Hallo bloglezers,
Ineens was eind december 2013 een Russische stad in het nieuws vanwege enkele bomaanslagen. De huidige naam van die stad zal niet bij iedereen direct een belletje doen rinkelen, maar de oude naam zal bij velen wel degelijk een enorme bel hebben doen rinkelen. Inderdaad, ik bedoel de stad Wolgograd, gelegen op de westoever van de rivier de Wolga. Voor 1961 heette die stad Stalingrad, bekend vanwege de gruwelijke gevechten tijdens de Tweede Wereldoorlog gedurende de winter van 1942-1943. En voor 1925 heette diezelfde stad Tsaritsyn. Die stad was in 1598 gesticht als vestingpost aan de zuidoostelijke grenzen van het grootvorstendom Moskovia. In datzelfde jaar overleed tsaar Fjodor I (1557-1598) onder verdachte omstandigheden. Hij was de verstandelijk gehandicapte zoon van tsarina Anastasia Romanova (1530-1560) die in 1560 al onder verdachte omstandigheden overleed (door vergiftiging). Dat maakte zijn vader tsaar Ivan Grozny (1530-1584) zo paranoide dat hij vele bojaren tevergeefs tot bekentenissen liet martelen en executeren. Vandaar dat hij in het westen beter bekend is als Ivan de Verschrikkelijke. Zelf is Ivan Grozny in 1584 eveneens onder nogal verdachte omstandigheden overleden. De bojaar Boris Godunov (1551-1605) volgde in 1598 tsaar Fjodor I op als tsaar, maar overleed zelf in 1605 ook onder verdachte omstandigheden. Daarna brak de periode van de Troebele Tijden aan. Die term was een eufemisme voor totaal chaotische toestanden in Rusland, met een Pools leger dat Rusland binnenviel, valse troonopvolgers, en rondzwervende roversbenden. Er kwam pas in 1613 een eind aan deze chaotische periode toen de Poolse vijand het land werd uitgejaagd en er een nieuwe tsaar op de troon werd gezet, namelijk Michael Romanov (1596-1645). Toen bestond de vestingstad Tsaritsyn 15 jaar. Tsaar Michael was familie van de eerder genoemde Anastasia Romanova. Hij zorgde op dictatoriale wijze voor rust en orde in het land, wat door de bevolking zeer werd gewaardeerd. Wat logisch is, gezien de afgrijselijke ervaringen van de bevolking gedurende de Troebele Tijden. Een bekend patroon in Rusland. Maar dat verder terzijde.
Terug naar de 20-ste eeuw: In 1924 overleed Lenin (1870-1924) onder enigszins verdachte omstandigheden. In datzelfde jaar werd Stalin (1878-1953) de nieuwe dictator van de Sovjet-Unie. Een jaar later kreeg de stad Tsaritsyn een nieuwe naam: Stalingrad. En waarom betrof dat specifiek die stad? Stalin was door de partijleiding in 1918 naar Tsaritsyn gestuurd om de verdediging van de Roden (de Bolsjewistische troepen) te reorganiseren en te verbeteren in hun strijd tegen de Witten (de troepen die voor de Tsaar vochten). Cruciaal belangrijk was het helemaal niet, maar Stalin vond het in 1925 - zodra hij alle macht in de Sovjet-Unie in handen had - zeer belangrijk om zijn rol in de Russische Burgeroorlog van 1918-1920 zeer nadrukkelijk te benadrukken. Tijdens de Russische revolutie van oktober 1917 (kalender oude stijl) speelde Stalin namelijk een klein rolletje van zeer weinig belang; dat speelde zich af in de schaduw van de grote revolutionaire gebeurtenissen. Dat hij vanaf 1925 zijn rol meer dan benadrukte, had dus puur te maken met jaloezie op de revolutionairen uit 1917. Zo werd het verhaal over de verdediging van Tsaritsyn opgeblazen tot mythische proporties. Alsof daar het keerpunt van de Russische burgeroorlog plaatsvond, wat dus bepaald niet het geval was. Dat was eerder het Wonder aan de Weichsel (nu: Wisla) in augustus 1920, waarbij het Rode leger onder bevel van generaal Toechatsjevski (1893-1937) door het Poolse leger vernietigend werd verslagen. Cruciaal, want daardoor kon de revolutie niet meer naar de rest van het Europese continent worden ge-exporteerd. Maar via Tsaritsyn - waarvan de naam in 1925 was veranderd in Stalingrad - trad Stalin eindelijk uit de schaduw waar hij naar zijn gevoel niet in thuishoorde. Daarbij hielp het ook dat hij in de jaren 30 de Grote Terreur begon, waarbij hij showprocessen organiseerde waarbij hij al zijn tegenstanders (echte en vermeende) uit de weg ruimde, zodat niemand meer wist hoe marginaal zijn rol echt was tijdens de Russische revolutie en de daaropvolgende burgeroorlog.
Over die ziekelijke jaloezie van Stalin heb ik eerder geblogd, namelijk op 1 juni 2013, over de Tentoonstelling De Sovjet Mythe in het Drents Museum te Assen. Daarin besprak ik het schilderij uit 1935 waarop Sergei Kirov (1886-1934) de jeugdige sporters toezwaaide.
Toen Hitler op 22 juni 1941 met Operatie Barbarossa begon, dacht hij de Sovjet-Unie snel te kunnen veroveren. Zoals algemeen bekend verkeek Hitler zich enorm op de gigantische uitgestrektheid van het land, het barre winterklimaat en de verbeten woede en vasthoudendheid en vechtlust van de Russische soldaten. De Duitse legers rukten over een zeer breed front zeer ver op in de Sovjet-Unie. In het noorden werd Leningrad (sinds 1992: Sankt Petersburg) omsingeld en afgesloten van de rest van het land en 3 jaar lang belegerd. In het midden rukten de Duitse legers op tot aan de noordelijke buitenwijken van Moskou. In het zuiden veroverden de Duitse legers Kiev en Charkow en naderden de stad die de naam van de Sovjet-dictator droeg. Het leek Hitler wel een leuke pesterij om juist die stad te veroveren. Stalin had dat wel door en stuurde zijn beste en meest meedogenloze generaals naar Stalingrad om daar de verdediging te leiden en de Duitsers te verslaan en terug te jagen naar Berlijn. De slag om Stalingrad begon op 23 augustus 1942 met een massaal bombardement door de Luftwaffe en eindigde op 2 februari 1943 met de overgave van het 6-e leger onder bevel van generalfeldmarschal Friedrich Paulus (1890-1957). Op foto 1 - de zwartwitfoto hieronder, die ik gevonden heb in de wikipedia - is de totaal kapotgeschoten stad direct na de bevrijding te zien.
Na afloop van de Tweede Wereldoorlog kregen een aantal steden in de Sovjet-Unie een onderscheiding omdat de bevolking zich heldhaftig had verzet tegen de Nazi's. Dat waren de 13 Heldensteden. Dat waren naast Leningrad, Moskou, Koersk, Kiev, Odessa, Sebastopol en nog een reeks steden, ook Stalingrad. In Moskou werd in 1966 een monument gebouwd, bestaande uit een platform op de tombe met daarin de onbekende soldaat, met ervoor een eeuwige vlam en rechts ervan een reeks van 13 blokken met daarin aarde uit die 13 Heldensteden. Dit alles van rood porfier.
Op foto 2 hierboven (die ik in september 2008 in Moskou heb gemaakt), ziet u het blok van rode porfier met daarin de aarde uit de heldenstad Stalingrad voor de Kremlinmuur in de Alexandertuin. Dat daar tegenwoordig de naam Stalingrad op staat is zeer curieus, ronduit merkwaardig. In 1967 - toen het monument werd onthuld - was de naam Stalin taboe. Na de geheime toespraak van Nikita Chroetsjow (1894-1971) in 1956 op het XX-ste partijcongres werd in de hele Sovjet-Unie en de rest van het toenmalige Oostblok de destalinisatie doorgevoerd en werden overal de standbeelden van Stalin verwijderd en straatnamen die naar Stalin genoemd waren van naam veranderd. Ook de stad aan de Wolga veranderde van naam. De in 1953 overleden dictator (die net als vele voorgangers ook was overleden onder verdachte omstandigheden) werd vanaf 1956 volledig doodgezwegen. Daarom stond sinds 1967 op dit blok Wolgograd. Dat herinner ik me nog van de eerdere keren dat ik in Rusland op vakantie ben geweest in 1987 en in 1992. Toen ik in september 2008 voor de derde keer op vakantie was, zag ik verbaasd dat deze keer de naam op dat blok was veranderd. Ik heb in december 2013 na een zoektocht in de wikipedia ontdekt dat in september 2004 de naam op dat blok was veranderd van Wolgograd in Stalingrad.
En nu in december 2013 was de stad ineens in het nieuws vanwege een bomaanslag in de hal van het spoorwegstation. Op foto 3 hierboven - die ik van de NOS-site heb geplukt - is het enorme na-oorlogse gebouw te zien in de typische bouwstijl van de Stalin-gotiek. Achter de ramen van de hal zie je net de bom ontploffen. Op het plein voor het stationsgebouw is een kleine smetteloos witte beeldengroep te zien, de dans van de kinderen, ge-inspireerd op een Russisch sprookje. Die ken ik van een foto (zie foto 4 hieronder, die ik van internet heb geplukt) uit de Tweede Wereldoorlog. Daarop ziet u de zelfde beeldengroep bestaande uit 6 kinderen die onbezorgd in een kring rond een krokodil dansen, maar dan beschadigd en geblakerd door het oorlogsgeweld, terwijl op de achtergrond de verwoeste en brandende gebouwen er omheen staan. Het is een foto gemaakt door de Sovjet-journalist Emanuil Evzerikhin (1911-1984) op 23 augustus 1942. Dat was de dag waarop de Duitse aanval op Stalingrad begon met een grootschalig bombardement van de Luftwaffe op de stad waarbij naar schatting rond de 40.000 mensen omkwamen. De Duitsers hadden toen al veel ervaring met het bombarderen van steden, niet alleen Guernica in 1937 of Warschau in 1939, maar ook Rotterdam op 14 mei 1940 en later dat jaar Londen en diverse andere Britse steden.
Ik ken die beeldengroep ook uit een film uit 2001 over de slag om Stalingrad, getiteld Enemy at the Gates. Daarin verstopt de hoofdpersoon - de later bekend geworden scherpschutter Wasili Zaitsev - zich aan het begin van de film in het bassin van de fontein uit zelfbescherming tegen Duitse soldaten. En tegen de Sovjet-troepen van Smersh, die alle gedeserteerde sovjet-soldaten doodschoten. Het is een goede film, al schijnen veel Russische veteranen zich enorm te hebben ge-ergerd aan dat begin van die film; daar klopte volgens hen niets van.
