Hallo ge-interesseerde blogvolgers,
Het is al weer enkele weken geleden dat ik samen met een vriend in Assen naar het Drents Museum ben geweest. Daar loopt nog tot 9 juni 2013 de zeer interessante tentoonstelling De Sovjet Mythe.
Mijn vriend was er al een keer eerder naar toe geweest. Hij vond het wel mooie en spectaculaire schilderijen, maar hij wist niet wat voor dramatisch of cynisch verhaal achter sommige schilderijen zaten. Dat kon ik hem wel vertellen. Dat wist hij en daarom wilde hij graag ook een keer met mij erheen.
Ik kan over bijna elk schilderij wel iets vertellen, maar dan wordt dit blogstukje veel te lang; daarom beperk ik me tot maar 2 schilderijen.
Ik begin met het schilderij hier boven. Daarop zie je een stel sportief geklede jonge meiden, gekleed in witte rokken en roze shirts, die bloemen aanreiken naar de man met de pet helemaal links bovenaan op het balkon. Op de achtergrond staan even sportief geklede jongens met roeispanen omhoog, en vanaf een poster kijkt Big Brother Lenin tevreden toe. Een aardig en vrolijk tafereel. Ware het niet dat de man met de pet op 1 december 1934 in Leningrad in het Smolny-instituut was vermoord en dit schilderij het jaar daarna was gemaakt. De man met de pet was Sergei Kirov. Hij was in die tijd in Leningrad (het huidige Sankt Petersburg) een belangrijke en zeer populaire politicus. De moordenaar werd gearresteerd en na een Stalinistisch showproces snel ge-executeerd. In de nasleep hiervan volgden nog vele tientallen showprocessen waarbij vele honderden zogenaamde mede-complottanten werden veroordeeld en ge-executeerd. Bij al die veroordeelde "contra-revolutionairen" en zogenaamde vijanden van de Sovjet-staat zaten opvallend veel collega-revolutionairen, die wisten hoe groot - beter te zeggen: hoe buitengewoon klein - de rol van Stalin zelf was geweest tijdens de revolutie van 1917 en de bloedige burgeroorlog die daarop was gevolgd. Daarnaast liep het eerste 5-jarenplan af, waarbij de resultaten buitengewoon magertjes afstaken bij de gestelde, veel te optimistische prognoses en streefcijfers. Om de aandacht af te leiden van zijn eigen geblunder, beschuldigde Stalin allerlei zogenaamde saboteurs en vijanden van de Sovjet-staat en startte nog meer absurde showprocessen, waarbij nog eens vele duizenden slachtoffers werden veroordeeld tot executie of verbanning naar de Gulag. Het was de tijd van de Grote Terreur met zijn waanzinnig monsterlijke en absurde showprocessen. Wie de moordenaar van Sergei Kirov was, was duidelijk. Wie de opdrachtgever was, was niet duidelijk. Dat is nog altijd een groot raadsel. Het is zelfs zo dat wat de moord op Kennedy in 1963 voor de USA was, is de moord op Kirov voor Rusland tot op de dag van vandaag. Maar veel verdenkingen en complottheorie-en wijzen toch in de richting van Stalin. Hij was jaloers geworden op Kirov omdat hij zo populair was geworden in Leningrad. Daar hield Stalin niet van: revolutionairen en politici die populairder waren dan hijzelf. Maar dat maakte het gekker dat Stalin na de dood van Sergei Kirov een hele Kirov-rage ontketende, waarvan dit schilderij een van de vele resultaten was. Hoewel? Waarschijnlijk had het ermee te maken, dat Stalin dan de beeldvorming kon sturen en dat Kirov er postuum niets meer aan kon veranderen of bijsturen of corrigeren. Kortom een schilderij met een cynisch verhaal erachter.
Om een indruk te krijgen van de sfeer en de toestanden in de jaren 30 onder Stalin, dan kan ik u de roman Kinderen van de Arbat, uit 1966 aanraden. Het is geschreven door Anatoliy Rybakov (1911-1998) die de Grote Terreur en de Gulag halverwege de jaren 30 aan den lijve had ondervonden. Overigens is het boek pas in 1987 in de Sovjet-Unie uitgegeven. Aanvankelijk was de roman taboe omdat Stalin met al zijn paranoia erin voorkomt. Ten tijde van Brezjnev was dat nog taboe, maar onder Gorbatsjov was dat geen probleem meer. Nadien heeft Rybakov nog 3 vervolgromans geschreven over de volwassen geworden kinderen uit de wijk Arbat in Moskou, namelijk 1935 en volgende jaren, Angst, en Stof en As.
Mocht u daarnaast nog meer willen weten over Stalin en zijn monsterlijke terreur, dan kan ik u ook deze (zeer dikke) boeken aanbevelen: (1) Laat de geschiedenis oordelen, van Roy Medvedev (geboren in 1925), uit 1972. Hij is een weinig bekende dissident uit de jaren 70, die toch tevens een trouw partijlid was. En: (2) Triomf en tragedie, een politiek portret van Jozef Stalin, door generaal Dmitri Volkogonov (1928-1995), uit 1989. Hij kreeg persoonlijk toestemming van Gorbatsjov om de archieven te bezoeken en deze zeer kritische biografie over de dictator te schrijven. Beide boeken zijn buitengewoon kritisch over Stalin en de terreur die hij ontketende in de jaren 30.
Het tweede schilderij is weer een zeer vrolijk tafereel. Daarop zie je een grote groep boeren en boerinnen vrolijk aanzitten aan een rijk feestmaal met veel voedsel en etenswaren op de kolchoz. Op het rode spandoek boven de feestvierenden staat in het Russisch dat de boeren hun rijkdom aan voedsel op de kolchoz te danken hadden aan Stalin. Diens portret hing er als een soort Big Brother-poster boven. Dat hele schilderij was een grote cynische leugen. Vanaf 1928 werd de landbouwsector in de Sovjet-Unie gecollectiviseerd. En dat verliep niet bepaald vreedzaam. Boeren werden massaal gedwongen naar de kolchoz te vertrekken met inlevering van al hun vee en landbouwmachines. Daarnaast begon vanaf 1928 ook een grootschalige industrialisatie in de Sovjet-Unie. Daar waren veel arbeiders voor nodig die goed gevoed moesten worden. Omdat de oogsten tegenvielen, en omdat de al eerder genoemde veel te optimistische prognoses in de 5-jarenplannen niet werden gehaald, werd op de kolchozen alle voedsel, graan en vlees in beslag genomen, zodat de boerenbevolking massaal verhongerde. Vooral in de Oekraine. Daar stierven er circa 7 a 8 miljoen door de door Stalin veroorzaakte hongersnood. Dat zit nog altijd heel diep bij de Oekrainers; zij noemen die periode de Holodomor. Vandaar dat dit schilderij - ondanks dat het een fraai weergegeven tafereel is - tevens buitengewoon cynisch en leugenachtig is.
Zo waren er meer schilderijen die er prachtig uitzagen, maar als je de achtergrond kende, werd je er cynisch van. Maar het was niet allemaal propaganda en leugens. Daarnaast waren er ook gewoon mooie schilderijen, met arbeiders aan het werk in een fabriek of op een bouwplaats. Of in een reparatiewerkplaats, zoals op dit hierboven staande schilderij. Daar zijn arbeiders bezig met de reparatie van een lokomotief, precies zoals je verwacht in een arbeidersparadijs, zoals de Sovjet-Unie ge-acht werd te zijn. Of schilderijen met jongelui die aan sport doen in de bossen en de natuur, of boeren die aan het werk waren op de uitgestrekte akkers van de kolchoz (zie o.a. de poster die bij deze tentoonstelling hoorde). Hier stonden duidelijk arbeiders centraal, niet de directeuren of leidinggevenden of managers.
De tentoonstelling werd opvallend druk bezocht, onder andere door veel ouderen. Die zullen wel eingszins bekend zijn met de leugenachtige achtergrond van een aantal schilderijen.
Nadat we de hele tentoonstelling en de rest van het Drents Museum hadden bekeken, genoten we in het museumrestaurant van een kop koffie. Daarna wandelden we naar de Kop van de Vaart, waar - zo lang als deze tentoonstelling duurt - het reusachtige standbeeld van Lenin staat. Dat was in 1997 gekocht door de directeur van het bouwbedrijf van Koop Tjuchem. Hij wilde daarmee aan de arbeiders in Oost-Groningen (!) duidelijk maken dat het communisme niet werkte. Maar sinds in 2008 de bankencrisis is uitgebroken, is het duidelijk dat het kapitalisme ook niet goed werkt. Maar dat had iedereen al lang kunnen nalezen in dat bekende boek van Karl Marx: Das Kapital, uit 1867. Heeft de directeur van Koop Tjuchem daarom het standbeeld stilletjes verkocht aan het bekende kuuroord in Bad Nieuweschans?
