Hallo ge-interesseerde bloglezers,
Het is alweer twee weken geleden dat ik een fietstocht vanuit Leeuwarden naar het gehucht Tsjerkebuorren heb gemaakt. Het was die dag prachtig zonnig weer met een lichte wind. Ik ben vanuit Leeuwarden langs Werpsterhoek (waar hard wordt gewerkt aan de Haak om Leeuwarden, zoals te zien is op foto 1), Weidum (o.a. bekend om zijn grote windmotor oostelijk van het dorp, die te zien is op foto 2), Jorwerd (bekend gemaakt door het boek van Geert Mak "hoe god verdween uit Jorwerd"), en Mantgum, naar het gehucht Tsjerkebuorren gefietst. Dit gehucht ligt tussen Mantgum en Oosterwierum aan een doodlopende zijweg. Het bestaat uit het restant van een grotendeels afgegraven terp met daarop een eenzame kerktoren midden op een begraafplaats, omringd door enkele boerderijen. Dat is te zien op foto 3. Ooit stond er een 12-e eeuwse kerk op de grote terp, maar die is in 1903 afgebroken. Eigenlijk zonde. Alleen de toren is blijven staan. Ik had die toren de afgelopen paar jaren al vaker gezien vanuit de trein, als ik de afgelopen jaren weer eens een dagtocht maakte naar Sneek, Workum, Hindeloopen of Stavoren. Het leek me wel een fascinerende lokatie voor een paar opvallende sfeerfoto's. Dat zijn de foto's 4, 5, 6 en 7 die ik hieronder heb bijgevoegd.
zaterdag 20 april 2013
zondag 24 maart 2013
Titanic-tentoonstelling in Groningen
Hallo ge-interesseerde bloglezers,
In Februari 2013 ben ik in Groningen naar het Noordelijk Scheepvaartmuseum geweest. Daar was een tentoonstelling over Nederlanders aan boord van de Titanic. Onder aan dit blogbericht ziet u op foto 1 de hoofdingang van het scheepvaartmuseum. Helaas, jammer voor de ge-interesseerden: de tentoonstelling is nu (eind maart 2013) al lang afgelopen. Desondanks wil ik er toch even een blogstukje aan wijden.
Het verhaal over het reusachtige passagiersschip de Titanic van de White Star Line is algemeen bekend: het 269 meter lange, luxueus ingerichte schip begon op 10 april 1912 aan haar maidenvoyage en voer gelijk al op 14 april 1912 tegen een ijsberg aan en zonk, waarbij circa 1500 opvarenden verdronken in het ijzig koude water van de Atlantische oceaan. Deze ramp vormde de inspiratie voor een tiental films waaronder: A Night to remember, uit 1958 dat gebaseerd is op het boek van Walter Lord, en: Titanic, de bekende film van James Cameron uit 1997. Wat tientallen jaren lang minder bekend was, was dat er 3 Nederlanders aan boord waren. Ze zijn alledrie omgekomen.
Om te beginnen was dat de zo goed als onbekende Wessel van der Brugge. Hij was in 1873 geboren te Delfshaven en werkte als stoker onder in het schip in het ketelruim. Niet bepaald fris en licht werk. Eerder zwaar en smerig: steenkolen scheppen en in de stookketels van de stoommachines van de Titanic werpen. En waarschijnlijk nog onderbetaald werk ook. Desondanks is het wel cruciaal belangrijk werk. Zonder stokers en machinisten kan geen enkel stoomschip varen. Zijn zuster woonde in Amsterdam en wist absoluut niet waar haar broer ergens in de wereld rondhing. Pas een half jaar na de ondergang van de Titanic kreeg ze plotseling de politie aan de deur die het haar meedeelde. Wat zal ze verbijsterd zijn geweest. Over hem was op de tentoonstelling eigenlijk niet veel te zien. Hoogstens was er een (waarschijnlijke) kinderfoto van hem te zien, en was er een simpele reconstructie gemaakt van de werkruimte onder in het schip met de stookketels en stoommachines.
De tweede was Hendrik ( Hennie) Bolhuis. Hij was kok aan boord van de Titanic en was geboren in 1884 in Wittewierum, een dorp in de provincie Groningen. Zijn ouders waren in 1888 naar Groningen-stad verhuisd. Hij werd kok en werkte in verscheidene restaurants in Europa. Hij leidde een zwierig en avontuurlijk leven. In 1912 besloot hij als kok aan te monsteren op de Titanic. Hij besloot zijn reiskoffer in Southsampton achter te laten. Die zou hij op de reis terug wel ophalen. Zoals bekend, is dat nooit gebeurd. Die is achteraf naar zijn broer in Groningen teruggestuurd. Zijn reiskoffer was op deze tentoonstelling te zien, tesamen met zijn wandelstok (zie foto 3) evenals zijn kookboek en enkele portretfoto's van hem. Verder was er een (wel erg gestileerde) gereconstrueerde scheepskeuken te zien, waarop zijn kookboek onder een rechthoekig glaskoepeltje lag (zie foto 2). Pas na zo'n 3 maanden kreeg zijn broer in Groningen-stad te horen dat Hennie Bolhuis was omgekomen bij de ondergang van de Titanic. Curieus is dat ik op mijn werk bij de Bibliotheekservice Fryslan een collega op de afdeling ICT heb die ook Bolhuis heet. Zeer waarschijnlijk is hij familie van de kok van de Titanic.
De derde Nederlander is voor mij extra interessant. Dat was Jonkheer Johan George Reuchlin, die als eerste klas-passagier aan boord was, ongetwijfeld op uitnodiging van de heer Bruce Ismay (1862-1937), de directeur van de White Star Line. Reuchlin was namelijk directeur van de Holland Amerika Lijn (=HAL) en in die zin de concurrent van de White Star Line. Reuchlin was in 1874 geboren te Rotterdam.
De directie van de Holland Amerika Lijn had ook belangstelling voor grote en nieuwe passagiersschepen. Daarom was hij aan boord om te zien hoe het er allemaal aan boord uitzag en hoe alles was geregeld. De Titanic was namelijk een geheel nieuw type passagiersschip van een geheel nieuwe superklasse. En de HAL had wel belangstelling om ook zo'n schip te laten bouwen en in de vaart te nemen. Op deze tentoonstelling was zo'n eersteklas hut gereconstrueerd (zie foto 4). Heel curieus was dat voor een aantal eersteklas hutten aan boord van de Titanic het meubilair was gemaakt in de meubelfabriek van Mutters, gevestigd in Den Haag, zoals dus op foto 4 is te zien. Mutters had al eerder diverse HAL-schepen ingericht en gemeubileerd.
Ook de heer Reuchlin is omgekomen bij de ramp met de Titanic. Dit in tegenstelling tot Bruce Ismay, de directeur van de White Star Line. Die had dus na afloop van de ramp wat uit te leggen. Achteraf bleek ook nog dat door een beslissing van hem de Titanic veel te weinig reddingsboten had, waardoor er meer dan 1500 doden waren te betreuren.
Duurde het met de beide andere Nederlanders maanden voor hun familie was opgespoord en op de hoogte was gebracht, in het geval van Reuchlin was zijn weduwe binnen een week al op de hoogte gebracht. Daaraan merk je duidelijk het toenmalige klasseverschil.
Ik heb na mijn bezoek aan de tentoonstelling in het Scheepvaartmuseum in Groningen eens op internet gezocht en een paar documentairefilmpjes gevonden waarin een zekere George Reuchlin voorkwam. Hij was de kleinzoon van de verdronken HAL-directeur. Voordat deze tentoonstelling in het Noordelijk Scheepvaartmuseum in Groningen werd gehouden, was die al gedurende de zomer van 2012 in het Maritiem Museum te Rotterdam te bekijken geweest. Daar had Omroep Rijnmond toen een korte documentaire gefilmd, terwijl George Reuchlin rondliep op de tentoonstelling en het een en ander vertelde over de ramp met de Titanic, de HAL, en zijn omgekomen grootvader.
Ondanks de ramp met de Titanic, en ondanks dat hun directeur daarbij was verdronken, bestelde de HAL in 1912 toch een passagiersschip bij de scheepswerf Harland en Wolff, gevestigd te Belfast in Noord-Ierland, waar de Titanic ook was gebouwd. Dat werd de Statendam-II. Er was al eerder een HAL-schip met de naam Statendam geweest, vandaar de Romeinse II. In juli 1914 werd het nieuwe schip te water gelaten en verder afgebouwd. Het meubilair werd natuurlijk gemaakt bij de al eerder genoemde meubelfabriek Mutters in Den Haag. Maar in juli 1916 werd de Statendam-II in beslag genomen door de Britse overheid. Die had het nieuwe schip nodig als troepenschip, vanwege de Eerste Wereldoorlog. Daarom kreeg het een nieuwe naam, de Justicia. In juni 1918 was het schip klaar en begon aan zijn eerste proefvaart. Helaas werd het gelijk getorpedeerd door een Duitse U-boot.