Op 23 augustus 2013 heeft Poetin een zorgvuldig gemaakte kopie van deze beeldengroep onthuld voor het spoorwegstation van Wolgograd. Die is te zien op foto 3. Daarom is de foto van de bomaanslag in het station met ervoor die beeldengroep, voor Russen extra schrijnend, vanwege de voorgeschiedenis met de Slag om Stalingrad.
zondag 5 januari 2014
woensdag 1 januari 2014
Nog een heilige plek van de Friezen die in het water ligt
Hallo bloglezers,
De hieronder staande foto heb ik op 23 augustus 2013 gemaakt aan de James Wattstraat bij de Zwettehaven op het industrieterrein De Zwette aan de westkant van Leeuwarden. Daar is inderdaad in 1985 en 1986 en 1997 de start geweest van de Elfstedentocht. Of dat in 1963 en eerder ook al zo is geweest, weet ik niet, maar dat even terzijde. Dat is waar ook: eigenlijk was de start elders: in de Friesland Hal (dat heet nu : Fryslan Expo Center) aan de Heliconweg. Van daar moesten de schaatsenrijders eerst naar de Zwettehaven toe rennen, en pas hier hun schaatsen onderbinden. Vervolgens moesten ze hier het ijs van deze dichtgevroren Zwettehaven op gaan en naar Sneek schaatsen om daar hun eerste stempel te halen. Vandaar moesten ze verder schaatsen langs IJlst en de daarop volgende 8 Friese steden, en onderweg in al die steden een stempel halen om aan te tonen dat ze inderdaad langs alle 11 steden zijn geschaatst.
Om de (zomerse) passant eraan te herinneren dat hier de start van de Elfstedentocht was, is de schakelkast helemaal links beschilderd met met een ijzig landschap en een paar schaatsers op een bankje die hun schaatsen onderbinden.
Misschien herinneren sommige bloglezers met een zeer goed geheugen het zich nog. Twee jaar geleden, om precies te zijn: op 6 oktober 2011, heb ik ook geblogd over de Elfstedentocht, maar dan over de finish ervan op de Bonkesloot, onder de titel: Heilige grond van de Friezen in het water.
Mocht je willen weten wat ik er toen over schreef, klik dan in de lijst blogberichten hier rechts op het jaar 2011 en vervolgens op de maand.
Overigens schijnt het mogelijk te zijn om in een blogbericht een doorkliklink te plaatsen of in te voegen, waarmee de ge-interesseerde lezer kan doorklikken naar een eerder geschreven blogbericht. Maar hoe dat moet, weet ik niet. Weet iemand anders dat wel? Leg het me dan eens uit. Dat kan ik goed benutten.
De hieronder staande foto heb ik op 23 augustus 2013 gemaakt aan de James Wattstraat bij de Zwettehaven op het industrieterrein De Zwette aan de westkant van Leeuwarden. Daar is inderdaad in 1985 en 1986 en 1997 de start geweest van de Elfstedentocht. Of dat in 1963 en eerder ook al zo is geweest, weet ik niet, maar dat even terzijde. Dat is waar ook: eigenlijk was de start elders: in de Friesland Hal (dat heet nu : Fryslan Expo Center) aan de Heliconweg. Van daar moesten de schaatsenrijders eerst naar de Zwettehaven toe rennen, en pas hier hun schaatsen onderbinden. Vervolgens moesten ze hier het ijs van deze dichtgevroren Zwettehaven op gaan en naar Sneek schaatsen om daar hun eerste stempel te halen. Vandaar moesten ze verder schaatsen langs IJlst en de daarop volgende 8 Friese steden, en onderweg in al die steden een stempel halen om aan te tonen dat ze inderdaad langs alle 11 steden zijn geschaatst.
Om de (zomerse) passant eraan te herinneren dat hier de start van de Elfstedentocht was, is de schakelkast helemaal links beschilderd met met een ijzig landschap en een paar schaatsers op een bankje die hun schaatsen onderbinden.
Misschien herinneren sommige bloglezers met een zeer goed geheugen het zich nog. Twee jaar geleden, om precies te zijn: op 6 oktober 2011, heb ik ook geblogd over de Elfstedentocht, maar dan over de finish ervan op de Bonkesloot, onder de titel: Heilige grond van de Friezen in het water.
Mocht je willen weten wat ik er toen over schreef, klik dan in de lijst blogberichten hier rechts op het jaar 2011 en vervolgens op de maand.
Overigens schijnt het mogelijk te zijn om in een blogbericht een doorkliklink te plaatsen of in te voegen, waarmee de ge-interesseerde lezer kan doorklikken naar een eerder geschreven blogbericht. Maar hoe dat moet, weet ik niet. Weet iemand anders dat wel? Leg het me dan eens uit. Dat kan ik goed benutten.
donderdag 26 december 2013
De laatste 2 dagen in Rotterdam
Hallo bloglezers,
Ik had nog meer te vertellen over mijn korte weekje in Rotterdam eind november 2013. Op de een a laatste dag heb ik een hele zwerftocht door de stad gemaakt. Eerst reed ik met de tram naar het metrostation Maashaven en vervolgens reed ik verder met de metro naar de noordoever. Alleen stapte ik voor het eerst niet uit op het metrostation Rotterdam CS maar bleef zitten tot aan het nieuwe en 18 meter diep liggende metrostation Blijdorp. Daarmee is dit het metrostation dat het diepst ligt van alle metrostations in Rotterdam. Dit station ligt aan een nieuwe metrolijn die in 2010 werd geopend en sindsdien helemaal doorloopt tot aan Den Haag CS en daarom Randstadrail heet. Op dat metrostation Blijdorp (dat nog een flink end lopen is naar de diergaarde met dezelfde naam) heb ik vanaf het perron de eerste foto gemaakt. Aan het eind ziet u de geboorde tunnel die nog dieper gaat dan dit station onder de grond ligt. Om naar boven te gaan, moet je - vanwege de grote diepte - 3 trappen naar boven nemen, in plaats van 2 trappen zoals op het oudste traject van de Rotterdamse metro (dat loopt van Rotterdam CS naar Zuidplein).
Ik stapte uit en liep eerst in noordelijke richting langs de Statenweg. De zeer brede middenberm is een groot plantsoen met halverwege een kinderspeelplaats op een verhoging. Daar maakte ik foto 2. Op de voorgrond ziet u het informatiebord over het Keezending uit 1787. Die eerder genoemde (kleine) verhoging is daar expres zo aangebracht, want daar op die plek heeft in 1787 het Keezending gestaan. Dat was een stoomgemaal (de eerste in Nederland!) bedoeld om de laaggelegen polder Blijdorp droog te malen. Omdat de stoommachine (gekocht bij de machinefabriek van James Watt in Engeland) en het gebouw gefinancierd was door patriotten (die als bijnaam Kezen - naar de keeshonden - hadden) uit Rotterdam, heette het gemaal in de volksmond ook Keezending. Het stoomgemaal heeft maar een paar jaar gefunctioneerd. In 1791 werd het al ontmanteld en in 1800 werd het afgebroken. In 2004 werden de fundamenten teruggevonden en onderzocht door archeologen. Daarna werden ze verwijderd in verband met de aanleg van de nieuwe metrolijn.
Daarna liep ik de Statenweg af in zuidelijk richting. Na enig zoeken vond ik de flatwoning op de eerste verdieping (te zien op foto 3) waar het Nederlandse leger van de sector Rotterdam zijn hoofdkwartier had en waar op 14 mei 1940 het Duitse ultimatum door 3 Duitse officieren aan de stadscommandant kolonel P.W. Scharroo (1883-1963) werd overhandigd. Die wees het af omdat het niet correct was ondertekend door de Duitse generaal, die zich met zijn manschappen had verschanst op de zuidoever en op het Noordereiland. Scharroo vond het maar een vaag vodje dat zomaar van iedereen afkomstig kon zijn. Daarom stuurde hij zijn ondergeschikte kapitein Backer met een witte vlag als parlementair naar het Duitse hoofdkwartier op het Noordereiland, met het verzoek om een nieuw en correct uitgeschreven en ondertekend ultimatum. Toen kapitein Backer aankwam bij de Duitsers op het Noordereiland, reageerde general Schmidt ge-ergerd vanwege de paragrafenruiterij van die Hollandse commandanten, maar schreef toch maar een nieuw en correct uitgeschreven en ondertekend ultimatum en gaf dat mee terug aan kapitein Backer. Die keerde met zijn witte vlag via de Maasbrug terug naar de noordoever, maar halverwege zag hij tot zijn groeiende verbijstering een geschwader Heinkel-111-bommenwerpers komen aanvliegen die bommen uitstrooide over de stad. Vervolgens deed hij er uren over om weer bij het Nederlandse hoofdkwartier aan de Statenweg te komen omdat hij zich dwars door de ruines van de brandende stad moest heen werken. Daar aangekomen, overhandigde hij het nieuwe ultimatum dat deze keer direct door Scharroo werd aangenomen. Scharroo droop daarna af omdat hij de spanningen niet langer meer aankon. Vervolgens moest kapitein Backer met het antwoord van Scharroo weer terug naar de Duitsers. En ook dat duurde uren. Onderwijl steeg in Duitsland het geschwader bommenwerpers opnieuw op voor een tweede bombardement op Rotterdam, want Goering maakte zich kwaad omdat die Hollandse kaaskoppen maar niet opschoten met zich over te geven. Hij wist niet dat het Nederlandse leger helemaal niet beschikte over moderne communicatie-apparatuur. Binnen het Duitse leger was dat allang ingevoerd. Kapitein Backer overhandigde net op tijd het antwoord op het Duitse ultimatum aan generaal Schmidt. Onderwijl naderde het geschwader voor de tweede keer Rotterdam. General Schmidt hoorde het sinistere gebrom van de motoren van de naderende bommenwerpers. Daarop gaf hij snel de opdracht om per radio het bombardement af te gelasten vanwege de overgave van het Nederlandse leger, en omdat de noordoever al bezet was. En dat terwijl de Duitse soldaten nog de Maasbrug over moesten om het brandende centrum van Rotterdam nog te gaan bezetten. Daarmee werd een tweede bombardement op Rotterdam op het nippertje voorkomen. Tegenover de ingang van de portiekflat met nummer 147 staat een monumentje, bestaande uit een steenplaat met tekst, omringd door een lage heg en wat struiken. Dat ziet u op foto 4. Op de achterrond ziet u de auto's over de Statenweg voorbijrijden. Zo ziet u maar weer: de oorlog is in Rotterdam nooit ver weg.
Trouwe volgers van mijn blog weten dat ik al vaker heb geblogd over de mei-oorlog in 1940, onder andere op 13 mei 2013 onder de titel: Herdenking bombardement op Rotterdam, met internettip. En ook op 13 mei 2012 onder de titel: Gedenk de strijd om de Maasbruggen in Rotterdam in mei 1940.
Nadat ik foto's van de flat en het monument had gemaakt, liep ik terug naar het metrostation Blijdorp en reed terug naar het stadscentrum.
Op het metrostation Beurs stapte ik uit en maakte van daar een wandeling langs de Coolsingel, de Lijnbaan en de Oude Binnenweg. Daarna stak ik het Eendrachtsplein over en wandelde langs het Museum Boymans van Beuningen het Museumpark in. Daar heb ik foto 5 gemaakt. Daarop ziet u het fraaie gebouw van Museum Boymans van Beuningen uit 1935 vanuit de rozentuin. Het gebouw is de schepping van de toenmalige museumdirecteur Dirk Hannema, over wie ik eerder heb geblogd op 26 augustus 2011 onder de titel: Museum de Fundatie in Zwolle, en opnieuw op 18 mei 2012 onder de titel: Kasteel Nijenhuis bij Heino. Daarna liep ik het Museumpark door naar de Westzeedijk. Daar staat het Natuurhistorisch Museum, naast de Kunsthal (waar je maar beter geen kunstwerken kunt tentoonstellen omdat ze anders zo makkelijk kunnen worden gestolen, zoals in 2013 is gebleken). Die panden kunt u zien op foto 6.