Ik maakte enthousiast foto's van het beeld van Lenin, ook van achteren, waarbij je tussen zijn benen doorkijkt. Mijn vriend zat er in zijn blauwe jas bij en liet zich absoluut niet intimideren door het enorme standbeeld.
Ik heb trouwens ook al gelezen dat het beeld de nodige controverse opriep. Zo was er een Baltische delegatie op bezoek in Assen die werd rondgeleid in de stad. Ze voelden zich zwaar geschoffeerd door het standbeeld van Lenin. Je kon dit vergelijken met het plaatsen van een standbeeld van Hitler bij een tentoonstelling over Nazi-kunst. Het zou pas echt schofferend zijn geweest als die Nazi-kunst werd tentoongesteld in de Kunsthal in Rotterdam, met voor dat museum een standbeeld van Hitler, triomfantelijk in oostelijke richting uitkijkend in de richting van het stadscentrum dat op 14 mei 1940 door zijn Heinkel-111-bommenwerpers was platgegooid. Daar heb ik al vaker over geblogd (kortgeleden op 13 mei 2013 (zie hier onder dit blogbericht), vorig jaar op 13 mei 2012 en 2 jaar geleden op 24 december 2011), zoals trouwe lezers van mijn blogsite ongetwijfeld weten.
Tot slot wandelden we terug naar de Brink en genoten van een glas frisdrank op het terras van restaurant Liff. Daar praatten we enthousiast na, waarna we afrekenden, afscheid namen en uit elkaar gingen.
Op naar de volgende zeer interessante tentoonstelling in het Drents Museum te Assen!
zaterdag 1 juni 2013
maandag 13 mei 2013
Herdenking bombardement Rotterdam, met internettip
Hallo ge-interesseerde blogvolgers,
Op 14 mei vindt in Rotterdam zoals gebruikelijk, weer de herdenking plaats van het Duitse Bombardement op de binnenstad van Rotterdam 73 jaar geleden. Daar verwees ik al naar in mijn blogstukje van 1 mei 2013 over mijn lange weekend in Rotterdam halverwege april. Sommige lezers waren nogal onder de indruk van dat blogstukje.
Voor meer informatie over het Bombardement van 14 mei 1940 en Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog, zijn dit twee interessante en informatieve sites: www.brandgrens.nl en www.ovmrotterdam.nl . De eerste site gaat vooral over het Bombardement van 14 mei 1940, en tot hoever de brand heeft gewoed. Daarbij vielen er rond de 850 doden en werden circa 30.000 panden verwoest, waarbij rond de 80.000 mensen dakloos werden. Ter vergelijking: dat waren dus meer daklozen dan Leeuwarden in 1940 aan inwoners had. Ik denk niet dat veel Leeuwarders dat weten. Daarnaast is op deze site ook informatie te vinden over het Vergeten Bombardement van 31 maart 1943 (uitgevoerd door Amerikaanse (!) bommenwerpers) waarbij circa 400 doden bij vielen, en ook over de beruchte razzia van november 1944 (waarbij rond de 50.000 mannen werden opgepakt en afgevoerd), en verder ook over de Hongerwinter (waarbij enkele duizenden doden door vielen, ondanks het weinige voedsel dat vanuit Friesland naar de Randstad werd gestuurd). De tweede site is die van het Oorlogs en Verzets Museum Rotterdam, met - natuurlijk - tentoonstellingen en tijdelijke exposities over Rotterdam gedurende de Mei-oorlog van 1940 en de bezetting gedurende de rest van de oorlog.
Overigens, de film Het Bombardement heb ik nog niet gezien. Maar als ik hem zou zien, denk ik dat ik er veel te kritisch naar zal kijken.
De foto van het volkomen kale centrum is trouwens gemaakt in 1946, nadat alle puin was geruimd en alle nog overeind staande ruines waren gesloopt en verwijderd. Zoals jullie zien, was dat een enorme vlakte. Mijn vader heeft weleens verteld dat je vanaf het stationsplein (voor het huidige Rotterdam CS) helemaal tot aan de rivier kon kijken. Als je nu het station uitloopt, kijk je tegen enorme kantoortorens aan; je waant je bijna in New York. Dat is dus een aanzienlijk, bijna hallucinerend verschil met wat er op deze foto te zien is.
Toen de bekende kunstenaar Zadkine in 1946 onderweg was naar een vriend in Nederland, reed hij per trein over het luchtspoor (de dikke zwarte lijn vanaf de rivier die achter de Sint Laurenskerk langs loopt) dwars door het kale centrum. Dat kale centrum maakte op hem zo'n verpletterende indruk, dat het - toen hij in 1953 de opdracht kreeg - hem inspireerde tot het bekende standbeeld Stad zonder Hart. Dat standbeeld is te zien op de foto hieronder, die ik in september 2009 heb gemaakt.
Op 14 mei vindt in Rotterdam zoals gebruikelijk, weer de herdenking plaats van het Duitse Bombardement op de binnenstad van Rotterdam 73 jaar geleden. Daar verwees ik al naar in mijn blogstukje van 1 mei 2013 over mijn lange weekend in Rotterdam halverwege april. Sommige lezers waren nogal onder de indruk van dat blogstukje.
Voor meer informatie over het Bombardement van 14 mei 1940 en Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog, zijn dit twee interessante en informatieve sites: www.brandgrens.nl en www.ovmrotterdam.nl . De eerste site gaat vooral over het Bombardement van 14 mei 1940, en tot hoever de brand heeft gewoed. Daarbij vielen er rond de 850 doden en werden circa 30.000 panden verwoest, waarbij rond de 80.000 mensen dakloos werden. Ter vergelijking: dat waren dus meer daklozen dan Leeuwarden in 1940 aan inwoners had. Ik denk niet dat veel Leeuwarders dat weten. Daarnaast is op deze site ook informatie te vinden over het Vergeten Bombardement van 31 maart 1943 (uitgevoerd door Amerikaanse (!) bommenwerpers) waarbij circa 400 doden bij vielen, en ook over de beruchte razzia van november 1944 (waarbij rond de 50.000 mannen werden opgepakt en afgevoerd), en verder ook over de Hongerwinter (waarbij enkele duizenden doden door vielen, ondanks het weinige voedsel dat vanuit Friesland naar de Randstad werd gestuurd). De tweede site is die van het Oorlogs en Verzets Museum Rotterdam, met - natuurlijk - tentoonstellingen en tijdelijke exposities over Rotterdam gedurende de Mei-oorlog van 1940 en de bezetting gedurende de rest van de oorlog.
Overigens, de film Het Bombardement heb ik nog niet gezien. Maar als ik hem zou zien, denk ik dat ik er veel te kritisch naar zal kijken.
De foto van het volkomen kale centrum is trouwens gemaakt in 1946, nadat alle puin was geruimd en alle nog overeind staande ruines waren gesloopt en verwijderd. Zoals jullie zien, was dat een enorme vlakte. Mijn vader heeft weleens verteld dat je vanaf het stationsplein (voor het huidige Rotterdam CS) helemaal tot aan de rivier kon kijken. Als je nu het station uitloopt, kijk je tegen enorme kantoortorens aan; je waant je bijna in New York. Dat is dus een aanzienlijk, bijna hallucinerend verschil met wat er op deze foto te zien is.
Toen de bekende kunstenaar Zadkine in 1946 onderweg was naar een vriend in Nederland, reed hij per trein over het luchtspoor (de dikke zwarte lijn vanaf de rivier die achter de Sint Laurenskerk langs loopt) dwars door het kale centrum. Dat kale centrum maakte op hem zo'n verpletterende indruk, dat het - toen hij in 1953 de opdracht kreeg - hem inspireerde tot het bekende standbeeld Stad zonder Hart. Dat standbeeld is te zien op de foto hieronder, die ik in september 2009 heb gemaakt.
zondag 12 mei 2013
Langs de spoorlijn van Leeuwarden naar Groningen staat de Hilmahuister molen
Hallo bloglezers,
Al meer dan 15 jaar reis ik zeer regelmatig naar Groningen. Dat is al gauw zo'n een a twee keer, soms drie keer per week. Onderweg, tussen Buitenpost en Grijpskerk, zie ik dan altijd vanuit de trein (aan de noordkant van de spoorlijn) de Hilmahuister molen staan. Hij is daar in 1868 gebouwd om de polder zuidelijk van het dorp Visvliet droog te malen. In 1956 is er een motor in het gebouw geplaatst. Maar in 2005 is de hele molen grondig gerestaureerd en is de motor verwijderd. Deze informatie heb ik trouwens gevonden in de Wikipedia. Ik sta er soms versteld van hoeveel wetenswaardigheden je daarin kunt vinden.
