luxemburg - zou daar ook een frontsector ontstaan die veel Duitse troepen zou binden. En Duitsland had alle soldaten hard nodig aan het Westfront voor alleen al de aanval via Belgie en Luxemburg op Frankrijk, en aan het Oostfront voor de verdediging tegen Rusland. Nog een extra frontsector in het westen of elders kon het Duitse leger daarom er niet bij hebben. Dat zou veel te veel soldaten hebben gebonden.
Dat er met die Nederlandse soldaat toch beslist niet gespot kon worden, bleek 26 jaar later, toen de Duitsers op 10 mei 1940 wel via Nederland aanvielen. Die strijd duurde 5 dagen, terwijl Goering in zijn meest optimistische bui had gedacht aan 1 dag genoeg te hebben, en terwijl de Duitse legertop een meer realistische schatting had gemaakt dat voor de strijd in Nederland minstens 3 dagen nodig zouden zijn. Het werden 5 dagen. Dat was een heel verschil met de strijd van het Duitse leger tegen Denemarken op 9 april 1940. Die strijd duurde maar 6 uur! Toen gaf Denemarken zich al gewonnen!

De plannen voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie werden al gemaakt aan het eind van de Franse tijd, zeg maar rond 1810. Direct na de Franse tijd in 1815 begon de bouw van de forten vanaf Muiden in het noorden tot aan Gorinchem en slot Loevestein in het zuiden. Maar gedurende de jaren 1860-1880 moesten de forten weer worden aangepast vanwege de nieuw ontwikkelde kanonnen en pantserdoorborende granaten. In later jaren is er nog vaak geknutseld aan de forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie om ze bij-de-tijd te houden.
Wat was voor de Duitse legertop in 1914 nou het echte probleem van die Waterlinie? Dat was het feit dat velden en weilanden voor de linie onder water konden worden gezet. En dan niet gelijk metersdiep zodat je alsnog simpel met een boot er overheen zou kunnen varen, maar circa 30 centimeter diep. Nu denkt u zeker: daar kun je toch makkelijk doorheen waden? Vergeet de sloten niet! Die zie je niet direct onder het wateroppervlak. En met wat prikkeldraadversperringen konden er vlak onder het wateroppervlak nog meer hindernissen worden gelegd voor een oprukkende vijand.
Geen wonder dat de Duitse legertop die Waterlinie als een onneembare hindernis zag en daarom Nederland liever links lieten liggen. En dat was ook de reden dat in mei 1940 de hele aanvalsstrategie van de Duitsers gericht was op het omtrekken van de Waterlinie. Weliswaar werd er een grootschalige aanval uitgevoerd op de Grebbelinie (die oostelijk van de Waterlinie lag), maar die was bedoeld om soldaten van het Nederlandse leger te binden, zodat die niet in Noord-Brabant zouden worden ingezet, waar de hoofdaanval van de Duitsers plaatsvond. Want daar rukte een groot tankleger op vanaf de grenzen naar Moerdijk, waar de Moerdijkbrug over het Hollands Diep al vanaf de eerste oorlogsdag door Duitse parachutisten was veroverd, evenals de brug over de Oude Maas bij Dordrecht. Zo kon dat Duitse tankleger in mei 1940 snel doorstoten tot in Rotterdam-Zuid. Alleen waren de Maasbruggen in Rotterdam niet in Duitse handen, zodat dat Duitse tankleger niet verder kon oprukken naar het regeringscentrum in Den Haag. Kortom: Rotterdam was voor de Duitsers in mei 1940 een brug te ver. Vandaar dat de Duitse legertop ter plekke de beslissing forceerde met een bombardement op de Rotterdamse binnenstad om het Nederlandse leger tot overgave te dwingen.



Op foto 3 ziet u het fort Ruigenhoeksedijk aan de noordkant van de stad Utrecht. Het is een van de circa 10 forten die als een halve ring oostelijk rond Utrecht liggen. Op de foto ziet u de hoofdingang van het fort, zeg maar de achterkant. Aan de voorkant werd de eventuele vijand verwacht. Deze foto heb ik in mei 2011 gemaakt, toen ik een dag naar Utrecht ben geweest.