Het Natuurhistorisch Museum is een interessant museum met een expositie over biologie en geologie, met veel opgezette dieren en een grote verzameling skeletten van allerlei dieren uit de gehele wereld, waaronder dat van een olifant, een giraffe en een struisvogel. Dat kan makkelijk in Rotterdam, met een dierentuin vlakbij in de wijk Blijdorp. Curieus is de vitrine met opgezette dieren waar een zeer apart verhaal aan vast zit. Hier staat bijvoorbeeld de in Leeuwarden bekende dominomus. In november 2005 wilde men in Leeuwarden een record vestigen door zoveel mogelijk dominosteentjes om te laten vallen. Helaas vloog er voortijdig een mus de Friesland Hal (tegenwoordig Friesland Expo Center geheten) binnen en liet een aantal dominosteentjes voortijdig omvallen. Om te voorkomen dat die mus nog meer dominosteentjes zou laten omvallen is er een jager ingeschakeld die het musje heeft doodgeschoten. Nadien werd de schutter door natuurfanaten bedreigd en werd de conservator van het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam, de heer Cees Moeliker, blij gemaakt met deze dooie mus. Hij heeft het beestje laten opzetten en nu staat het in een vitrine te pronk, tesamen met andere dieren met een apart verhaal, waaronder de dode eend die zich op 5 juni 1995 doodvloog tegen een enorm groot raam aan de achterkant van het museum en vervolgens door een andere eend meer dan een uur lang werd verkracht. Moeliker had alle tijd om er foto's van te maken. Het was het eerste en tot nu toe enige geval van necrofiele homosex onder eenden. Nadien schreef Moeliker er een verslag over dat aanvankelijk de lachers op de hand kreeg en waarvoor hij de lg-nobelprijs heeft gekregen voor het meest belachelijke wetenschappelijke verslag. Hoewel?
Op de laatste dag ging ik naar de Railz Miniworld. Dat is gevestigd op de begane grond in een flatgebouw aan het Weena, op loopafstand van het Centraal Station van Rotterdam. Het werd geopend op 30 maart 2007. Daar is een enorme maquette gemaakt met allerlei bekende gebouwen in Rotterdam, havens met schepen en kranen, industrieterreinen, waar wegen en spoorlijnen door heen lopen en waar dus veel treintjes overheen rijden. Niet alleen treintjes maar ook trams en metro's, en zelfs een TGV. Zeg maar: een Rotterdams soort Madurodam, maar dan overdekt. Kortom hartstikke leuk voor kinderen en voor mannen die nog steeds graag met treintjes willen spelen, en natuurlijk ook voor Rotterdammers. Want er staan veel gebouwen en bruggen uit de Rotterdamse binnenstad. Zo ziet u op foto 7 op de voorgrond de bruggen over de Koningshaven met rechts het Noordereiland en links Rotterdam-zuid en in de verte de bekende nieuwe Erasmusbrug en daarachter het bekende HAL-schip de Nieuw-Amsterdam aan de Wilhelminakade. En op foto 8 ziet u het Rotterdamse gemeentehuis aan de Coolsingel, vlak bij de rotonde rond het Hofplein, met daarachter het oudste spoorwegstation van Rotterdam uit 1847. Daar weer achter ziet u verscheidene gebouwen bij elkaar staan die door het bombardement van mei 1940 verloren zijn gegaan, zoals de Delftse Poort, cafe Loos (het halfronde gebouw met de roze ronde luifels), het oude Hofpleinstation en het grand cafe de Kroon. Zelfs hier in de Miniworld is de oorlog niet ver weg.
Daarnaast wordt het om de 24 minuten donker en zie je in alle woningen en kantoren de lichtjes aangaan, zoals u kunt zien op foto 9. Zelfs dag en nacht wisselen zich hier af, wat de Miniworld helemaal tot een spektakel maakt. Op deze foto ziet u het nieuwste spoorwegstation van Rotterdam met links ernaast het Groothandelsgebouw uit 1952. Dat was het eerste pand dat na de oorlog in Rotterdam werd gebouwd. Het was tevens het grootste bouwwerk in Nederland, waar alle bedrijven terecht konden die in mei 1940 hun kantoorruimte waren kwijtgeraakt als gevolg van het bombardement.
Na afloop maakte ik een wandeling dwars door de binnenstad, het schouwburgplein en de Lijnbaan naar de Coolsingel. Daar stapte ik op de tram terug naar huis.
De dag daarna keerde ik per trein terug naar Leeuwarden.
Ik had nog meer te vertellen over mijn korte weekje in Rotterdam eind november 2013. Op de een a laatste dag heb ik een hele zwerftocht door de stad gemaakt. Eerst reed ik met de tram naar het metrostation Maashaven en vervolgens reed ik verder met de metro naar de noordoever. Alleen stapte ik voor het eerst niet uit op het metrostation Rotterdam CS maar bleef zitten tot aan het nieuwe en 18 meter diep liggende metrostation Blijdorp. Daarmee is dit het metrostation dat het diepst ligt van alle metrostations in Rotterdam. Dit station ligt aan een nieuwe metrolijn die in 2010 werd geopend en sindsdien helemaal doorloopt tot aan Den Haag CS en daarom Randstadrail heet. Op dat metrostation Blijdorp (dat nog een flink end lopen is naar de diergaarde met dezelfde naam) heb ik vanaf het perron de eerste foto gemaakt. Aan het eind ziet u de geboorde tunnel die nog dieper gaat dan dit station onder de grond ligt. Om naar boven te gaan, moet je - vanwege de grote diepte - 3 trappen naar boven nemen, in plaats van 2 trappen zoals op het oudste traject van de Rotterdamse metro (dat loopt van Rotterdam CS naar Zuidplein).
Ik stapte uit en liep eerst in noordelijke richting langs de Statenweg. De zeer brede middenberm is een groot plantsoen met halverwege een kinderspeelplaats op een verhoging. Daar maakte ik foto 2. Op de voorgrond ziet u het informatiebord over het Keezending uit 1787. Die eerder genoemde (kleine) verhoging is daar expres zo aangebracht, want daar op die plek heeft in 1787 het Keezending gestaan. Dat was een stoomgemaal (de eerste in Nederland!) bedoeld om de laaggelegen polder Blijdorp droog te malen. Omdat de stoommachine (gekocht bij de machinefabriek van James Watt in Engeland) en het gebouw gefinancierd was door patriotten (die als bijnaam Kezen - naar de keeshonden - hadden) uit Rotterdam, heette het gemaal in de volksmond ook Keezending. Het stoomgemaal heeft maar een paar jaar gefunctioneerd. In 1791 werd het al ontmanteld en in 1800 werd het afgebroken. In 2004 werden de fundamenten teruggevonden en onderzocht door archeologen. Daarna werden ze verwijderd in verband met de aanleg van de nieuwe metrolijn.
Daarna liep ik de Statenweg af in zuidelijk richting. Na enig zoeken vond ik de flatwoning op de eerste verdieping (te zien op foto 3) waar het Nederlandse leger van de sector Rotterdam zijn hoofdkwartier had en waar op 14 mei 1940 het Duitse ultimatum door 3 Duitse officieren aan de stadscommandant kolonel P.W. Scharroo (1883-1963) werd overhandigd. Die wees het af omdat het niet correct was ondertekend door de Duitse generaal, die zich met zijn manschappen had verschanst op de zuidoever en op het Noordereiland. Scharroo vond het maar een vaag vodje dat zomaar van iedereen afkomstig kon zijn. Daarom stuurde hij zijn ondergeschikte kapitein Backer met een witte vlag als parlementair naar het Duitse hoofdkwartier op het Noordereiland, met het verzoek om een nieuw en correct uitgeschreven en ondertekend ultimatum. Toen kapitein Backer aankwam bij de Duitsers op het Noordereiland, reageerde general Schmidt ge-ergerd vanwege de paragrafenruiterij van die Hollandse commandanten, maar schreef toch maar een nieuw en correct uitgeschreven en ondertekend ultimatum en gaf dat mee terug aan kapitein Backer. Die keerde met zijn witte vlag via de Maasbrug terug naar de noordoever, maar halverwege zag hij tot zijn groeiende verbijstering een geschwader Heinkel-111-bommenwerpers komen aanvliegen die bommen uitstrooide over de stad. Vervolgens deed hij er uren over om weer bij het Nederlandse hoofdkwartier aan de Statenweg te komen omdat hij zich dwars door de ruines van de brandende stad moest heen werken. Daar aangekomen, overhandigde hij het nieuwe ultimatum dat deze keer direct door Scharroo werd aangenomen. Scharroo droop daarna af omdat hij de spanningen niet langer meer aankon. Vervolgens moest kapitein Backer met het antwoord van Scharroo weer terug naar de Duitsers. En ook dat duurde uren. Onderwijl steeg in Duitsland het geschwader bommenwerpers opnieuw op voor een tweede bombardement op Rotterdam, want Goering maakte zich kwaad omdat die Hollandse kaaskoppen maar niet opschoten met zich over te geven. Hij wist niet dat het Nederlandse leger helemaal niet beschikte over moderne communicatie-apparatuur. Binnen het Duitse leger was dat allang ingevoerd. Kapitein Backer overhandigde net op tijd het antwoord op het Duitse ultimatum aan generaal Schmidt. Onderwijl naderde het geschwader voor de tweede keer Rotterdam. General Schmidt hoorde het sinistere gebrom van de motoren van de naderende bommenwerpers. Daarop gaf hij snel de opdracht om per radio het bombardement af te gelasten vanwege de overgave van het Nederlandse leger, en omdat de noordoever al bezet was. En dat terwijl de Duitse soldaten nog de Maasbrug over moesten om het brandende centrum van Rotterdam nog te gaan bezetten. Daarmee werd een tweede bombardement op Rotterdam op het nippertje voorkomen. Tegenover de ingang van de portiekflat met nummer 147 staat een monumentje, bestaande uit een steenplaat met tekst, omringd door een lage heg en wat struiken. Dat ziet u op foto 4. Op de achterrond ziet u de auto's over de Statenweg voorbijrijden. Zo ziet u maar weer: de oorlog is in Rotterdam nooit ver weg.
Trouwe volgers van mijn blog weten dat ik al vaker heb geblogd over de mei-oorlog in 1940, onder andere op 13 mei 2013 onder de titel: Herdenking bombardement op Rotterdam, met internettip. En ook op 13 mei 2012 onder de titel: Gedenk de strijd om de Maasbruggen in Rotterdam in mei 1940.
Nadat ik foto's van de flat en het monument had gemaakt, liep ik terug naar het metrostation Blijdorp en reed terug naar het stadscentrum.