Afgelopen 22 januari 2013 reed ik er weer langs per trein. Toen heb ik de eerste foto die hieronder staat, gemaakt. Op 23 maart nam ik de tweede foto. Toen was de sneeuw gesmolten, al zie je in de sloot nog achtergebleven ijsranden zitten. Alleen ziet het gras er nog geel uit. En op 27 april nam ik de derde foto; toen was het gras vers en groen, stak het gele riet zichtbaar af tegen het groene gras, en was de lucht zomers blauw met wat wolken.
Het is helaas aan de foto's te zien dat ik ze vanuit de rijdende trein heb genomen. Want het riet en de paar boompjes op de voorgrond zijn door de rijsnelheid van de trein vervaagd. En soms is een weerspiegeling in de ruit evenmin te vermijden. Het zij zo. Maar ik wilde jullie deze tijdsprong-foto's niet onthouden.
Al meer dan 15 jaar reis ik zeer regelmatig naar Groningen. Dat is al gauw zo'n een a twee keer, soms drie keer per week. Onderweg, tussen Buitenpost en Grijpskerk, zie ik dan altijd vanuit de trein (aan de noordkant van de spoorlijn) de Hilmahuister molen staan. Hij is daar in 1868 gebouwd om de polder zuidelijk van het dorp Visvliet droog te malen. In 1956 is er een motor in het gebouw geplaatst. Maar in 2005 is de hele molen grondig gerestaureerd en is de motor verwijderd. Deze informatie heb ik trouwens gevonden in de Wikipedia. Ik sta er soms versteld van hoeveel wetenswaardigheden je daarin kunt vinden.
Afgelopen 22 januari 2013 reed ik er weer langs per trein. Toen heb ik de eerste foto die hieronder staat, gemaakt. Op 23 maart nam ik de tweede foto. Toen was de sneeuw gesmolten, al zie je in de sloot nog achtergebleven ijsranden zitten. Alleen ziet het gras er nog geel uit. En op 27 april nam ik de derde foto; toen was het gras vers en groen, stak het gele riet zichtbaar af tegen het groene gras, en was de lucht zomers blauw met wat wolken.
Het is helaas aan de foto's te zien dat ik ze vanuit de rijdende trein heb genomen. Want het riet en de paar boompjes op de voorgrond zijn door de rijsnelheid van de trein vervaagd. En soms is een weerspiegeling in de ruit evenmin te vermijden. Het zij zo. Maar ik wilde jullie deze tijdsprong-foto's niet onthouden.
woensdag 1 mei 2013
Lang weekend in Rotterdam
Hallo ge-interesseerde bloglezers,
Van het kleine gehucht naar de grote stad. Een week na mijn fietstocht naar Tsjerkebuorren, reisde ik per trein naar Rotterdam voor een lang weekend aldaar. Diezelfde vrijdagmiddag dat ik aankwam in het tweede huisje van mijn ouders in Rotterdam-Zuid, haalde ik natuurlijk boodschappen en daarna maakte ik een klein ritje per tram naar de Breeplein. Dat kruispunt - ook op Zuid - ken ik al tientallen jaren lang. In de jaren 70 stapte ik daar vaak met mijn grootouders op de bus naar Papendrecht, waar mijn oom en tante wonen. Maar deze keer liet ik het bij een rondwandeling op dit verkeersknooppunt. Daar staan tegenover elkaar twee kerken. De ene is een Rooms-Katholieke kerk. De andere een Gereformeerde kerk uit 1931. Die laatste had mijn bijzondere interesse. En die is dan ook te zien op foto 1 hier onderaan dit blogbericht. In dat kerkgebouw zijn tijdens de mei-dagen van 1940 de patienten van het Zuiderziekenhuis ondergebracht. Het Zuiderziekenhuis lag toen namelijk te dicht bij de frontlinie. Er werd hevig gevochten om het vliegveld Waalhaven. De Duitsers veroverden het met behulp van parachutisten, waarna de Nederlanders regelmatig mislukte bombardementsmissies uitvoerden en later met kanonnen vanuit het Kralingse bos het vliegveld bestookten. Onderwijl rukten Duitse soldaten op door de woonwijken naar de Maasbruggen, met als gevolg hier en daar straatgevechten; vooral op het Afrikaanderplein werd hevig gevochten en fel heen en weer geschoten. Daarom waren de patienten uit het Zuiderziekenhuis weggehaald en ondergebracht in de Breepleinkerk. En daarom was er op de voorgevel een wit kruis geschilderd met ernaast het woord HOSPITAAL. De verf is vervaagd, maar de vlag en het woord zie je nog steeds. Dat zie je op foto 2. Maar dat was niet alles. Vanaf 1942 hebben er twee Joodse gezinnen in deze kerk ondergedoken gezeten. Zij hebben de oorlog wel overleefd, al had dat aan het eind van de oorlog maar een haartje gescheeld. In april 1945 voerden de Duitsers onverwachts een overval op de kerk uit omdat ze op zoek waren naar wapens van het verzet. Die werden niet gevonden en dus vertrokken de Duitsers weer, zonder te weten dat er ook Joden in twee kamertjes achter het orgel verstopt zaten. Meer hierover kunt u nalezen in het Rotterdams Jaarboekje van 2008.
De volgende dag ging ik naar een bijeenkomst van de Nederlandse Genealogische Vereniging afdeling Rotterdam. Daar was het me dit weekend om te doen geweest. Na de ledenvergadering hield een medewerkster van het Centraal Bureau voor Genealogie een lezing met als thema, dat nog lang niet alles te vinden is op internet, en dat er in vele archieven zelfs nog een heleboel onbekende documenten en archiefstukken verborgen liggen. Dat demonstreerde ze aan de hand van enkele voorbeelden van verschillende archiefdiensten verspreid over het hele land. Heel interessant. Overigens was dit al mijn tweede keer op een bijeenkomst van deze NGV-afdeling. Op 8 februari 2012 blogde ik al over mijn eerste keer bij de NGV afdeling Rotterdam.
Na afloop nam ik de tram naar het Wilhelminaplein. Van daar af heb je een mooi uitzicht op de rivier de Nieuwe Maas, het Noorder Eiland en de Erasmusbrug. Eerst maakte ik een kleine wandeling naar het monument genaamd Loods 24. Dat bestaat uit een stukje betonmuur, zoals te zien is op foto 3. Juist in de week voorafgaand aan mijn weekend in Rotterdam, was het monument uitgebreid met een monument voor de Joodse kinderen die via Loods 24 naar de KZ-Lagers zijn afgevoerd. Daarvan is juist een stukje op de foto te zien. Er lagen opvallend veel steentjes op en onder dit monument, bestaand uit een langgerekt paneel met daarop alle namen van alle kinderen met hun leeftijden. Aangrijpend. Het muurtje zelf is het laatste overgebleven stukje muur dat hier om het haventerrein stond. Op dat terrein, achter die muur stonden diverse loodsen, waaronder Loods 24. Dat was de loods waar de Joden uit Rotterdam en de wijde omgeving zich moesten melden voor transport naar Westerbork, en verder ... Het was heel geniepig, want dit haventerrein lag ver van alle woonwijken af, zodat geen enkele brave burger kon zien wat de Duitsers daar uitvraten met die Joden.
Hierna wandelde ik de Wilhelminapier op naar Hotel New York om daar eens lekker te dineren. Dat pand was vroeger het kantoor van de Holland Amerika Lijn (= HAL). In dit kantoorpand, op de begane grond, aan de Rijnhavenkant, werkte vroeger mijn opa. Op foto 4 ziet u het vroegere HAL-kantoor temidden van de moderne woon- en kantoor-torens. Wat zal wijlen mijn opa verbaasd zijn als hij even kon zien hoe de Wilhelminapier er nu uit ziet. Over de HAL blogde ik al eerder, namelijk op 24 maart 2013, over de tentoonstelling over de de Nederlanders aan boord van de Titanic, in het Noordelijk Scheepvaartmuseum te Groningen. En inderdaad, hier was ook de kade waar (aan de Nieuw Maas-kant) de Statendam III lag, toen de oorlog op 10 mei 1940 uitbrak. Daarover vertelde ik ook in mijn blogbericht over de Titanic. Naast het hotel, zit er ook een restaurant in. Daar was het zoals gebruikelijk zeer, zeer druk. Dat was het 20 jaar geleden ook al, toen het hotel-restaurant net was geopend. Het blijft een enorme magneet voor bezoekers. Je hebt van hier af een spectaculair weids uitzicht over de rivier en de stad op de noordoever.