Gelukkig had de HAL schadevergoeding gekregen voor het afstaan van hun spiksplinternieuwe schip. Daarom werd in 1922 een nieuw schip besteld en werd bij Harland en Wolff in Belfast de kiel gelegd voor de Statendam-III. Die werd in 1924 te water gelaten en verder afgebouwd en in 1929 door de HAL in gebruik genomen. Maar helaas, ook dit schip is door oorlogsgeweld verloren gegaan. Op 10 mei 1940 lag de Statendam-III in Rotterdam aan de Wilhelminakade op de zuidoever, toen de Duitsers ons land binnenvielen en Duitse parachutisten rond Rotterdam-Zuid landden. In de loop van die paar dagen oorlog in mei 1940 ontstond er een patstelling rond de Maasbruggen tussen de Nederlanders en de Duitsers. De Duitsers zaten op de Zuidoever van de Nieuwe Maas en de Nederlanders op de Boompjes-kade op de noordoever. Om te voorkomen dat de Duitsers mitrailleurnesten op de Statendam zouden installeren, werd het schip door de Nederlanders vanaf de Boompjes-kade in brand geschoten. Zo ging er weer een HAL-schip door oorlogsgeweld verloren.
Waarom was deze HAL-directeur voor mij extra interessant? Mijn opa van Oorschot heeft bijna 50 jaar lang bij de HAL gewerkt als administrateur. Weliswaar niet op een van de HAL-schepen, maar in het bekende HAL-kantoor op de Wilhelminakade, wat nu Hotel New York is. Of hij het verhaal over de verdronken HAL-directeur heeft gekend, weet ik niet. Ikzelf heb er toen nooit iets over gehoord.
In Februari 2013 ben ik in Groningen naar het Noordelijk Scheepvaartmuseum geweest. Daar was een tentoonstelling over Nederlanders aan boord van de Titanic. Onder aan dit blogbericht ziet u op foto 1 de hoofdingang van het scheepvaartmuseum. Helaas, jammer voor de ge-interesseerden: de tentoonstelling is nu (eind maart 2013) al lang afgelopen. Desondanks wil ik er toch even een blogstukje aan wijden.
Het verhaal over het reusachtige passagiersschip de Titanic van de White Star Line is algemeen bekend: het 269 meter lange, luxueus ingerichte schip begon op 10 april 1912 aan haar maidenvoyage en voer gelijk al op 14 april 1912 tegen een ijsberg aan en zonk, waarbij circa 1500 opvarenden verdronken in het ijzig koude water van de Atlantische oceaan. Deze ramp vormde de inspiratie voor een tiental films waaronder: A Night to remember, uit 1958 dat gebaseerd is op het boek van Walter Lord, en: Titanic, de bekende film van James Cameron uit 1997. Wat tientallen jaren lang minder bekend was, was dat er 3 Nederlanders aan boord waren. Ze zijn alledrie omgekomen.
Om te beginnen was dat de zo goed als onbekende Wessel van der Brugge. Hij was in 1873 geboren te Delfshaven en werkte als stoker onder in het schip in het ketelruim. Niet bepaald fris en licht werk. Eerder zwaar en smerig: steenkolen scheppen en in de stookketels van de stoommachines van de Titanic werpen. En waarschijnlijk nog onderbetaald werk ook. Desondanks is het wel cruciaal belangrijk werk. Zonder stokers en machinisten kan geen enkel stoomschip varen. Zijn zuster woonde in Amsterdam en wist absoluut niet waar haar broer ergens in de wereld rondhing. Pas een half jaar na de ondergang van de Titanic kreeg ze plotseling de politie aan de deur die het haar meedeelde. Wat zal ze verbijsterd zijn geweest. Over hem was op de tentoonstelling eigenlijk niet veel te zien. Hoogstens was er een (waarschijnlijke) kinderfoto van hem te zien, en was er een simpele reconstructie gemaakt van de werkruimte onder in het schip met de stookketels en stoommachines.
De tweede was Hendrik ( Hennie) Bolhuis. Hij was kok aan boord van de Titanic en was geboren in 1884 in Wittewierum, een dorp in de provincie Groningen. Zijn ouders waren in 1888 naar Groningen-stad verhuisd. Hij werd kok en werkte in verscheidene restaurants in Europa. Hij leidde een zwierig en avontuurlijk leven. In 1912 besloot hij als kok aan te monsteren op de Titanic. Hij besloot zijn reiskoffer in Southsampton achter te laten. Die zou hij op de reis terug wel ophalen. Zoals bekend, is dat nooit gebeurd. Die is achteraf naar zijn broer in Groningen teruggestuurd. Zijn reiskoffer was op deze tentoonstelling te zien, tesamen met zijn wandelstok (zie foto 3) evenals zijn kookboek en enkele portretfoto's van hem. Verder was er een (wel erg gestileerde) gereconstrueerde scheepskeuken te zien, waarop zijn kookboek onder een rechthoekig glaskoepeltje lag (zie foto 2). Pas na zo'n 3 maanden kreeg zijn broer in Groningen-stad te horen dat Hennie Bolhuis was omgekomen bij de ondergang van de Titanic. Curieus is dat ik op mijn werk bij de Bibliotheekservice Fryslan een collega op de afdeling ICT heb die ook Bolhuis heet. Zeer waarschijnlijk is hij familie van de kok van de Titanic.
De derde Nederlander is voor mij extra interessant. Dat was Jonkheer Johan George Reuchlin, die als eerste klas-passagier aan boord was, ongetwijfeld op uitnodiging van de heer Bruce Ismay (1862-1937), de directeur van de White Star Line. Reuchlin was namelijk directeur van de Holland Amerika Lijn (=HAL) en in die zin de concurrent van de White Star Line. Reuchlin was in 1874 geboren te Rotterdam.
De directie van de Holland Amerika Lijn had ook belangstelling voor grote en nieuwe passagiersschepen. Daarom was hij aan boord om te zien hoe het er allemaal aan boord uitzag en hoe alles was geregeld. De Titanic was namelijk een geheel nieuw type passagiersschip van een geheel nieuwe superklasse. En de HAL had wel belangstelling om ook zo'n schip te laten bouwen en in de vaart te nemen. Op deze tentoonstelling was zo'n eersteklas hut gereconstrueerd (zie foto 4). Heel curieus was dat voor een aantal eersteklas hutten aan boord van de Titanic het meubilair was gemaakt in de meubelfabriek van Mutters, gevestigd in Den Haag, zoals dus op foto 4 is te zien. Mutters had al eerder diverse HAL-schepen ingericht en gemeubileerd.
Ook de heer Reuchlin is omgekomen bij de ramp met de Titanic. Dit in tegenstelling tot Bruce Ismay, de directeur van de White Star Line. Die had dus na afloop van de ramp wat uit te leggen. Achteraf bleek ook nog dat door een beslissing van hem de Titanic veel te weinig reddingsboten had, waardoor er meer dan 1500 doden waren te betreuren.
Duurde het met de beide andere Nederlanders maanden voor hun familie was opgespoord en op de hoogte was gebracht, in het geval van Reuchlin was zijn weduwe binnen een week al op de hoogte gebracht. Daaraan merk je duidelijk het toenmalige klasseverschil.
Ik heb na mijn bezoek aan de tentoonstelling in het Scheepvaartmuseum in Groningen eens op internet gezocht en een paar documentairefilmpjes gevonden waarin een zekere George Reuchlin voorkwam. Hij was de kleinzoon van de verdronken HAL-directeur. Voordat deze tentoonstelling in het Noordelijk Scheepvaartmuseum in Groningen werd gehouden, was die al gedurende de zomer van 2012 in het Maritiem Museum te Rotterdam te bekijken geweest. Daar had Omroep Rijnmond toen een korte documentaire gefilmd, terwijl George Reuchlin rondliep op de tentoonstelling en het een en ander vertelde over de ramp met de Titanic, de HAL, en zijn omgekomen grootvader.
Ondanks de ramp met de Titanic, en ondanks dat hun directeur daarbij was verdronken, bestelde de HAL in 1912 toch een passagiersschip bij de scheepswerf Harland en Wolff, gevestigd te Belfast in Noord-Ierland, waar de Titanic ook was gebouwd. Dat werd de Statendam-II. Er was al eerder een HAL-schip met de naam Statendam geweest, vandaar de Romeinse II. In juli 1914 werd het nieuwe schip te water gelaten en verder afgebouwd. Het meubilair werd natuurlijk gemaakt bij de al eerder genoemde meubelfabriek Mutters in Den Haag. Maar in juli 1916 werd de Statendam-II in beslag genomen door de Britse overheid. Die had het nieuwe schip nodig als troepenschip, vanwege de Eerste Wereldoorlog. Daarom kreeg het een nieuwe naam, de Justicia. In juni 1918 was het schip klaar en begon aan zijn eerste proefvaart. Helaas werd het gelijk getorpedeerd door een Duitse U-boot.