Op het metrostation Beurs stapte ik uit en maakte van daar een wandeling langs de Coolsingel, de Lijnbaan en de Oude Binnenweg. Daarna stak ik het Eendrachtsplein over en wandelde langs het Museum Boymans van Beuningen het Museumpark in. Daar heb ik foto 5 gemaakt. Daarop ziet u het fraaie gebouw van Museum Boymans van Beuningen uit 1935 vanuit de rozentuin. Het gebouw is de schepping van de toenmalige museumdirecteur Dirk Hannema, over wie ik eerder heb geblogd op 26 augustus 2011 onder de titel: Museum de Fundatie in Zwolle, en opnieuw op 18 mei 2012 onder de titel: Kasteel Nijenhuis bij Heino. Daarna liep ik het Museumpark door naar de Westzeedijk. Daar staat het Natuurhistorisch Museum, naast de Kunsthal (waar je maar beter geen kunstwerken kunt tentoonstellen omdat ze anders zo makkelijk kunnen worden gestolen, zoals in 2013 is gebleken). Die panden kunt u zien op foto 6.
Het Natuurhistorisch Museum is een interessant museum met een expositie over biologie en geologie, met veel opgezette dieren en een grote verzameling skeletten van allerlei dieren uit de gehele wereld, waaronder dat van een olifant, een giraffe en een struisvogel. Dat kan makkelijk in Rotterdam, met een dierentuin vlakbij in de wijk Blijdorp. Curieus is de vitrine met opgezette dieren waar een zeer apart verhaal aan vast zit. Hier staat bijvoorbeeld de in Leeuwarden bekende dominomus. In november 2005 wilde men in Leeuwarden een record vestigen door zoveel mogelijk dominosteentjes om te laten vallen. Helaas vloog er voortijdig een mus de Friesland Hal (tegenwoordig Friesland Expo Center geheten) binnen en liet een aantal dominosteentjes voortijdig omvallen. Om te voorkomen dat die mus nog meer dominosteentjes zou laten omvallen is er een jager ingeschakeld die het musje heeft doodgeschoten. Nadien werd de schutter door natuurfanaten bedreigd en werd de conservator van het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam, de heer Cees Moeliker, blij gemaakt met deze dooie mus. Hij heeft het beestje laten opzetten en nu staat het in een vitrine te pronk, tesamen met andere dieren met een apart verhaal, waaronder de dode eend die zich op 5 juni 1995 doodvloog tegen een enorm groot raam aan de achterkant van het museum en vervolgens door een andere eend meer dan een uur lang werd verkracht. Moeliker had alle tijd om er foto's van te maken. Het was het eerste en tot nu toe enige geval van necrofiele homosex onder eenden. Nadien schreef Moeliker er een verslag over dat aanvankelijk de lachers op de hand kreeg en waarvoor hij de lg-nobelprijs heeft gekregen voor het meest belachelijke wetenschappelijke verslag. Hoewel?
Op de laatste dag ging ik naar de Railz Miniworld. Dat is gevestigd op de begane grond in een flatgebouw aan het Weena, op loopafstand van het Centraal Station van Rotterdam. Het werd geopend op 30 maart 2007. Daar is een enorme maquette gemaakt met allerlei bekende gebouwen in Rotterdam, havens met schepen en kranen, industrieterreinen, waar wegen en spoorlijnen door heen lopen en waar dus veel treintjes overheen rijden. Niet alleen treintjes maar ook trams en metro's, en zelfs een TGV. Zeg maar: een Rotterdams soort Madurodam, maar dan overdekt. Kortom hartstikke leuk voor kinderen en voor mannen die nog steeds graag met treintjes willen spelen, en natuurlijk ook voor Rotterdammers. Want er staan veel gebouwen en bruggen uit de Rotterdamse binnenstad. Zo ziet u op foto 7 op de voorgrond de bruggen over de Koningshaven met rechts het Noordereiland en links Rotterdam-zuid en in de verte de bekende nieuwe Erasmusbrug en daarachter het bekende HAL-schip de Nieuw-Amsterdam aan de Wilhelminakade. En op foto 8 ziet u het Rotterdamse gemeentehuis aan de Coolsingel, vlak bij de rotonde rond het Hofplein, met daarachter het oudste spoorwegstation van Rotterdam uit 1847. Daar weer achter ziet u verscheidene gebouwen bij elkaar staan die door het bombardement van mei 1940 verloren zijn gegaan, zoals de Delftse Poort, cafe Loos (het halfronde gebouw met de roze ronde luifels), het oude Hofpleinstation en het grand cafe de Kroon. Zelfs hier in de Miniworld is de oorlog niet ver weg.
Daarnaast wordt het om de 24 minuten donker en zie je in alle woningen en kantoren de lichtjes aangaan, zoals u kunt zien op foto 9. Zelfs dag en nacht wisselen zich hier af, wat de Miniworld helemaal tot een spektakel maakt. Op deze foto ziet u het nieuwste spoorwegstation van Rotterdam met links ernaast het Groothandelsgebouw uit 1952. Dat was het eerste pand dat na de oorlog in Rotterdam werd gebouwd. Het was tevens het grootste bouwwerk in Nederland, waar alle bedrijven terecht konden die in mei 1940 hun kantoorruimte waren kwijtgeraakt als gevolg van het bombardement.
Na afloop maakte ik een wandeling dwars door de binnenstad, het schouwburgplein en de Lijnbaan naar de Coolsingel. Daar stapte ik op de tram terug naar huis.
De dag daarna keerde ik per trein terug naar Leeuwarden.
Labels:
miniworld,
natuurmuseum,
Rotterdam,
tweede wereldoorlog
donderdag 28 november 2013
Rotterdam by night
Hallo ge-interesseerde bloglezers,
Meestal gaan mensen in de zomer op vakantie naar zuidelijke landen rond de Middellandse Zee, waar de zon schijnt en waar het lekker warm is. Mochten mensen dat nu in deze tijd van het jaar weer doen, dan zullen ze al gauw veel verder naar het zuiden reizen, naar Zuid-Afrika of Australia of elders. Daar - op het zuidelijk halfrond - is het momenteel hartje zomer, terwijl het op de noordelijke helft van onze planeet nu winter wordt.
Maar ik ben niet naar verre warme landen afgereisd, maar zoals gebruikelijk dicht bij huis gebleven. In mijn vorige 2 blogberichten had ik al verteld dat ik begin november 2013 een kort weekje in Rotterdam was geweest. In deze tijd van het jaar zijn de dagen kort en gaat de zon vroeg onder. Dat zal niet iedereen even plezierig vinden (koud en donker), maar voor fotografen is het de mogelijkheid bij uitstek om vroeg op de avond fraaie nachtfoto's te maken. Helaas werkte het weer niet erg mee vanwege de vele regen, die ik in mijn vorige 2 blogberichten meldde. Maar voor zover het tussen de buien door droog was, heb ik fraaie en spectaculaire nachtfoto's van Rotterdam gemaakt. Hieronder volgen ze.
Op de 1-e foto ziet u de Koopgoot, naast de nieuwe (na-oorlogse Bijenkorf) die onder de Coolsingel doorloopt. Daarachter ziet u het Rotterdamse WTC (in Rotterdam ook wel bekend als de Groene Theedoek) met er vlak naast het klokketorentje van het Beursgebouw. De zon was toen net onder, vandaar dat het nog schemerde.
Op de 2-e foto ziet u de Coolsingel met aan de overkant het Beursgebouw. Van de Groene Theedoek ziet op deze foto helaas niet zoveel. Maar u ziet daar wel (grotendeels) het bij foto 1 reeds genoemde smalle groene klokketorentje van het Beursgebouw. Aan de Coolsingel ziet u in de verte de toren van het stadhuis met zijn groenkoperen dak (net links van die straatlantaarn). En langs de Coolsingel zelf ziet u de vrolijk verlichte bomen staan. Helemaal links ziet u de wonderlijke sculptuur uit de jaren 50 van de kunstenaar Naum Gabo. Volledig op de voorgrond is de ingang van het ondergrondse metrostation Beurs te zien.
De 3-e foto heb ik genomen vanaf de trappen van het Beursgebouw. Helemaal rechts is tussen de zuilen door aan de overkant van de Coolsingel nog net het Ding van Naum Gabo weer te zien. Het grote standbeeld halverwege de trappen, is het beeld van Gijsbert Karel van Hogendorp. Hij kijkt hier uit over de Coolsingel, met aan de overkant het grote kantoorpand van de ABN-AmRo-bank met direct rechts daarvan de zijstraat die naar de Lijnbaan leidt en waar ik foto 1 had gemaakt. Gijsbert Karel van Hogendorp (1762-1834) was van 1787 tot 1795 stadspensionaris voor de stad Rotterdam. In november 1813 vormde hij samen met de heren Leopold van Limburg Stirum en Frans Adam van der Duyn van Maasdam een driemanschap die de zoon van de laatste stadhouder van de Republiek uitnodigde om terug te keren naar Nederland. Die zoon keerde inderdaad per schip terug en zette op 30 november 1813 voet aan land op het strand bij Scheveningen, nu 200 jaar geleden. Op 16 maart 1815 werd hij onze eerste koning van Nederland na de Franse Tijd: koning Willem I, ook wel bekend als Koning Koopman.
De 4-e foto heb ik gemaakt vanaf de kade van de Leuvehaven. Daar ziet u een antieke geelgeverfde bok in het Havenmuseum liggen, tesamen met nog vele oude museumschepen. Het is het open-lucht-deel van het Maritiem Museum in Rotterdam. In de verte op de achtergrond zijn de nieuwe iconen van de stad Rotterdam te zien: de Erasmusbrug met daar gedeeltelijk achter het spiksplinternieuwe pand van Rem Koolhaas, de Rotterdam.
Op foto 5 is dat ene icoon van Rotterdam vanaf een andere plek heel mooi gefotografeerd: de Erasmusbrug, ook wel bekend als de Zwaan, of de Harp. In de verte achter de brug is een oude icoon van Rotterdam te zien: de Euromast.
De 6-e en laatste foto heb ik gemaakt vanaf het hooggebouwde metrostation Maashaven. Van dat metrostation had ik in september 2013 al een foto gemaakt. Die kon u zien in mijn blogbericht getiteld: Kort weekje Rotterdam in september 2013, gedateerd 20 oktober 2013. Op de foto in dit huidige blogbericht kijkt u vanaf het perron uit over de Maashaven zelf, de metrobaan richting metrostation Rijnhaven, en in de verte de vele kantoortorens en woontorens van het Manhattan aan de Maas: de stad Rotterdam. En ook daar is de nieuwste icoon van Rotterdam te zien: het is de derde woon-en-kantoor-toren van links, bekend als de Rotterdam, van architect Rem Koolhaas.
Meestal gaan mensen in de zomer op vakantie naar zuidelijke landen rond de Middellandse Zee, waar de zon schijnt en waar het lekker warm is. Mochten mensen dat nu in deze tijd van het jaar weer doen, dan zullen ze al gauw veel verder naar het zuiden reizen, naar Zuid-Afrika of Australia of elders. Daar - op het zuidelijk halfrond - is het momenteel hartje zomer, terwijl het op de noordelijke helft van onze planeet nu winter wordt.
Maar ik ben niet naar verre warme landen afgereisd, maar zoals gebruikelijk dicht bij huis gebleven. In mijn vorige 2 blogberichten had ik al verteld dat ik begin november 2013 een kort weekje in Rotterdam was geweest. In deze tijd van het jaar zijn de dagen kort en gaat de zon vroeg onder. Dat zal niet iedereen even plezierig vinden (koud en donker), maar voor fotografen is het de mogelijkheid bij uitstek om vroeg op de avond fraaie nachtfoto's te maken. Helaas werkte het weer niet erg mee vanwege de vele regen, die ik in mijn vorige 2 blogberichten meldde. Maar voor zover het tussen de buien door droog was, heb ik fraaie en spectaculaire nachtfoto's van Rotterdam gemaakt. Hieronder volgen ze.