Inderdaad, de Hollandse Waterlinie is nooit in een daadwerkelijke oorlog gebruikt geweest. Maar het feit alleen al dat ie er was, hield de Duitse vijand in augustus 1914 al buiten Nederland. Daarom is het zo gek dat de Hollandse Waterlinie - die loopt van Muiden naar Gorinchem - nog steeds niet op de UNESCO-werelderfgoedlijst staat, terwijl de Stelling Amsterdam er sinds 1996 wel op staat. De Stelling Amsterdam is een ring van forten rond Amsterdam die vanaf circa 1880 werd aangelegd ter verdediging van de hoofdstad van Nederland. Maar iedereen weet dat Amsterdam alleen maar een symbolische hoofdstad is en niet de zetel van de Nederlandse regering is. Dat was en is nog steeds Den Haag. En daar was in mei 1940 alle aanvalskracht van de Duitsers op gericht. Niet op Amsterdam. De hele Stelling Amsterdam was dus pure geldverspilling.
Er was nog een reden waarom de Duitse legertop in 1914 Nederland links liet liggen: het kon mooi dienen voor rugdekking tegen aanvallen van de Britten. En voor de Britten was de neutraliteit van Nederland om een andere reden een zegen: zo beschikte de Duitse Kriegsmarine niet over havens die akelig dicht bij de Britse kustgebieden lagen, vanwaaruit de Duitse marineschepen of U-boote de Britse kust of vloot konden bedreigen.
En er was zelfs nog een derde reden: zo hoopte Duitsland via Nederland aan voedselvoorraden te kunnen komen. In de loop van de oorlog werd er inderdaad vanuit Nederland veel voedsel naar Duitsland gesmokkeld. Daardoor zijn de handelslui in Nederland stinkend rijk geworden. En daarom had Nederland na afloop van de Grote Wereldoorlog geen beste naam: Nederland had dik verdiend aan de hele oorlog.


Daar slaat de schotel uit 1919 op foto 4 op. Daarop ziet u een smokkelaar met een zak over zijn schouder op het punt de grens over te gaan, en een OW-er (= Oorlogs Winstmaker) die al dik verdiend had aan geheime leveringen van goederen naar Duitsland. Die foto heb ik in september 2013 in het Belastingmuseum in Rotterdam gemaakt. Daar heb ik over verteld in mijn blogbericht van 20 oktober 2013, getiteld: Kort weekje in Rotterdam in september 2013.

woensdag 2 juli 2014

Leestip : Van het Westelijk Front geen Nieuws, van E.M. Remarque

Hallo ge-interesseerde bloglezers,

Als jullie de vorige 2 blogberichten hebben gelezen, dan zullen jullie wel begrijpen waarom ik dit boek als leestip aanbeveel: Van het Westelijk Front geen Nieuws, van Erich Maria Remarque (1898-1970), uit 1929.


Op de foto ziet u twee boeken. Het linker boek met de zwart-witplaat met het treurige regenachtige niemandsland met de gestrande tank in de modder op de omslag is de Nederlandse vertaling van Remarque's zeer bekende anti-oorlogroman. Het gaat over de ervaringen van frontsoldaten aan het Westelijk front gedurende de Eerste Wereldoorlog. U begrijpt het al: geen vrolijke lectuur. Gezien het feit dat 100 jaar geleden de Eerste Wereldoorlog begonnen is, kan het geen kwaad om dat boek weer onder de aandacht te brengen. Dit boek is in 1930 voor de eerste keer verfilmd. In 1979 is de roman voor de tweede keer verfilmd, deze keer in kleur. De Nazi's ageerden heftig tegen de roman en de film, omdat ze vonden dat de Duitse frontsoldaat in het boek en in de film niet als dappere helden werden neergezet. Dat klopt. Ze deden alleen hun plicht aan het front als dienstplichtige soldaten en voor de rest lieten ze braaf alles over zich heen komen, inclusief trommelvuur, voor zover sommige frontsoldaten die vers van de trainingen in de kazernes kwamen, dat konden doorstaan.

Het rechter boek - met de foto uit de film van 1979 op de omslag -  is een trilogie. Natuurlijk is de eerste roman weer Van het Westelijk Front geen Nieuws. Daarin loopt het overigens goed af met de hoofdpersoon: hij sneuvelt alsnog op de laatste dag van de oorlog. Klinkt dit deprimerend tragisch? Vlak voor de vrede begint, alsnog sneuvelen?

