zaterdag 9 mei 2015

Vervolg: de Hongerwinter, operatie Amherst en de bevrijding van Noord-Nederland

Hallo ge-interesseerde bloglezers,

Hier komt het vervolg: Op 7 april 1945 ging operatie Amherst van start. Door deze operatie werd Oost-Nederland en Noord-Nederland veroverd op de Duitsers en bevrijd. Zuid-Nederland was al in september 1944 bevrijd. En West-Nederland (waar de honger juist het ergst was) moest juist het langst wachten. Achter de Duitse linies werden boven Drenthe Franse parachutisten gedropt met de opdracht om chaos te cre-eeren en de Duitse verbindingen te hinderen en te verstoren. Onderwijl zouden vanuit het bevrijde zuiden de Canadezen over de grote rivieren door Gelderland en Overijssel heen oprukken om vervolgens Overijssel, Drenthe, Groningen en Friesland te bevrijden. Regelmatig kwam het tot gevechten met de Duitsers. Die bleken veel moeilijker te verslaan dan de Geallieerden dachten. Geen wonder dat het hier en daar toch tot zware gevechten kwam. Ook rond Balkbrug. Daar heeft mijn moeder weleens iets over verteld. Ze was zo bang dat ze in haar kamer samen met haar zusje onder de ramen kropen, uit angst voor al dat geschiet buiten. Terwijl buiten de Canadese soldaten rondslopen om Duitse soldaten op te sporen en uit te schakelen. En ook zuidelijk van Emmen waren hevige gevechten voordat de Geallieerden bij Noordbarge over de brug over het Oranjekanaal heen kwamen. Er zijn toen door de strijd zo'n tiental boerderijen rond Noordbarge afgebrand. In Weerdinge, noordelijk van Emmen - waar mijn vader zat - werd niet gevochten. Wel zag mijn vader toen de tanks van de Poolse bevrijders langsrijden. Jazeker, dat waren Poolse militairen die na de Duitse inval in Polen in september 1939 via Roemenia naar Groot-Brittanie waren ontsnapt en van daar uit verder vochten tegen Nazi-Duitsland. Mijn vader stond toen in april 1945 langs de kant van de weg met een Nederlands vlaggetje  te zwaaien om de Poolse bevrijders te verwelkomen. Een Poolse soldaat wilde zijn vlaggetje wel hebben. Dan kreeg mijn vader in ruil daarvoor het insigne van de 1-e Poolse Pantserdivisie. Mijn vader herinnert het zich nog goed; hij vertelde me er een maand geleden over. Hij wilde het mij laten zien, maar kon dat Poolse insigne niet meer terugvinden. Inderdaad, dat is jammer, heel jammer.
Trouwens, die 1-e Poolse Pantserdivisie stond onder bevel van generaal Maczek. Ook hij was na de Duitse inval in september 1939 via Roemenia naar Groot-Brittannie ontkomen. Daar had hij een verslag geschreven over het verloop van de Duitse blitzkrieg in september 1939 in Polen en over het belang van de Duitse tanks. Of de Britse legertop dat rapport heeft doorgelezen is al twijfelachtig. De Franse legertop keurde het rapport al helemaal geen blik waardig. Nadat de Duitsers op 20 juni 1940 Frankrijk tot overgave hadden gedwongen, vonden ze het rapport ongeopend in de envelop in een la van het Franse ministerie van Oorlog. De Engelsen en Fransen hadden de vorige wereldoorlog in 1918 gewonnen zonder veel gebruik te maken van hun toenmalige logge en moeilijk manoevreerbare tanks. Daarom vonden ze het niet nodig om achteraf alsnog alle technische en tactische en strategische mogelijkheden van het tankwapen te onderzoeken. Iets wat de Duitsers (de verliezers van diezelfde vorige oorlog) dus wel hadden gedaan in de jaren 20. De westelijke Geallieerden hebben in de zomer van 1940 achteloos geprobeerd om de vorige oorlog van 1914-1918 opnieuw te voeren, maar daarbij verpletterend verloren.