Op de 1-e foto ziet u de Koopgoot, naast de nieuwe (na-oorlogse Bijenkorf) die onder de Coolsingel doorloopt. Daarachter ziet u het Rotterdamse WTC (in Rotterdam ook wel bekend als de Groene Theedoek) met er vlak naast het klokketorentje van het Beursgebouw. De zon was toen net onder, vandaar dat het nog schemerde.
Op de 2-e foto ziet u de Coolsingel met aan de overkant het Beursgebouw. Van de Groene Theedoek ziet op deze foto helaas niet zoveel. Maar u ziet daar wel (grotendeels) het bij foto 1 reeds genoemde smalle groene klokketorentje van het Beursgebouw. Aan de Coolsingel ziet u in de verte de toren van het stadhuis met zijn groenkoperen dak (net links van die straatlantaarn). En langs de Coolsingel zelf ziet u de vrolijk verlichte bomen staan. Helemaal links ziet u de wonderlijke sculptuur uit de jaren 50 van de kunstenaar Naum Gabo. Volledig op de voorgrond is de ingang van het ondergrondse metrostation Beurs te zien.
De 3-e foto heb ik genomen vanaf de trappen van het Beursgebouw. Helemaal rechts is tussen de zuilen door aan de overkant van de Coolsingel nog net het Ding van Naum Gabo weer te zien. Het grote standbeeld halverwege de trappen, is het beeld van Gijsbert Karel van Hogendorp. Hij kijkt hier uit over de Coolsingel, met aan de overkant het grote kantoorpand van de ABN-AmRo-bank met direct rechts daarvan de zijstraat die naar de Lijnbaan leidt en waar ik foto 1 had gemaakt. Gijsbert Karel van Hogendorp (1762-1834) was van 1787 tot 1795 stadspensionaris voor de stad Rotterdam. In november 1813 vormde hij samen met de heren Leopold van Limburg Stirum en Frans Adam van der Duyn van Maasdam een driemanschap die de zoon van de laatste stadhouder van de Republiek uitnodigde om terug te keren naar Nederland. Die zoon keerde inderdaad per schip terug en zette op 30 november 1813 voet aan land op het strand bij Scheveningen, nu 200 jaar geleden. Op 16 maart 1815 werd hij onze eerste koning van Nederland na de Franse Tijd: koning Willem I, ook wel bekend als Koning Koopman.
De 4-e foto heb ik gemaakt vanaf de kade van de Leuvehaven. Daar ziet u een antieke geelgeverfde bok in het Havenmuseum liggen, tesamen met nog vele oude museumschepen. Het is het open-lucht-deel van het Maritiem Museum in Rotterdam. In de verte op de achtergrond zijn de nieuwe iconen van de stad Rotterdam te zien: de Erasmusbrug met daar gedeeltelijk achter het spiksplinternieuwe pand van Rem Koolhaas, de Rotterdam.
Op foto 5 is dat ene icoon van Rotterdam vanaf een andere plek heel mooi gefotografeerd: de Erasmusbrug, ook wel bekend als de Zwaan, of de Harp. In de verte achter de brug is een oude icoon van Rotterdam te zien: de Euromast.
De 6-e en laatste foto heb ik gemaakt vanaf het hooggebouwde metrostation Maashaven. Van dat metrostation had ik in september 2013 al een foto gemaakt. Die kon u zien in mijn blogbericht getiteld: Kort weekje Rotterdam in september 2013, gedateerd 20 oktober 2013. Op de foto in dit huidige blogbericht kijkt u vanaf het perron uit over de Maashaven zelf, de metrobaan richting metrostation Rijnhaven, en in de verte de vele kantoortorens en woontorens van het Manhattan aan de Maas: de stad Rotterdam. En ook daar is de nieuwste icoon van Rotterdam te zien: het is de derde woon-en-kantoor-toren van links, bekend als de Rotterdam, van architect Rem Koolhaas.
maandag 25 november 2013
Dag in Schiedam
Hallo ge-interesseerde bloglezers,
Zoals ik in mijn vorige blogbericht (over de omgewaaide bomen in Rotterdam-Lombardijen) al vermeldde, was ik begin november weer in Rotterdam geweest. Het voordeel daarvan is dat plaatsen, dorpen en steden in de directe omgeving van Rotterdam dan makkelijk bereikbaar zijn. Bijvoorbeeld Zwijndrecht, waar ik eind april dit jaar ben geweest en waarover ik heb geblogd op 1 mei 2013 onder de titel: Lang weekend in Rotterdam. Schiedam ligt ook dicht bij Rotterdam. Beter te zeggen: het is er aan vastgegroeid. Het oude stadje met circa 76.000 inwoners is vanuit Rotterdam (circa 600.000 inwoners) dan ook makkelijk bereikbaar met de tram, de metro en de trein.
Ik reisde erheen per tram en stapte uit op de Broersvest, eigenlijk min of meer naast het historische stadje Schiedam. Sinds de Middeleeuwen was de Broersvest een vaart die oostelijk langs Schiedam liep. Rond 1870 werd die vaart gedempt en nu is het een brede straat. Het oorspronkelijke oude centrum van Schiedam ligt aan de westkant van de Broersvest. Aan de oostkant van de Broersvest ligt een in de loop der eeuwen bijgebouwde wijk van Schiedam. Dwars op de Broersvest loopt in oostelijke richting een smal langwerpig plein genaamd het Stadserf (te zien op foto 1), waar halverwege de Openbare Bibliotheek van Schiedam te vinden is (ergens links op foto 1), en waar aan het eind ervan de Lidwinabasiliek staat. Dat is een grote neogotische Rooms-Katholieke kerk gebouwd in de periode 1878-1881. Deze kerk is vernoemd naar een van de weinige Nederlandse heiligen. Deze Lidwina werd geboren in 1380 te Schiedam. In 1395 ging ze uit schaatsen met haar vriendinnen maar viel daarbij uiterst ongelukkig op het ijs en brak daarbij een rib. Ze knapte niet meer op en lag daarom tot aan haar dood in 1433 in bed. In later eeuwen is ze uitgegroeid tot de heilige der chronisch zieken. Maar pas in 1890 werd ze officieel door de paus heilig verklaard. Rond die tijd zijn haar relieken overgebracht van de Middeleeuwse Sint Janskerk naar de 19-e eeuwse Sint Lidwinakerk. In 1990 is deze kerk door paus Johannes Paulus II verheven tot basiliek. Op foto 1 ziet u het Stadserf met aan het eind de toren van de Lidwinabasiliek. Op het plein zelf werd hard gewerkt aan de opbouw van een kerstmarkt. Vandaar die witte tenten.
Schiedam kreeg in 1275 stadsrechten van tante Aleida van Holland (1228-1284). Zij had het toenmalige dorp Schiedam en omringende polders als bruidsgeschenk meegekregen bij haar huwelijk met haar echtgenoot Jan van Avesnes, graaf van Henegouwen (1218-1257). Daarmee is Schiedam als stad ouder dan de stad Rotterdam (helaas), die pas in 1340 zijn stadsrechten kreeg van graaf Willem IV (die in 1345 bij Warns sneuvelde in zijn strijd tegen de Friezen). Aleida was de zus van graaf Willem II van Holland die al in 1256 bij Hoogwoud op 28-jarige leeftijd was gesneuveld in zijn strijd tegen de opstandige Westfriezen. Omdat het zoontje van Willem II nog veel te jong was (maar 2 jaar oud), werd er een regent benoemd en werd het zoontje zelf bij zijn tante Aleida in Schiedam ondergebracht. Tante Aleida voedde hem op tot hij volwassen was. Daarna werd hij tot graaf van Holland uitgeroepen. In later jaren trok hij - net als zijn vader graaf Willem II - ook op tegen de Westfriezen en versloeg hen in 1288 alsnog. Maar in 1296 werd hij ontvoerd en vermoord door zijn eigen opstandige edelen. Inderdaad, ik heb het over Floris de Vijfde, de bekendste graaf van Holland.
Noordelijk van het Stadserf, net om de hoek van het grote gele pand met de dunne zuilen (waarin het stadskantoor is gevestigd), staat een vierkante ruine van een Middeleeuws kasteel. Op foto 1 is dat helemaal links maar valt het net buiten beeld. Op foto 2 is de ruine wel te zien. Dat was in de Middeleeuwen het Huis te Riviere, of Huis te Mathenesse, waar de al eerder genoemde tante Aleida met haar eigen 7 kinderen en neefje Floris woonde. In werkelijkheid was het hele kasteelcomplex met al zijn bijgebouwen en binnenplaatsen veel groter; wat er nu staat is alleen de overgebleven donjon. In 1351 werd het kasteel voor het eerst (gedeeltelijk) verwoest aan het begin van de Hoekse en Kabeljauwse twisten. In 1424 werden het kasteel en het Kabeljauwse Schiedam opnieuw aangevallen en verwoest door het Hoekse leger van Willem Nagel. Nadien werd het in 1426 weer opgebouwd. In 1489 - ten tijde van de oorlog van Jonker Frans van Brederode, die Rotterdam had veroverd en vandaar uit verwoestende strooptochten in de omgeving organiseerde - werd Schiedam weer belaagd, maar deze keer mislukte de aanval, waardoor Schiedam en het kasteel aan verwoesting ontsnapte. In 1574 - aan het begin van de 80-jarige oorlog werd het kasteel voor de derde en laatste keer verwoest door de Schiedammers zelf; dit om te voorkomen dat de Spanjaarden het kasteel zouden gebruiken als uitvalsbasis. Sindsdien is de ruine zo gebleven tot op de dag van vandaag.
Naast het kasteel staat sinds 1997 het standbeeld van de bekendste bewoonster van het kasteel : tante Aleida van Holland. Dat is te zien op foto 2.
Aan het noordelijke eind van de Broersvest staat een groot pand van donkerrode bakstenen en met een fraaie rococovoorgevel uit 1761. Zie foto 3. Het is het Proveniershuis. Daar konden bejaarde mannen zich inkopen om daar de rest van hun leven door te brengen tot aan hun overlijden. Zij werden aangeduid als kostkopers of proveniers. Vandaar de naam van het pand. Tegenwoordig wonen er jongelui in.
Nadat ik de ruine en het Proveniershuis had gefotografeerd, stak ik de Broersvest over naar het pleintje genaamd Het Land van Belofte. Daar stond midden op het pleintje een grote boom met een paar banken omheen. Op een van die banken was het zwartkleurige standbeeld geplaatst van een 17-e eeuws vrolijk mannetje die een jeneverglaasje omhoog houdt en lijkt te zeggen: Proost! Het is Proosje, de mascotte van Schiedam met zijn jeneverstokerijen.
