woensdag 1 mei 2013

Lang weekend in Rotterdam

Hallo ge-interesseerde bloglezers,

Van het kleine gehucht naar de grote stad. Een week na mijn fietstocht naar Tsjerkebuorren, reisde ik per trein naar Rotterdam voor een lang weekend aldaar. Diezelfde vrijdagmiddag dat ik aankwam in het tweede huisje van mijn ouders in Rotterdam-Zuid, haalde ik natuurlijk boodschappen en daarna maakte ik een klein ritje per tram naar de Breeplein. Dat kruispunt - ook op Zuid - ken ik al tientallen jaren lang. In de jaren 70 stapte ik daar vaak met mijn grootouders op de bus naar Papendrecht, waar mijn oom en tante wonen. Maar deze keer liet ik het bij een rondwandeling op dit verkeersknooppunt. Daar staan tegenover elkaar twee kerken. De ene is een Rooms-Katholieke kerk. De andere een Gereformeerde kerk uit 1931. Die laatste had mijn bijzondere interesse. En die is dan ook te zien op foto 1 hier onderaan dit blogbericht. In dat kerkgebouw zijn tijdens de mei-dagen van 1940 de patienten van het Zuiderziekenhuis ondergebracht. Het Zuiderziekenhuis lag toen namelijk te dicht bij de frontlinie. Er werd hevig gevochten om het vliegveld Waalhaven. De Duitsers veroverden het met behulp van parachutisten, waarna de Nederlanders regelmatig mislukte bombardementsmissies uitvoerden en later met kanonnen vanuit het Kralingse bos het vliegveld bestookten. Onderwijl rukten Duitse soldaten op door de woonwijken naar de Maasbruggen, met als gevolg hier en daar straatgevechten; vooral op het Afrikaanderplein werd hevig gevochten en fel heen en weer geschoten. Daarom waren de patienten uit het Zuiderziekenhuis weggehaald en ondergebracht in de Breepleinkerk. En daarom was er op de voorgevel een wit kruis geschilderd met ernaast het woord HOSPITAAL. De verf is vervaagd, maar de vlag en het woord zie je nog steeds. Dat zie je op foto 2. Maar dat was niet alles. Vanaf 1942 hebben er twee Joodse gezinnen in deze kerk ondergedoken gezeten. Zij hebben de oorlog wel overleefd, al had dat aan het eind van de oorlog maar een haartje gescheeld. In april 1945 voerden de Duitsers onverwachts een overval op de kerk uit omdat ze op zoek waren naar wapens van het verzet. Die werden niet gevonden en dus vertrokken de Duitsers weer, zonder te weten dat er ook Joden in twee kamertjes achter het orgel verstopt zaten. Meer hierover kunt u nalezen in het Rotterdams Jaarboekje van 2008.