Dan moet u beslist het 2-e deel lezen: De weg terug. Daarin gebeurt er iets ergs: het wordt vrede. Klinkt dit als een aanstootgevende grap? Neen. De soldaten die de oorlog hebben overleefd, moeten weer terug naar huis, waar ze moeten terugschakelen naar de brave, saaie burgersamenleving. Dat kunnen ze vaak niet. En hun verhaal over hoe het werkelijk was aan het front, konden ze ook niet kwijt. En met hun trauma's konden ze ook nergens terecht. Bovendien was het Deutsche Vaterland waarvoor zij hadden gevochten ten ondergegaan en vervangen door de door niemand gewenste Weimarrepublik. Verder waren er - in deze roman - een aantal soldaten die na de oorlog een herkansing kregen om hun middelbare schoolexamen alsnog af te leggen. De directeur van de school verwelkomt de helden met een grootse toespraak en wil een moment van stilte inlassen om de gesneuvelde helden te eren. Dan wordt een van de veteranen heel kwaad en bijt de schooldirecteur toe hoe een van die helden werkelijk gesneuveld was: na uit de loopgraaf te zijn geklauterd was die soldaat gelijk al getroffen door mitrailleurkogels en in het prikkeldraad gevallen waar hij vervolgens uren lag te kermen van de pijn terwijl hij zijn darmen in zijn opengereten buik terug probeert te duwen, voor hij stierf. Niks geen heldendom, dus.
En zo gaat het in die roman maar door met brave burgers die niet weten hoe het er aan het front en in de loopgraven aan toe was gegaan, maar wel klaarstonden met hun gemakkelijke oordeel en de veteranen die er maar het zwijgen toe doen, omdat ze toch niet worden geloofd. De hoofdpersoon keert na enkele jaren terug naar zijn vroegere frontsector in Noord-Frankrijk en krijgt gelijk zijn oude reflexen terug: Hij luistert of er weer granaten komen aangieren, hij laat zich op de grond vallen en kruipt in tijgersluipgang rond over het na-oorlogse, begroeide niemandsland.

Het derde deel - Drie Kameraden - gaat over 3 veteranen die bevriend zijn en hun leven na de oorlog weer proberen op te pakken. Voor zover hen dat lukt in de toenmalige nihilistische sfeer en ze niet ten onder gaan in de economische crisis die in november 1929 uitbrak op Wall Street, of door de machtsovername van de Nazi's in 1933. Deze roman heb ik echter niet gelezen. Ik vond deel 2 er al voldoende inhakken.

Deel 2 is tegenwoordig weer actueel, gezien onze eigen veteranen die in de afgelopen jaren in diverse oorlogen in Afghanistan en Irak hebben gediend. Ik weet het niet zeker, maar ik vermoed dat ze daar geen vredesmissies hebben uitgevoerd, maar vechtmissies. Dat klopte dus niet met de pacifistische mededelingen over vredesmissies van het ministerie van Defensie. Dat is wel vaker gebeurd. Ook met de UNIFIL-vredesmissie in Libanon rond 1978-1985. Het werd gepresenteerd als een vredesmissie en een vakantie voor de jongens, maar jaren later is gebleken dat het er toch minder vreedzaam aan toe gegaan was en dat er wel degelijk doden bij zijn gevallen. Daardoor waren in later jaren na hun terugkeer een aantal veteranen doorgedraaid. En laat ik het al helemaal niet hebben over onze vredesmissie in Srebrenica (weer op de Balkan!)  in 1995. Daarin hebben de wereldvreemd-idealistische Nederlandse politici - ondanks dringende waarschuwingen van generaals van de Nederlandse legertop - toch hun zin doorgedreven en Nederlandse blauwhelmen heen gestuurd. Geen wonder dat die vredesmissie in oorlogstijd gruwelijk is mislukt. Het was bedoeld als een vredesmissie, maar die vond plaats in een oorlogsgebied tussen aggressieve bevolkingen die helemaal geen vrede wilden, maar een overwinning, bevochten op het slagveld. En de door de politici bedrogen VN-veteranen moeten het na afloop maar weer zelf uitzoeken.