Onderwijl rukten de Canadezen in april 1945 steeds verder op in Noord-Nederland. Assen bevrijdden ze zonder een schot te lossen, maar Groningen veroverden ze pas na 4 dagen zware straatgevechten waarbij veel panden rond de Grote Markt werden verwoest. Daarna veroverden ze met nog meer moeite de Delfzijl-pocket, waar de Duitsers zich zwaar hadden ingegraven. Onderwijl boog een ander deel van het Canadese bevrijdingsleger af in westelijke richting en bevrijdde Friesland en Leeuwarden zonder een schot te lossen. Onderwijl stuitten ze op een probleem: waar waren al die hongerende Nederlanders, waar de Nederlandse regering in ballingschap het over had gehad? Inderdaad: die waren er niet. Niet alleen niet in Drenthe, maar ook niet in Groningen, en ook niet in Friesland. Dat bracht de regering in ballingschap in ernstige verlegenheid. Tsja. Maar de hongerende bevolking zat juist in het westen van Nederland, waar juist helemaal niet gevochten werd. Gelukkig werd toen eind april, begin mei 1945 operatie Manna uitgevoerd, de bekende voedseldroppings bij de grote steden in Holland. Dat lenigde de ergste nood. Ondertussen waren er toen al circa 20.000 mensen overleden vanwege de honger.
Na de bevrijding van Noord-Nederland, rukten de Canadezen op naar de Grebbeberg voor de laatste aanval op West-Nederland. Maar wat gebeurde er? De Canadezen hielden halt en begonnen onderhandelingen met de Duitsers over overgave. Ze hadden geen zin meer om op het laatste nippertje alsnog te sneuvelen. Zeker niet in een gebied met hooggelegen dijkweggetjes waar je alleen als een rijdende schietschijf overheen kon, terwijl je nergens kon schuilen. Om die reden was Holland voor een leger een onmogelijk gebied om te vechten. Dat was het al in het rampjaar 1672. En in 1940 ook. en in 1945 nog steeds. En de Duitsers hadden eigenlijk ook geen zin meer om een zinloze strijd te leveren die ze toch alleen maar konden verliezen.
Nadat de overgave van de Duitsers in Wageningen in hotel de Wereld was getekend, was Nederland na 5 jaar eindelijk vrij. Daarmee kwam er een eind aan de 2-e wereldoorlog in Europa. Maar daarna moesten mijn vader en mijn moeder nog terug naar huis in Rotterdam. Goed gevoed keerden ze maanden later terug naar een stad waar op dat moment de ergste honger was gestild.


Nogmaals: de tentoonstelling in het Fries Verzets Museum over de Hongerkinderen loopt nog tot 31 december 2015. Dat museum staat op het Wilhelminaplein, zoals u op de foto kunt zien.

zondag 3 mei 2015

Tentoonstelling-tip: Hongerkinderen, in het Fries Museum

Hallo ge-interesseerde bloglezers,

In het Fries Verzets Museum is nu een interessante tentoonstelling gaande over de hongerkinderen die in het laatste oorlogsjaar (eind 1944 en vooral begin 1945) vanuit de grote steden in het westen van Nederland (Amsterdam, Haarlem, Den Haag, en ook Rotterdam, en andere steden) naar de boeren in Friesland werden gestuurd. De tentoonstelling is op 11 april 2015 begonnen en duurt nog tot 31 december 2015.