Gelukkig had de HAL schadevergoeding gekregen voor het afstaan van hun spiksplinternieuwe schip. Daarom werd in 1922 een nieuw schip besteld en werd bij Harland en Wolff in Belfast de kiel gelegd voor de Statendam-III. Die werd in 1924 te water gelaten en verder afgebouwd en in 1929 door de HAL in gebruik genomen. Maar helaas, ook dit schip is door oorlogsgeweld verloren gegaan. Op 10 mei 1940 lag de Statendam-III in Rotterdam aan de Wilhelminakade op de zuidoever, toen de Duitsers ons land binnenvielen en Duitse parachutisten rond Rotterdam-Zuid landden. In de loop van die paar dagen oorlog in mei 1940 ontstond er een patstelling rond de Maasbruggen tussen de Nederlanders en de Duitsers. De Duitsers zaten op de Zuidoever van de Nieuwe Maas en de Nederlanders op de Boompjes-kade op de noordoever. Om te voorkomen dat de Duitsers mitrailleurnesten op de Statendam zouden installeren, werd het schip door de Nederlanders vanaf de Boompjes-kade in brand geschoten. Zo ging er weer een HAL-schip door oorlogsgeweld verloren.
Waarom was deze HAL-directeur voor mij extra interessant? Mijn opa van Oorschot heeft bijna 50 jaar lang bij de HAL gewerkt als administrateur. Weliswaar niet op een van de HAL-schepen, maar in het bekende HAL-kantoor op de Wilhelminakade, wat nu Hotel New York is. Of hij het verhaal over de verdronken HAL-directeur heeft gekend, weet ik niet. Ikzelf heb er toen nooit iets over gehoord.
zaterdag 9 maart 2013
Internettip fractals
Hallo blogvolgers,
Ik heb even een poos zeer rustig aan gedaan, maar nu ben ik weer terug. Met dit keer een stukje over fractals.
http://sprott.physics.wisc.edu/fractals.htm
Dit is een internetsite over fractals, getiteld: Sprott's Fractal Gallery. Dit is beslist een interessante site voor de rekenaars en wiskundigen onder ons. Je vindt op deze site voorbeelden van formules en plaatjes van allerlei fractal-formules met bijbehorende plaatjes, zoals de Julia-fractal-set, Lorentz-attractors, en natuurlijk de Mandelbrot-fractal. Hier is zo'n Mandelbrot-fractal-plaatje te zien.
Jaren geleden hebben wij een boek in onze - niet altijd zeer gewaardeerde - achtergrondcollectie gehad van Benoit Mandelbrot (geboren 1924 te Warschau, overleden 2010 te Cambridge, Massachusets, USA), getiteld: Fractal Geometry of Nature, uit 1982.
Zelf ben ik helemaal geen rekenwonder, maar ik vind fractals wel een fascinerend onderwerp: je ziet een plaatje met een schijnbaar willekeurige chaotische afbeelding. Bij nadere beschouwing zit er wel een zeker patroon in, maar toch blijft het een opvallend en vooral zeer ingewikkeld en zeer complex patroon, gebaseerd op een lange wiskundige formule.
Je ziet zulke patronen niet alleen in deze wiskundige plaatjes, maar ook gewoon in de natuur. Denk maar aan bladeren aan de bomen. Of aan de takken en wortels van bomen zelf. In de winter kun je die takken met hun steeds kleiner worende vertakkingen, heel goed bestuderen aan de kale bomen. Of denk aan bloemkool, met zijn stronken en vertakkingen en steeds kleinere vertakkingen. Dat maakt dit onderwerp des te fascinerender. Of denk ook aan ijskristallen, bijvoorbeeld de ijsbloemen, zoals je die 's ochtends soms ziet op de ramen na een flinke nachtvorst. De hieronder staande foto heb ik op 6 februari 2013 's ochtends gemaakt in mijn slaapkamer. Daar waren toen ijsbloemen op te zien.
Vaak wordt er in deze gevallen gesproken over de chaostheorie. Maar met de fractalformules die je op deze site tegenkomt, lijkt me dat niet helemaal aan de orde. In de plaatjes gebaseerd op de verschillende fractal-formules, kom je toch wel een of ander patroon in de schijnbare chaos tegen. Er is wel nadrukkelijk sprake van een onoverzichtelijke chaos, als het over processen als het weer en vooral het klimaat gaat. Dat is een absoluut chaotisch proces waarin veel te veel bekende en vooral nog veel meer onbekende factoren een rol spelen en invloed uitoefenen. Teveel om in 1 wiskundige formule te vangen. Maar daarmee begin ik weer over een stokpaardje waar ik al vaker over heb geblogd: de niet-bestaande opwarming van de Aarde. Dat terzijde.
Verder staat op de bovengenoemde site dagelijks een andere fractal afgebeeld. Kortom, de moeite van het bekijken waard.
Ik heb even een poos zeer rustig aan gedaan, maar nu ben ik weer terug. Met dit keer een stukje over fractals.
http://sprott.physics.wisc.edu/fractals.htm
Dit is een internetsite over fractals, getiteld: Sprott's Fractal Gallery. Dit is beslist een interessante site voor de rekenaars en wiskundigen onder ons. Je vindt op deze site voorbeelden van formules en plaatjes van allerlei fractal-formules met bijbehorende plaatjes, zoals de Julia-fractal-set, Lorentz-attractors, en natuurlijk de Mandelbrot-fractal. Hier is zo'n Mandelbrot-fractal-plaatje te zien.
Jaren geleden hebben wij een boek in onze - niet altijd zeer gewaardeerde - achtergrondcollectie gehad van Benoit Mandelbrot (geboren 1924 te Warschau, overleden 2010 te Cambridge, Massachusets, USA), getiteld: Fractal Geometry of Nature, uit 1982.
Zelf ben ik helemaal geen rekenwonder, maar ik vind fractals wel een fascinerend onderwerp: je ziet een plaatje met een schijnbaar willekeurige chaotische afbeelding. Bij nadere beschouwing zit er wel een zeker patroon in, maar toch blijft het een opvallend en vooral zeer ingewikkeld en zeer complex patroon, gebaseerd op een lange wiskundige formule.
Je ziet zulke patronen niet alleen in deze wiskundige plaatjes, maar ook gewoon in de natuur. Denk maar aan bladeren aan de bomen. Of aan de takken en wortels van bomen zelf. In de winter kun je die takken met hun steeds kleiner worende vertakkingen, heel goed bestuderen aan de kale bomen. Of denk aan bloemkool, met zijn stronken en vertakkingen en steeds kleinere vertakkingen. Dat maakt dit onderwerp des te fascinerender. Of denk ook aan ijskristallen, bijvoorbeeld de ijsbloemen, zoals je die 's ochtends soms ziet op de ramen na een flinke nachtvorst. De hieronder staande foto heb ik op 6 februari 2013 's ochtends gemaakt in mijn slaapkamer. Daar waren toen ijsbloemen op te zien.
Vaak wordt er in deze gevallen gesproken over de chaostheorie. Maar met de fractalformules die je op deze site tegenkomt, lijkt me dat niet helemaal aan de orde. In de plaatjes gebaseerd op de verschillende fractal-formules, kom je toch wel een of ander patroon in de schijnbare chaos tegen. Er is wel nadrukkelijk sprake van een onoverzichtelijke chaos, als het over processen als het weer en vooral het klimaat gaat. Dat is een absoluut chaotisch proces waarin veel te veel bekende en vooral nog veel meer onbekende factoren een rol spelen en invloed uitoefenen. Teveel om in 1 wiskundige formule te vangen. Maar daarmee begin ik weer over een stokpaardje waar ik al vaker over heb geblogd: de niet-bestaande opwarming van de Aarde. Dat terzijde.
Verder staat op de bovengenoemde site dagelijks een andere fractal afgebeeld. Kortom, de moeite van het bekijken waard.
vrijdag 11 januari 2013
NGV-lezing over premier de Geer
Hallo ge-interesseerde bloglezers,
Vorig jaar op zaterdag 15 december 2012 ben ik naar een bijeenkomst geweest van de NGV (= Nederlandse Genealogische Vereniging), de club stamboomonderzoekers waar ik lid van ben. Daar werd die dag een lezing gegeven door de heer P.F. Visser over Jonkheer Dirk Jan de Geer, de laatste vooroorlogse premier van Nederland. Dirk Jan de Geer was in 1870 geboren te Groningen en overleden in 1960 te Soest. Hij was een verre nazaat van Louis de Geer (1587-1652), de roemruchte, uitgekookte zakenman, wapenhandelaar en geldschieter van de Zweedse regering gedurende de 17-e eeuw. Hij had kapitalen verdiend in de wapenhandel tijdens de verwoestende 30-jarige oorlog (van 1618 tot 1648) in het Duitse Reich. Als beloning verhief de koning van Zweden hem in de adelstand.
Daarbij vergeleken maakte zijn nazaat Dirk Jan de Geer - volgens de lezing van de heer Visser - op mij een wereldvreemde indruk. En dan ben ik nog heel neutraal.