Daarna liep ik verder via de Lange Kerkstraat, het stadscentrum in. Daar passeerde ik de plek waar ooit het woonhuis van Jan van Riebeeck (1619-1677) heeft gestaan. Tegenwoordig staat daar het ABC-winkelcentrum. A staat voor Albert Heyn, B voor Blokker, en C voor C en A. Jan van Riebeeck was geboren in 1619 te Culemborg maar in 1630 met zijn ouders meeverhuisd naar Schiedam. Daar heeft hij zijn tienerjaren doorgebracht van 1630 tot 1637. In 1652 werd hij door de VOC naar Zuid-Afrika gestuurd om daar een verversingsstation met veel moestuinen, fruitbomen (o.a. sinaasappels voor tegen de scheurbuik!) en boerderijen te stichten. Dat was het begin van de Kaapkolonie, het huidige Kaapstad. Van die vroegere woning van het gezin Van Riebeeck is niets meer te zien; alleen een gedenksteen hoog in de gevel van het ABC-winkelcentrum, herinnert aan zijn verblijf in Schiedam.
Ik wandelde verder en passeerde de al eerder genoemde Grote of Sint Janskerk. Deze kerk was in 1262 gesticht door de al eerder genoemde Aleida. In 1271 werd het toen nog Rooms-Katholieke kerkgebouw ingewijd en in gebruik genomen. In 1572 vond de Reformatie plaats en werd het een Gereformeerd kerkgebouw. Achter deze kerk, in het plantsoen achter het koor, staat sinds 1998 een standbeeld van de heilige Lidwina. Dat ziet u op foto 4. In het lichte cirkeltje ziet u het standbeeld van haar uit 1998. Eeuwenlang lag ze daar begraven, totdat haar relieken overgebracht werden naar de al eerder genoemde Sint Lidwinabasiliek (te zien op foto 1).
Daarna liep ik de Lange Kerkstraat uit en wandelde over het sfeervolle Grote Marktplein waar het stadhuis uit circa 1660 met een fraaie voorgevel staat. Sinds 1973 is het geen stadhuis meer, maar zit er een restaurant in. Dat kunt u zien op foto 5, aan de parasol op het terrasje met daaronder stoelen en tafeltjes. Al was het op dat moment bepaald geen terrassenweer.
Ik wandelde verder door het historische centrum van Schiedam totdat ik bij het sluizencomplex aan het noordelijke einde van de Lange Haven, voor de Korenbeurs stond. Het is een fraai pand uit 1792, gebouwd door Jan Giudici, een bekende architect die toen in Rotterdam woonde. De Korenbeurs heeft - zoals u op foto 6 kunt zien - een Grieks-Romeins aandoende voorgevel met zuilen en een timpaan. In die timpaan zijn twee beelden van Romeinse goden te zien: De god van de zee Neptunus met zijn drietand, en de god van de handel Mercurius met zijn staf. Als u de foto vergroot wilt bekijken, klik er dan 1 keer op. Wel vind ik het heel merkwaardig dat de Griekse godin Demeter (door de Romeinen werd ze aangeduid als Ceres) niet in de timpaan staat. Zij was de godin van de vruchtbare aarde waaruit het graan groeide. Waarom heet dit gebouw anders Korenbeurs?
Schuin tegenover de Korenbeurs staat een woning die voor Leeuwarders extra interessant is: het was de pastorie waar de in 1835 te Leeuwarden geboren depressieve dominee Francois Haverschmidt van 1864 tot zijn zelfmoord in 1894 woonde. Dat pand ziet u op foto 7. Hij was ook bekend als dichter (snikken en grimlachjes) onder zijn pseudoniem Piet Paaltjens. Ik wandelde verder langs de Lange Haven (zo heet deze gracht) en maakte de prachtigste sfeerfoto's van de gracht met erlangs de bomen en panden die zeer fraai in het windstille water weerspiegelden, zoals te zien is op foto 8.
Halverwege de Lange Haven stond de Havenkerk zich spectaculair te spiegelen in het windstille water van de Lange Haven. Het is een fraaie Rooms-Katholieke kerk uit 1824 met een portaal met ervoor Dorische zuilen. Nadat ik er verscheidene foto's - waaronder foto 8 - van had gemaakt, liep ik er naar binnen. In 1967 werd de kerk gesloten voor de Rooms-Katholieke eredienst wegens gebrek aan gelovigen. Het was toen de tijd van de secularisatie. Vandaar. Nadien trok dominee Johan Maasbach er in met zijn Wereldzending. Dat trok toch weer vele gelovigen. Merkwaardig eigenlijk. Later is de Havenkerk leeg komen te staan, maar momenteel is het gebouw in gebruik als tentoonstellingszaal. Op het moment dat ik er was, was er een fototentoonstelling. Voor de rest was de kerk helemaal onaangeroerd gebleven zodat ik ook kon genieten van alle achtergebleven Rooms-Katholieke pracht en praal.
Naast de Havenkerk staat een ander interessant pand: het Jenevermuseum (ook te zien op foto 8), gevestigd in een voormalige jeneverstokerij, ooit genaamd: de gekroonde brandersketel. Daar had ik grote belangstelling voor. Mocht u het nu denken? Neen, ik ben helemaal geen drinkebroer. Dit is de werkelijke reden: ik heb in mijn kwartierstaat tussen mijn voorouders namelijk een aantal Duitsers zitten die in de 18-e eeuw als gastarbeider naar Holland waren gekomen en in Schiedam in de jeneverstokerijen hadden gewerkt. Vandaar mijn interesse. Ik ging naar binnen en bekeek het hele museum. Op de begane grond, in een zaal naast de ingang was een nieuwe jeneverstokerij ingericht. Het is een van de weinige jeneverstokerijen die in Schiedam zijn overgebleven. Schiedam heeft er in de 18-e en 19-e eeuw vele tientallen, tegen de honderden gehad. Op de volgende etages waren voorwerpen te zien die te maken hadden met het jenever stoken. Op de zolderetage stonden rekken vol met honderden kleine jeneverflesjes uit de gehele wereld uitgestald. Verder hingen er diverse reclameposters van bekende jenevermerken, zoals Hartevelt, Florijn (ha fijn, ha fijn, een borrel van Florijn), Daalmeijer, Witkampf, Melchers, Kabouter (drink louter Kabouter!), Rijnbende, Wenneker, Nolet, en nog vele anderen. En daar stond ook een kleurig beeld van de al eerder genoemde vrolijke drinkebroer Proosje.
Nadat ik uitgekeken was in het Jenevermuseum, wandelde ik weer door het centrum naar het restaurant in het voormalige stadhuis, wat ik al eerder had genoemd en dat u kunt zien op foto 5. Daar genoot ik van een kop koffie met gebak.
Nadat ik had afgerekend, maakte ik weer een wandeling door het historische centrum van Schiedam. Nu liep ik langs de windmolens waar Schiedam ook zeer bekend om is. Ooit stonden er rond de 20 windmolens waar het graan (dat verhandeld werd in de eerder genoemde korenbeurs uit 1792) werd gemalen. Het meel werd gebruikt in de stokerijen om er jenever van te maken. Nu staan er 7 grote hoge windmolens in Schiedam. Het zijn met 40 a 43 meter de hoogste windmolens ter wereld. Waarom ze zo hoog zijn? Ze moesten hoog boven de bebouwing van de stad Schiedam uitsteken om de wind te kunnen vangen. Een van die 7 molens ziet u op foto 9. Het is de Walvisch, die in 1996 helaas afgebrand is, maar nadien zorgvuldig herbouwd is en sinds 2002 weer graan maalt voor de overgebleven jeneverstokerijen in Schiedam. Op de begane grond is een winkel ingericht waar meelproducten worden verkocht. Toen ik er langs liep was die helaas al gesloten.
Tot slot wandelde ik naar het nabijgelegen metrostation Parkweg en stapte daar in de metro richting Pernis en Tussenwater. Inderdaad. Die metro reed onder de Nieuwe Maas door naar de zuidoever, waar ik op het station Tussenwater overstapte op de metro naar station Maashaven. Daar aangekomen stapte ik over op tramlijn 2 naar huis.
Zoals ik in mijn vorige blogbericht (over de omgewaaide bomen in Rotterdam-Lombardijen) al vermeldde, was ik begin november weer in Rotterdam geweest. Het voordeel daarvan is dat plaatsen, dorpen en steden in de directe omgeving van Rotterdam dan makkelijk bereikbaar zijn. Bijvoorbeeld Zwijndrecht, waar ik eind april dit jaar ben geweest en waarover ik heb geblogd op 1 mei 2013 onder de titel: Lang weekend in Rotterdam. Schiedam ligt ook dicht bij Rotterdam. Beter te zeggen: het is er aan vastgegroeid. Het oude stadje met circa 76.000 inwoners is vanuit Rotterdam (circa 600.000 inwoners) dan ook makkelijk bereikbaar met de tram, de metro en de trein.
Ik reisde erheen per tram en stapte uit op de Broersvest, eigenlijk min of meer naast het historische stadje Schiedam. Sinds de Middeleeuwen was de Broersvest een vaart die oostelijk langs Schiedam liep. Rond 1870 werd die vaart gedempt en nu is het een brede straat. Het oorspronkelijke oude centrum van Schiedam ligt aan de westkant van de Broersvest. Aan de oostkant van de Broersvest ligt een in de loop der eeuwen bijgebouwde wijk van Schiedam. Dwars op de Broersvest loopt in oostelijke richting een smal langwerpig plein genaamd het Stadserf (te zien op foto 1), waar halverwege de Openbare Bibliotheek van Schiedam te vinden is (ergens links op foto 1), en waar aan het eind ervan de Lidwinabasiliek staat. Dat is een grote neogotische Rooms-Katholieke kerk gebouwd in de periode 1878-1881. Deze kerk is vernoemd naar een van de weinige Nederlandse heiligen. Deze Lidwina werd geboren in 1380 te Schiedam. In 1395 ging ze uit schaatsen met haar vriendinnen maar viel daarbij uiterst ongelukkig op het ijs en brak daarbij een rib. Ze knapte niet meer op en lag daarom tot aan haar dood in 1433 in bed. In later eeuwen is ze uitgegroeid tot de heilige der chronisch zieken. Maar pas in 1890 werd ze officieel door de paus heilig verklaard. Rond die tijd zijn haar relieken overgebracht van de Middeleeuwse Sint Janskerk naar de 19-e eeuwse Sint Lidwinakerk. In 1990 is deze kerk door paus Johannes Paulus II verheven tot basiliek. Op foto 1 ziet u het Stadserf met aan het eind de toren van de Lidwinabasiliek. Op het plein zelf werd hard gewerkt aan de opbouw van een kerstmarkt. Vandaar die witte tenten.
Schiedam kreeg in 1275 stadsrechten van tante Aleida van Holland (1228-1284). Zij had het toenmalige dorp Schiedam en omringende polders als bruidsgeschenk meegekregen bij haar huwelijk met haar echtgenoot Jan van Avesnes, graaf van Henegouwen (1218-1257). Daarmee is Schiedam als stad ouder dan de stad Rotterdam (helaas), die pas in 1340 zijn stadsrechten kreeg van graaf Willem IV (die in 1345 bij Warns sneuvelde in zijn strijd tegen de Friezen). Aleida was de zus van graaf Willem II van Holland die al in 1256 bij Hoogwoud op 28-jarige leeftijd was gesneuveld in zijn strijd tegen de opstandige Westfriezen. Omdat het zoontje van Willem II nog veel te jong was (maar 2 jaar oud), werd er een regent benoemd en werd het zoontje zelf bij zijn tante Aleida in Schiedam ondergebracht. Tante Aleida voedde hem op tot hij volwassen was. Daarna werd hij tot graaf van Holland uitgeroepen. In later jaren trok hij - net als zijn vader graaf Willem II - ook op tegen de Westfriezen en versloeg hen in 1288 alsnog. Maar in 1296 werd hij ontvoerd en vermoord door zijn eigen opstandige edelen. Inderdaad, ik heb het over Floris de Vijfde, de bekendste graaf van Holland.