Voor mij persoonlijk is dit een onderwerp dat mij zeer persoonlijk interesseert, ondanks dat ikzelf in 1961 ben geboren. Mijn ouders zijn namelijk in 1935 en 1936 geboren in Rotterdam. En die hebben de Hongerwinter wel meegemaakt. Dat brengt het ineens heel dichtbij. Weliswaar zijn ze niet naar Friesland gestuurd, maar wel naar boeren in het oosten van het land. Mijn vader kwam bij het boerengezin Eding in Weerdinge bij Emmen terecht.
Mijn moeder kwam terecht bij het Friese boerengezin Hiemstra in Balkbrug, Overijssel. Is dat niet merkwaardig, een Fries boerengezin in Overijssel? Ik heb ontdekt dat dat boerengezin Hiemstra rond 1920 vanuit de omgeving Koudum naar Balkbrug is verhuisd om daar een boerderij van de Maatschappij van Weldadigheid te pachten. Die boerderij bestaat nog steeds en wordt nu (=2015) nog steeds gerund door de nazaten van pake Hiemstra. Die boerderij staat niet ver van de Ommerschans, ooit een dwangkolonie van de Maatschappij van Weldadigheid geweest, en evenmin ver van de TBS-kliniek Veldzicht.
Opmerkelijk is ook dat mijn vader al in de zomer van 1940 naar dat boerengezin Eding in Weerdinge is gestuurd. Dat klopte inderdaad. Toen werden al vele kinderen (o.a. vanuit Rotterdam) naar de boeren gestuurd. Zodoende konden de kinderen (uit Rotterdam) bijkomen van de 5-daagse oorlog in mei 1940. Mijn vader heeft toen al gezien dat veel kinderen vanaf spoorwegstations langs de lijn van Zwolle naar Emmen werden opgehaald door boeren met hun boerenkarren. Zo konden ze daar aansterken. Omdat het contact met het gezin Eding al in 1940 ontstond, hadden mijn opa en oma Van Oorschot een adresje waar ze hun zoon in latere jaren gedurende de oorlog vaker naar toe konden sturen. Vooral toen de Hongerwinter begon. Waarom kon mijn vader al in 1940 naar Weerdinge? Dat kon omdat mijn grootouders Van Oorschot lid waren van de Nederlandsch Hervormde Kerk. Die konden hun adressen zo van de overheid krijgen.
Dat lag heel anders voor mijn grootouders van mijn moederskant. Mijn moeder kon pas in de zomer van 1942 naar het boerengezin in Balkbrug. Mijn grootouders van mijn moederskant waren namelijk Gereformeerd. En die moesten eerst zelf hun adressen van boeren zien te verzamelen. Want die wilden natuurlijk dat Gereformeerde kinderen alleen bij goed Gereformeerde boerengezinnen werden ondergebracht. En omdat de Gereformeerde Kerk geen door de Nederlandse Staat gesteund kerkgenootschap was, moesten die Gereformeerden het allemaal zelf maar uitzoeken. Het was toen nog de tijd van de Verzuiling. Curieus: voor de Duitse bezetter was die Verzuiling een vreemd fenomeen waar ze niks van snapten en niets van begrepen.

Hoe was die Hongerwinter ineens zo ontstaan? Die was niet zomaar uit de lucht komen vallen. Het begin lag bij de Spoorwegstaking vanaf 17 september 1944. Toen ging operatie Market-Garden van start, oftewel de slag bij Arnhem. Zoals iedereen weet, is die operatie mislukt: de brug bij Arnhem was een brug te ver. De Nederlandse regering in ballingschap te Londen besloot met de afkondiging van de Spoorwegstaking om een bijdrage te leveren aan de aanstaande bevrijding van Nederland door de Geallieerden. Om de Duitse transporten over het spoor te hinderen werd in Londen tot de Spoorwegstaking besloten. Als gevolg daarvan besloot de Duitse bezetter alleen haar eigen transporten per spoor te regelen en geen enkel voedseltransport van de Nederlandse overheid naar de steden in het westen van het land over te nemen. Voedseltransporten werden zelfs verboden. Dat was de reden dat er geen voedsel meer naar de grote steden ging in Holland. Het was zelfs zo dat er daardoor meer voedsel in de plattelandsprovincies - waaronder Friesland - bleef. Daardoor begon het in Rotterdam en de andere steden met de voedselvoorziening heel erg te nijpen. Het distributiesysteem begon in zijn voegen te kraken. Zo kwam het dat in januari 1945 veel mensen in de steden overstapten op bloembollen en suikerbieten. Mijn moeder vertelde dat toen ze dat te eten kregen, een broer van haar constateerde: dit is geen eten, maar varkensvoer. De volgende dag werd mijn moeder en haar zusje op de fiets naar Balkbrug gebracht.

Ondertussen werd de voedselsituatie alleen maar slechter. Dat was de reden dat Zweden een vrachtschip met meel stuurde, met toestemming van de Duitse bezetter. Dat was de Dagmar Bratt. Van dat schip staat een model in het museum in Delfzijl, wat u ziet op de foto hieronder.
De zakken meel werden in Delfzijl overgeladen van de Dagmar Bratt in binnenvaartschepen die het meel via kanalen en binnenwateren naar de steden in het westen vervoerden. Dat kon maar eventjes, want kort daarna begon het te vriezen, waarna de binnenvaartschepen niet meer verder konden varen. Ik had al eerder over de Dagmar Bratt geblogd, namelijk op 17 juni 2012, over een dagtocht met mijn Groninger kennissen naar Delfzijl.


Uiteindelijk werd de Hongersnood in de grote steden van het westen van het land gelenigd door bommenwerpers die vanuit Engeland voedsel dropten op afwerpvelden vlakbij de grote steden in het westen van Nederland. Dat werd nadien bekend als Operatie Manna. Nadien is de mythe ontstaan dat die vliegtuigen het Zweedse wittebrood hadden gedropt. Dat was dus niet het geval.