De volgende dag ging ik naar een bijeenkomst van de Nederlandse Genealogische Vereniging afdeling Rotterdam. Daar was het me dit weekend om te doen geweest. Na de ledenvergadering hield een medewerkster van het Centraal Bureau voor Genealogie een lezing met als thema, dat nog lang niet alles te vinden is op internet, en dat er in vele archieven zelfs nog een heleboel onbekende documenten en archiefstukken verborgen liggen. Dat demonstreerde ze aan de hand van enkele voorbeelden van verschillende archiefdiensten verspreid over het hele land. Heel interessant. Overigens was dit al mijn tweede keer op een bijeenkomst van deze NGV-afdeling. Op 8 februari 2012 blogde ik al over mijn eerste keer bij de NGV afdeling Rotterdam.
Na afloop nam ik de tram naar het Wilhelminaplein. Van daar af heb je een mooi uitzicht op de rivier de Nieuwe Maas, het Noorder Eiland en de Erasmusbrug. Eerst maakte ik een kleine wandeling naar het monument genaamd Loods 24. Dat bestaat uit een stukje betonmuur, zoals te zien is op foto 3.  Juist in de week voorafgaand aan mijn weekend in Rotterdam, was het monument uitgebreid met een monument voor de Joodse kinderen die via Loods 24 naar de KZ-Lagers zijn afgevoerd. Daarvan is juist een stukje op de foto te zien. Er lagen opvallend veel steentjes op en onder dit monument, bestaand uit een langgerekt paneel met daarop alle namen van alle kinderen met hun leeftijden. Aangrijpend. Het muurtje zelf is het laatste overgebleven stukje muur dat hier om het haventerrein stond. Op dat terrein, achter die muur stonden diverse loodsen, waaronder Loods 24. Dat was de loods waar de Joden uit Rotterdam en de wijde omgeving zich moesten melden voor transport naar Westerbork, en verder ... Het was heel geniepig, want dit haventerrein lag ver van alle woonwijken af, zodat geen enkele brave burger kon zien wat de Duitsers daar uitvraten met die Joden.
Hierna wandelde ik de Wilhelminapier op naar Hotel New York om daar eens lekker te dineren. Dat pand was vroeger het kantoor van de Holland Amerika Lijn (= HAL). In dit kantoorpand, op de begane grond, aan de Rijnhavenkant, werkte vroeger mijn opa. Op foto 4 ziet u het vroegere HAL-kantoor temidden van de moderne woon- en kantoor-torens. Wat zal wijlen mijn opa verbaasd zijn als hij even kon zien hoe de Wilhelminapier er nu uit ziet. Over de HAL blogde ik al eerder, namelijk op 24 maart 2013, over de tentoonstelling over de de Nederlanders aan boord van de Titanic, in het Noordelijk Scheepvaartmuseum te Groningen. En inderdaad, hier was ook de kade waar (aan de Nieuw Maas-kant) de Statendam III lag, toen de oorlog op 10 mei 1940 uitbrak. Daarover vertelde ik ook in mijn blogbericht over de Titanic. Naast het hotel, zit er ook een restaurant in. Daar was het zoals gebruikelijk zeer, zeer druk. Dat was het 20 jaar geleden ook al, toen het hotel-restaurant net was geopend. Het blijft een enorme magneet voor bezoekers. Je hebt van hier af een spectaculair weids uitzicht over de rivier en de stad op de noordoever.
Nadat ik mijn maaltijd op had, rekende ik af en wandelde weer terug. Vervolgens sloeg ik linksaf en wandelde over de Erasmusbrug naar de noordoever. Onderwijl maakte ik een paar foto's van de Wilhelminakade vanaf de brug. Daar lag een opvallend nieuw baggerschip van het baggerbedrijf Van Oord, genaamd Artemis. Dat is te zien op foto 5. Op de noordoever van de Nieuwe Maas gekomen, liep ik naar het monument voor de gevallenen ter zee, de Boeg, dat te zien is op foto 6. In mijn blogstukje over premier De Geer van 11 januari 2013 vertelde ik al over de circa 850 vrachtschepen die in mei 1940 buitengaats waren en door de regering in Ballingschap te Londen onder de krijgstucht werden geplaatst. Uiteindelijk zijn er rond de 500 schepen getorpedeerd of op mijnen gevaren of op andere wijze door oorlogsgeweld verloren gegaan. En van de circa 18.500 man zijn er rond de 3600 bij de uitoefening van hun taak ter zee gesneuveld. Ex-premier De Geer zat in Londen, maar deserteerde en keerde terug naar Nederland. Maar desertie hoorden die zeelui niet in hun hoofd te halen. Dan konden ze op een zware straf rekenen. Daarom is de desertie van De Geer niet uit te leggen, laat staan goed te praten.
Inderdaad, je komt de Tweede Wereldoorlog regelmatig tegen in Rotterdam. Op wat voor manier dan ook. De stad is er zwaar door geraakt, en niet alleen door dat ene bombardement dat op de komende 14 mei weer zal worden herdacht. En ook niet alleen door de strijd om de Maasbruggen, waarover ik al vaker heb geblogd, onder andere op 13 mei 2012 en 24 december 2011. Hierna nam ik de tram terug naar huis.