Zijn vooroorlogse politieke loopbaan verliep vrij gebruikelijk. Hij begon als Tweede kamerlid voor de CHU (= Christen Historische Unie, een van de 3 partijen die rond 1980 is opgegaan in het huidige CDA), werd rond 1920-1921 burgemeester van Arnhem (een functie die hij - heel opvallend, volgens meneer Visser - niet ambieerde), was een opvallend lange periode minister van Financien (zijn lievelings-departement en -vakgebied), en vanaf augustus 1939 premier (ook een functie die hij evenmin wilde, maar waar hij toch min of meer toe gedwongen werd door zijn politieke collega's en koningin Wilhelmina). In die leidinggevende functie begon zijn wereldvreemdheid pas echt op te vallen. In Augustus 1939 namen de spanningen in Europa toe. Hitler dreigde met oorlog tegen Polen vanwege Dantzig (het huidige Gdansk). Alle omringende landen in Europa vonden de situatie alarmerend genoeg en mobiliseerden hun leger. Maar premier Dirk Jan de Geer vond het helemaal niet nodig. Uiteindelijk gaf hij onder druk van de andere ministers en de legertop toe en besloot tot mobilisatie van het Nederlandse leger. Daarna kondigde hij doodleuk aan op vakantie te willen gaan. Dat schokte de politici al. Maar de bestemming deed hen pas echt achteroverslaan van verbijstering: meneer wilde naar het Zwarte Woud in Duitsland! Het land van de aanstaande vijand!
Opvallend was dat het publiek in de zaal ook paf stond (al zaten ze allemaal) van verbazing. Iemand merkte later op dat familie van hem rond diezelfde tijd op vakantie was in Noord-Brabant, en op aandringen van thuisblijvers toen al terugkeerde naar Friesland. Die hadden duidelijk een betere kijk op de toenmalige situatie dan premier de Geer.
Op 10 mei 1940 viel Duitsland aan. Via Belgie, Nederland en Luxemburg rukte het Duitse leger op, versloeg zijn tegenstanders en stoof door, Frankrijk in en versloeg ook daar de Franse verdediging en verjoeg het Britse leger van het Europese vasteland bij Duinkerken. Ondertussen was de Nederlandse regering naar Londen gevlucht. Vandaaruit probeerden de ministers en koningin Wilhelmina hun draai opnieuw te vinden, en met uitzendingen via Radio Oranje het achtergebleven Nederlandse volk moreel te steunen in hun verzet tegen de Duitse bezetter.
Daar begon Dirk Jan de Geer zich nog wereldvreemder gedragen. Hij deed nogal defaitistische uitspraken waarin hij duidelijk liet blijken geen heil te zien in de voortzetting van de oorlog, en juist vrede met Duitsland wilde sluiten. Kortom: hij was eigenlijk meer een onderhandelaar en een polderaar tot ver voorbij het uiterste. Dat was voor koningin Wilhelmina reden om hem te ontslaan en hem te vervangen door de veel daadkrachtiger Gerbrandy. Na zijn ontslag wilde Dirk Jan de Geer ineens op vakantie naar Zwitserland. Dat wekte veel consternatie bij de Nederlandse gemeenschap in Londen en maakte Gerbrandy zo wantrouwig dat hij tegen een collega zei, dat hij met De Geer mee wilde, om te zorgen dat hij ook weer terugkeerde naar Londen. Uiteindelijk werd De Geer met een missie naar Nederlandsch Indie gestuurd. Daar is hij nooit aangekomen. Onderweg landde hij in Portugal, vroeg en kreeg een visum voor Nederland bij de Duitse ambassade in Lissabon en vertrok per vliegtuig naar Berlijn, waar hij vervolgens per D-trein naar Nederland terugreisde.
Voor de Duitsers was dit natuurlijk een propagandische buitenkans om naar de buitenwereld te laten zien dat hier iemand "realiteitszin" had getoond. Maar de Geallieerden waren daar absoluut niet blij mee. Koningin Wilhelmina en haar kabinet al helemaal niet; zij beschouwden zijn terugkeer naar Nederland als desertie.
Zelf zag Dirk Jan de Geer dat helemaal niet zo: hij was ontslagen als premier en was nu dus ambteloos burger, en daarom vond hij het logisch dat hij weer naar huis mocht terugkeren. Hij verdedigde het zelfs in een pamflet getiteld: De synthese in den oorlog, uitgegeven in 1942.
De stemming onder het publiek in de zaal vergleed van verbaasd naar verbijsterd. Sommige mensen begonnen zelfs boos te worden.
Ondertussen ging meneer Visser verder met zijn verbijsterende verhaal over ex-premier de Geer. Zo vertelde hij dat De Geer na de Tweede Wereldoorlog al zijn Nederlandse onderscheidingen moest inleveren. Daarnaast werd hij in oktober 1947 veroordeeld tot 1 jaar voorwaardelijke gevangenisstraf. En nog bestond hij het om niet te begrijpen dat zijn desertie hem terecht zwaar werd aangerekend. Hij bleef pamfletten schrijven waarin hij zijn terugkeer naar Nederland verdedigde.
Tot slot haalde de heer Visser het proefschrift uit 2012 van Meindert van der Kaaij aan, getiteld: Een eenzaam staatsman, een biografie van Dirk de Geer. Daarin betoogt Meindert van der Kaaij dat De Geer geen eerlijk proces had gekregen, omdat Gerbrandy alles in het werk had gesteld om de ex-premier maar veroordeeld te krijgen.
Na afloop kon men vragen stellen. Een vrouw maakte van de mogelijkheid gebruik om haar boosheid te ventileren. Haar voorouders kwamen uit Winterswijk en waren daar actief geweest in het plaatselijke verzet. Ze had jaren eerder al eens iets gehoord over de vlucht van De Geer, maar ze stelde nu vast dat het allemaal bij elkaar veel erger was.
Zelf maakte ik er ook gebruik van, meer om een opmerking te maken: veel Nederlandse schepen waren op 10 mei 1940 al lang buitengaats (om te voorkomen dat ze in vijandelijke Duitse handen zouden vallen). Vrijwel direct na aankomst in Londen, besloot de regering in ballingschap om alle schepen van de Nederlandse handelsvloot (die aan de Duitsers waren ontsnapt of elders ter wereld rondvoeren) onder militaire tucht te plaatsen en aan te bieden aan de Geallieerden voor militaire transporten en konvooien. Veel vrachtschepen voeren in konvooien over de Atlantische oceaan tussen Amerika en Engeland heen en weer, belaagd door Duitse U-boten en vliegtuigen. Van de circa 850 schepen zijn er bijna 500 getorpedeerd of op andere wijze vergaan, waarbij van de circa 18.500 opvarenden in totaal circa 3600 zeelui zijn omgekomen. Als de overlevende zeelui deserteerden, dan konden ze op een zware straf rekenen. Een oom van mijn vader voer op de Nieuw Amsterdam, een passagiersschip van de Holland-Amerika-lijn, die gedurende de oorlog was omgebouwd tot troepenschip. Dat schip kon zo snel varen dat het alle U-boten en torpedo's achter zich kon laten. Die oom vertrok eind 1939 als steward aan boord van de Nieuw Amsterdam naar Amerika en keerde pas in april 1946 terug naar Rotterdam. Al die jaren voer hij aan boord van de Nieuw-Amsterdam. Als hij zou deserteren, kon hij een zware straf verwachten. En dan is het echt niet uit te leggen dat een premier (oke, ex-premier) ineens de benen neemt en terugkeert naar Nederland. En er ook nog zonder straf van af zou kunnen komen.
Al met al was het een buitengewoon interessante en zeer informatieve middag.
Vorig jaar op zaterdag 15 december 2012 ben ik naar een bijeenkomst geweest van de NGV (= Nederlandse Genealogische Vereniging), de club stamboomonderzoekers waar ik lid van ben. Daar werd die dag een lezing gegeven door de heer P.F. Visser over Jonkheer Dirk Jan de Geer, de laatste vooroorlogse premier van Nederland. Dirk Jan de Geer was in 1870 geboren te Groningen en overleden in 1960 te Soest. Hij was een verre nazaat van Louis de Geer (1587-1652), de roemruchte, uitgekookte zakenman, wapenhandelaar en geldschieter van de Zweedse regering gedurende de 17-e eeuw. Hij had kapitalen verdiend in de wapenhandel tijdens de verwoestende 30-jarige oorlog (van 1618 tot 1648) in het Duitse Reich. Als beloning verhief de koning van Zweden hem in de adelstand.
Daarbij vergeleken maakte zijn nazaat Dirk Jan de Geer - volgens de lezing van de heer Visser - op mij een wereldvreemde indruk. En dan ben ik nog heel neutraal.