Wordt vervolgd.


maandag 27 april 2015

Volgende verdiepding: werken in de wolken

Tsjaa, beste blogvolgers,



Dat is tegenwoordig een door de overheid zeer gestimuleerde rage: werken in de cloud. Het betekent dat je eigenlijk ook thuis je werk kunt doen. Ik heb er zelf bedenkingen bij. Daarom mijn keus voor deze foto met veel tamelijk duistere wolken. Ik heb hem 6 jaar geleden gemaakt ergens noordoostelijk van Leeuwarden, tussen de weilanden.
Technisch zal het allemaal prachtig kunnen en zal het voor veel gemak zorgen. Maar ik blijf mijn bedenkingen houden. Het gaat er bij het werken in de cloud om dat allerlei administratief werk dat tot nu toe altijd op een werkplek achter een pc werd gedaan, thuis gebeurt. Daarvoor moet je wel een internetverbinding naar de hoofdcomputer op je werk hebben, zodat je vervolgens vanuit je huis bij je werkbestanden kunt komen en zodoende vanuit je werkkamer thuis in de veelgenoemde cloud kunt werken. In andere gevallen: waar je bestanden precies staan, is niet bekend, schijnt zelfs niet eens belangrijk te zijn. Maar het feit dat je dus thuis aan het werk kunt, is de belangrijkste mogelijkheid. De voordelen zijn voor administratief personeel duidelijk: ze hoeven niet meer van hun huis naar hun werk, hebben daardoor geen last van files, en ze hebben ook geen brandstofkosten en zijn dus ook geen tijd aan transport kwijt. Maar ik zie juist een nadeel: de contacten met collega's raken verwaterd of verbroken. Overleg met collega's wordt steeds meer een afstandelijk gebeuren. Ook al is het tegenwoordig mogelijk om een teleconferentie of televergadering te organiseren. Toch zul je die echt nabije contacten na verloop missen. Vooral de informele.
Daarnaast is er nog een reden waarom het voor mij totaal niet praktisch is: mijn werkzaamheden zijn nog steeds zeer materieel. Dat wil zeggen: ik werk nog altijd heel concreet met de boeken, die ik moet uitlenen en na verloop van tijd weer innemen en opruimen. En die concrete boeken staan nog altijd in een even concreet magazijn. En voor de chauffeurs die op de expeditiebussen werken, geldt het zelfde. Zij brengen de boeken van bibliotheek naar bibliotheek. Die boeken hebben nog altijd geen pootjes gekregen zodat ze nog steeds niet zelf op eigen kracht naar de bibliotheek kunnen lopen. Ze moeten nog steeds per expeditiebus van bibliotheek naar bibliotheek worden vervoerd.

Een andere kwestie die tijdens de cursus-ochtend annex discussie enigszins aan de orde kwam, is het gespioneer door verschillende spionagediensten, zoals onder andere de NSA in de Verenigde Staten van Amerika. In hun ogen ben je blijkbaar bij voorbaat al verdacht. Er hoeft nog helemaal geen verdenking te zijn. Maar je wordt al in de gaten gehouden, ook als je niks te verbergen hebt. En als ze zoeken, vinden ze ongetwijfeld altijd wel iets wat ze vervolgens uit hun verband rukken, verkeerd interpreteren en als reden hanteren om je toch te arresteren. En leg dan maar eens uit dat de kwestie heel anders is, dan zij denken. Er is dan al een tunnelvisie ontstaan, die zich niet meer laat corrigeren.


Een ander punt van kritiek is deze: wat als er een storing is opgetreden waardoor je niet meer bij je bestanden in de cloud kunt? Dan is het toch handiger als je je bestanden op je eigen harde schijf  of USB-stick hebt staan.

