zaterdag 20 oktober 2012

Weer naar Amersfoort

Hallo ge-interesseerde blogvolgers,

Op 7 oktober 2012 ben ik weer eens naar Amersfoort geweest. Vorig jaar op 28 augustus 2011 ben ik ook al in Amersfoort geweest, maar die dag viel in het water vanwege de aanhoudende regen. Helaas. Daarom had ik het aan het eind van mijn blogbericht over die dag - in de lijst hier rechts te vinden onder de datum 3 september 2011 - er al over dat ik nog eens een keer naar Amersfoort moest gaan, maar dan op een dag met mooi weer. En dat was nu op 7 oktober 2012 het geval. Deze keer was het een plezierige dag met prachtig droog weer.
Ik heb het Museum Flehite bezocht. Dat museumcomplex ziet u op foto 1 hier onder aan dit blogbericht. Als u de foto beter wilt bekijken, klik er dan op voor een uitvergroting. Dat geldt ook voor de andere foto's. Deze keer was er in het Museum Flehite een interessante tentoonstelling over landgoederen en buitenhuizen rond Amersfoort. Dat ging niet alleen over het landhuis Soestdijk dat in 1650 gebouwd was in opdracht van een Amsterdamse koopman, en dat in 1674 door stadhouder Willem III werd gekocht en sindsdien het bekende paleis van de Oranjes is. Maar ook over de buitenplaats Schothorst, waar in de afgelopen 20 jaar een geheel nieuwe woonwijk omheen werd gebouwd en dat dus naar dit landhuis werd vernoemd, evenals het nabije NS-station, noordoostelijk van de stad Amersfoort. En dan laat ik de buitenhuizen Randenbroek, waar Jacob van Campen (de bouwmeester van het stadhuis van Amsterdam, tegenwoordig beter bekend als het Paleis op de Dam) heeft gewoond, evenals het landgoed Nimmer-dor (waar het altijd groen was, omdat de eigenaar daar naaldbomen (!) had geplant) waar de voor Amersfoort belangrijke jonker Everard Meyster heeft gewoond, en nog een aantal landgoederen buiten beschouwing. Maar het landgoed Birkhoven is voor Leeuwarden van enig indirect belang. Het landgoed bestond al lang, maar in 1826 werd het gekocht door Jan Cock Blomhoff (1779-1853). Hij was de laatste opperkoopman van Decima, het bekende eilandje annex handelspost in de baai van Nagasaki in Japan. Na terugkeer naar Nederland in 1824, ging hij wonen op Birkhoven. Daar plantte hij ook zaden van allerlei Japanse planten en bomen, die hij uit Japan had meegenomen. Daarom heet Birkhoven sindsdien ook wel: de Japanse Bosjes. Al groeit er tegenwoordig geen enkele Japanse plant of boom meer. Maar wat was de link met Leeuwarden nou? Jan Cock Blomhoff was in 1815 getrouwd met Titia Bergsma (1786-1821), de eerste Westerse vrouw die in 1817 voet op Japanse grond had gezet. Zij was geboren in Leeuwarden in een pand aan de stille kant van de Nieuwstad. Vanaf november 2007 tot maart 2008 was er een tentoonstelling in het Keramiekmuseum het Prinsessehof te Leeuwarden over haar geweest en was er ook een documentaire over haar gemaakt door AVRO's Close-up. Er was voor Titia Bergsma indertijd op Decima wel een probleem: het was voor Westerse vrouwen verboden om in Japan te komen. Daarom moest zij met het eerstvolgende schip 3 maanden later weer terugkeren naar Batavia. In 1821 is zij in Den Haag overleden, terwijl haar man nog opperkoopman van Decima was. Daar heeft hij in 1818 de Hofreis naar het keizerlijke hof in Edo meegemaakt en een verslag over geschreven. In 1824 keerde hij terug naar Nederland en hertrouwde in 1827 met Maria Adriana van Breugel. Daarna vestigden zij zich - zoals ik eerder vertelde - op het landgoed Birkhoven vlakbij Amersfoort.