Zijn vooroorlogse politieke loopbaan verliep vrij gebruikelijk. Hij begon als Tweede kamerlid voor de CHU (= Christen Historische Unie, een van de 3 partijen die rond 1980 is opgegaan in het huidige CDA), werd rond 1920-1921 burgemeester van Arnhem (een functie die hij - heel opvallend, volgens meneer Visser - niet ambieerde), was een opvallend lange periode minister van Financien (zijn lievelings-departement en -vakgebied), en vanaf augustus 1939 premier (ook een functie die hij evenmin wilde, maar waar hij toch min of meer toe gedwongen werd door zijn politieke collega's en koningin Wilhelmina). In die leidinggevende functie begon zijn wereldvreemdheid pas echt op te vallen. In Augustus 1939 namen de spanningen in Europa toe. Hitler dreigde met oorlog tegen Polen vanwege Dantzig (het huidige Gdansk). Alle omringende landen in Europa vonden de situatie alarmerend genoeg en mobiliseerden hun leger. Maar premier Dirk Jan de Geer vond het helemaal niet nodig. Uiteindelijk gaf hij onder druk van de andere ministers en de legertop toe en besloot tot mobilisatie van het Nederlandse leger. Daarna kondigde hij doodleuk aan op vakantie te willen gaan. Dat schokte de politici al. Maar de bestemming deed hen pas echt achteroverslaan van verbijstering: meneer wilde naar het Zwarte Woud in Duitsland! Het land van de aanstaande vijand!
Opvallend was dat het publiek in de zaal ook paf stond (al zaten ze allemaal) van verbazing. Iemand merkte later op dat familie van hem rond diezelfde tijd op vakantie was in Noord-Brabant, en op aandringen van thuisblijvers toen al terugkeerde naar Friesland. Die hadden duidelijk een betere kijk op de toenmalige situatie dan premier de Geer.
Op 10 mei 1940 viel Duitsland aan. Via Belgie, Nederland en Luxemburg rukte het Duitse leger op, versloeg zijn tegenstanders en stoof door, Frankrijk in en versloeg ook daar de Franse verdediging en verjoeg het Britse leger van het Europese vasteland bij Duinkerken. Ondertussen was de Nederlandse regering naar Londen gevlucht. Vandaaruit probeerden de ministers en koningin Wilhelmina hun draai opnieuw te vinden, en met uitzendingen via Radio Oranje het achtergebleven Nederlandse volk moreel te steunen in hun verzet tegen de Duitse bezetter.
Daar begon Dirk Jan de Geer zich nog wereldvreemder gedragen. Hij deed nogal defaitistische uitspraken waarin hij duidelijk liet blijken geen heil te zien in de voortzetting van de oorlog, en juist vrede met Duitsland wilde sluiten. Kortom: hij was eigenlijk meer een onderhandelaar en een polderaar tot ver voorbij het uiterste. Dat was voor koningin Wilhelmina reden om hem te ontslaan en hem te vervangen door de veel daadkrachtiger Gerbrandy. Na zijn ontslag wilde Dirk Jan de Geer ineens op vakantie naar Zwitserland. Dat wekte veel consternatie bij de Nederlandse gemeenschap in Londen en maakte Gerbrandy zo wantrouwig dat hij tegen een collega zei, dat hij met De Geer mee wilde, om te zorgen dat hij ook weer terugkeerde naar Londen. Uiteindelijk werd De Geer met een missie naar Nederlandsch Indie gestuurd. Daar is hij nooit aangekomen. Onderweg landde hij in Portugal, vroeg en kreeg een visum voor Nederland bij de Duitse ambassade in Lissabon en vertrok per vliegtuig naar Berlijn, waar hij vervolgens per D-trein naar Nederland terugreisde.
Voor de Duitsers was dit natuurlijk een propagandische buitenkans om naar de buitenwereld te laten zien dat hier iemand "realiteitszin" had getoond. Maar de Geallieerden waren daar absoluut niet blij mee. Koningin Wilhelmina en haar kabinet al helemaal niet; zij beschouwden zijn terugkeer naar Nederland als desertie.
Zelf zag Dirk Jan de Geer dat helemaal niet zo: hij was ontslagen als premier en was nu dus ambteloos burger, en daarom vond hij het logisch dat hij weer naar huis mocht terugkeren. Hij verdedigde het zelfs in een pamflet getiteld: De synthese in den oorlog, uitgegeven in 1942.
De stemming onder het publiek in de zaal vergleed van verbaasd naar verbijsterd. Sommige mensen begonnen zelfs boos te worden.
Ondertussen ging meneer Visser verder met zijn verbijsterende verhaal over ex-premier de Geer. Zo vertelde hij dat De Geer na de Tweede Wereldoorlog al zijn Nederlandse onderscheidingen moest inleveren. Daarnaast werd hij in oktober 1947 veroordeeld tot 1 jaar voorwaardelijke gevangenisstraf. En nog bestond hij het om niet te begrijpen dat zijn desertie hem terecht zwaar werd aangerekend. Hij bleef pamfletten schrijven waarin hij zijn terugkeer naar Nederland verdedigde.
Tot slot haalde de heer Visser het proefschrift uit 2012 van Meindert van der Kaaij aan, getiteld: Een eenzaam staatsman, een biografie van Dirk de Geer. Daarin betoogt Meindert van der Kaaij dat De Geer geen eerlijk proces had gekregen, omdat Gerbrandy alles in het werk had gesteld om de ex-premier maar veroordeeld te krijgen.
Na afloop kon men vragen stellen. Een vrouw maakte van de mogelijkheid gebruik om haar boosheid te ventileren. Haar voorouders kwamen uit Winterswijk en waren daar actief geweest in het plaatselijke verzet. Ze had jaren eerder al eens iets gehoord over de vlucht van De Geer, maar ze stelde nu vast dat het allemaal bij elkaar veel erger was.
Zelf maakte ik er ook gebruik van, meer om een opmerking te maken: veel Nederlandse schepen waren op 10 mei 1940 al lang buitengaats (om te voorkomen dat ze in vijandelijke Duitse handen zouden vallen). Vrijwel direct na aankomst in Londen, besloot de regering in ballingschap om alle schepen van de Nederlandse handelsvloot (die aan de Duitsers waren ontsnapt of elders ter wereld rondvoeren) onder militaire tucht te plaatsen en aan te bieden aan de Geallieerden voor militaire transporten en konvooien. Veel vrachtschepen voeren in konvooien over de Atlantische oceaan tussen Amerika en Engeland heen en weer, belaagd door Duitse U-boten en vliegtuigen. Van de circa 850 schepen zijn er bijna 500 getorpedeerd of op andere wijze vergaan, waarbij van de circa 18.500 opvarenden in totaal circa 3600 zeelui zijn omgekomen. Als de overlevende zeelui deserteerden, dan konden ze op een zware straf rekenen. Een oom van mijn vader voer op de Nieuw Amsterdam, een passagiersschip van de Holland-Amerika-lijn, die gedurende de oorlog was omgebouwd tot troepenschip. Dat schip kon zo snel varen dat het alle U-boten en torpedo's achter zich kon laten. Die oom vertrok eind 1939 als steward aan boord van de Nieuw Amsterdam naar Amerika en keerde pas in april 1946 terug naar Rotterdam. Al die jaren voer hij aan boord van de Nieuw-Amsterdam. Als hij zou deserteren, kon hij een zware straf verwachten. En dan is het echt niet uit te leggen dat een premier (oke, ex-premier) ineens de benen neemt en terugkeert naar Nederland. En er ook nog zonder straf van af zou kunnen komen.
Al met al was het een buitengewoon interessante en zeer informatieve middag.
zondag 30 december 2012
Hoog water? O ja?
Hallo ge-interesseerde blogvolgers,
De afgelopen week (rond de kerst van december 2012) voorspelde het KNMI een enorme hoeveelheid regen, met als gevolg een gevaarlijke stijging van de waterspiegel in de kanalen, meren en andere binnenwateren. Net zoals dat in januari 2012 is gebeurd. Daarover blogde ik toen op 19 januari 2012 onder de titel: Hoog water in Leeuwarden. Maar als ik de waterspiegel zie op de hier bijgevoegde foto (die ik donderdag 27 december 2012 heb gemaakt), dan vraag ik me af of het KNMI niet heeft zitten te overdrijven.
Ik herinner mij uit de jaren rond 1968-1974 dat de waterspiegel in de singels in de Leeuwarder wijk Nijlan wel hoger hebben gestaan; minstens 30 of 40 centimeter hoger dan je op de foto ziet, misschien zelfs wel een halve meter. De onderkant van dat hek op de foto zou dan royaal in het water staan en het water zelf zou royaal over de rand van de singel staan. Dat zag ik begin jaren 70 ieder jaar opnieuw gebeuren in alle singels in de wijk Nijlan. En er was toen nog geen sprake van zogenaamde broeikaseffecten. Dus, hoe kwam dat dan? Natuurlijk: of er was toen ook van tijd tot tijd een periode met extreem veel regenval (wat toen nog helemaal niet extreem werd genoemd), of er was dooi na de winter, met als gevolg dat de singels overstroomden van al dat smeltwater (wat dus ook heel normaal werd gevonden). Waarom schreeuwde de klimaatmafia gedurende de afgelopen jaren 1990 dan zo hysterisch graag over stijgende waterspiegels waardoor ons land onder water zou verdwijnen. Dat is vroeger niet gebeurd, en dat zal nu ook niet gebeuren, en in de toekomst evenmin. Gelukkig horen we die klimaatmafiosi nu nauwelijks meer.