Ik herinner me een boek uit 1996, waarin een soort intranet annex cloud werd beschreven. Titel van dat boek luidde in het Engels: Mount Dragon; in het Nederlands luidde die: Virus. De auteurs waren Douglas Preston en Lincoln Child. Het verhaal speelde zich af in een laboratorium dat ver van de bewoonde wereld was gebouwd, ergens voorbij een woestijn, en waar in het diepste geheim een vaccin tegen een griepvirus werd ontwikkeld. In dat hele complex mochten de medewerkers en laboranten geen pen en papier meer gebruiken voor notities, alleen nog een soort ipad. Daarin moesten ze alle lab-resultaten in invoeren, en notities maken, evenals eventuele gedachtenspinsels. Dat maakte het makkelijk voor de baas van het lab om iedereen in de gaten te houden. Die auteurs hadden het al vroeg bedacht. Maar omdat het boek uit 1996 is, is het nu in 2015 helaas in geen enkele openbare bibliotheek meer aanwezig.

zondag 12 april 2015

leestip en wandeltip: gidsjes voor Leeuwarden

Hallo ge-interesseerde blogvolgers,

Waarschijnlijk kent u het verschijnsel wel: uw eigen stad kent u goed, daarom toont u daar vaak weinig interesse voor. Althans, u denkt uw eigen stad te kennen. Vaak valt dat toch wel tegen, als een echte kenner u over uw eigen stad zou doorzagen. Maar als u op uw vakantie naar een ander land of andere stad gaat, dan bekijkt u zo'n andere stad juist veel beter en toont u dan juist meer belangstelling voor de plaatselijke cultuur en geschiedenis daar, dan u hier thuis in uw eigen stad zou doen.

Toch is het goed om ook belangstelling voor uw eigen stad (waar u vaak al tientallen jaren woont en werkt) op te brengen. Op de foto hieronder ziet u 7 gidsjes voor een mooie en informatieve wandeling in Leeuwarden. Er zijn ondertussen al circa 9 of meer gidsjes uitgegeven. U kunt ze kopen in de winkel in het HCL (= Historisch Centrum Leeuwarden) te vinden op het adres Groeneweg 1 te Leeuwarden, of bij Boekhandel Van der Velde, gevestigd aan de stille kant van de Nieuwstad.


Zoals u op de foto ziet, heb ik bij het HCL en Boekhandel Van der Velde de afgelopen paar jaar 7 gidsjes gekocht. Ze gaan meestal over een bepaalde wijk, zoals de Vosseparkwijk, of het centrum van Leeuwarden, de Oldehove, of de voormalige Joodse buurt. Of ze zijn gewijd aan bepaalde thema's, zoals Leeuwarden in de Gouden Eeuw (waar in 2014 een tentoonstelling in het HCL aan was gewijd), of over de stadhouderlijke familie Nassau, of over de binnenvaart met de oude schepen die langs de Willemskade liggen). Helemaal rechts onderaan ligt geen gids maar een oude folder van het HCL, met daarin informatie over het gemeente-archief, voor ge-interesseerde stamboomonderzoekers en andere bezoekers. Vandaar het licht afwijkende formaat.

Het deeltje over de Nassaus (het derde boekje links onderaan) is nu in 2015 extra interessant, want recentelijk is het Marijke Meu-jaar in Leeuwarden ge-opend. Dat was gebeurd op 9 april 2015 aan de oostelijke rand van het Oldehoofster Kerkhof door de bekende kenner van vorstenhuizen Bearn Bilker. Maria Louise van Hessen-Kassel (1688-1765) was in 1709 gehuwd met Johan Willem Friso (1687-1711). In Friesland kreeg ze van de Friese bevolking de bijnaam Marijke Meu, of op zijn Fries: Marijke Muoi. Ze overleed in 1765 (nu 250 jaar geleden) te Leeuwarden. Ze werd begraven in de stadhouderlijke grafkelder in de Grote of Jacobijner Kerk in het centrum van Leeuwarden. Over die kerk heeft de heer Bernhard van Haersma Buma (geb. 1932) een handzaam en informatief boekje geschreven: De Grote of Jacobijner kerk te Leeuwarden, uitgegeven in 2008. Inderdaad, hij is de vader van Sybrand (geb. 1965), de huidige fractievoorzitter van het CDA in de Tweede Kamer. Maar dat is een heel ander verhaal.
Ondertussen in 1747: Maria Louise van Hessen-Kassel was de moeder van de latere stadhouder Willem IV die in 1747 stadhouder van de hele Republiek werd. Daarom vertrok haar zoon in dat jaar naar Den Haag en bleef zij alleen achter in Leeuwarden. Zij woonde tot haar dood in 1765 in het Princessehof (wat nu het keramiekmuseum het Princessehof aan de Grote Kerkstraat is).
Vanwege dit jubileum zijn er in 2015 diverse tentoonstellingen in verschillende museums aan haar gewijd. Tevens zullen er diverse activiteiten plaatsvinden binnen het kader van het Marijke Meu-jaar. Meer hierover vindt u op de internetsite www.marialouise2015.nl .