Nadat ik mijn maaltijd op had, rekende ik af en wandelde weer terug. Vervolgens sloeg ik linksaf en wandelde over de Erasmusbrug naar de noordoever. Onderwijl maakte ik een paar foto's van de Wilhelminakade vanaf de brug. Daar lag een opvallend nieuw baggerschip van het baggerbedrijf Van Oord, genaamd Artemis. Dat is te zien op foto 5. Op de noordoever van de Nieuwe Maas gekomen, liep ik naar het monument voor de gevallenen ter zee, de Boeg, dat te zien is op foto 6. In mijn blogstukje over premier De Geer van 11 januari 2013 vertelde ik al over de circa 850 vrachtschepen die in mei 1940 buitengaats waren en door de regering in Ballingschap te Londen onder de krijgstucht werden geplaatst. Uiteindelijk zijn er rond de 500 schepen getorpedeerd of op mijnen gevaren of op andere wijze door oorlogsgeweld verloren gegaan. En van de circa 18.500 man zijn er rond de 3600 bij de uitoefening van hun taak ter zee gesneuveld. Ex-premier De Geer zat in Londen, maar deserteerde en keerde terug naar Nederland. Maar desertie hoorden die zeelui niet in hun hoofd te halen. Dan konden ze op een zware straf rekenen. Daarom is de desertie van De Geer niet uit te leggen, laat staan goed te praten.
Inderdaad, je komt de Tweede Wereldoorlog regelmatig tegen in Rotterdam. Op wat voor manier dan ook. De stad is er zwaar door geraakt, en niet alleen door dat ene bombardement dat op de komende 14 mei weer zal worden herdacht. En ook niet alleen door de strijd om de Maasbruggen, waarover ik al vaker heb geblogd, onder andere op 13 mei 2012 en 24 december 2011. Hierna nam ik de tram terug naar huis.
Op de derde dag nam ik vanaf het NS-station Rotterdam-Lombardijen de trein naar Zwijndrecht. Het was ook de dag van de Marathon van Rotterdam. Ik zag de renners door de tunnel onder station Lombardijen lopen, met veel belangstellenden langs de kant van de weg, die de hardlopers aanmoedigden. Achteraf heb ik gehoord dat een collega van mijn werk eraan heeft meegedaan. Maar de Marathon had mijn belangstelling niet. Zwijndrecht had op deze dag mijn belangstelling. Het is een groot en belangrijk dorp een eind zuidelijk van Rotterdam, gelegen aan de rivier de Oude Maas, recht tegenover Dordrecht. Eeuwenlang had je in Zwijndrecht de grote tuinderijen. Om die reden was Zwijndrecht bekend als de moestuin voor Dordrecht, en Rotterdam. Eind 19-e eeuw kwam daar industriele bedrijvigheid bij, zoals onder andere de rijstpellerij Euryza, de fabriek van margarineproducent Van den Bergh en Jurgens (nu: Unilever), het sleepbootbedrijf Broedertrouw, en nog een hele reeks bedrijven en fabrieken. In Zwijndrecht aangekomen, wandelde ik eerst langs de waterkant om te genieten van het uitzicht over de rivier de Oude Maas, met aan de overkant Dordrecht met de Grote kerk met zijn markante toren, de grote spoorbrug, en de laat-Middeleeuwse Groothoofdpoort. Op foto 7 ziet u het weidse uitzicht over de Oude Maas, met in de verte de grote spoorbrug en helemaal links de Grote Kerk van Dordrecht. In die Grote Kerk in Dordrecht is 4 jaar geleden een tentoonstelling geweest over de roemruchte kerkhervormer Johannes Calvijn. Daar ben ik toen naar toe geweest. Het was in 2009 namelijk precies 500 jaar geleden dat hij was geboren in Noyon in Noord-Frankrijk. Nadat ik toen de tentoonstelling had bekeken, liep ik over de Dordtse oever van deze zelfde rivier met uitzicht op Zwijndrecht. Nu, in 2013, wandelde ik aan de Zwijndrechtse kant. Daarna liep ik naar het museum De Vergulde Swaen. Dat pand ziet u op foto 8. Daarop ziet u links het geheel witgeschilderde pand dat onder aan de dijk staat, en ooit een herberg was geweest. Als je de dijk overstak, kwam je vroeger bij de Veerhaven uit, waar je met de veerpont naar Dordrecht kon oversteken. De Vergulde Swaen is een interessant museum, beter te omschrijven als een oudheidkamer waarin allerlei spullen van boeren, burgers en plaatselijke bedrijven uit de Zwijndrechtse Waard tentoongesteld staan. Meer over dit museum en regionale geschiedenis is te vinden op de site www.swaen.org . Nadat ik in dat museum was uitgekeken, wandelde ik verder rond in het dorp, bekeek de Oude Kerk die uit de 17-e eeuw stamde en in later eeuwen opvallend was uitgebreid, en wandelde langs het opvallende Gemeentehuis (gebouwd in 1933) terug naar het station.
Op de vierde dag nam ik de trein terug naar huis, naar Leeuwarden. Wat is Leeuwarden dan een kleine stad, vergeleken met de agglomeratie Rotterdam.
Van het kleine gehucht naar de grote stad. Een week na mijn fietstocht naar Tsjerkebuorren, reisde ik per trein naar Rotterdam voor een lang weekend aldaar. Diezelfde vrijdagmiddag dat ik aankwam in het tweede huisje van mijn ouders in Rotterdam-Zuid, haalde ik natuurlijk boodschappen en daarna maakte ik een klein ritje per tram naar de Breeplein. Dat kruispunt - ook op Zuid - ken ik al tientallen jaren lang. In de jaren 70 stapte ik daar vaak met mijn grootouders op de bus naar Papendrecht, waar mijn oom en tante wonen. Maar deze keer liet ik het bij een rondwandeling op dit verkeersknooppunt. Daar staan tegenover elkaar twee kerken. De ene is een Rooms-Katholieke kerk. De andere een Gereformeerde kerk uit 1931. Die laatste had mijn bijzondere interesse. En die is dan ook te zien op foto 1 hier onderaan dit blogbericht. In dat kerkgebouw zijn tijdens de mei-dagen van 1940 de patienten van het Zuiderziekenhuis ondergebracht. Het Zuiderziekenhuis lag toen namelijk te dicht bij de frontlinie. Er werd hevig gevochten om het vliegveld Waalhaven. De Duitsers veroverden het met behulp van parachutisten, waarna de Nederlanders regelmatig mislukte bombardementsmissies uitvoerden en later met kanonnen vanuit het Kralingse bos het vliegveld bestookten. Onderwijl rukten Duitse soldaten op door de woonwijken naar de Maasbruggen, met als gevolg hier en daar straatgevechten; vooral op het Afrikaanderplein werd hevig gevochten en fel heen en weer geschoten. Daarom waren de patienten uit het Zuiderziekenhuis weggehaald en ondergebracht in de Breepleinkerk. En daarom was er op de voorgevel een wit kruis geschilderd met ernaast het woord HOSPITAAL. De verf is vervaagd, maar de vlag en het woord zie je nog steeds. Dat zie je op foto 2. Maar dat was niet alles. Vanaf 1942 hebben er twee Joodse gezinnen in deze kerk ondergedoken gezeten. Zij hebben de oorlog wel overleefd, al had dat aan het eind van de oorlog maar een haartje gescheeld. In april 1945 voerden de Duitsers onverwachts een overval op de kerk uit omdat ze op zoek waren naar wapens van het verzet. Die werden niet gevonden en dus vertrokken de Duitsers weer, zonder te weten dat er ook Joden in twee kamertjes achter het orgel verstopt zaten. Meer hierover kunt u nalezen in het Rotterdams Jaarboekje van 2008.
De volgende dag ging ik naar een bijeenkomst van de Nederlandse Genealogische Vereniging afdeling Rotterdam. Daar was het me dit weekend om te doen geweest. Na de ledenvergadering hield een medewerkster van het Centraal Bureau voor Genealogie een lezing met als thema, dat nog lang niet alles te vinden is op internet, en dat er in vele archieven zelfs nog een heleboel onbekende documenten en archiefstukken verborgen liggen. Dat demonstreerde ze aan de hand van enkele voorbeelden van verschillende archiefdiensten verspreid over het hele land. Heel interessant. Overigens was dit al mijn tweede keer op een bijeenkomst van deze NGV-afdeling. Op 8 februari 2012 blogde ik al over mijn eerste keer bij de NGV afdeling Rotterdam.