En die overvloed aan water? Tsjaa, neerslag komt nu eenmaal naar beneden in de vorm van sneeuw of van regen. En al dat (smelt)water wordt netjes weggepompt door de gemalen in het land, waaronder het Hoogland-gemaal in Stavoren, of het bekende stoom-aangedreven Woudagemaal in Lemmer (dat voor de gelegenheid in deze week tegelijk met de noodzakelijke ingebruikneming tevens opengesteld was voor publiek; lees het blogbericht van Gert-Jan Hermus van 28 dec 2012 getiteld: Bezoek aan het Woudagemaal te Lemmer, er maar op na). Kortom: geen enkele reden tot paniek. Net zo min als aan het begin van het jaar 2012, toen de waterspiegel in het Van Harinxmakanaal en andere binnenwateren ook opvallend hoog stond, en waar ik toen dus al over geblogd heb op 19 januari 2012.
Maar waarom zet de winter niet door? Tsjaa. Daarover blogde ik kort geleden nog op 16 december 2012 onder de titel: Toen lag er weer sneeuw. Maar ja, voorspellen is altijd al lastig geweest. En eigenlijk had ik het kunnen vermoeden: de komende 7 jaren zullen de winters minder streng zijn. Maar daarna krijgen we alsnog strenge winters met de mogelijkheid van een Elfstedentocht! De bekende astronoom Cornelis de Jager vermoedde enkele jaren geleden nog dat we over circa 10 jaar te maken zouden krijgen met een nieuwe Kleine IJstijd, vergelijkbaar met de Kleine IJstijd uit de Gouden Eeuw. Kortom extreem strenge winters. Het afgelopen jaar kwam hij daar weliswaar op terug maar vermoedde hij nog dat het gewoon strenge winters zullen worden. Meer hierover kunt u lezen op zijn site www.cdejager.com .
Over Elfstedentochten gesproken: Zelf had ik gehoopt dat in 2008 de Elfstedentocht zou worden gereden, maar daar was de winter in dat jaar niet streng genoeg voor. En begin 2012 was de vorst ook net niet streng genoeg, waardoor de Elfstedentocht op het nippertje niet doorging. Maar 11 jaar voor 2008, in 1997 werd ie wel gehouden. Dat moeten jullie nog je nog herinneren. En 11 jaar daarvoor ook, in 1986 en 1985. Maar 11 jaar daarvoor, in 1974 niet. Blijkbaar was de winter in dat jaar niet streng genoeg. Maar de Elfstedentocht van 11 jaar daarvoor moet voor iedereen bekend zijn; als het niet uit eigen herinnering is, dan wel uit de vele verhalen, boeken, films en documentaires: 1963.
Maar - zo zult u nu vragen - wat is die merkwaardige 11-jaarlijkse cyclus dan? Dat is niet zo merkwaardig. Dat is de onder astronomen bekende 11-jaarlijkse cyclus van de zon. Het voert te ver om dat hier uitgebreid uit te leggen; dan wordt dit blogstukje veel te lang. Maar daarover kunt u alles vinden en nalezen op de site www.klimaatgek.nl . Waarschijnlijk kan rond 2020 alsnog weer een Elfstedentocht worden gehouden. Want dan komen er weer strenge winters, zoals de hierboven al genoemde astronoom Cornelis de Jager vermoedt.
Verder herinner ik me nog een opmerking van een oud-collega van de CBD (nu: BSF) die me ooit rond 1997 vertelde dat vroeger (in de jaren 40 en 50) de landerijen rond Giekerk ieder jaar aan het eind van de winter blank stonden. Dat kwam toen gewoon door de dooi. Tegenwoordig komt dat plotseling door het broeikaseffect. Hij vond dat heel merkwaardig. Alsof hij dat in zijn tienerjaren zogenaamd verkeerd had begrepen. Kolder dus. Hij geloofde niets van die hele broeikas-mythe.
En zo heb ik de afgelopen jaren steeds vaker mensen ontmoet, die (gelukkig) hun twijfels hebben bij de broeikas-mythe.
De afgelopen week (rond de kerst van december 2012) voorspelde het KNMI een enorme hoeveelheid regen, met als gevolg een gevaarlijke stijging van de waterspiegel in de kanalen, meren en andere binnenwateren. Net zoals dat in januari 2012 is gebeurd. Daarover blogde ik toen op 19 januari 2012 onder de titel: Hoog water in Leeuwarden. Maar als ik de waterspiegel zie op de hier bijgevoegde foto (die ik donderdag 27 december 2012 heb gemaakt), dan vraag ik me af of het KNMI niet heeft zitten te overdrijven.
Ik herinner mij uit de jaren rond 1968-1974 dat de waterspiegel in de singels in de Leeuwarder wijk Nijlan wel hoger hebben gestaan; minstens 30 of 40 centimeter hoger dan je op de foto ziet, misschien zelfs wel een halve meter. De onderkant van dat hek op de foto zou dan royaal in het water staan en het water zelf zou royaal over de rand van de singel staan. Dat zag ik begin jaren 70 ieder jaar opnieuw gebeuren in alle singels in de wijk Nijlan. En er was toen nog geen sprake van zogenaamde broeikaseffecten. Dus, hoe kwam dat dan? Natuurlijk: of er was toen ook van tijd tot tijd een periode met extreem veel regenval (wat toen nog helemaal niet extreem werd genoemd), of er was dooi na de winter, met als gevolg dat de singels overstroomden van al dat smeltwater (wat dus ook heel normaal werd gevonden). Waarom schreeuwde de klimaatmafia gedurende de afgelopen jaren 1990 dan zo hysterisch graag over stijgende waterspiegels waardoor ons land onder water zou verdwijnen. Dat is vroeger niet gebeurd, en dat zal nu ook niet gebeuren, en in de toekomst evenmin. Gelukkig horen we die klimaatmafiosi nu nauwelijks meer.
En die overvloed aan water? Tsjaa, neerslag komt nu eenmaal naar beneden in de vorm van sneeuw of van regen. En al dat (smelt)water wordt netjes weggepompt door de gemalen in het land, waaronder het Hoogland-gemaal in Stavoren, of het bekende stoom-aangedreven Woudagemaal in Lemmer (dat voor de gelegenheid in deze week tegelijk met de noodzakelijke ingebruikneming tevens opengesteld was voor publiek; lees het blogbericht van Gert-Jan Hermus van 28 dec 2012 getiteld: Bezoek aan het Woudagemaal te Lemmer, er maar op na). Kortom: geen enkele reden tot paniek. Net zo min als aan het begin van het jaar 2012, toen de waterspiegel in het Van Harinxmakanaal en andere binnenwateren ook opvallend hoog stond, en waar ik toen dus al over geblogd heb op 19 januari 2012.
Maar waarom zet de winter niet door? Tsjaa. Daarover blogde ik kort geleden nog op 16 december 2012 onder de titel: Toen lag er weer sneeuw. Maar ja, voorspellen is altijd al lastig geweest. En eigenlijk had ik het kunnen vermoeden: de komende 7 jaren zullen de winters minder streng zijn. Maar daarna krijgen we alsnog strenge winters met de mogelijkheid van een Elfstedentocht! De bekende astronoom Cornelis de Jager vermoedde enkele jaren geleden nog dat we over circa 10 jaar te maken zouden krijgen met een nieuwe Kleine IJstijd, vergelijkbaar met de Kleine IJstijd uit de Gouden Eeuw. Kortom extreem strenge winters. Het afgelopen jaar kwam hij daar weliswaar op terug maar vermoedde hij nog dat het gewoon strenge winters zullen worden. Meer hierover kunt u lezen op zijn site www.cdejager.com .
Over Elfstedentochten gesproken: Zelf had ik gehoopt dat in 2008 de Elfstedentocht zou worden gereden, maar daar was de winter in dat jaar niet streng genoeg voor. En begin 2012 was de vorst ook net niet streng genoeg, waardoor de Elfstedentocht op het nippertje niet doorging. Maar 11 jaar voor 2008, in 1997 werd ie wel gehouden. Dat moeten jullie nog je nog herinneren. En 11 jaar daarvoor ook, in 1986 en 1985. Maar 11 jaar daarvoor, in 1974 niet. Blijkbaar was de winter in dat jaar niet streng genoeg. Maar de Elfstedentocht van 11 jaar daarvoor moet voor iedereen bekend zijn; als het niet uit eigen herinnering is, dan wel uit de vele verhalen, boeken, films en documentaires: 1963.
Maar - zo zult u nu vragen - wat is die merkwaardige 11-jaarlijkse cyclus dan? Dat is niet zo merkwaardig. Dat is de onder astronomen bekende 11-jaarlijkse cyclus van de zon. Het voert te ver om dat hier uitgebreid uit te leggen; dan wordt dit blogstukje veel te lang. Maar daarover kunt u alles vinden en nalezen op de site www.klimaatgek.nl . Waarschijnlijk kan rond 2020 alsnog weer een Elfstedentocht worden gehouden. Want dan komen er weer strenge winters, zoals de hierboven al genoemde astronoom Cornelis de Jager vermoedt.