Hopelijk zullen deze wandelgidsjes tot een interessante en informatieve kennismaking leiden met de oude stad Leeuwarden.

woensdag 8 april 2015

Verdiepdingen les 4: Pinterest

Hallo blogvolgers,

Jazeker, ik sla nog steeds een paar lessen over. De vierde les van de Verdiepdingen ging over Pinterest. Ondanks de naam heeft het totaal niets te maken met pinnen en pinbetalingen, zoals wij dat in Nederland gewend zijn. Het is iets totaal anders: een soort digitaal prikbord. Het is bedacht en ontwikkeld in december 2009, nadat Hyves gestopt was. Of het volledig het zelfde was, weet ik niet, maar blijkbaar waren beide social media ongeveer van het zelfde soort. Het is ook ongeveer vergelijkbaar met Facebook en Twitter.
Pinterest is dus een soort persoonlijk prikbord waar je allerlei mooie foto's, filmpjes of doorkliklinks naar interessante sites op kunt vermelden; of anders gezegd: op je persoonlijke prikbord kunt vastprikken.  Met een speld, of op zijn Engels: with a pin. Een virtuele pin, wel te verstaan. Dan snapt u nu waar de naam vandaan komt.

Als ik me daarmee zou bezighouden, dan zou ik gelijk mijn prikbord vullen met foto's van Rotterdam. Begrijpelijk, zouden mijn collega's zeggen, want ik ben daar geboren. Maar dat zult u ongetwijfeld de afgelopen jaren regelmatig hebben gemerkt aan de verschillende blogberichten over Rotterdam op mijn blog. Daarom zie ik voor mezelf geen reden om met Pinterest aan de slag te gaan. Ik kan mijn verhaal, ge-illustreerd met mijn eigen foto's al op mijn blog kwijt. Daarnaast vind ik het om nog een reden niet geheel voldoende; ik zou op Pinterest namelijk onvoldoende historische feiten of wetenswaardigheden of diepgang kunnen toevoegen. Een voorbeeld:


Wat te denken van deze weinig kleurrijke foto van een oprit van een brug vol auto's? U ziet er niets interessants op? Dat is waar. Maar toch kan ik er juist wel een interessant verhaal aan vastknopen. De foto zelf heb ik gemaakt in oktober 2014 vanuit een rijdende auto (die van mijn broer, die in Rotterdam woont). U kijkt hier uit op de noordelijke oprit van de Brienenoordbrug uit. De eerste Brienenoordbrug werd voltooid en in gebruik genomen in februari 1965. Daarmee is deze brug nu (in 2015) precies 50 jaar oud. Daar is in februari 2015 door Omroep Rijnmond de nodige aandacht aan besteed. In 1971 begon de brug al een knelpunt te worden wat gepaard ging met dagelijkse files. De brug werd zelfs een nationaal fileknooppunt en stond dagelijks op nummer 1 van de lijst files. Daarom werd er in februari 1989 een tweede brug er naast gezet. Sindsdien zijn de files rond de Brienenoordbrug opgelost en komt de Brienenoordbrug niet meer in de verkeersberichten bij de filemeldingen voor. Op de foto is de linker boogbrug de oude brug uit 1965, en de rechter boogbrug de nieuwe helft, die er in februari 1989 naast gezet is. Als u goed kijkt, ziet u dat die rechter boogbrug ook een stukje breder is. Dat was duidelijk noodzakelijk; zeker als u ziet hoe veel druk verkeer er tegenwoordig dagelijks overheen gaat. Dat is ook op deze foto te zien.

Daarom vraag ik mij af wat ik persoonlijk aan Pinterest zou hebben. Bovendien schijnt Pinterest voor circa 80 % door vrouwen te worden gebruikt. Maar voor een bibliotheek kan het beslist handig zijn: om bezoekers van de site op nieuwe boeken te wijzen, of hun aandacht te vestigen op interessante culturele of historische tentoonstellingen in een museum in de buurt, of om op actuele gebeurtenissen in te haken, zoals de opening van de Haak om Leeuwarden, of andere bouwprojecten, of gebeurtenissen elders in de wereld, zoals in het Midden-Oosten, of Oekraine, of herdenkingen (straks in mei!) en tegelijk enige aanvullende (historische) achtergrondinformatie (bereikbaar via doorkliklinks op zo'n prikbord / Pinterest) te verstrekken. Of de Bibiliotheekservice Fryslan (waar ik werk) er iets aan kan hebben? Die zal zich meer richten op onderwerpen en kwesties die specifiek met het bibliotheekvak of het boekenvak te maken hebben, bedoeld voor de bibliotheken in de steden en dorpen van de provincie Friesland, ehh Fryslan.