Op de derde dag nam ik vanaf het NS-station Rotterdam-Lombardijen de trein naar Zwijndrecht. Het was ook de dag van de Marathon van Rotterdam. Ik zag de renners door de tunnel onder station Lombardijen lopen, met veel belangstellenden langs de kant van de weg, die de hardlopers aanmoedigden. Achteraf heb ik gehoord dat een collega van mijn werk eraan heeft meegedaan. Maar de Marathon had mijn belangstelling niet. Zwijndrecht had op deze dag mijn belangstelling. Het is een groot en belangrijk dorp een eind zuidelijk van Rotterdam, gelegen aan de rivier de Oude Maas, recht tegenover Dordrecht. Eeuwenlang had je in Zwijndrecht de grote tuinderijen. Om die reden was Zwijndrecht bekend als de moestuin voor Dordrecht, en Rotterdam. Eind 19-e eeuw kwam daar  industriele bedrijvigheid bij, zoals onder andere de rijstpellerij Euryza, de fabriek van margarineproducent Van den Bergh en Jurgens (nu: Unilever), het sleepbootbedrijf Broedertrouw, en nog een hele reeks bedrijven en fabrieken. In Zwijndrecht aangekomen, wandelde ik eerst langs de waterkant om te genieten van het uitzicht over de rivier de Oude Maas, met aan de overkant Dordrecht met de Grote kerk met zijn markante toren, de grote spoorbrug, en de laat-Middeleeuwse Groothoofdpoort. Op foto 7 ziet u het weidse uitzicht over de Oude Maas, met in de verte de grote spoorbrug en helemaal links de Grote Kerk van Dordrecht. In die Grote Kerk in Dordrecht is 4 jaar geleden een tentoonstelling geweest over de roemruchte kerkhervormer Johannes Calvijn. Daar ben ik toen naar toe geweest. Het was in 2009 namelijk precies 500 jaar geleden dat hij was geboren in Noyon in Noord-Frankrijk. Nadat ik toen de tentoonstelling had bekeken, liep ik over de Dordtse  oever van deze zelfde rivier met uitzicht op Zwijndrecht. Nu, in 2013, wandelde ik aan de Zwijndrechtse kant. Daarna liep ik naar het museum De Vergulde Swaen. Dat pand ziet u op foto 8. Daarop ziet u links het geheel witgeschilderde pand dat onder aan de dijk staat, en ooit een herberg was geweest. Als je de dijk overstak, kwam je vroeger bij de Veerhaven uit, waar je met de veerpont naar Dordrecht kon oversteken. De Vergulde Swaen is een interessant museum, beter te omschrijven als een oudheidkamer waarin allerlei spullen van boeren, burgers en plaatselijke bedrijven uit de Zwijndrechtse Waard tentoongesteld staan. Meer over dit museum en regionale geschiedenis is te vinden op de site www.swaen.org . Nadat ik in dat museum was uitgekeken, wandelde ik verder rond in het dorp, bekeek de Oude Kerk die uit de 17-e eeuw stamde en in later eeuwen opvallend was uitgebreid, en wandelde langs het opvallende Gemeentehuis (gebouwd in 1933) terug naar het station.

Op de vierde dag nam ik de trein terug naar huis, naar Leeuwarden. Wat is Leeuwarden dan een kleine stad, vergeleken met de agglomeratie Rotterdam.








1 opmerking:

  1. Man-man-man. Wat een verhaal zeg! Het is werkelijk jaren geleden dat ik in Rotterdam ben geweest. Na je verhaal te hebben gelezen, krijg ik daar wel weer zin in!

    BeantwoordenVerwijderen