Verder herinner ik me nog een opmerking van een oud-collega van de CBD (nu: BSF) die me ooit rond 1997 vertelde dat vroeger (in de jaren 40 en 50) de landerijen rond Giekerk ieder jaar aan het eind van de winter blank stonden. Dat kwam toen gewoon door de dooi. Tegenwoordig komt dat plotseling door het broeikaseffect. Hij vond dat heel merkwaardig. Alsof hij dat in zijn tienerjaren zogenaamd verkeerd had begrepen. Kolder dus. Hij geloofde niets van die hele broeikas-mythe.
En zo heb ik de afgelopen jaren steeds vaker mensen ontmoet, die (gelukkig) hun twijfels hebben bij de broeikas-mythe.
donderdag 20 december 2012
Rampen volgens Maya-belofte komen niet
Hallo ge-interesseerde bloglezers,
Ongetwijfeld zitten jullie ook gespannen af te tellen tot de rampen over ons komen. Vooral de rampen die ons volgens de Maya-kalender op 21 december 2012 worden beloofd. Natuurlijk komen die er niet. Dat ligt voor de hand. Om het tot Westerse maatstaven terug te brengen: wat gebeurt er na 31 december? Dan komt gewoon 1 januari. Meer niet. Niks ramp-zaligs dus. Eerder hartstikke saai. En zo zal dat met de Maya-kalender ook zijn: als de ene cyclus eindigt, dan begint de volgende cyclus van de Maya-kalender gewoon weer opnieuw. En bovendien is het de vraag of de Maya's wel aan rampen dachten, toen ze hun kalender met al die cyclussen opstelden. Daar slaat de hier onder geplaatste cartoon op.
In de afgelopen eeuwen zijn er wel vaker onheilsprofeten opgestaan die ons de spectaculairste rampen beloofden. Ze kregen na het verstrijken van de bewuste datum allemaal 1 groot probleem: de beloofde rampen bleven uit. En ook de rampen van 21 december 2012 zullen niet komen.
In 1774 was er ook een onheilsprofeet. Dat was dominee Eelco Atta, predikant uit Bozum. Hij noemde zichzelf een "vriend van de waarheid" en verspreidde een brochure waarin hij verkondigde dat op 8 mei 1774 alle planeten op 1 rij aan de hemel zouden staan met als gevolg dat de planeet Aarde uit zijn baan zou worden geslingerd en op de Zon zou neerkomen en volledig zou verbranden. De boodschap veroorzaakte veel onrust in Friesland. Daarom vaardigde de overheid van Friesland een verbod op de verspreiding van dit obscure boekwerkje. Op de bewuste dag zelf gebeurde er inderdaad totaal niets. Hoogstens kon men 's ochtends voor de zonsopkomst aan de oostelijke hemel alle planeten heel mooi op een rij aan de hemel bij elkaar zien stralen. Dat was alles. Nog steeds zeer saai.
Maar hiermee was het verhaal niet ten einde. In Franeker woonde een wolkammer, die alle heisa over de opmerkelijke samenstand had gevolgd. Hij werd daardoor zozeer ge-inspireerd dat hij in 7 jaar tijd in de achterkamer van zijn eigen huis een planetarium op schaal bouwde om aan te tonen hoe het zonnestelsel precies in elkaar zat, en om zo te laten zien dat er van de beloofde rampen niets kon kloppen. Zijn naam: Eise Eisinga. Zijn planetarium is tot op de dag van vandaag een toeristentrekker. Het pand waarin het is gevestigd is beslist een bezoek waard. Meer informatie is te vinden op de site www.planetarium-friesland.nl .
Op de hieronder staande foto (uit juli 2006) is het pandje te zien met ernaast de winkel annex restaurant, waar je na afloop kunt genieten van een lekkere kop koffie. Voor de vroegere woning annex planetarium van Eise Eisinga staat een kennis van mij uit Groningen. Ik was met haar en haar vriend die dag in juli 2006 naar Franeker gereisd om hen dit planetarium te laten zien. Daar waren ze toen diep van onder de indruk.
Ongetwijfeld zitten jullie ook gespannen af te tellen tot de rampen over ons komen. Vooral de rampen die ons volgens de Maya-kalender op 21 december 2012 worden beloofd. Natuurlijk komen die er niet. Dat ligt voor de hand. Om het tot Westerse maatstaven terug te brengen: wat gebeurt er na 31 december? Dan komt gewoon 1 januari. Meer niet. Niks ramp-zaligs dus. Eerder hartstikke saai. En zo zal dat met de Maya-kalender ook zijn: als de ene cyclus eindigt, dan begint de volgende cyclus van de Maya-kalender gewoon weer opnieuw. En bovendien is het de vraag of de Maya's wel aan rampen dachten, toen ze hun kalender met al die cyclussen opstelden. Daar slaat de hier onder geplaatste cartoon op.
In de afgelopen eeuwen zijn er wel vaker onheilsprofeten opgestaan die ons de spectaculairste rampen beloofden. Ze kregen na het verstrijken van de bewuste datum allemaal 1 groot probleem: de beloofde rampen bleven uit. En ook de rampen van 21 december 2012 zullen niet komen.
In 1774 was er ook een onheilsprofeet. Dat was dominee Eelco Atta, predikant uit Bozum. Hij noemde zichzelf een "vriend van de waarheid" en verspreidde een brochure waarin hij verkondigde dat op 8 mei 1774 alle planeten op 1 rij aan de hemel zouden staan met als gevolg dat de planeet Aarde uit zijn baan zou worden geslingerd en op de Zon zou neerkomen en volledig zou verbranden. De boodschap veroorzaakte veel onrust in Friesland. Daarom vaardigde de overheid van Friesland een verbod op de verspreiding van dit obscure boekwerkje. Op de bewuste dag zelf gebeurde er inderdaad totaal niets. Hoogstens kon men 's ochtends voor de zonsopkomst aan de oostelijke hemel alle planeten heel mooi op een rij aan de hemel bij elkaar zien stralen. Dat was alles. Nog steeds zeer saai.
Maar hiermee was het verhaal niet ten einde. In Franeker woonde een wolkammer, die alle heisa over de opmerkelijke samenstand had gevolgd. Hij werd daardoor zozeer ge-inspireerd dat hij in 7 jaar tijd in de achterkamer van zijn eigen huis een planetarium op schaal bouwde om aan te tonen hoe het zonnestelsel precies in elkaar zat, en om zo te laten zien dat er van de beloofde rampen niets kon kloppen. Zijn naam: Eise Eisinga. Zijn planetarium is tot op de dag van vandaag een toeristentrekker. Het pand waarin het is gevestigd is beslist een bezoek waard. Meer informatie is te vinden op de site www.planetarium-friesland.nl .
Op de hieronder staande foto (uit juli 2006) is het pandje te zien met ernaast de winkel annex restaurant, waar je na afloop kunt genieten van een lekkere kop koffie. Voor de vroegere woning annex planetarium van Eise Eisinga staat een kennis van mij uit Groningen. Ik was met haar en haar vriend die dag in juli 2006 naar Franeker gereisd om hen dit planetarium te laten zien. Daar waren ze toen diep van onder de indruk.
zondag 16 december 2012
Toen lag er weer sneeuw
Hallo bloglezers,
De hieronder geplaatste foto heb ik op 6 december 2012 vanuit mijn flat gemaakt. Het is een mooi uitzicht vanuit mijn flatwoning over een fraai sneeuwlandschap. Vinden jullie ook niet? Weliswaar is er de afgelopen 2 weken tot nu toe 2 keer sneeuw gevallen en helaas ook weer snel weggesmolten. Maar, wie weet, zal er binnenkort wel weer sneeuw vallen. Ik hoop het. Dan wordt het al de vijfde winter op rij met sneeuw en ijs.
En dat is iets wat de klimaatmafia ons de afgelopen jaren nadrukkelijk niet had beloofd. Die klimaat-paniekzaaiers hadden ons juist een rampzalige toekomst beloofd met toenemende warmte (als gevolg van het niet-bestaande broeikaseffect) met afsmeltende poolkappen en een stijgende zeespiegel, en slappe winters waarin het nooit meer zou sneeuwen of vriezen. Dat zou betekenen dat de beroemde Friese Elfstedentocht nooit meer zou plaatsvinden. Sinds 2008 hebben we telkens in de maanden december en januari toenemend strenge winters gehad met veel sneeuwval, veel vorst en een keer zelfs de bijna-mogelijkheid van een Elfstedentocht (februari 2012). Jammer dat het niet voldoende vroor en het daarom net niet is doorgegaan. Dat zou een lange neus zijn geweest naar al die klimaat-paniekzaaiers. Maar, laat een ding heel duidelijk zijn: de huidige strenge, koude winters kloppen dus niet met de theologie van de klimaatmafia.
Ik herinner me dat er in december 2009 een grote klimaatconferentie in Kopenhagen, Denemarken werd gehouden. Dat was eigenlijk een internationale bijeenkomst op de verkeerde plek en op het verkeerde moment. Er lag toen in Denemarken een dik pak sneeuw en het was bitter koud. Dan komt het niet erg geloofwaardig over als je met demonstraties waarschuwt voor de opwarming van de Aarde, terwijl je bijna doodvriest of ondergesneeuwd raakt. Daar slaat de hier onder staande cartoon op. Dat was dus een organisatiefoutje. Daar zal het IPCC (nog zo'n club klimaat-paniekzaaiers) en de klimaatmafia voortaan wel rekening mee houden.