Noordelijk van het Stadserf, net om de hoek van het grote gele pand met de dunne zuilen (waarin het stadskantoor is gevestigd), staat een vierkante ruine van een Middeleeuws kasteel. Op foto 1 is dat helemaal links maar valt het net buiten beeld. Op foto 2 is de ruine wel te zien. Dat was in de Middeleeuwen het Huis te Riviere, of Huis te Mathenesse, waar de al eerder genoemde tante Aleida met haar eigen 7 kinderen en neefje Floris woonde. In werkelijkheid was het hele kasteelcomplex met al zijn bijgebouwen en binnenplaatsen veel groter; wat er nu staat is alleen de overgebleven donjon. In 1351 werd het kasteel voor het eerst (gedeeltelijk) verwoest aan het begin van de Hoekse en Kabeljauwse twisten. In 1424 werden het kasteel en het Kabeljauwse Schiedam opnieuw aangevallen en verwoest door het Hoekse leger van Willem Nagel. Nadien werd het in 1426 weer opgebouwd. In 1489 - ten tijde van de oorlog van Jonker Frans van Brederode, die Rotterdam had veroverd en vandaar uit verwoestende strooptochten in de omgeving organiseerde - werd Schiedam weer belaagd, maar deze keer mislukte de aanval, waardoor Schiedam en het kasteel aan verwoesting ontsnapte. In 1574 - aan het begin van de 80-jarige oorlog werd het kasteel voor de derde en laatste keer verwoest door de Schiedammers zelf; dit om te voorkomen dat de Spanjaarden het kasteel zouden gebruiken als uitvalsbasis. Sindsdien is de ruine zo gebleven tot op de dag van vandaag.
Naast het kasteel staat sinds 1997 het standbeeld van de bekendste bewoonster van het kasteel : tante Aleida van Holland. Dat is te zien op foto 2.
Aan het noordelijke eind van de Broersvest staat een groot pand van donkerrode bakstenen en met een fraaie rococovoorgevel uit 1761. Zie foto 3. Het is het Proveniershuis. Daar konden bejaarde mannen zich inkopen om daar de rest van hun leven door te brengen tot aan hun overlijden. Zij werden aangeduid als kostkopers of proveniers. Vandaar de naam van het pand. Tegenwoordig wonen er jongelui in.
Nadat ik de ruine en het Proveniershuis had gefotografeerd, stak ik de Broersvest over naar het pleintje genaamd Het Land van Belofte. Daar stond midden op het pleintje een grote boom met een paar banken omheen. Op een van die banken was het zwartkleurige standbeeld geplaatst van een 17-e eeuws vrolijk mannetje die een jeneverglaasje omhoog houdt en lijkt te zeggen: Proost! Het is Proosje, de mascotte van Schiedam met zijn jeneverstokerijen.
Daarna liep ik verder via de Lange Kerkstraat, het stadscentrum in. Daar passeerde ik de plek waar ooit het woonhuis van Jan van Riebeeck (1619-1677) heeft gestaan. Tegenwoordig staat daar het ABC-winkelcentrum. A staat voor Albert Heyn, B voor Blokker, en C voor C en A. Jan van Riebeeck was geboren in 1619 te Culemborg maar in 1630 met zijn ouders meeverhuisd naar Schiedam. Daar heeft hij zijn tienerjaren doorgebracht van 1630 tot 1637. In 1652 werd hij door de VOC naar Zuid-Afrika gestuurd om daar een verversingsstation met veel moestuinen, fruitbomen (o.a. sinaasappels voor tegen de scheurbuik!) en boerderijen te stichten. Dat was het begin van de Kaapkolonie, het huidige Kaapstad. Van die vroegere woning van het gezin Van Riebeeck is niets meer te zien; alleen een gedenksteen hoog in de gevel van het ABC-winkelcentrum, herinnert aan zijn verblijf in Schiedam.
Ik wandelde verder en passeerde de al eerder genoemde Grote of Sint Janskerk. Deze kerk was in 1262 gesticht door de al eerder genoemde Aleida. In 1271 werd het toen nog Rooms-Katholieke kerkgebouw ingewijd en in gebruik genomen. In 1572 vond de Reformatie plaats en werd het een Gereformeerd kerkgebouw. Achter deze kerk, in het plantsoen achter het koor, staat sinds 1998 een standbeeld van de heilige Lidwina. Dat ziet u op foto 4. In het lichte cirkeltje ziet u het standbeeld van haar uit 1998. Eeuwenlang lag ze daar begraven, totdat haar relieken overgebracht werden naar de al eerder genoemde Sint Lidwinabasiliek (te zien op foto 1).
Daarna liep ik de Lange Kerkstraat uit en wandelde over het sfeervolle Grote Marktplein waar het stadhuis uit circa 1660 met een fraaie voorgevel staat. Sinds 1973 is het geen stadhuis meer, maar zit er een restaurant in. Dat kunt u zien op foto 5, aan de parasol op het terrasje met daaronder stoelen en tafeltjes. Al was het op dat moment bepaald geen terrassenweer.
Ik wandelde verder door het historische centrum van Schiedam totdat ik bij het sluizencomplex aan het noordelijke einde van de Lange Haven, voor de Korenbeurs stond. Het is een fraai pand uit 1792, gebouwd door Jan Giudici, een bekende architect die toen in Rotterdam woonde. De Korenbeurs heeft - zoals u op foto 6 kunt zien - een Grieks-Romeins aandoende voorgevel met zuilen en een timpaan. In die timpaan zijn twee beelden van Romeinse goden te zien: De god van de zee Neptunus met zijn drietand, en de god van de handel Mercurius met zijn staf. Als u de foto vergroot wilt bekijken, klik er dan 1 keer op. Wel vind ik het heel merkwaardig dat de Griekse godin Demeter (door de Romeinen werd ze aangeduid als Ceres) niet in de timpaan staat. Zij was de godin van de vruchtbare aarde waaruit het graan groeide. Waarom heet dit gebouw anders Korenbeurs?
Schuin tegenover de Korenbeurs staat een woning die voor Leeuwarders extra interessant is: het was de pastorie waar de in 1835 te Leeuwarden geboren depressieve dominee Francois Haverschmidt van 1864 tot zijn zelfmoord in 1894 woonde. Dat pand ziet u op foto 7. Hij was ook bekend als dichter (snikken en grimlachjes) onder zijn pseudoniem Piet Paaltjens. Ik wandelde verder langs de Lange Haven (zo heet deze gracht) en maakte de prachtigste sfeerfoto's van de gracht met erlangs de bomen en panden die zeer fraai in het windstille water weerspiegelden, zoals te zien is op foto 8.
Halverwege de Lange Haven stond de Havenkerk zich spectaculair te spiegelen in het windstille water van de Lange Haven. Het is een fraaie Rooms-Katholieke kerk uit 1824 met een portaal met ervoor Dorische zuilen. Nadat ik er verscheidene foto's - waaronder foto 8 - van had gemaakt, liep ik er naar binnen. In 1967 werd de kerk gesloten voor de Rooms-Katholieke eredienst wegens gebrek aan gelovigen. Het was toen de tijd van de secularisatie. Vandaar. Nadien trok dominee Johan Maasbach er in met zijn Wereldzending. Dat trok toch weer vele gelovigen. Merkwaardig eigenlijk. Later is de Havenkerk leeg komen te staan, maar momenteel is het gebouw in gebruik als tentoonstellingszaal. Op het moment dat ik er was, was er een fototentoonstelling. Voor de rest was de kerk helemaal onaangeroerd gebleven zodat ik ook kon genieten van alle achtergebleven Rooms-Katholieke pracht en praal.
Naast de Havenkerk staat een ander interessant pand: het Jenevermuseum (ook te zien op foto 8), gevestigd in een voormalige jeneverstokerij, ooit genaamd: de gekroonde brandersketel. Daar had ik grote belangstelling voor. Mocht u het nu denken? Neen, ik ben helemaal geen drinkebroer. Dit is de werkelijke reden: ik heb in mijn kwartierstaat tussen mijn voorouders namelijk een aantal Duitsers zitten die in de 18-e eeuw als gastarbeider naar Holland waren gekomen en in Schiedam in de jeneverstokerijen hadden gewerkt. Vandaar mijn interesse. Ik ging naar binnen en bekeek het hele museum. Op de begane grond, in een zaal naast de ingang was een nieuwe jeneverstokerij ingericht. Het is een van de weinige jeneverstokerijen die in Schiedam zijn overgebleven. Schiedam heeft er in de 18-e en 19-e eeuw vele tientallen, tegen de honderden gehad. Op de volgende etages waren voorwerpen te zien die te maken hadden met het jenever stoken. Op de zolderetage stonden rekken vol met honderden kleine jeneverflesjes uit de gehele wereld uitgestald. Verder hingen er diverse reclameposters van bekende jenevermerken, zoals Hartevelt, Florijn (ha fijn, ha fijn, een borrel van Florijn), Daalmeijer, Witkampf, Melchers, Kabouter (drink louter Kabouter!), Rijnbende, Wenneker, Nolet, en nog vele anderen. En daar stond ook een kleurig beeld van de al eerder genoemde vrolijke drinkebroer Proosje.
Nadat ik uitgekeken was in het Jenevermuseum, wandelde ik weer door het centrum naar het restaurant in het voormalige stadhuis, wat ik al eerder had genoemd en dat u kunt zien op foto 5. Daar genoot ik van een kop koffie met gebak.
Nadat ik had afgerekend, maakte ik weer een wandeling door het historische centrum van Schiedam. Nu liep ik langs de windmolens waar Schiedam ook zeer bekend om is. Ooit stonden er rond de 20 windmolens waar het graan (dat verhandeld werd in de eerder genoemde korenbeurs uit 1792) werd gemalen. Het meel werd gebruikt in de stokerijen om er jenever van te maken. Nu staan er 7 grote hoge windmolens in Schiedam. Het zijn met 40 a 43 meter de hoogste windmolens ter wereld. Waarom ze zo hoog zijn? Ze moesten hoog boven de bebouwing van de stad Schiedam uitsteken om de wind te kunnen vangen. Een van die 7 molens ziet u op foto 9. Het is de Walvisch, die in 1996 helaas afgebrand is, maar nadien zorgvuldig herbouwd is en sinds 2002 weer graan maalt voor de overgebleven jeneverstokerijen in Schiedam. Op de begane grond is een winkel ingericht waar meelproducten worden verkocht. Toen ik er langs liep was die helaas al gesloten.