zaterdag 4 april 2015

Vervolgcursus 23 dingen : Verdiepdingen

Hallo ge-interesseerde bloglezers,

Zoals ik al eerder meldde in mijn blogbericht van 26 december 2014, getiteld: Vergeten 2 jubileums te memoreren, ben ik in november 2009 begonnen met mijn huidige blog. Dat was een gevolg van de cursus 23dingen die ik toendertijd op mijn werk heb gevolgd. Die cursus was bedoeld om bibliotheekpersoneel bekend en vertrouwd te maken met de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van computers, internet en social media. De ontwikkelingen hebben sindsdien niet stilgestaan. Er zijn nadien een aantal zaken verdwenen en een aantal nieuwe zaken tot ontwikkeling gekomen. Met de vervolgcursus Verdiepdingen leren we over die nieuwe ontwikkelingen op het gebied van internet, social media, maar ook op het terrein van o.a. informatie opsporen op internet, bundelen, en trefwoorden toekennen.

Ik sla les 1 nu even over en begin met les 2. Dat ging over Instagram. Dat is een app (afkorting voor applicatie) voor op je mobiele telefoon of smartphone, waarmee je foto's (die je met je cameraatje op je smartphone hebt gemaakt) kunt bewerken en delen met (lees: doormailen naar) andere ge-interesseerden.
Nou fotografeer ik nog steeds ouderwets sinds 2006 met een (toch wel moderne) digitale camera. En dat bevalt me nog altijd prima. Daarom heb ik waarschijnlijk niets aan Instagram. En even waarschijnlijk is Instagram dan ook meer iets voor jongelui die net beginnen met fotograferen met hun mobieltje of smartphone, en daarnaast graag vreselijk sociaal zijn en ook zo graag uit stappen of feesten gaan en dan ter plekke foto's van zichzelf of elkaar maken met hun mobiele telefoon of smartphone en dat rondmailen. Voor iemand als ik is dat dus totaal oninteressant. Ik stel toch wat andere en hogere eisen aan een camera en aan een foto. En daar hoort vreselijk sociaal doen niet bij. Ook niet met een mobieltje.

Overigens: Informatie over Instagram is ook te vinden in de Wikipedia. En dan kun je ook nog via de taal-kolom aan de linkerkant van het scherm op taal (Engels, Duits, Frans, of een andere taal) doorklikken en ook informatie lezen in andere talen, lang niet altijd de vertaling, maar vaak wel meer informatie. En daarnaast kun je ook doorklikken op de blauwgekleurde trefwoorden op zo'n Wikipedia-pagina. En je kunt ook doorklikken naar externe links die op zo'n Wikipedia-pagina onderaan staan naar sites waar nog meer informatie te vinden is. Bijvoorbeeld naar de site van Instagram zelf.

Hieronder ziet u twee foto's. De eerste is die van een fraaie oranje bloem (gemaakt in december 2003). De andere is die van een houten beschoeiing in het buitendijkse land bij Zwarte Haan (gemaakt in oktober 2002). Die tweede foto heb ik enigszins bewerkt (in Paint Shop Pro) met een digitale versie van een soft-focus-filter. Overigens heb ik deze twee foto's gemaakt in mijn analoge tijdperk (dus voor 2006). Indertijd kon ik ze bij de fotograaf niet alleen laten ontwikkelen en afdrukken, maar ook tegelijk laten inscannen en op CD laten branden.Vandaar dat ik er nu een digitale versie van beide foto's kan laten zien. En zo ziet u maar weer, je hoeft niet zo supermodern bezig te zijn om toch mooie en fraai bewerkte foto's te tonen. En ze doormailen naar vrienden hoeft voor mij ook niet via Instagram. Dat kan ook per e-mailbericht. En het wordt helemaal leuk als je zulke foto's niet alleen maar voor de aardigheid rondmailt, maar ze ook gebruikt als bij voorbeeld een digitale verjaardagskaart.