Vandaar dat kortgeleden in december 2012 de klimaatconferentie in Doha, Qatar werd gehouden. Dat land ligt in de tropen, op het Arabische schiereiland. Daar is het altijd overtuigend warm. Let daar maar eens op. In december 2011 was de klimaattop in Durban, Zuid-Afrika. Als het hier winter is, is het daar hartje zomer. Dat werkt (daar ter plekke) ook zeer overtuigend. En in december 2010 was de klimaatconferentie in Cancun, Mexico. En ook daar is het in december overtuigend warm.
En waar zal de volgende klimaatconferentie zijn? In Sydney, Australie? Daar hebben ze in de zomer altijd last van een enorme zomerhitte, met als gevolg een dramatische droogte met als groot gevaar: bosbranden. Ook zeer overtuigend met die zogenaamde opwarming. Of is het dan in Rio de Janeiro, Brazilie. Ook daar is het altijd tropisch warm.
De cartoon hierboven sloeg op die ondergesneeuwde klimaatconferentie in Kopenhagen, Denemarken. Dat het toen zo sneeuwde, vond ik al een goede grap. Maar de grootste grap kwam na afloop van de klimaatconferentie in december 2009 te Kopenhagen. President Obama moest toen zo snel mogelijk naar de USA terugvliegen, want direct nadat zijn toestel op het vliegveld bij Washington was geland, ging het vliegveld dicht. Evenals alle andere in de verre omtrek. Er woedde namelijk een ijzige sneeuwstorm langs de oostkust van de USA. Van opwarming was dus (in december) geen enkele sprake. Niet op het noordelijk halfrond, want dan is het winter. Wel op het zuidelijk halfrond, maar dat is gebruikelijk en dat heet al vele eeuwen lang zomer. En na een half jaar is de weer-situatie omgekeerd.
Lezers die mijn blog al jaren volgen, zullen het zo langzamerhand wel weten: het evangelie van de klimaat-paniekzaaiers is aan mij niet besteed. Ik heb er vaker zeer kritisch over geblogd. Dat kunnen jullie nalezen in deze blogstukjes getiteld en gedateerd: Winter in Leeuwarden, op 16 februari 2012; Hoog water in Leeuwarden, op 19 januari 2012; Regen in juni op 29 juni 2011, Ware oorzaak van de opwarming van de Aarde op 13 januari 2011, Internettip voor klimaatsceptici, op 16 april 2010; Leestip voor klimaatsceptici, op 14 februari 2010. Mochten jullie die stukjes nog eens willen herlezen, klik dan op de kolom rechts op de jaren of maanden om de mappen te openen, waarna jullie de artikelen op datum kunnen opzoeken.
Voor nadere gedegen wetenschappelijke tekst en uitleg over de hele klimaat-kwestie, kijk dan op de site www.klimaatgek.nl .
O ja. Let ook op de nieuwe smoes van de klimaatmafia: ze hebben het niet meer over de "opwarming van de Aarde", maar heel eufemistische en voorzichtig over de "klimaatverandering". Straks zullen ze het wel hebben over de grote afkoeling, en dan zullen ze weer oreren dat ook dat weer onze eigen schuld is. Alsof de Zon al miljoenen jaren lang geen enkele invloed uitoefent op ons planeetje.
De hieronder geplaatste foto heb ik op 6 december 2012 vanuit mijn flat gemaakt. Het is een mooi uitzicht vanuit mijn flatwoning over een fraai sneeuwlandschap. Vinden jullie ook niet? Weliswaar is er de afgelopen 2 weken tot nu toe 2 keer sneeuw gevallen en helaas ook weer snel weggesmolten. Maar, wie weet, zal er binnenkort wel weer sneeuw vallen. Ik hoop het. Dan wordt het al de vijfde winter op rij met sneeuw en ijs.
En dat is iets wat de klimaatmafia ons de afgelopen jaren nadrukkelijk niet had beloofd. Die klimaat-paniekzaaiers hadden ons juist een rampzalige toekomst beloofd met toenemende warmte (als gevolg van het niet-bestaande broeikaseffect) met afsmeltende poolkappen en een stijgende zeespiegel, en slappe winters waarin het nooit meer zou sneeuwen of vriezen. Dat zou betekenen dat de beroemde Friese Elfstedentocht nooit meer zou plaatsvinden. Sinds 2008 hebben we telkens in de maanden december en januari toenemend strenge winters gehad met veel sneeuwval, veel vorst en een keer zelfs de bijna-mogelijkheid van een Elfstedentocht (februari 2012). Jammer dat het niet voldoende vroor en het daarom net niet is doorgegaan. Dat zou een lange neus zijn geweest naar al die klimaat-paniekzaaiers. Maar, laat een ding heel duidelijk zijn: de huidige strenge, koude winters kloppen dus niet met de theologie van de klimaatmafia.
Ik herinner me dat er in december 2009 een grote klimaatconferentie in Kopenhagen, Denemarken werd gehouden. Dat was eigenlijk een internationale bijeenkomst op de verkeerde plek en op het verkeerde moment. Er lag toen in Denemarken een dik pak sneeuw en het was bitter koud. Dan komt het niet erg geloofwaardig over als je met demonstraties waarschuwt voor de opwarming van de Aarde, terwijl je bijna doodvriest of ondergesneeuwd raakt. Daar slaat de hier onder staande cartoon op. Dat was dus een organisatiefoutje. Daar zal het IPCC (nog zo'n club klimaat-paniekzaaiers) en de klimaatmafia voortaan wel rekening mee houden.
Vandaar dat kortgeleden in december 2012 de klimaatconferentie in Doha, Qatar werd gehouden. Dat land ligt in de tropen, op het Arabische schiereiland. Daar is het altijd overtuigend warm. Let daar maar eens op. In december 2011 was de klimaattop in Durban, Zuid-Afrika. Als het hier winter is, is het daar hartje zomer. Dat werkt (daar ter plekke) ook zeer overtuigend. En in december 2010 was de klimaatconferentie in Cancun, Mexico. En ook daar is het in december overtuigend warm.
En waar zal de volgende klimaatconferentie zijn? In Sydney, Australie? Daar hebben ze in de zomer altijd last van een enorme zomerhitte, met als gevolg een dramatische droogte met als groot gevaar: bosbranden. Ook zeer overtuigend met die zogenaamde opwarming. Of is het dan in Rio de Janeiro, Brazilie. Ook daar is het altijd tropisch warm.
De cartoon hierboven sloeg op die ondergesneeuwde klimaatconferentie in Kopenhagen, Denemarken. Dat het toen zo sneeuwde, vond ik al een goede grap. Maar de grootste grap kwam na afloop van de klimaatconferentie in december 2009 te Kopenhagen. President Obama moest toen zo snel mogelijk naar de USA terugvliegen, want direct nadat zijn toestel op het vliegveld bij Washington was geland, ging het vliegveld dicht. Evenals alle andere in de verre omtrek. Er woedde namelijk een ijzige sneeuwstorm langs de oostkust van de USA. Van opwarming was dus (in december) geen enkele sprake. Niet op het noordelijk halfrond, want dan is het winter. Wel op het zuidelijk halfrond, maar dat is gebruikelijk en dat heet al vele eeuwen lang zomer. En na een half jaar is de weer-situatie omgekeerd.
Lezers die mijn blog al jaren volgen, zullen het zo langzamerhand wel weten: het evangelie van de klimaat-paniekzaaiers is aan mij niet besteed. Ik heb er vaker zeer kritisch over geblogd. Dat kunnen jullie nalezen in deze blogstukjes getiteld en gedateerd: Winter in Leeuwarden, op 16 februari 2012; Hoog water in Leeuwarden, op 19 januari 2012; Regen in juni op 29 juni 2011, Ware oorzaak van de opwarming van de Aarde op 13 januari 2011, Internettip voor klimaatsceptici, op 16 april 2010; Leestip voor klimaatsceptici, op 14 februari 2010. Mochten jullie die stukjes nog eens willen herlezen, klik dan op de kolom rechts op de jaren of maanden om de mappen te openen, waarna jullie de artikelen op datum kunnen opzoeken.
Voor nadere gedegen wetenschappelijke tekst en uitleg over de hele klimaat-kwestie, kijk dan op de site www.klimaatgek.nl .
O ja. Let ook op de nieuwe smoes van de klimaatmafia: ze hebben het niet meer over de "opwarming van de Aarde", maar heel eufemistische en voorzichtig over de "klimaatverandering". Straks zullen ze het wel hebben over de grote afkoeling, en dan zullen ze weer oreren dat ook dat weer onze eigen schuld is. Alsof de Zon al miljoenen jaren lang geen enkele invloed uitoefent op ons planeetje.
Abonneren op:
Posts (Atom)