Tot slot wandelde ik naar het nabijgelegen metrostation Parkweg en stapte daar in de metro richting Pernis en Tussenwater. Inderdaad. Die metro reed onder de Nieuwe Maas door naar de zuidoever, waar ik op het station Tussenwater overstapte op de metro naar station Maashaven. Daar aangekomen stapte ik over op tramlijn 2 naar huis.
donderdag 14 november 2013
Ook stormschade in Rotterdam
Hallo ge-interesseerde bloglezers,
Afgelopen week ben ik een kort weekje in Rotterdam geweest. Ook daar had de storm gewoed. Niet alleen in Leeuwarden, waar ik op 1 november 2013 al over had geblogd onder de titel: Zware storm over Nederland (het blogbericht hier direct onder). Op de site van RTV-Rijnmond vond ik een foto van een omgewaaide boom op de Beyerlandselaan. Dat is foto 1, die ik dus van de RTV-Rijnmond-site heb gedownload. Die boom is dwars over de volle breedte van de Beyerlandselaan gevallen en heeft dus niet alleen de hele Beyerlandselaan voor het autoverkeer geblokkeerd, maar ook de bovenleiding voor de tram meegenomen in zijn val. Toen ik vorige week in Rotterdam was, zag ik dat die boom al volledig was verwijderd, inclusief de wortels, en dat er een paar hekken over het gat waren gelegd. Wel curieus, want daar had ik eind september nog gewandeld. Daarover had ik nog verteld in mijn blogbericht van 20 oktober 2013 onder de titel: Kort weekje Rotterdam in september 2013. Een paar honderd meter naar links (vanuit het gezichtspunt van de fotograaf) staat het Colosseumblok, dat ik eveneens vermeldde in mijn blogbericht van 20 oktober 2013.
In de wijk waar mijn ouders hun tweede huisje hebben, en waar ik dus die week verbleef, waren ook enkele bomen omgewaaid. Dat ziet u op foto 2 en 3. Dat er ondanks het slechte weer toch wel een aardige en kleurrijke herfstfoto te maken viel, kunt u zien op foto 4. Al valt die toch wel in het niet bij de echt spectaculaire herfstfoto's van Gert-Jan Hermus in verscheidene van zijn blogberichten in november 2013 op zijn eigen blogsite.
In de week dat ik in Rotterdam verbleef, heeft het erg veel geregend. Veel te veel; het was gewoon niet leuk meer. Op een ochtend maakte ik er een foto van. Dat is foto 5. Als u de foto zo bekijkt, met de weerspiegeling van die bomen in het stilstaande water, doet het mij een beetje denken aan een minder bekende gravure van Maurits Escher.
Afgelopen week ben ik een kort weekje in Rotterdam geweest. Ook daar had de storm gewoed. Niet alleen in Leeuwarden, waar ik op 1 november 2013 al over had geblogd onder de titel: Zware storm over Nederland (het blogbericht hier direct onder). Op de site van RTV-Rijnmond vond ik een foto van een omgewaaide boom op de Beyerlandselaan. Dat is foto 1, die ik dus van de RTV-Rijnmond-site heb gedownload. Die boom is dwars over de volle breedte van de Beyerlandselaan gevallen en heeft dus niet alleen de hele Beyerlandselaan voor het autoverkeer geblokkeerd, maar ook de bovenleiding voor de tram meegenomen in zijn val. Toen ik vorige week in Rotterdam was, zag ik dat die boom al volledig was verwijderd, inclusief de wortels, en dat er een paar hekken over het gat waren gelegd. Wel curieus, want daar had ik eind september nog gewandeld. Daarover had ik nog verteld in mijn blogbericht van 20 oktober 2013 onder de titel: Kort weekje Rotterdam in september 2013. Een paar honderd meter naar links (vanuit het gezichtspunt van de fotograaf) staat het Colosseumblok, dat ik eveneens vermeldde in mijn blogbericht van 20 oktober 2013.
In de wijk waar mijn ouders hun tweede huisje hebben, en waar ik dus die week verbleef, waren ook enkele bomen omgewaaid. Dat ziet u op foto 2 en 3. Dat er ondanks het slechte weer toch wel een aardige en kleurrijke herfstfoto te maken viel, kunt u zien op foto 4. Al valt die toch wel in het niet bij de echt spectaculaire herfstfoto's van Gert-Jan Hermus in verscheidene van zijn blogberichten in november 2013 op zijn eigen blogsite.
In de week dat ik in Rotterdam verbleef, heeft het erg veel geregend. Veel te veel; het was gewoon niet leuk meer. Op een ochtend maakte ik er een foto van. Dat is foto 5. Als u de foto zo bekijkt, met de weerspiegeling van die bomen in het stilstaande water, doet het mij een beetje denken aan een minder bekende gravure van Maurits Escher.
vrijdag 1 november 2013
Zware storm over Nederland
Hallo blogvolgers,
Jullie hebben het ongetwijfeld ook gemerkt: afgelopen maandag 28 oktober 2013 trok er een zware storm over Nederland. Over het algemeen had deze storm windkracht 11. In het waddengebied bereikte die zelfs windkracht 12, oftewel orkaankracht. Zo'n zware storm raast niet vaak over Nederland. Algemeen werd er in de pers verwezen naar eerdere stormen, onder andere die van november 1972 en januari 1990 die net zo zwaar waren als deze van 28 oktober 2013, en die indertijd eveneens in het hele land voor veel schade en honderden ontwortelde bomen had gezorgd. Net als nu.
Overigens zijn er nog meer verwoestende stormen geweest, zoals de storm van 24 april 1973, waardoor het bekende schip van de toen nog illegale zeezender Radio Veronica strandde op het strand bij Scheveningen. Ik herinner me nog dat ik toen samen met mijn oma vanuit Rotterdam naar Scheveningen ben gereisd en dat we het gestrande schip aan de andere kant van de toegang tot de Scheveningse haven op het strand hebben zien liggen. Ik herinner me vooral de zendmasten van het gestrande schip die boven de strekdammen uitstaken.
Voor Leeuwarden is de storm van 2 januari 1976 zeer gedenkwaardig. Want toen waaide tijdens een zware storm op die dag de toren van de Bonifatiuskerk om. De kerk met toren was in 1882 ontworpen en in 1884 gebouwd door de bekende Rooms-Katholieke architect uit Roermond Pierre Cuypers (1827-1921). De torenspits brak in 1976 als gevolg van de toen over de stad razende storm af en stortte neer op een naastgelegen pand. Gelukkig is daar niemand bij omgekomen. Ik herinner me wel dat nadien op de stenen onderbouw van de toren een vierkante koker van steigers bekleed met reclameborden heeft gestaan. Binnen die koker werd de torenspits zorgvuldig herbouwd.
Daarom ziet u op de laatste foto hier onder dit blogbericht geen stormschade. Ik heb deze foto van de Bonifatiustoren na de storm gemaakt. Zoals u ziet: de toren is niet opnieuw omgevallen en staat nog fier overeind. Maar op de grond stonden er wel hekken rond de toren, alsof men bang was dat er als gevolg van de storm toch iets naar beneden zou kunnen vallen.
Zelf herinner ik me nog een andere storm uit oktober 1980. Ik ging toen samen met mijn ouders en broers op vakantie naar Yorkshire, Engeland. We staken 's avonds met de Norland van de North Sea Ferries vanuit de Maasvlakte de Noordzee over naar Kingston upon Hull (over het algemeen aangeduid als Hull), waar we de volgende ochtend met 3 uur vertraging aankwamen. Op de Noordzee woedde toen een storm met windkracht 9. Weliswaar was dat geen orkaankracht, maar zelden heb ik toen zo'n spectaculaire overtocht gemaakt. Ik heb ervan genoten. Toen we een week later naar huis terugkeerden, vond ik het zelfs saai. Zo rustig was de Noordzee toen.
Terug naar de zware storm van 28 oktober 2013. Vrijwel direct nadat de storm was overgetrokken, ben ik erop uit gegaan en heb ik in de wijk rondgefietst om foto's te maken van de omgevallen bomen en afgebroken takken. Overigens was ik bepaald niet de enige; er waren nog meer mensen aan de wandel gegaan met hun camera. Hieronder volgt een selectie uit de tientallen foto's die ik gedurende de 3 dagen na de storm heb gemaakt in Leeuwarden.
Jullie hebben het ongetwijfeld ook gemerkt: afgelopen maandag 28 oktober 2013 trok er een zware storm over Nederland. Over het algemeen had deze storm windkracht 11. In het waddengebied bereikte die zelfs windkracht 12, oftewel orkaankracht. Zo'n zware storm raast niet vaak over Nederland. Algemeen werd er in de pers verwezen naar eerdere stormen, onder andere die van november 1972 en januari 1990 die net zo zwaar waren als deze van 28 oktober 2013, en die indertijd eveneens in het hele land voor veel schade en honderden ontwortelde bomen had gezorgd. Net als nu.
Overigens zijn er nog meer verwoestende stormen geweest, zoals de storm van 24 april 1973, waardoor het bekende schip van de toen nog illegale zeezender Radio Veronica strandde op het strand bij Scheveningen. Ik herinner me nog dat ik toen samen met mijn oma vanuit Rotterdam naar Scheveningen ben gereisd en dat we het gestrande schip aan de andere kant van de toegang tot de Scheveningse haven op het strand hebben zien liggen. Ik herinner me vooral de zendmasten van het gestrande schip die boven de strekdammen uitstaken.
Voor Leeuwarden is de storm van 2 januari 1976 zeer gedenkwaardig. Want toen waaide tijdens een zware storm op die dag de toren van de Bonifatiuskerk om. De kerk met toren was in 1882 ontworpen en in 1884 gebouwd door de bekende Rooms-Katholieke architect uit Roermond Pierre Cuypers (1827-1921). De torenspits brak in 1976 als gevolg van de toen over de stad razende storm af en stortte neer op een naastgelegen pand. Gelukkig is daar niemand bij omgekomen. Ik herinner me wel dat nadien op de stenen onderbouw van de toren een vierkante koker van steigers bekleed met reclameborden heeft gestaan. Binnen die koker werd de torenspits zorgvuldig herbouwd.
Daarom ziet u op de laatste foto hier onder dit blogbericht geen stormschade. Ik heb deze foto van de Bonifatiustoren na de storm gemaakt. Zoals u ziet: de toren is niet opnieuw omgevallen en staat nog fier overeind. Maar op de grond stonden er wel hekken rond de toren, alsof men bang was dat er als gevolg van de storm toch iets naar beneden zou kunnen vallen.
Zelf herinner ik me nog een andere storm uit oktober 1980. Ik ging toen samen met mijn ouders en broers op vakantie naar Yorkshire, Engeland. We staken 's avonds met de Norland van de North Sea Ferries vanuit de Maasvlakte de Noordzee over naar Kingston upon Hull (over het algemeen aangeduid als Hull), waar we de volgende ochtend met 3 uur vertraging aankwamen. Op de Noordzee woedde toen een storm met windkracht 9. Weliswaar was dat geen orkaankracht, maar zelden heb ik toen zo'n spectaculaire overtocht gemaakt. Ik heb ervan genoten. Toen we een week later naar huis terugkeerden, vond ik het zelfs saai. Zo rustig was de Noordzee toen.
Terug naar de zware storm van 28 oktober 2013. Vrijwel direct nadat de storm was overgetrokken, ben ik erop uit gegaan en heb ik in de wijk rondgefietst om foto's te maken van de omgevallen bomen en afgebroken takken. Overigens was ik bepaald niet de enige; er waren nog meer mensen aan de wandel gegaan met hun camera. Hieronder volgt een selectie uit de tientallen foto's die ik gedurende de 3 dagen na de storm heb gemaakt in Leeuwarden.
Abonneren op:
Posts (Atom)