Na mijn museumbezoek maakte ik een grote wandeling door het centrum van Amersfoort. Het viel me ineens op dat er veel groepjes toeristen in het stadscentrum rondliepen. Er bleek een manifestatie aan de gang te zijn getiteld: de Kunstkijkroute. Hier en daar in de stad waren ateliers van kunstenaars geopend voor het ge-interesseerde publiek. Daar was ik dus niet voor gekomen, maar het maakte de binnenstad wel gezellig levendig. Hier en daar ben ik even zo'n atelier binnen gelopen om er eventjes rond te kijken. Maar het kon me niet voldoende boeien. Ik wandelde verder door de stad, langs verschillende grachten en door diverse straatjes naar de Hof, waar de Sint Joriskerk staat. De fontein midden op het plein van de Hof vond ik opvallend. Er spoot water uit de mond van een hoofd midden in de fontein. Was dit soms het afgehakte hoofd van de reus Mimir uit de Germaanse mythologie, die geldt als de bron van wijsheid en inspirator voor dichters? Overigens dreef er ook allerlei minder poetische rommel in rond. Dat kunt u goed zien op foto 2. Daarna wandelde ik verder langs de Korte Gracht, waar het geboortehuis van de bekende schilder Mondriaan staat. Vervolgens wandelde ik door de straat met de merkwaardige naam Muurhuizen. Dat waren huizen die ooit tegen de Middeleeuwse stadsmuur waren aangebouwd. Het was er opvallend druk met bezoekers van de Kunstkijk-manifestatie. Uiteindelijk kwam ik uit bij de Kamperbinnenpoort, waarna ik de Kamp helemaal uitliep tot aan de grote verkeers-rotonde. Daar sloeg ik rechts af, het park in, dat zich langs de Zuidsingel uitstrekte. Dat park had ooit bestaan uit stadswallen en verdedigingswerken, en was in de 19-e eeuw, net als veel stadswallen en verdedigingswerken in veel andere Nederlandse steden afgebroken of tot park omgevormd. Denk maar aan de Prinsentuin in Leeuwarden of het Noorderplantsoen in Groningen-stad. In Amersfoort waren de oude stadswallen door de bekende tuinarchitect Zocher omgevormd tot een zeer langwerpig, smal park. Daarom heet het in de Amersfoortse volksmond ook wel Zocherpark. Zo passeerde ik diverse overblijfselen van de Middeleeuwse stadsmuur en een waterpoort, bekend als de Monnickendam. Die kunt u zien op foto 3.
Uiteindelijk kwam ik uit op het kruispunt van de Zuidsingel met de Arnhemseweg. Daar stond op de hoek de Kei van Amersfoort. Daar heeft Amersfoort zijn naam als Keistad aan te danken. Het was in de 17-e eeuw dat de hierboven reeds genoemde jonker Everard Meyster (die op het landgoed Nimmer-dor woonde), de Amersfoorters in 1661 zo gek wist te krijgen om een kei die ergens op zijn landgoed lag, hun stad in te slepen. Achteraf werden ze daar zozeer om bespot, dat ze de kei in 1672 begroeven onder de Varkensmarkt. Pas in 1903 groeven ze de kei weer op en zetten hem na een aantal omzwervingen in 1954 op de sokkel op de hoek van dit kruispunt met de Arnhemseweg. Dat kunt u zien op foto 4. In 1990 werd de kei gewogen en werd vastgesteld dat ie meer dan 7100 kilo woog.
Daarna wandelde ik terug het stadscentrum in, naar de voet van de Onze Lieve Vrouwentoren. Beneden aan de voet van deze toren is in het plaveisel het monumentje te zien, in de vorm van een metalen strip met een korte tekst en een X, verwerkt in het plaveisel, zoals te zien is op foto 5. Dit monumentje is hier geplaatst vanwege het feit dat deze toren sinds de Napoleontische tijd het Kadastrale Middelpunt is geweest. Daarover had ik al geblogd in mijn vorige blogstukje over Amersfoort op 3 september 2011.
Hierna zocht ik een restaurant op om eens te eten. Mijn keuze viel op een pizzarestaurant aan het plein voor de Onze Lieve Vrouwentoren. Nadat ik heerlijk gegeten had, ging ik nog even op zoek naar het geboortehuis van Johan van Oldenbarnevelt. Dat vond ik snel aan de Muurhuizen. Dat pand kunt u zien op foto 6. Boven de deur stond de naam van het grote pand: Bollenburgh. Aan de muur, precies boven de fiets, hing een grote plaquette met daarop een portret van Johan van Oldenbarnevelt met wat korte informatie over deze bekende raadspensionaris. Helaas hingen er - zoals u op foto 6 kunt zien - grotendeels takken net voor deze bronzen plaquette. Johan van Oldenbarnevelt was hier in 1547 geboren en opgegroeid. In 1564 verliet hij Amersfoort om elders te studeren, waarna hij terugkeerde als gediplomeerd jurist. In 1576 werd hij benoemd tot stadspensionaris van Rotterdam (!). In die functie moest hij het stadsbestuur adviseren en bijstaan, en vele reizen maken naar Den Haag en elders om daar op te komen voor de belangen van de stad Rotterdam. Dat deed hij zeer goed. Daarom staat op de Coolsingel voor het Stadhuis van Rotterdam een standbeeld van Johan van Oldenbarnevelt. In 1586 werd hij door de Rotterdamse vroedschap eervol ontslagen en kreeg hij een nieuwe functie in Den Haag als raadspensionaris of landsadvocaat. Dat was een functie die enigszins overeen kwam met wat wij tegenwoordig de premier of eerste minister noemen. Kortom een cruciale en belangrijke functie in de Republiek der 7 Verenigde Provincien. In die functie heeft hij veel goeds voor de Republiek gedaan, onder andere de oprichting van de VOC. Verder heeft hij ook het 12-jarige vredesbestand met Spanje geregeld. Helaas kwam hij daardoor in conflict met de stadhouder, op dat moment prins Maurits. Het conflict liep zo hoog op dat prins Maurits een staatsgreep pleegde. Toen werd de Dortse Synode van 1618 ge-organiseerd om duidelijkheid in de Nederduits Gereformeerde geloofsleer te krijgen. Daarover heb ik geblogd in mijn eerste lesje godsdienstgeschiedenis van 30 augustus 2012. Tevens werd Hugo de Groot ge-arresteerd en gevangengezet op slot Loevestein. Die wist na een paar jaar gevangenschap via een boekenkist te ontsnappen. Maar met Johan van Oldenbarnevelt liep het zeer slecht af. Maurits liet hem ook arresteren en een dubieus showproces tegen hem voeren op de valse beschuldiging van landverraad. Johan van Oldenbarnevelt werd schuldig bevonden (op dubieuze gronden) en ter dood veroordeeld. Hij werd in 1619 op het Binnenhof te Den Haag ge-executeerd door onthoofding.
Nadat ik zijn geboortehuis had gefotografeerd, wandelde ik terug naar het NS-station voor de reis terug naar Leeuwarden, terug naar huis. Deze keer was het - met dank aan de weergoden - een zeer geslaagde dag.





Geen opmerkingen:

Een reactie posten