Na afloop nam ik de tram naar het Wilhelminaplein. Van daar af heb je een mooi uitzicht op de rivier de Nieuwe Maas, het Noorder Eiland en de Erasmusbrug. Eerst maakte ik een kleine wandeling naar het monument genaamd Loods 24. Dat bestaat uit een stukje betonmuur, zoals te zien is op foto 3. Juist in de week voorafgaand aan mijn weekend in Rotterdam, was het monument uitgebreid met een monument voor de Joodse kinderen die via Loods 24 naar de KZ-Lagers zijn afgevoerd. Daarvan is juist een stukje op de foto te zien. Er lagen opvallend veel steentjes op en onder dit monument, bestaand uit een langgerekt paneel met daarop alle namen van alle kinderen met hun leeftijden. Aangrijpend. Het muurtje zelf is het laatste overgebleven stukje muur dat hier om het haventerrein stond. Op dat terrein, achter die muur stonden diverse loodsen, waaronder Loods 24. Dat was de loods waar de Joden uit Rotterdam en de wijde omgeving zich moesten melden voor transport naar Westerbork, en verder ... Het was heel geniepig, want dit haventerrein lag ver van alle woonwijken af, zodat geen enkele brave burger kon zien wat de Duitsers daar uitvraten met die Joden.
Hierna wandelde ik de Wilhelminapier op naar Hotel New York om daar eens lekker te dineren. Dat pand was vroeger het kantoor van de Holland Amerika Lijn (= HAL). In dit kantoorpand, op de begane grond, aan de Rijnhavenkant, werkte vroeger mijn opa. Op foto 4 ziet u het vroegere HAL-kantoor temidden van de moderne woon- en kantoor-torens. Wat zal wijlen mijn opa verbaasd zijn als hij even kon zien hoe de Wilhelminapier er nu uit ziet. Over de HAL blogde ik al eerder, namelijk op 24 maart 2013, over de tentoonstelling over de de Nederlanders aan boord van de Titanic, in het Noordelijk Scheepvaartmuseum te Groningen. En inderdaad, hier was ook de kade waar (aan de Nieuw Maas-kant) de Statendam III lag, toen de oorlog op 10 mei 1940 uitbrak. Daarover vertelde ik ook in mijn blogbericht over de Titanic. Naast het hotel, zit er ook een restaurant in. Daar was het zoals gebruikelijk zeer, zeer druk. Dat was het 20 jaar geleden ook al, toen het hotel-restaurant net was geopend. Het blijft een enorme magneet voor bezoekers. Je hebt van hier af een spectaculair weids uitzicht over de rivier en de stad op de noordoever.
Nadat ik mijn maaltijd op had, rekende ik af en wandelde weer terug. Vervolgens sloeg ik linksaf en wandelde over de Erasmusbrug naar de noordoever. Onderwijl maakte ik een paar foto's van de Wilhelminakade vanaf de brug. Daar lag een opvallend nieuw baggerschip van het baggerbedrijf Van Oord, genaamd Artemis. Dat is te zien op foto 5. Op de noordoever van de Nieuwe Maas gekomen, liep ik naar het monument voor de gevallenen ter zee, de Boeg, dat te zien is op foto 6. In mijn blogstukje over premier De Geer van 11 januari 2013 vertelde ik al over de circa 850 vrachtschepen die in mei 1940 buitengaats waren en door de regering in Ballingschap te Londen onder de krijgstucht werden geplaatst. Uiteindelijk zijn er rond de 500 schepen getorpedeerd of op mijnen gevaren of op andere wijze door oorlogsgeweld verloren gegaan. En van de circa 18.500 man zijn er rond de 3600 bij de uitoefening van hun taak ter zee gesneuveld. Ex-premier De Geer zat in Londen, maar deserteerde en keerde terug naar Nederland. Maar desertie hoorden die zeelui niet in hun hoofd te halen. Dan konden ze op een zware straf rekenen. Daarom is de desertie van De Geer niet uit te leggen, laat staan goed te praten.
Inderdaad, je komt de Tweede Wereldoorlog regelmatig tegen in Rotterdam. Op wat voor manier dan ook. De stad is er zwaar door geraakt, en niet alleen door dat ene bombardement dat op de komende 14 mei weer zal worden herdacht. En ook niet alleen door de strijd om de Maasbruggen, waarover ik al vaker heb geblogd, onder andere op 13 mei 2012 en 24 december 2011. Hierna nam ik de tram terug naar huis.
Op de derde dag nam ik vanaf het NS-station Rotterdam-Lombardijen de trein naar Zwijndrecht. Het was ook de dag van de Marathon van Rotterdam. Ik zag de renners door de tunnel onder station Lombardijen lopen, met veel belangstellenden langs de kant van de weg, die de hardlopers aanmoedigden. Achteraf heb ik gehoord dat een collega van mijn werk eraan heeft meegedaan. Maar de Marathon had mijn belangstelling niet. Zwijndrecht had op deze dag mijn belangstelling. Het is een groot en belangrijk dorp een eind zuidelijk van Rotterdam, gelegen aan de rivier de Oude Maas, recht tegenover Dordrecht. Eeuwenlang had je in Zwijndrecht de grote tuinderijen. Om die reden was Zwijndrecht bekend als de moestuin voor Dordrecht, en Rotterdam. Eind 19-e eeuw kwam daar industriele bedrijvigheid bij, zoals onder andere de rijstpellerij Euryza, de fabriek van margarineproducent Van den Bergh en Jurgens (nu: Unilever), het sleepbootbedrijf Broedertrouw, en nog een hele reeks bedrijven en fabrieken. In Zwijndrecht aangekomen, wandelde ik eerst langs de waterkant om te genieten van het uitzicht over de rivier de Oude Maas, met aan de overkant Dordrecht met de Grote kerk met zijn markante toren, de grote spoorbrug, en de laat-Middeleeuwse Groothoofdpoort. Op foto 7 ziet u het weidse uitzicht over de Oude Maas, met in de verte de grote spoorbrug en helemaal links de Grote Kerk van Dordrecht. In die Grote Kerk in Dordrecht is 4 jaar geleden een tentoonstelling geweest over de roemruchte kerkhervormer Johannes Calvijn. Daar ben ik toen naar toe geweest. Het was in 2009 namelijk precies 500 jaar geleden dat hij was geboren in Noyon in Noord-Frankrijk. Nadat ik toen de tentoonstelling had bekeken, liep ik over de Dordtse oever van deze zelfde rivier met uitzicht op Zwijndrecht. Nu, in 2013, wandelde ik aan de Zwijndrechtse kant. Daarna liep ik naar het museum De Vergulde Swaen. Dat pand ziet u op foto 8. Daarop ziet u links het geheel witgeschilderde pand dat onder aan de dijk staat, en ooit een herberg was geweest. Als je de dijk overstak, kwam je vroeger bij de Veerhaven uit, waar je met de veerpont naar Dordrecht kon oversteken. De Vergulde Swaen is een interessant museum, beter te omschrijven als een oudheidkamer waarin allerlei spullen van boeren, burgers en plaatselijke bedrijven uit de Zwijndrechtse Waard tentoongesteld staan. Meer over dit museum en regionale geschiedenis is te vinden op de site www.swaen.org . Nadat ik in dat museum was uitgekeken, wandelde ik verder rond in het dorp, bekeek de Oude Kerk die uit de 17-e eeuw stamde en in later eeuwen opvallend was uitgebreid, en wandelde langs het opvallende Gemeentehuis (gebouwd in 1933) terug naar het station.
Op de vierde dag nam ik de trein terug naar huis, naar Leeuwarden. Wat is Leeuwarden dan een kleine stad, vergeleken met de agglomeratie Rotterdam.
zaterdag 20 april 2013
Fietstocht naar Tsjerkebuorren
Hallo ge-interesseerde bloglezers,
Het is alweer twee weken geleden dat ik een fietstocht vanuit Leeuwarden naar het gehucht Tsjerkebuorren heb gemaakt. Het was die dag prachtig zonnig weer met een lichte wind. Ik ben vanuit Leeuwarden langs Werpsterhoek (waar hard wordt gewerkt aan de Haak om Leeuwarden, zoals te zien is op foto 1), Weidum (o.a. bekend om zijn grote windmotor oostelijk van het dorp, die te zien is op foto 2), Jorwerd (bekend gemaakt door het boek van Geert Mak "hoe god verdween uit Jorwerd"), en Mantgum, naar het gehucht Tsjerkebuorren gefietst. Dit gehucht ligt tussen Mantgum en Oosterwierum aan een doodlopende zijweg. Het bestaat uit het restant van een grotendeels afgegraven terp met daarop een eenzame kerktoren midden op een begraafplaats, omringd door enkele boerderijen. Dat is te zien op foto 3. Ooit stond er een 12-e eeuwse kerk op de grote terp, maar die is in 1903 afgebroken. Eigenlijk zonde. Alleen de toren is blijven staan. Ik had die toren de afgelopen paar jaren al vaker gezien vanuit de trein, als ik de afgelopen jaren weer eens een dagtocht maakte naar Sneek, Workum, Hindeloopen of Stavoren. Het leek me wel een fascinerende lokatie voor een paar opvallende sfeerfoto's. Dat zijn de foto's 4, 5, 6 en 7 die ik hieronder heb bijgevoegd.