Overigens schijnt het al weer bergafwaarts te gaan met Instagram omdat het in 2012 is opgekocht door Facebook. Zo snel kunnen ontwikkelingen gaan in de computerbranche. Facebook hanteert nogal opdringerige regels waarbij ze jouw foto's kunnen pikken om die voor eigen doeleinden te gebruiken zonder jou ook maar een cent copyright te gunnen. Voor een commerciele onderneming is het negeren van dat copyright en er zelf grof aan verdienen, niet erg netjes. Iets wat zeer veel mensen niet waarderen. Vandaar dat er veel gedonder mee is. En vandaar dat het waarschijnlijk snel minder wordt met Instagram. Net zoals met veel social media. Copyright-kwesties komen later bij deze vervolgcursus ook aan bod.


Hoewel?  Op dinsdag 31 maart 2015 stond de bovenstaande foto in diverse landelijke kranten - onder andere in de Metro - van een 4-jarig Syrisch meisje in een vluchtelingenkamp in Turkije. Ze was - nadat haar vader in 2012 in Hama was doodgeschoten - met haar moeder en zusjes naar Turkije gevlucht. Volgens de begeleidende tekst stak ze niet uit vreugde haar handjes omhoog, maar uit angst voor de man met de camera. Ze dacht dat de camera een geweer was. Vandaar dat het kleine meisje zo bang in de camera keek, met haar handjes boven haar hoofdje. Direct nadat de journalist die foto had gemaakt, had hij die op Instagram (!) gezet waarna de foto de hele wereld is rondgegaan. Waarin zo'n rondzenddienst voor foto's toch een zeker voordeel blijkt te hebben.

woensdag 25 maart 2015

Na de zonsverduistering

Hallo blogvolgers,

Afgelopen 20 maart 2015 was er in West-Europa een gedeeltelijke zonsverduistering te zien geweest. Helaas hing er in grote delen van West-Europa een dik wolkendek, zodat er van de hele zonsverduistering weinig tot niets te zien was. Wel was rond het hoogtepunt (met circa 80 % bedekking van de Zon door de Maan) van de verduistering rond 10 over half elf wel te merken dat het ineens licht schemerig en koud werd.
Diezelfde effecten heb ik ook gemerkt tijdens de vorige gedeeltelijke zonsverduistering op 11 augustus 1999. Toen was de bewolking minder dik, zodat je makkelijk de gedeeltelijke bedekte Zonneschijf kon zien, zonder gebruik van een zwartgemaakt glaasje of een ander beschermend filter tegen het zeer felle zonlicht. De wolken zorgden als het ware al voor een soort filter tegen het zeer felle zonlicht. Toen was de Zon voor circa 90 a 92 % bedekt. En ook toen werd het schemerig en fris.

Twee dagen later - op 22 maart 2015 - was het juist onbewolkt. Toen heb ik die avond om 20 over 8 uur de hier onder staande foto gemaakt van de wassende Maan met daar boven de helder schijnende planeet Venus. Op Venus heerst de behaaglijk warme temperatuur van circa 450 a 500 graden Celcius. Dat is mij eigenlijk een ietsje te warm, maar dat terzijde. Dat het zo smoorheet is op Venus komt omdat die planeet veel dichter bij de zon staat. Vandaar dat Venus bij wijze van spreken gekookt wordt door de Zon.
Zoals u op de foto ook kunt zien, was die avond onder de planeet Venus de al eerder genoemde dunne maansikkel te zien. Het was tijdens de zonsverduistering namelijk Nieuwe Maan geweest. En na de Nieuwe Maan werd het weer Wassende Maan. Vandaar die fraaie dunne Maansikkel. Opvallend is, dat u ook het donkere gedeelte van de Maan kunt zien. Dat wordt namelijk niet direct door de zon belicht, maar indirect door zonlicht, weerkaatst door de Aarde naar de Maan en terug.
De foto zelf heb ik gemaakt op 22 maart 2015 om 20.20 uur. Handig, al die metadata die een digitale camera aan zo'n foto toevoegt. Dan kun je zo nalezen op welke dag en tijdstip de foto is gemaakt. Omdat ik de foto na de zonsondergang had gemaakt, was de lucht nog donkerblauw van de schemering. Als u goed kijkt, ziet u in die schemer ook al de eerste sterren van die avond verschijnen als hele kleine witte lichtstipjes. Dat ziet u het best als u rechtsklikt op de foto voor een uitvergroting.