Het is alweer twee weken geleden dat ik een fietstocht vanuit Leeuwarden naar het gehucht Tsjerkebuorren heb gemaakt. Het was die dag prachtig zonnig weer met een lichte wind. Ik ben vanuit Leeuwarden langs Werpsterhoek (waar hard wordt gewerkt aan de Haak om Leeuwarden, zoals te zien is op foto 1), Weidum (o.a. bekend om zijn grote windmotor oostelijk van het dorp, die te zien is op foto 2), Jorwerd (bekend gemaakt door het boek van Geert Mak "hoe god verdween uit Jorwerd"), en Mantgum, naar het gehucht Tsjerkebuorren gefietst. Dit gehucht ligt tussen Mantgum en Oosterwierum aan een doodlopende zijweg. Het bestaat uit het restant van een grotendeels afgegraven terp met daarop een eenzame kerktoren midden op een begraafplaats, omringd door enkele boerderijen. Dat is te zien op foto 3. Ooit stond er een 12-e eeuwse kerk op de grote terp, maar die is in 1903 afgebroken. Eigenlijk zonde. Alleen de toren is blijven staan. Ik had die toren de afgelopen paar jaren al vaker gezien vanuit de trein, als ik de afgelopen jaren weer eens een dagtocht maakte naar Sneek, Workum, Hindeloopen of Stavoren. Het leek me wel een fascinerende lokatie voor een paar opvallende sfeerfoto's. Dat zijn de foto's 4, 5, 6 en 7 die ik hieronder heb bijgevoegd.
zondag 24 maart 2013
Titanic-tentoonstelling in Groningen
Hallo ge-interesseerde bloglezers,
In Februari 2013 ben ik in Groningen naar het Noordelijk Scheepvaartmuseum geweest. Daar was een tentoonstelling over Nederlanders aan boord van de Titanic. Onder aan dit blogbericht ziet u op foto 1 de hoofdingang van het scheepvaartmuseum. Helaas, jammer voor de ge-interesseerden: de tentoonstelling is nu (eind maart 2013) al lang afgelopen. Desondanks wil ik er toch even een blogstukje aan wijden.
Het verhaal over het reusachtige passagiersschip de Titanic van de White Star Line is algemeen bekend: het 269 meter lange, luxueus ingerichte schip begon op 10 april 1912 aan haar maidenvoyage en voer gelijk al op 14 april 1912 tegen een ijsberg aan en zonk, waarbij circa 1500 opvarenden verdronken in het ijzig koude water van de Atlantische oceaan. Deze ramp vormde de inspiratie voor een tiental films waaronder: A Night to remember, uit 1958 dat gebaseerd is op het boek van Walter Lord, en: Titanic, de bekende film van James Cameron uit 1997. Wat tientallen jaren lang minder bekend was, was dat er 3 Nederlanders aan boord waren. Ze zijn alledrie omgekomen.
Om te beginnen was dat de zo goed als onbekende Wessel van der Brugge. Hij was in 1873 geboren te Delfshaven en werkte als stoker onder in het schip in het ketelruim. Niet bepaald fris en licht werk. Eerder zwaar en smerig: steenkolen scheppen en in de stookketels van de stoommachines van de Titanic werpen. En waarschijnlijk nog onderbetaald werk ook. Desondanks is het wel cruciaal belangrijk werk. Zonder stokers en machinisten kan geen enkel stoomschip varen. Zijn zuster woonde in Amsterdam en wist absoluut niet waar haar broer ergens in de wereld rondhing. Pas een half jaar na de ondergang van de Titanic kreeg ze plotseling de politie aan de deur die het haar meedeelde. Wat zal ze verbijsterd zijn geweest. Over hem was op de tentoonstelling eigenlijk niet veel te zien. Hoogstens was er een (waarschijnlijke) kinderfoto van hem te zien, en was er een simpele reconstructie gemaakt van de werkruimte onder in het schip met de stookketels en stoommachines.
De tweede was Hendrik ( Hennie) Bolhuis. Hij was kok aan boord van de Titanic en was geboren in 1884 in Wittewierum, een dorp in de provincie Groningen. Zijn ouders waren in 1888 naar Groningen-stad verhuisd. Hij werd kok en werkte in verscheidene restaurants in Europa. Hij leidde een zwierig en avontuurlijk leven. In 1912 besloot hij als kok aan te monsteren op de Titanic. Hij besloot zijn reiskoffer in Southsampton achter te laten. Die zou hij op de reis terug wel ophalen. Zoals bekend, is dat nooit gebeurd. Die is achteraf naar zijn broer in Groningen teruggestuurd. Zijn reiskoffer was op deze tentoonstelling te zien, tesamen met zijn wandelstok (zie foto 3) evenals zijn kookboek en enkele portretfoto's van hem. Verder was er een (wel erg gestileerde) gereconstrueerde scheepskeuken te zien, waarop zijn kookboek onder een rechthoekig glaskoepeltje lag (zie foto 2). Pas na zo'n 3 maanden kreeg zijn broer in Groningen-stad te horen dat Hennie Bolhuis was omgekomen bij de ondergang van de Titanic. Curieus is dat ik op mijn werk bij de Bibliotheekservice Fryslan een collega op de afdeling ICT heb die ook Bolhuis heet. Zeer waarschijnlijk is hij familie van de kok van de Titanic.
De derde Nederlander is voor mij extra interessant. Dat was Jonkheer Johan George Reuchlin, die als eerste klas-passagier aan boord was, ongetwijfeld op uitnodiging van de heer Bruce Ismay (1862-1937), de directeur van de White Star Line. Reuchlin was namelijk directeur van de Holland Amerika Lijn (=HAL) en in die zin de concurrent van de White Star Line. Reuchlin was in 1874 geboren te Rotterdam.
De directie van de Holland Amerika Lijn had ook belangstelling voor grote en nieuwe passagiersschepen. Daarom was hij aan boord om te zien hoe het er allemaal aan boord uitzag en hoe alles was geregeld. De Titanic was namelijk een geheel nieuw type passagiersschip van een geheel nieuwe superklasse. En de HAL had wel belangstelling om ook zo'n schip te laten bouwen en in de vaart te nemen. Op deze tentoonstelling was zo'n eersteklas hut gereconstrueerd (zie foto 4). Heel curieus was dat voor een aantal eersteklas hutten aan boord van de Titanic het meubilair was gemaakt in de meubelfabriek van Mutters, gevestigd in Den Haag, zoals dus op foto 4 is te zien. Mutters had al eerder diverse HAL-schepen ingericht en gemeubileerd.
Ook de heer Reuchlin is omgekomen bij de ramp met de Titanic. Dit in tegenstelling tot Bruce Ismay, de directeur van de White Star Line. Die had dus na afloop van de ramp wat uit te leggen. Achteraf bleek ook nog dat door een beslissing van hem de Titanic veel te weinig reddingsboten had, waardoor er meer dan 1500 doden waren te betreuren.
Duurde het met de beide andere Nederlanders maanden voor hun familie was opgespoord en op de hoogte was gebracht, in het geval van Reuchlin was zijn weduwe binnen een week al op de hoogte gebracht. Daaraan merk je duidelijk het toenmalige klasseverschil.
Ik heb na mijn bezoek aan de tentoonstelling in het Scheepvaartmuseum in Groningen eens op internet gezocht en een paar documentairefilmpjes gevonden waarin een zekere George Reuchlin voorkwam. Hij was de kleinzoon van de verdronken HAL-directeur. Voordat deze tentoonstelling in het Noordelijk Scheepvaartmuseum in Groningen werd gehouden, was die al gedurende de zomer van 2012 in het Maritiem Museum te Rotterdam te bekijken geweest. Daar had Omroep Rijnmond toen een korte documentaire gefilmd, terwijl George Reuchlin rondliep op de tentoonstelling en het een en ander vertelde over de ramp met de Titanic, de HAL, en zijn omgekomen grootvader.
Ondanks de ramp met de Titanic, en ondanks dat hun directeur daarbij was verdronken, bestelde de HAL in 1912 toch een passagiersschip bij de scheepswerf Harland en Wolff, gevestigd te Belfast in Noord-Ierland, waar de Titanic ook was gebouwd. Dat werd de Statendam-II. Er was al eerder een HAL-schip met de naam Statendam geweest, vandaar de Romeinse II. In juli 1914 werd het nieuwe schip te water gelaten en verder afgebouwd. Het meubilair werd natuurlijk gemaakt bij de al eerder genoemde meubelfabriek Mutters in Den Haag. Maar in juli 1916 werd de Statendam-II in beslag genomen door de Britse overheid. Die had het nieuwe schip nodig als troepenschip, vanwege de Eerste Wereldoorlog. Daarom kreeg het een nieuwe naam, de Justicia. In juni 1918 was het schip klaar en begon aan zijn eerste proefvaart. Helaas werd het gelijk getorpedeerd door een Duitse U-boot.
Gelukkig had de HAL schadevergoeding gekregen voor het afstaan van hun spiksplinternieuwe schip. Daarom werd in 1922 een nieuw schip besteld en werd bij Harland en Wolff in Belfast de kiel gelegd voor de Statendam-III. Die werd in 1924 te water gelaten en verder afgebouwd en in 1929 door de HAL in gebruik genomen. Maar helaas, ook dit schip is door oorlogsgeweld verloren gegaan. Op 10 mei 1940 lag de Statendam-III in Rotterdam aan de Wilhelminakade op de zuidoever, toen de Duitsers ons land binnenvielen en Duitse parachutisten rond Rotterdam-Zuid landden. In de loop van die paar dagen oorlog in mei 1940 ontstond er een patstelling rond de Maasbruggen tussen de Nederlanders en de Duitsers. De Duitsers zaten op de Zuidoever van de Nieuwe Maas en de Nederlanders op de Boompjes-kade op de noordoever. Om te voorkomen dat de Duitsers mitrailleurnesten op de Statendam zouden installeren, werd het schip door de Nederlanders vanaf de Boompjes-kade in brand geschoten. Zo ging er weer een HAL-schip door oorlogsgeweld verloren.
Waarom was deze HAL-directeur voor mij extra interessant? Mijn opa van Oorschot heeft bijna 50 jaar lang bij de HAL gewerkt als administrateur. Weliswaar niet op een van de HAL-schepen, maar in het bekende HAL-kantoor op de Wilhelminakade, wat nu Hotel New York is. Of hij het verhaal over de verdronken HAL-directeur heeft gekend, weet ik niet. Ikzelf heb er toen nooit iets over gehoord.
In Februari 2013 ben ik in Groningen naar het Noordelijk Scheepvaartmuseum geweest. Daar was een tentoonstelling over Nederlanders aan boord van de Titanic. Onder aan dit blogbericht ziet u op foto 1 de hoofdingang van het scheepvaartmuseum. Helaas, jammer voor de ge-interesseerden: de tentoonstelling is nu (eind maart 2013) al lang afgelopen. Desondanks wil ik er toch even een blogstukje aan wijden.
Het verhaal over het reusachtige passagiersschip de Titanic van de White Star Line is algemeen bekend: het 269 meter lange, luxueus ingerichte schip begon op 10 april 1912 aan haar maidenvoyage en voer gelijk al op 14 april 1912 tegen een ijsberg aan en zonk, waarbij circa 1500 opvarenden verdronken in het ijzig koude water van de Atlantische oceaan. Deze ramp vormde de inspiratie voor een tiental films waaronder: A Night to remember, uit 1958 dat gebaseerd is op het boek van Walter Lord, en: Titanic, de bekende film van James Cameron uit 1997. Wat tientallen jaren lang minder bekend was, was dat er 3 Nederlanders aan boord waren. Ze zijn alledrie omgekomen.
Om te beginnen was dat de zo goed als onbekende Wessel van der Brugge. Hij was in 1873 geboren te Delfshaven en werkte als stoker onder in het schip in het ketelruim. Niet bepaald fris en licht werk. Eerder zwaar en smerig: steenkolen scheppen en in de stookketels van de stoommachines van de Titanic werpen. En waarschijnlijk nog onderbetaald werk ook. Desondanks is het wel cruciaal belangrijk werk. Zonder stokers en machinisten kan geen enkel stoomschip varen. Zijn zuster woonde in Amsterdam en wist absoluut niet waar haar broer ergens in de wereld rondhing. Pas een half jaar na de ondergang van de Titanic kreeg ze plotseling de politie aan de deur die het haar meedeelde. Wat zal ze verbijsterd zijn geweest. Over hem was op de tentoonstelling eigenlijk niet veel te zien. Hoogstens was er een (waarschijnlijke) kinderfoto van hem te zien, en was er een simpele reconstructie gemaakt van de werkruimte onder in het schip met de stookketels en stoommachines.
De tweede was Hendrik ( Hennie) Bolhuis. Hij was kok aan boord van de Titanic en was geboren in 1884 in Wittewierum, een dorp in de provincie Groningen. Zijn ouders waren in 1888 naar Groningen-stad verhuisd. Hij werd kok en werkte in verscheidene restaurants in Europa. Hij leidde een zwierig en avontuurlijk leven. In 1912 besloot hij als kok aan te monsteren op de Titanic. Hij besloot zijn reiskoffer in Southsampton achter te laten. Die zou hij op de reis terug wel ophalen. Zoals bekend, is dat nooit gebeurd. Die is achteraf naar zijn broer in Groningen teruggestuurd. Zijn reiskoffer was op deze tentoonstelling te zien, tesamen met zijn wandelstok (zie foto 3) evenals zijn kookboek en enkele portretfoto's van hem. Verder was er een (wel erg gestileerde) gereconstrueerde scheepskeuken te zien, waarop zijn kookboek onder een rechthoekig glaskoepeltje lag (zie foto 2). Pas na zo'n 3 maanden kreeg zijn broer in Groningen-stad te horen dat Hennie Bolhuis was omgekomen bij de ondergang van de Titanic. Curieus is dat ik op mijn werk bij de Bibliotheekservice Fryslan een collega op de afdeling ICT heb die ook Bolhuis heet. Zeer waarschijnlijk is hij familie van de kok van de Titanic.
De derde Nederlander is voor mij extra interessant. Dat was Jonkheer Johan George Reuchlin, die als eerste klas-passagier aan boord was, ongetwijfeld op uitnodiging van de heer Bruce Ismay (1862-1937), de directeur van de White Star Line. Reuchlin was namelijk directeur van de Holland Amerika Lijn (=HAL) en in die zin de concurrent van de White Star Line. Reuchlin was in 1874 geboren te Rotterdam.
De directie van de Holland Amerika Lijn had ook belangstelling voor grote en nieuwe passagiersschepen. Daarom was hij aan boord om te zien hoe het er allemaal aan boord uitzag en hoe alles was geregeld. De Titanic was namelijk een geheel nieuw type passagiersschip van een geheel nieuwe superklasse. En de HAL had wel belangstelling om ook zo'n schip te laten bouwen en in de vaart te nemen. Op deze tentoonstelling was zo'n eersteklas hut gereconstrueerd (zie foto 4). Heel curieus was dat voor een aantal eersteklas hutten aan boord van de Titanic het meubilair was gemaakt in de meubelfabriek van Mutters, gevestigd in Den Haag, zoals dus op foto 4 is te zien. Mutters had al eerder diverse HAL-schepen ingericht en gemeubileerd.
Ook de heer Reuchlin is omgekomen bij de ramp met de Titanic. Dit in tegenstelling tot Bruce Ismay, de directeur van de White Star Line. Die had dus na afloop van de ramp wat uit te leggen. Achteraf bleek ook nog dat door een beslissing van hem de Titanic veel te weinig reddingsboten had, waardoor er meer dan 1500 doden waren te betreuren.
Duurde het met de beide andere Nederlanders maanden voor hun familie was opgespoord en op de hoogte was gebracht, in het geval van Reuchlin was zijn weduwe binnen een week al op de hoogte gebracht. Daaraan merk je duidelijk het toenmalige klasseverschil.
Ik heb na mijn bezoek aan de tentoonstelling in het Scheepvaartmuseum in Groningen eens op internet gezocht en een paar documentairefilmpjes gevonden waarin een zekere George Reuchlin voorkwam. Hij was de kleinzoon van de verdronken HAL-directeur. Voordat deze tentoonstelling in het Noordelijk Scheepvaartmuseum in Groningen werd gehouden, was die al gedurende de zomer van 2012 in het Maritiem Museum te Rotterdam te bekijken geweest. Daar had Omroep Rijnmond toen een korte documentaire gefilmd, terwijl George Reuchlin rondliep op de tentoonstelling en het een en ander vertelde over de ramp met de Titanic, de HAL, en zijn omgekomen grootvader.
Ondanks de ramp met de Titanic, en ondanks dat hun directeur daarbij was verdronken, bestelde de HAL in 1912 toch een passagiersschip bij de scheepswerf Harland en Wolff, gevestigd te Belfast in Noord-Ierland, waar de Titanic ook was gebouwd. Dat werd de Statendam-II. Er was al eerder een HAL-schip met de naam Statendam geweest, vandaar de Romeinse II. In juli 1914 werd het nieuwe schip te water gelaten en verder afgebouwd. Het meubilair werd natuurlijk gemaakt bij de al eerder genoemde meubelfabriek Mutters in Den Haag. Maar in juli 1916 werd de Statendam-II in beslag genomen door de Britse overheid. Die had het nieuwe schip nodig als troepenschip, vanwege de Eerste Wereldoorlog. Daarom kreeg het een nieuwe naam, de Justicia. In juni 1918 was het schip klaar en begon aan zijn eerste proefvaart. Helaas werd het gelijk getorpedeerd door een Duitse U-boot.
Gelukkig had de HAL schadevergoeding gekregen voor het afstaan van hun spiksplinternieuwe schip. Daarom werd in 1922 een nieuw schip besteld en werd bij Harland en Wolff in Belfast de kiel gelegd voor de Statendam-III. Die werd in 1924 te water gelaten en verder afgebouwd en in 1929 door de HAL in gebruik genomen. Maar helaas, ook dit schip is door oorlogsgeweld verloren gegaan. Op 10 mei 1940 lag de Statendam-III in Rotterdam aan de Wilhelminakade op de zuidoever, toen de Duitsers ons land binnenvielen en Duitse parachutisten rond Rotterdam-Zuid landden. In de loop van die paar dagen oorlog in mei 1940 ontstond er een patstelling rond de Maasbruggen tussen de Nederlanders en de Duitsers. De Duitsers zaten op de Zuidoever van de Nieuwe Maas en de Nederlanders op de Boompjes-kade op de noordoever. Om te voorkomen dat de Duitsers mitrailleurnesten op de Statendam zouden installeren, werd het schip door de Nederlanders vanaf de Boompjes-kade in brand geschoten. Zo ging er weer een HAL-schip door oorlogsgeweld verloren.
Waarom was deze HAL-directeur voor mij extra interessant? Mijn opa van Oorschot heeft bijna 50 jaar lang bij de HAL gewerkt als administrateur. Weliswaar niet op een van de HAL-schepen, maar in het bekende HAL-kantoor op de Wilhelminakade, wat nu Hotel New York is. Of hij het verhaal over de verdronken HAL-directeur heeft gekend, weet ik niet. Ikzelf heb er toen nooit iets over gehoord.
zaterdag 9 maart 2013
Internettip fractals
Hallo blogvolgers,
Ik heb even een poos zeer rustig aan gedaan, maar nu ben ik weer terug. Met dit keer een stukje over fractals.
http://sprott.physics.wisc.edu/fractals.htm
Dit is een internetsite over fractals, getiteld: Sprott's Fractal Gallery. Dit is beslist een interessante site voor de rekenaars en wiskundigen onder ons. Je vindt op deze site voorbeelden van formules en plaatjes van allerlei fractal-formules met bijbehorende plaatjes, zoals de Julia-fractal-set, Lorentz-attractors, en natuurlijk de Mandelbrot-fractal. Hier is zo'n Mandelbrot-fractal-plaatje te zien.
Jaren geleden hebben wij een boek in onze - niet altijd zeer gewaardeerde - achtergrondcollectie gehad van Benoit Mandelbrot (geboren 1924 te Warschau, overleden 2010 te Cambridge, Massachusets, USA), getiteld: Fractal Geometry of Nature, uit 1982.
Zelf ben ik helemaal geen rekenwonder, maar ik vind fractals wel een fascinerend onderwerp: je ziet een plaatje met een schijnbaar willekeurige chaotische afbeelding. Bij nadere beschouwing zit er wel een zeker patroon in, maar toch blijft het een opvallend en vooral zeer ingewikkeld en zeer complex patroon, gebaseerd op een lange wiskundige formule.
Je ziet zulke patronen niet alleen in deze wiskundige plaatjes, maar ook gewoon in de natuur. Denk maar aan bladeren aan de bomen. Of aan de takken en wortels van bomen zelf. In de winter kun je die takken met hun steeds kleiner worende vertakkingen, heel goed bestuderen aan de kale bomen. Of denk aan bloemkool, met zijn stronken en vertakkingen en steeds kleinere vertakkingen. Dat maakt dit onderwerp des te fascinerender. Of denk ook aan ijskristallen, bijvoorbeeld de ijsbloemen, zoals je die 's ochtends soms ziet op de ramen na een flinke nachtvorst. De hieronder staande foto heb ik op 6 februari 2013 's ochtends gemaakt in mijn slaapkamer. Daar waren toen ijsbloemen op te zien.
Vaak wordt er in deze gevallen gesproken over de chaostheorie. Maar met de fractalformules die je op deze site tegenkomt, lijkt me dat niet helemaal aan de orde. In de plaatjes gebaseerd op de verschillende fractal-formules, kom je toch wel een of ander patroon in de schijnbare chaos tegen. Er is wel nadrukkelijk sprake van een onoverzichtelijke chaos, als het over processen als het weer en vooral het klimaat gaat. Dat is een absoluut chaotisch proces waarin veel te veel bekende en vooral nog veel meer onbekende factoren een rol spelen en invloed uitoefenen. Teveel om in 1 wiskundige formule te vangen. Maar daarmee begin ik weer over een stokpaardje waar ik al vaker over heb geblogd: de niet-bestaande opwarming van de Aarde. Dat terzijde.
Verder staat op de bovengenoemde site dagelijks een andere fractal afgebeeld. Kortom, de moeite van het bekijken waard.
Ik heb even een poos zeer rustig aan gedaan, maar nu ben ik weer terug. Met dit keer een stukje over fractals.
http://sprott.physics.wisc.edu/fractals.htm
Dit is een internetsite over fractals, getiteld: Sprott's Fractal Gallery. Dit is beslist een interessante site voor de rekenaars en wiskundigen onder ons. Je vindt op deze site voorbeelden van formules en plaatjes van allerlei fractal-formules met bijbehorende plaatjes, zoals de Julia-fractal-set, Lorentz-attractors, en natuurlijk de Mandelbrot-fractal. Hier is zo'n Mandelbrot-fractal-plaatje te zien.
Jaren geleden hebben wij een boek in onze - niet altijd zeer gewaardeerde - achtergrondcollectie gehad van Benoit Mandelbrot (geboren 1924 te Warschau, overleden 2010 te Cambridge, Massachusets, USA), getiteld: Fractal Geometry of Nature, uit 1982.
Zelf ben ik helemaal geen rekenwonder, maar ik vind fractals wel een fascinerend onderwerp: je ziet een plaatje met een schijnbaar willekeurige chaotische afbeelding. Bij nadere beschouwing zit er wel een zeker patroon in, maar toch blijft het een opvallend en vooral zeer ingewikkeld en zeer complex patroon, gebaseerd op een lange wiskundige formule.
Je ziet zulke patronen niet alleen in deze wiskundige plaatjes, maar ook gewoon in de natuur. Denk maar aan bladeren aan de bomen. Of aan de takken en wortels van bomen zelf. In de winter kun je die takken met hun steeds kleiner worende vertakkingen, heel goed bestuderen aan de kale bomen. Of denk aan bloemkool, met zijn stronken en vertakkingen en steeds kleinere vertakkingen. Dat maakt dit onderwerp des te fascinerender. Of denk ook aan ijskristallen, bijvoorbeeld de ijsbloemen, zoals je die 's ochtends soms ziet op de ramen na een flinke nachtvorst. De hieronder staande foto heb ik op 6 februari 2013 's ochtends gemaakt in mijn slaapkamer. Daar waren toen ijsbloemen op te zien.
Vaak wordt er in deze gevallen gesproken over de chaostheorie. Maar met de fractalformules die je op deze site tegenkomt, lijkt me dat niet helemaal aan de orde. In de plaatjes gebaseerd op de verschillende fractal-formules, kom je toch wel een of ander patroon in de schijnbare chaos tegen. Er is wel nadrukkelijk sprake van een onoverzichtelijke chaos, als het over processen als het weer en vooral het klimaat gaat. Dat is een absoluut chaotisch proces waarin veel te veel bekende en vooral nog veel meer onbekende factoren een rol spelen en invloed uitoefenen. Teveel om in 1 wiskundige formule te vangen. Maar daarmee begin ik weer over een stokpaardje waar ik al vaker over heb geblogd: de niet-bestaande opwarming van de Aarde. Dat terzijde.
Verder staat op de bovengenoemde site dagelijks een andere fractal afgebeeld. Kortom, de moeite van het bekijken waard.
Abonneren op:
Posts (Atom)


